TABULA RASA: NABESCHOUWING

etymologie, voornamen, namen, mommaerts, mom, vermomming, geest, wolk, serie, televisie, veronica, v, vogel, vera icona, berenice, pherenike, spoor

Gisteravond bedacht ik dat in de naam van dokter Mommaerts de stam mom – niet al te diep – verborgen zit. Een beetje vermomd, zeg maar. ‘Mom’ betekent etymologisch ‘masker’, vandaar zich vermommen, vermomming, maskerade. Waarschijnlijk verwant aan het oude Franse woord ‘momer’ (se deguiser). In het Etymologisch Woordenboek der Nederlandsche Taal lees ik: “het werkwoord mommen ‘zich vermommen, aan gemaskerd bal deelnemen,’ komt reeds eind veertiende eeuw voor.” De huidige betekenis van ‘momerie’ is volgens Larousse: ‘affectation ridicule d’un sentiment qu’on n’a pas, et en particulier de sentiments religieux, bigoterie.’ Dat is ook mooi meegenomen.
En dan Véronique, of V. In het initiaal V zien we uiteraard de al dan niet met kinderhand getekende vogels. Maar interessanter nog is de betekenis van Véronique of Veronica. Die voornaam komt van het Griekse Pherenike, brengster van de zege, overwinnaar; denk ook aan Bérénice (Βερενίκη). Het is tevens de naam van de legendarische Veronica, een christen uit Jeruzalem, die Jezus een doek aanbood om het zweet en bloed van zijn gezicht te vegen terwijl hij zijn kruis droeg. Het gelaat van Christus werd zo op miraculeuze wijze op de doek ingeprent. Op grond hiervan wordt de naam soms verklaard uit een mengsel van het Latijnse verus en het Griekse icona. Dat wordt dan vera icona of het ware beeld. Veronique toont ons het ware beeld van de moordenaar: zij is het dader.
Mochten we van in het begin van Tabula Rasa wat aan naamkunde en etymologie hebben gedaan dan hadden we al gauw het ware gelaat van de slechte vrouw gekend.  Thomas De Geest, zoon van een speurder en appel die niet ver van de boom valt – en zoon van een wolk die Wolkers heet, had ons meteen op het goede spoor kunnen zetten. Dan hadden we meteen door haar niet eens helemaal geslaagde vermomming heen gekeken. Nog een geluk dat we dat pas hebben gedaan nadat het mysterie eindelijk was opgelost. Want leven we niet liever in onwetendheid dan het lot van onze helden (of antihelden) en van onszelf al van in het begin te kennen?

Ω

Afbeelding: El Greco, De heilige Veronica.

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (4)

Il_gattopardo_ballo01.jpg

Dag 2: 3 november 2016 (avond)

Zal ik je Sylvia noemen? Zoals Sylvia Plath en Sylvia Kristel. Nee, dat zijn geen goede voorbeelden, daar rust een vloek op. Gewoon Sylvia*. Sylvia, de vrouw die uit het woud komt. Of die uit de zee opduikt, net als Venus, met alles erop en eraan. Zoals ‘Sylvie’ van mijn geliefde Gérard de Nerval. Hoewel op hem ook al een vloek rustte. De vloek van de liefde, die hem van het theater naar het gekkenhuis van Esprit Blanche en zijn zoon Emile voerde en die hem in al zijn fataliteit opwachtte in de rue de la Vielle-Lanterne, de donkerste steeg van Parijs.

Na het bezoek aan de therapeute zat ik op je te wachten in café Le Coq, de plek waar ik ongeveer twintig jaar geleden meermaals tot diep in de nacht zat te praten met Josse De Pauw, een man die nooit dronken scheen te worden. Met een stem die altijd even genadeloos meevoelend bleef, hoeveel hij ook gedronken had. Niets dan ware woorden kwamen uit zijn mond. Ik heb hem destijds voorgedragen als laureaat voor de Arkprijs van het Vrije Woord, maar in Antwerpen schenen ze Josse niet te kennen of niet te waarderen. Het was een vergeefs pleidooi, zoals dat voor de Beursschouwburg en de KVS, instellingen waarvan de namen bij de meeste (niet alle) leden van het Arkcomité het koud zweet deden uitbreken. Alsof Brussel een andere, wilde wereld was, duizenden kilometers ver verwijderd van de beschaafde Vlaamse metropool. Overigens denk ik dat er wat dat betreft niet bijster veel veranderd is. Maar naar mijn pleidooien werd ook niet geluisterd omdat ik maar een kleine man was in dat comité, en ik ben er niet lang gebleven.

le coq.jpg

Als je in Le Coq binnenkomt, Sylvia – na zo lange tijd – word ik voor een ogenblik een verlegen kind. Maar ik herpak me gauw en omhels je en jij omhelst mij. Vriendschap is elkaar zo omhelzen dat je elkaars hart kunt voelen kloppen, las ik ergens. Ik vond het wat melig, maar als ik er nu over nadenk kan ik de uitspraak alleen maar beamen. In ‘The Leftovers’ zag ik dan weer omhelzingen die me de daver op het lijf joegen. Iets is nooit helemaal dit en nooit helemaal dat.

(Ik geloof dat ik de rest in derde persoon moet vertellen, Sylvia. Maar ik vind het moeilijk over je te schrijven alsof je een object bent. Ik kan je niet objectiveren. Lang geleden, in de jaren tachtig, kon ik mijn boezemvriend Joseph ook niet objectiveren. Als we samen waren versmolten we met elkaar, omdat onze woorden en zinnen met elkaar versmolten; soms wisten we niet eens wie wat had gezegd. Een vriend is een ander zelf, zei ik zo dikwijls tegen Joseph. Maar die versmelting gebeurde ook als we zwijgend zaten te luisteren naar een lied op de jukebox. Ik herinner me nu opeens “Bad Case of Loving You (Doctor, Doctor)” van Robert Palmer. Met jou heb ik hetzelfde. Niet meteen, maar toch al na een eerste glas Orval. Ik heb het gevoel dat we één worden in een soort van zachte razernij. Het is erg moeilijk om dit te beschrijven, om aan wat ik voel als ik bij jou ben recht te doen. Ik denk dat we zoals in de droom die ik vorige nacht droomde opnieuw kinderen worden, onschuldig en op een ongevaarlijke manier barbaars. We worden geheel zinnelijk en geheel geestelijk, maar tegelijk verheffen we ons daarboven. We worden heilig. Een andere woord kan ik niet vinden. Een heilige kent geen begeerte. De tijd valt stil, wat aan kitsch doet denken, maar het is de waarheid. De tijd valt stil. De begeerte heb ik niet op stoïcijnse wijze uit mijn leven verbannen. Ze is niet helemaal weg: ik voel nog liefde. Vriendschap is ook liefde, dat heb ik altijd gedacht en dat doe ik nog steeds. Laat me wat er tussen ons bestaat diepe vriendschap noemen, zielsverwantschap, ook al zijn we man en vrouw en is er altijd de seksuele onderstroom, de slang die in het paradijs rond de boom van goed en kwaad slingerde, om het wat bijbels uit te drukken. De mogelijkheid van de val blijft altijd bestaan. En dat is goed, want dat maakt mensen van ons, dat maakt ons kwetsbaar. Denk nu niet dat ik al deze dingen denk als ik met jou in Le Coq of in een ander café een glas bier zit te drinken.)

Bij nader inzien vind ik het toch geen goed idee om dit gedeelte in de derde persoon te schrijven. Weet je wat, ik zal me bij de eerste persoon in de tegenwoordige tijd houden, maar ik noem je Irina Vega. Dat heb ik eerder ook al eens gedaan. Of meerdere keren. Ik gaf je ongetwijfeld nog andere namen. (Door altijd maar namen te veranderen weet ik niet meer wie wie is. Was de ‘echte’ Irina Vega geen pornoactrice? Heeft Uvi, de vriend die ik nooit gezien heb, me daar niet een keer op gewezen?)

Sidney, Sylvia (Fury).jpg

‘Zullen we niet aan de overkant gaan zitten’, vraag ik.
‘Waarom’, vraag je.
‘Je zegt dat ik altijd op dezelfde plaats ga zitten’, zeg ik.
‘Ach, dat meende ik toch niet’, zeg je.
‘Goed dan blijven we hier zitten’, zeg ik.

Hoe heilig we ook mogen wezen, er is onrust, angst, bitterheid in ons. De bitterheid drinken we weg. We drinken veel meer dan goed is voor ons als we samen zijn. Waardoor ik het nu moeilijk heb om me nog meer dan wat details van onze gesprekken te herinneren. De onrust verdrijven we door van Le Coq naar Daringman en van Daringman naar Bonsoir Clara en van Bonsoir Clara naar de Archiduc (waar het ongezellig en veel te duur is) en van de Archiduc naar Lord Byron te verhuizen. Onophoudelijk pratend en lachend. Visconti is het hoofdthema van de avond. Irina zag onlangs zijn ‘Il gattopardo’, met Burt Lancaster en Claudia Cardinale en Alain Delon.

claudia-cardinale-and-alain-delon-in-il-gattopardo-directed-by-luchino-visconti-1963.jpg

‘Wat haat ik Alain Delon’, zeg ik, ‘maar hij blijft een uitstekend acteur.’
‘Destijds, zeker tien jaar geleden vond ik ‘Il gattopardo’ vervelend’, zeg je. ‘Maar nu zag ik een meesterwerk en niets verouderd. Die eenzaamheid!’
‘Ik vind ongeveer alles van Visconti vervelend’, zeg ik. ‘Vroeger, nog veel langer geleden dan jij, misschien was je nog niet geboren, zag ik in het filmmuseum en op het Ritcs heel wat van zijn films. De eerste was ‘The Damned’. Ik was meteen gewonnen. Nazi’s, decadente industriëlen, perverse seks, net wat ik als negentienjarige nodig had. Met Helmut Griem en Helmut Berger, geloof ik. En al de rest, ‘Senso’, ‘Dood in Venetië’… Allemaal meesterwerken waren het. Door Visconti ben ik naar Mahler gaan luisteren. Maar dat is allemaal voorbij. ‘Rocco en zijn broers’ probeerde ik onlangs nog eens te bekijken. Na een half uur afgezet. Zo vervelend.’

‘Helemaal niet vervelend’ zeg je, ‘een prachtige, prachtige film. Dat feest dat moet je toch goed vinden!’
‘Zo ver zal ik niet geraakt zijn’, zeg ik. ‘De enige film van Visconti die ik nog goed vind is ‘Ossessione’’ zeg ik. ‘Maar waarschijnlijk komt dat door mijn fascinatie voor James Cain. Hoewel Visconti die bron niet vermeld heeft.’
‘Ik denk dat ik die niet goed vond’, zeg je.
‘Dat kan niet’, zeg ik. ‘Dan heb je hem niet gezien’.
‘Gaat het over die Griek en zijn vrouw en hun baanrestaurant en de zwerver die roet in het eten komt gooien. En dan vermoorden de vrouw en de zwerver de Griek?’
‘Ja’, zeg ik, ‘dat is hem, loontje komt om zijn boontje’.
‘Rocco en zijn broers’ is veel beter’, zeg je.
‘Heb je Vaghe Stelle del Orso ooit gezien?’
‘Nee’.
‘Die was onlangs in het Filmmuseum. Wat nu de Cinematek wordt genoemd. De idioten met hun idiote benamingen, Villo, Mobib, Bruzz, Bozar… Die wilde ik graag nog eens zien. Maar ik was nog maar eens een keer ziek.’
‘Wat zijn sommige schrijvers toch macho’s’, zeg je.
‘Wat bedoel je?’
‘Je hebt er enkele genoemd in je tekst over Bob Dylan en de Nobelprijs’, zeg je.
‘O ja, daar heb ik me wat laten gaan’, zeg ik.
‘Ik was onlangs op een boekvoorstelling. Een van die schrijvers stelde daar zijn nieuw boek voor. Terwijl hij een zogenaamde erotische passage uit zijn boek voorlas, keek hij de hele tijd in mijn richting. Nu ja, er was niet zo veel volk in de zaal aanwezig’, zeg je.
‘Verbaast me niets’, zeg ik. ‘Ik zou hetzelfde doen. Of misschien net niet, want ik ben daar veel te schuchter voor.’
‘Laten we ergens anders gaan’, zeg je.

helmut berger damned.jpg

Om middernacht moeten de heilige barbaren afscheid nemen. In het leven bestaat er niets moeilijkers dan dat. Maar in beschonken toestand is het wat minder pijnlijk. Alcohol is het zwaarste verdovend middel.

Hoe we naar huis terugkeren? Per trein? Per taxi? Te voet? Wankelend en zingend? Of huilend? Vind je niet dat dat een mysterie moet blijven? Ik ben wel openhartig, maar er zijn grenzen. En elke autobiografie is een opeenstapeling van verzinsels en leugens. Elke schrijver die over zichzelf schrijft is een bedrieger. Of een gokker, een oplichter. Hij beschouwt de wereld als een casino. Vals spelen is toegestaan. Winner takes all.

WinnerTakeAll7.png

*Op Sylvia Sydney echter(herinner je ‘You Only Live Once’ en ‘Fury’, van Fritz Lang), rustte geen vloek. Ze rookte haar hele leven lang en werd 88.

Afbeeldingen: ‘Il Gattopardo, Luchino Visconti’; Le Coq, Martin Pulaski; Sylvia Sydney in ‘Fury’, Fritz Lang; ‘Il Gattopardo’, Luchino Visconti; ‘The Damned’, Luchino Visconti; ‘Winner Take All’, Roy Del Ruth.

LONDENSE IMPRESSIES

9192374072_454f2dea58_o.jpg

In Tate Modern (juni 2013)

Foto’s van William Eggleston, fotograaf uit Memphis. Bijna archetypische Amerikaanse beelden: de poëzie van het banale, Coca Cola, garages, autobanden, lost highways… Verwantschap met Andy Warhol en pop art in het algemeen, ook met Wim Wenders. Ik las dat Eggleston een langdurige verhouding had met Viva, een van de supersterren van Warhol. Zij was met de popartkunstenaar aan de telefoon toen Valerie Solanas hem neerschoot. Omstreeks 1970 was ik ‘verliefd’ – ik weet niet hoe ik anders moet noemen – op Viva en op Edie Sedgwick. Viva’s autobiografische ‘Superstar’ heb ik verslonden. Later kwam er het geweldige ‘Edie’ van Jean Stein.

viva 5.jpg

Grote, indrukwekkende werken van Gerhard Richter. Feesten van bloed en wijn van Cy Twombly. Offers van schoonheid, aan schoonheid, zoals bij de antieken. Rothko’s rode stilte.  John Heartfield keert nu ook weer terug in mijn leven, bijna net zo vaak als Pablo Picasso en zijn vrouwen. Overigens zijn de vrouwen hier op straat mooier dan die van Picasso. Dat heb ik altijd gevonden van de Londense vrouwen, dat ze zo mooi zijn. Misschien is het daarom een van mijn uitverkoren steden? Maar ga ik niet om het even waar heen voor de meisjes, de vrouwen? Zijn ze niet overal mooi? Het is zoals met vlinders, onmogelijk te beweren dat er een niet bevallig en sierlijk is. In Londen lopen de vrouwen je in alle kleuren voorbij, veel meer tinten nog dan in Brussel. Net als in Brussel lijken ze dichtbij maar zijn ze toch onbereikbaar. Wat me aan het gedicht over de passante van Baudelaire doet denken. Altijd die droefheid na voor enkele seconden verliefd geweest te zijn op een voorbijgangster of – een ogenblik langer – op een Aphrodite in de metro. Ja, veel meer kleuren, en ook alle stijlen door elkaar, zoals bij Neo Rauch.

tonight-lets-all-make-love-in-london-movie-poster-1967-.jpg

In Tate Modern zie ik de postmoderne massa die wat ‘cultuur wil meepikken’, cultuurtoeristen zoals ik – maar ben ik dan echt niet anders? In de eerste plaats kom ik hier al voor die vlinders, en voor de trottoirs waarboven ze rondfladderen en zich laten bewonderen, voor de straten waar geen eind aan komt, voor de straatnamen, voor de rivier die me sinds 1980 altijd aan the Clash doet denken, die associatie ligt denk ik voor altijd vast. Daarvoor doemde als ik aan de Theems dacht meestal Virginia Woolf op, soms Wiliam Blake, nu al zo lang die bijna militaire dreun, maar de rivier zelf blijft vredig kabbelen. Nooit heb ik de Theems wild gezien.

In Hampstead (juni 2013)

Alessandro Baricco beweert in ‘De barbaren’ dat we nog in de romantische periode leven. Bij het Keats House in Hampstead zou je dat niet meteen zeggen. Geen mens te zien daar. Maar ik kwam er al laat aan, bijna tegen sluitingstijd. In de tuin dacht ik aan de dichter en zijn geliefde Fanny Brawne, aan hun brieven, en aan het lange gedicht dat ‘Bright Star’ heet, nee, niet werkelijk een gedicht maar een film van Jane Campion. Still, still to hear her tender-taken breath, / And so live ever — or else swoon to death. In de tuin daar kwam ik volkomen tot rust, zoals eerder al bij de pagode van Boeddha, waar ik enkele minuten zat te peinzen en me af te vragen of ik toch maar geen boeddhist zou worden, hoewel de zon al stilaan onderging.

9189606159_d5b3edb91b_o.jpg

Londen overspoelt me met namen.  Geen namen van notabelen, van voorzitters en secretarissen van raden van beheer, neen, namen van kunstenaars, schrijvers, grote historische figuren, namen van mensen die hier ooit zijn geboren of naar hier zijn gekomen en van hier de wereld hebben veroverd, sommigen van hen letterlijk. Veel verleden, maar ook veel toekomst in deze straten. Dat laatste heeft deze reusachtige stad gemeen met het kleinere Brussel. De toekomst die aan de jongeren toebehoort, maar ook aan onszelf: we mogen de stad, Brussel bedoel ik nu, niet aan zichzelf overlaten, we moeten haar koesteren, we moeten haar verzorgen, ze is een kwetsbaar, levend organisme. In dat opzicht moet ik zeker mijn leven veranderen. Veel minder in mijn kamer zitten piekeren, tijd verliezen met wachten op dingen die nooit zullen gebeuren, maar buiten gaan, kijken wat er rondom mij gebeurt, nu, en mezelf ook tonen aan de stad, aan de andere mensen. En dan weer zelf met nieuw voedsel thuiskomen.
Welke namen schieten mij nu spontaan te binnen? George Orwell. Shakespeare. Karl Marx. Virginia Woolf. Lytton Strachey. Bloomsbury. Thomas Carlyle (nochtans een Schot). Rolling Stones. Beatles (musicerend op het dak). The Fool (Simon & Marijke). The Clash. Guy Stevens. Abbey Road. Carnaby Street. Hampstead. Primrose Hill. Donovan’s ‘Sunny South Kensington’. Terence Stamp. Julie Christie.
Deze opsomming roept weer een andere op: Borges, Foucault, Eco*, Buñuel, Sebald en, niet vergeten, Don Giovanni. Opsommingen, lijsten, classificaties, reeksen liggen vaak aan de basis van kunst, film, literatuur. Aan de hand van lijsten wordt gepoogd de realiteit te vatten, in te delen, begrijpelijk te maken.

Wat geeft je zo’n aangenaam gevoel in plaatsen als Hampstead? Gaat het om een soort van nostalgie, een verlangen naar wat voorbij is… Een verlangen dat niet naar bevrediging vraagt, dat aan zichzelf genoeg heeft? Een romantisch bewustzijn, geheel voorbijgestreefd door de geest van het postmoderne? Vermoedelijk.

londen,2013,juni,musea,tate modern,saatchi,pubs,schrijven,kunst,literatuur,vrouwen,schoonheid,wandelen,stad,rivier,thames,namen,lijsten,opsommingen,postmodernisme,romantiek

In Bradley’s Spanish Bar (juni 2013)

Kunstwerken ontstaan niet toevallig en zeker niet vanzelf. Er is altijd eerst voorbereiding, oefening, geduld, talent, openheid, invloeden, keuze, selectie, verlangen… Is het dat wat ons zo’n ontzag inboezemt, is het daarom dat we op bedevaart gaan naar musea, is het daarom dat we literatuur als heilige tekst beschouwen en muziek als iets goddelijks, een doorlopende boodschap van de engelen?

Vrij vaak heb ik de indruk dat ik in musea en kunstgalerijen heel wat meer vrouwen zie dan mannen. Klopt die vaststelling, of gaat mijn aandacht gewoonweg veel meer naar vrouwen dan naar mannen uit? Zie ik de mannen niet staan? Bovendien ontwaar ik veel meer beelden van vrouwen, portretten van vrouwen – en ik denk aan de vrouwen van Henry James, Dante, Flaubert (hoewel er in de literatuur natuurlijk veel onvergetelijke mannelijke helden voorkomen, de man zonder eigenschappen voorop)… Zijn er nog steeds minder vrouwelijke dan mannelijke kunstenaars? Dat geloof ik niet. Sinds het midden van de vorige eeuw is er wat dat betreft gelukkig veel veranderd. Toch denk ik soms dat vrouwen meer tevreden zijn met zichzelf, dat ze graag behagen en het bijgevolg niet nodig vinden iets naast zichzelf, iets buiten zichzelf te ontwerpen. Een voorbijgestreefde, romantische gedachte natuurlijk, maar het zij zo. Soms denk ik dat mannen meer van zichzelf vinden dat ze tekortschieten, dat een man iets aan zichzelf moet toevoegen om te kunnen behagen, om het gevoel te krijgen dat er naar hem verlangd kan worden.  Wat een romantische gedachten houden mij toch bezig!

londen,2013,juni,musea,tate modern,saatchi,pubs,schrijven,kunst,literatuur,vrouwen,schoonheid,wandelen,stad,rivier,thames,namen,lijsten,opsommingen,postmodernisme,romantiek

*At first, we think that a list is primitive and typical of very early cultures, which had no exact concept of the universe and were therefore limited to listing the characteristics they could name. But, in cultural history, the list has prevailed over and over again. It is by no means merely an expression of primitive cultures. A very clear image of the universe existed in the Middle Ages, and there were lists. A new worldview based on astronomy predominated in the Renaissance and the Baroque era. And there were lists. And the list is certainly prevalent in the postmodern age. It has an irresistible magic.

Umberto Eco, Spiegel International, November 11, 2009

Foto’s: Martin Pulaski, uitgezonderd Viva, Tonite Let’s All Make Love in London, Julie Christie

 

 

 

NAMEN

P1070355.JPG

Samber en Maas. Foto: Martin Pulaski.

Een paar weken geleden ging ik in de stad Namen op zoek naar mijn jeugd. Of het nu bewust was of onbewust, dat weet ik niet meer. Alsof ik in een ver land was aangekomen, in een grote, onoverzichtelijke stad, begaf ik me van het station meteen naar de toeristische informatie voor een plattegrond. De charmante dame in de kiosk hoorde dat ik néerlandophone ben, ondanks mijn Franse of Limburgse R. Mijn eerste teleurstelling. Tot mijn verbazing vroeg ik haar de weg naar het Musée Félicien Rops, waar ik helemaal niet naartoe wilde.

De gezellige straten en stegen in de oude stad konden mij niet bekoren. Op de terrassen van de cafés en de restaurants zaten vrolijke mensen, waardoor mijn latent gevoel van eenzaamheid helemaal doorbrak. In een zijstraat at ik gauw een wat bedorven ‘siciliaanse spaghetti’ en dronk een glas zure wijn, terwijl ik toch een levensgenieter ben. De twee kelners zagen er als middelgrote criminelen uit. Wat later liep ik, een beetje misselijk geworden, onder een blote vrouw met een varken door. Alle wegen in Namen leiden naar Félicien Rops. Ik had zijn museum blindelings gevonden. Is er dan niets anders te zien in die stad? Ik maakte me gauw uit de voeten. Hoe ouder ik word hoe minder zin ik heb om musea binnen te stappen. Ik zwerf liever in parken rond, in doolhoven, in kruidtuinen en op kerkhoven. Soms bezoek ik al eens een kerk. De jongere in mij zou er tegen spuwen. De oudere komt er tot rust. Als er geen andere toeristen rondhangen.

Nogmaals, ik meende mij te herinneren dat je in Namen kon verdwalen. Dat is natuurlijk niet zo. Na een tweetal minuten lopen bereikte ik de oever van een rivier; de Maas dacht ik. Zo smal, wat een teleurstelling. De tweede. Maar ondanks mijn suffe kop besefte ik al gauw dat ik langs de oever van de Samber liep. Ik stapte door tot ik de plek bereikte waar Samber en Maas samenvloeien. De Maas, Mosa, heilige rivier, rivier van mijn kinderjaren. Hoe vaak had ik er niet, gezeten op het voordek van de aak van mijn ouders, gedagdroomd, gefantaseerd over verre streken, avontuurlijke reizen. Wat mij daar omgaf als kind, al dat water, die lokkende oevers, de hoge heuvels, dat was op zichzelf al een verre streek; het varen was een avontuurlijke reis door een paradijselijke omgeving. De Maas die ik nu ontwaarde, hoewel veel breder dan de Samber, was echter een andere rivier, een rivier zonder betovering, een rivier die je niet tot dagdromen aanspoorde. De hoge bergen waren lage heuvels, het water had niet die mysterieuze geur van in mijn kinderjaren, de schepen leken alleen maar op schepen, transportmiddelen die vrachten van de ene naar de andere plek vervoerden. Ik maakte vlug enkele foto’s, hopend dat ik thuis alsnog iets ‘dieps’ zou ervaren, en keerde terug naar het station.

In de trein naar Brussel las ik nog wat in ‘Marcel Proust’s Search For Lost Time – A Reader’s Guide to The Remembrance Of Things Past’ van Patrick Alexander. Ik was net aan het hoofdstuk ‘Time Regained’ gekomen. In de buurt van Luik-Guillemins las ik het volgende:
“The somber tone of disillusion and world-weariness that pervaded The Fugitive continues in this final volume, and Marcel’s sense of failure and futility is relieved only in the concluding pages. Even the cherished sights of his childhood in Combray depress him. “I was distressed to see how little I relived my early years. I found the Vivonne narrow and ugly alongside the towpath.” The loss of the sense of wonder that the walks along the Vivonne once inspired reinforced his conviction that he will never become a writer, that his imagination has faded and he has nothing to say.”

Depressie is wat mij betreft geen Marcel Proust-woord. Ik ging het opzoeken in mijn Pléiade-uitgave. Na wat bladeren vond ik op pagina 693 van volume 3 het volgende:
“Mais ce qui me frappa le plus, ce fut combien peu, pendant ce séjour, je revécus mes années d’autrefois, désirai peu revoir Combrai, trouvai mince et laide la Vivonne.” Er spreekt dezelfde ontgoocheling uit als die van mij toen ik de Maas in Namen terugzag. Maar net zo min als Proust de Vivonne maakte de Maas me depressief. Ik zag dat het zo was en niet anders. De jongere ik in mij was verloren gelopen.

ECHTE EN ONECHTE VRIENDSCHAPPEN

vriendschap,vrienden,betekenis,zelf,aristoteles,filosofie,baltasar gracian

Ik schrijf veel over vrienden en vriendschap, maar weet ik wel wat die woorden betekenen? Een vriend is een ander zelf, zoals Aristoteles al zei. En het woord ‘vriend’ is ongetwijfeld vaak een metafoor. Vriendschap en liefde liggen in elkaars verlengde, betekenen soms hetzelfde. Als je het over vrienden hebt moet je tegen wil en dank een onderscheid maken tussen ‘echte’ en ‘onechte’, zoals Baltasar Gracian doet. Ik heb heel weinig echte vrienden en heb daar geen behoefte aan. Op facebook heb ik meer dan duizend vrienden, waarvan velen alleen maar namen zijn en een profielfoto. Van de meesten weet ik niet eens of ze echt bestaan, of ze ooit geboren zijn. Hun geboortejaar verzwijgen ze angstvallig. Ik denk dat ze, net als ik, bang zijn voor de ouderdom, voor de dood. Ik ben in 1950 geboren.

Nee, enkele vrienden volstaan, enkele vrienden en een geliefde vrouw. Mijn echte vrienden kennen me en noemen me bij mijn naam. Zij weten dat ik, net als god meerdere namen heb, zij het nog altijd geen 99.

In zijn ‘Handorakel en kunst van de voorzichtigheid’ schrijft Gracian over de vriendschap onder meer dit: “Er zijn echte en onechte vriendschappen. De eerste onderhouden wij voor ons genoegen, de tweede om ons succes in het leven te bevorderen. Weinigen zijn vrienden van uzelf, de meesten zijn het van uw positie. Begrip van een enkele vriend is van meer nut dan veel sympathie van de buitenwereld.”

Vrienden van de eerste soort, die mijn succes in het leven zouden bevorderen, heb ik niet. Ik heb dan ook geen succes.

NU DE VOLLE MAAN SCHIJNT IS MIJN DORST GROOT

cet-obscur-objet-du-desir-1977.jpg
Cet obscur objet du désir – Luis Buñuel – 1977

‘It’s all in your mind’ zingt de zanger. Ik zag de volle maan, bijna als een zon die mij verblindde. Ik stelde mij die zonnige maan niet voor. Zij kwam achter de wolken uit en verdween dan weer, speelde een spelletje met me, zoals een kind dat doet met zijn speelgoed. Ik wilde blijven kijken tot ik bijna blind was, maar dat mocht niet van de donkere wolken. Ik had eerst niets geweten van een volle maan. Ik had bijna de hele dag gesuft en geslapen. Later had ik het vuil buitengezet, zoals de meeste mannen doen. De afwas had ik ook al gedaan. En wat gezellige ruzie gemaakt met mijn vrouw. Niets spectaculairs, de dagelijkse huiselijke taferelen, die overigens met veel begrip en tederheid gepaard gaan. Het is een ritueel dat sommige mensen nodig hebben om te kunnen gaan slapen. Ik stond op straat onder onze boom en zag opeens die ronde volle maan en dacht aan woorden van Paul Bowles. Herhalen wil ik ze niet, ze staan hier ergens in de marge. De volle maan herinnert je, zeker op jouw leeftijd, aan je sterfelijkheid. Omdat er niet zoveel volle manen voorkomen in een mensenleven – zeker niet volle manen die je ook echt ziet en dan nog eens voelt ook.

Geheel toevallig had ik bij het ontbijt een interview met Neil Young gelezen, een man die kennelijk alleen maar songs opneemt bij volle maan. Ik las dat hij in de tijd van ‘Harvest’ geen woorden vond om zijn geluk uit te drukken. Daardoor kwam ‘Out On The Weekend’, een song over gevonden geluk, er heel droef uit, wat tot veel verkeerde interpretaties en misverstanden leidde, ook bij mezelf. Hoe kan iemand droef zijn en tegelijk gelukkig? Iemand die me dierbaar is legde me uit hoe dat mogelijk is. Ruw geschat vijftien volle manen geleden gebeurde dat. Mijn leven is sindsdien veranderd. Ik zie veel dingen anders, in een ander perspectief, de kleuren zien er anders uit, er zijn meer lagen, wat op een impasse leek is een passie geworden.

Hoe vaak is dat niet het geval bij schrijvers, muzikanten, kunstenaars. Ze willen iets roods maken, en het wordt blauw, ze denken aan de blues maar het wordt een elektronische dance song, een gedicht is bijna af en het wordt een roman van duizend bladzijden. Ga zo maar door. ‘It was only a change of the plans’, zingt Neil Young. En ik schenk je glas nog eens vol. We drinken op de idealisten, avonturiers, surrealisten, degenen die plastic bloemen planten in de voortuin van Polanski’s huis. We drinken op het zout van de aarde en op de peper. Ook drinken we op hoe we erin slagen het profiteren en misbruiken om te buigen in werkelijk genot en uitzinnig plezier.

Je weet dat ik graag namen noem. Namen doen een tekst ontsporen. Waarom zou dat niet mogen? Een tekst is geen trein, er zitten geen echte mensen in. It’s all in your mind. Een tekst komt uit de verbeelding, uit het verleden, uit de woorden van oude idioten, uit beelden van andere teksten, uit jouw mond, uit jouw boodschappen en geintjes. Soms denk ik dat een tekst moet ontsporen om echt te zijn. Om niet als een vervelend obstakel de plaats in te nemen van het donkere object van je verlangen. Om de uitdrukking van een obsessie te zijn. Maar ik wijk af. Over obsessies wil ik het niet hebben, omdat ik nog niet meer namen wil noemen. Het moet netjes en overzichtelijk blijven. Je moet voorzichtig zijn. De wet naleven en je rekeningen betalen. Niet uit het oog verliezen wie je vrienden zijn. En de volle maan.

De wet echter weet niets van je avontuurlijke aard. De wet weet niets van je dromen. De wet geeft niet om jou. Voor de wet ben je een nummer, een geval, een case. De wet stuurt je rekeningen, deurwaarders, dokters, gewetensbezwaarden. De wet opereert je, geneest je en laat je weten dat je nog leeft en al of niet gehuwd bent. De wet geeft je een stem zonder waarde. De wet tekent je profiel. Wat betekent de wet dan nog? Nu de volle maan schijnt zou je net zo goed een bedrieger, een dief, een echtbreker, een pistolero, een gaucho, een maanzieke, een zot kunnen worden. Waarom niet? Een pervert, een nymfomane, een heilige, een mankepoot, een zielig figuur, een harlekijn, een kimono my house. Een, een, een.

Zo zit je je dan opeens op straat, zonder iets. Je zingt niet langer. Je zegt niets. Je hebt een bekertje in je handen. Je ruikt naar pis. Je vraagt niet eens meer om geld. Je houdt het bekertje omhoog. Wat geld voor wat bier. Een jonge vrouw die lekker ruikt geeft je een sandwich. Je ogen vochtig. Wat hoesten. Een herinnering van toen je aan een vijver zat te vissen met je vader. Van je vader die zei, wat ben jij een goeie visser. En dan weer terug op de Anspachlaan, uitgeblust met je beker in de hand. Je hand zoals je gezicht rood, opgezwollen. Zingen kun je niet. Je herinnert je geen woorden, van geen enkel lied, van geen enkele conversatie. Hoe heet je zus, je broer, wat is een hart, een alvleesklier, waarvoor dient een milt? Weg met die dingen. Ik wil geen organen. Alleen een euro voor een bier. Nu de volle maan schijnt is mijn dorst groot. Mijn dorst is groot, nu de volle maan op jou schijnt. Begrijp je me nu niet?

ZERO DE CONDUITE: GIRLS! GIRLS! GIRLS!

nina one

De eerste zaterdag van de maand: dat betekent tussen zes en acht straks Zéro de conduite op Radio Centraal, 106.7 FM. Het thema van de show hangt wat mij betreft een beetje samen met de lente: meisjesnamen, vrouwennamen. Veel meer valt er niet over te zeggen. Alleen dit: het programma draag ik op aan alle vrouwen. Ik hoop dat zij er veel plezier aan beleven.

Mona – The Story Of Bo Diddley – Bo Diddley

Rosalyn – The Pretty Things – The Pretty Things

Nadine (Is It You?) –  Hail Hail Rock ‘n’ Roll – Chuck Berry

Betty Lou Got A New Pair Of Shoes – Golden Age Of American Rock & Roll – Bobby Freeman

That’s My Litlle Suzie – Golden Age Of American Rock & Roll – Richie Valens

Suzie Q – The Works – The Everly Brothers

Hello Mary Lou – Rick Is 21 – Ricky Nelson

Barbara-Ann – The Doo Wop Box Vol. 4 – The Regents

Marie Marie – Testament: The Complete Slash Recordings – The Blasters

Anselma – Just Another Band From East L.A.: A Collection – Los Lobos

Eloise (Hang On In There) – Soul Of A Bell – William Bell

To Claudia On Thursday – Begin – The Millennium

Candy – Dr. Byrds & Mr. Hyde – The Byrds

Suzanne – To Love Somebody – Nina Simone

So Long, Marianne – The Essential Leonard Cohen – Leonard Cohen

Fancy – Face To Face – The Kinks

The Wind Cries Mary – Are You Experienced? – Jimi Hendrix Experience

Mary Anne With The Shaky Hand – The Who Sell Out – The Who

A Rose For Emily – Odessey And Oracle – The Zombies

Walk Away Renee – There’s Gonna Be A Storm: The Complete Recordings – Left Banke

Dear Prudence – White Album – The Beatles

O, Dana – Third / Sister Lovers – Big Star

Candy Says – Peel Slowly And See – The Velvet Underground

My Maria – Helen Of Troy – John Cale

Ann – The Stooges – The Stooges

Sheena Is A Punk Rocker – Rocket To Russia – The Ramones

the-ramones-rocket-to-russia-

Kimberly – Horses – Patti Smith

Louise – Woodsmoke And Oranges – Paul Siebel

Corrina, Corinna – The Freewheelin’ Bob Dylan – Bob Dylan

Loretta – Flying Shoes – Townes Van Zandt

Lucinda – 12 Songs – Randy Newman

Martha – Closing Time – Tom Waits

Carmelita – Warren Zevon – Warren Zevon

Amy – Heartbreaker – Ryan Adams

If You See Natalie – Blinking Lights And Other Revelations – Eels

Suzanne – Bavarian Fruit Bread – Hope Sandoval & The Warm Inventions

Agnes, Queen Of Sorrow – Hope EP – Palace Music

Just Ask Melanie – Jackie Brown Soundtrack – Dialogue

 zero de conduite,radio,radio centraal

Je kunt Radio Centraal live beluisteren op 106.7 FM of online via deze weg.
Samenstelling: Martin Pulaski
Presentatie en techniek: Sofie Sap & Martin Pulaski