HET PLEZIER VAN OPSOMMEN EN CITEREN

borges,kierkegaard,opsomming,citaat,pierre menard,mozart,don juan,citeren,labyrint,spiegelbeeld

Het plezier van het citeren en het opsommen vind je bij veel auteurs. Mij doen de opsommingen en citaten van Jorge Luis Borges soms schateren. Een mooi voorbeeld van een dergelijke opsomming is ‘Chinese Fauna’ in ‘Het boek van de denkbeeldige wezens’, dat als geheel al een opsomming is.
Bekend is het verhaal ‘Pierre Menard, schrijver van de Don Quichotte’, waarin Borges de werken van de ‘obscure’ schrijver Pierre Menard opsomt in een lijst van A tot S. Het belangrijkste werk van Pierre Menard, zo betoogt Borges, was de Don Quichotte, die woordelijk geheel hetzelfde is als de beroemde ridderroman van Cervantes. “De tekst van Cervantes en die van Menard zijn woordelijk gelijk, maar de tweede is bijna oneindig veel rijker. (Dubbelzinniger zullen zijn tegenstanders zeggen; maar dubbelzinnigheid is een vorm van rijkdom.).” De stijl van Menard verschilt wel van die van Cervantes: “De stijl van Menard die naar het archaïsche overhelt – tenslotte is hij vreemdeling – lijdt aan een lichte geaffecteerdheid. Zo is het niet met zijn voorganger, die vrijmoedig het gangbare Spaans van zijn tijdperk hanteert.” Dit vind ik buitengewoon grappig.
De inval van Borges was niet nieuw. Want wat lezen we in Kierkegaards ‘Of/of’? “De muziek heeft (…) een tijdsmoment in zich, maar verloopt toch niet in de tijd tenzij in oneigenlijke zin. Het historische element van de tijd kan ze niet uitdrukken.
De volmaakte eenheid van deze idee en de eraan beantwoordende vorm bezitten we in Mozarts Don Juan. Maar juist omdat de idee zo enorm abstract is, en ook het medium abstract is, is het niet waarschijnlijk dat Mozart ooit een concurrent zal krijgen. Mozart had het geluk dat hem een stof in handen viel die in zichzelf absoluut muzikaal is, en als een andere componist met Mozart zou willen wedijveren, zou er voor hem niets anders opzitten dan Don Juan nogmaals te componeren.” De tekst van Kierkegaard is natuurlijk niet grappig, maar uitermate ernstig.

BLOEMARDINNE’S LAATSTE KANS

De messias is terug en zijn naam is Mozart. Een begaafde jongen. Iedereen houdt van hem. Helaas vooral de Pralineschijters. In de woestijnen is nog plaats voor je genieën die nu leven. Laat ze omkomen van de dorst !

De messias is terug maar het vlees valt van de botten. Ezechiël heeft zich vergist. Don’t need no ticket, you just thank the Lord. Of zullen we plaatsnemen in de rode sofa en Georges Bataille herlezen? Over hoe er gepist moet worden onder de blauwe hemel. Gekotst op de rug van de dwergbaron. Mozartpralines. Voor jou mijn lief. Dat de violen weer bomen worden en de stemmen weer wind. Een leeg universum, dan ben ik gelukkig.

Bloemardinne wist niet wat ze vertelde. En Zuster Bertken dan? Zuster Bertken evenmin. Onwetenden vinden de juiste woorden. Ver weg van zeep en haartransplantaties. Zelf ging ik naar Zwitserland om de wereld te veranderen. Ik kwam terug met twee gevlamde steentjes. En een danseresje. In een doosje. Een muziekdoosje. In de vorm van een chalet.
Alles was tot zijn juiste proporties teruggebracht. Van de wereld had ik mijn wereldje gemaakt. Ik huwde het zwarte danseresje in Jeruzalem en noemde haar Bloemardinne.

We leefden nog lang en gelukkig in onze chalet beschermd door tragische lawines. Schuberts romantisch gemurmel overstemde het gehinnik van brandende paarden. Onze nachten waren onderwaterdonker en vol Mantovani.