HOE WORD IK WEER ZICHTBAAR?

 

muziek,werken,lichaam,feest,pop,vriendschap,stront,geheim,vergeten,droom,verbergen,wereld,geluk,zwijgen,identiteit,seks,woorden,onzichtbaar,bob dylan,spreken,blik,absurd,huid,behoefte,oppervlakte,zelf,ejaculatie,ondoorgrondelijk,grond,geheimen,zichtbaarheid,plooi,the who,bestaan,heidegger,like a rolling stone,iris dement,caspar david friedrich,ambiguiteit,doorgrondelijk,ondergrond,gestel,gesteldheid,faeces
The invisible man, 1933.

Bob Dylan zong meer van veertig jaar geleden, bijna triomfantelijk, ook al was het ambigu, “you’re invisible now, You’ve  got no secrets to conceaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaal’.
Iedereen maar dan ook iedereen kent het lied. Alleen dat al kan een moment van geluk veroorzaken. Grote tevredenheid, verzoening met de wereld en de vele domme streken van de mensen. Maar ik twijfel eraan of onzichtbaarheid een goede zaak is. In feite ben ik er zeker van dat het geen goede zaak is. Evenmin is het aangenaam als je je geheimen niet kunt verbergen. Het is ook mogelijk dat het personage waarover Dylan zingt helemaal geen geheimen heeft, en dat is nog erger. Als je geen geheim hebt, heb je geen ‘ziel’, geen ‘zelf’, geen ‘identiteit’. Zonder geheimen word je oppervlakte, volkomen doorgrondelijk – hoewel er eigenlijk geen grond is. En nog veel minder is er zonder geheimen een ondergrond. Want zijn je geheimen niet de kern van je ondergronds bestaan? Zijn het niet je geheimen die je in leven houden, als je ademhaling het begeeft, of een of ander orgaan uitvalt? Die je helpen weerstand te bieden tegen de orkanen van de tijd en de beschaving. Je ondergronds bestaan, waarvan je je niet altijd bewust bent, of zelfs helemaal niet, nooit.

Je geheimen zijn aan elke blik onttrokken. Ze zitten in de plooien en de vouwen van je huid, van je tweede huid, in je irissen, in je hele gestel, in je gesteldheid. Je bent een individu met geheimen. ’s Nachts droom je vaak van mensen die sommige van hun geheimen prijsgeven. Ze doen hun donkere behoeften op een met zweet, bloed en tranen geweven Perzisch tapijt en ejaculeren waar je bij staat, alsof het niets is. Ze strooien hun zaad in het rond alsof het druppels afwasproduct zijn. Ze tonen hun meest intieme plooien. Terwijl ze zich ontplooien lijk jij te ontdooien, maar dat is niet zo. Je hoort de zanger zingen: ‘You’re pushing too hard on me”. Je wordt hard, en die hardheid maakt dat je ontwaakt. Eenmaal wakker ben je in je lichaam terug. Niemand weet iets van de ejaculaties en ontplooiingen die je bijwoonde. Alsof het gewoon een pornofilm was geweest en verder niets.

Spoedig ben je zelf die wereld vergeten. Je staat er weer alleen voor. Je vraagt je af: hoe word ik zichtbaar? Want alleen kun je niet leven. Je wilt je geheimen delen, niet alle geheimen, sommige. Je gaat de deur uit: eenzame mensen in auto’s op weg naar je weet niet waar. In het metrostation zwijgende mensen die het blaadje ‘Metro’ doorbladeren. Niemand zegt een woord. Er schijnt niemand geneigd te zijn om je te bekijken. Maar wat achter je rug gebeurt, weet je natuurlijk niet. Op het werk wordt er gewerkt, af en toe gepraat. Wat heb je aan gepraat? Wat je zoekt is een gesprek. Wat je zoekt is iemand die een geheim me je wil delen. Zoek je echter wel? Wordt niet alles wazig om je heen, de anderen onzichtbaar. Ja, ze onttrekken zich aan je blik, ze hebben geen geheimen meer over, geen geheimen om te onthullen.

Wat je zoekt is een vriend, een vriendin, een mensch – van hen hangt je leven af. Zij maken je zichtbaar, omdat ze je herkennen en erkennen. Voor hen ben je er gewoon. Geen zonderling, geen ongenaakbare, geen vreemde, geen boomstronk. Zij weten je altijd te vinden voor het weer te laat is. En dan komen ze bij je binnen en leggen een plaatje op van the Rolling Stones, van Bob Dylan. Kom, zeggen ze, monkey man, the kids are alright. Lay down your weary tune, zeggen ze. Een van de vrienden, een aantrekkelijke vrouw, probeert boven het rumoer uit te stijgen en fluistert, hotter than Mojave in my heart. En je schenkt ze nog eens vol, sharp as a formula.

Caspar_David_Friedrich
Caspar David Friedrich, Der Wanderer über dem Nebelmeer.

EEN HOOFD VOL DODE WOORDEN

distracted

De woorden van de wereld en de tijd hebben je bescheiden gemaakt, maar tegelijk hebben ze je de zekerheid gegeven dat je niet waardeloos bent, dat je een mens bent. Een mens die droomt en denkt en verlangt. Een mens die ernaar streeft een mensch te worden. Ooit. Dat woord mensch ben je voor het eerst tegengekomen in de autobiografie van Elias Canetti, de schrijver die sterfelijkheid een schande noemde. De woorden hebben je gerustgesteld, maar ook verontrust. Bij het lezen van sommige woorden werd je verontwaardigd. De woorden lieten je een gefundeerde orde zien. Maar hun betekenissen veranderden voortdurend, net zoals de oorzaken van je plezier. Sommige woorden waren als mooie vrouwen, modellen, druktemakers, Eryniën. Sommige woorden waren als vliegen, die je toch niet doodmepte. Integendeel, je luisterde goedkeurend naar hun gebrom. De woorden vormden lange ketens. Of zal ik zeggen, guirlandes? Rozenkransen, lauwerkransen? De woorden waren sterren die je de weg toonden. Leugens die je op een dwaalspoor zetten. ’s Nachts met ontbloot hoofd. De woorden brachten dat hoofd op hol. Je kon niet meer terug naar een veilig oord, waar het stil was. Altijd was er ten minste een gefluister te horen. De woorden hebben je kijk op de werkelijkheid aangescherpt maar ook vertroebeld. Je bent een andere geworden dan degene die je bent, je bent duizend anderen geworden. Talloos veel miljoenen ben je geworden, zoals de woorden om je heen en de woorden in je hoofd. Je raakt ze niet meer kwijt tot je de gifbeker drinkt, dat troebel water van de dood. De kruik, echter, zegt de volksmond, gaat zo lang te water tot ze breekt.

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret.

MET BO DIDDLEY GAAT HET BETER

Het is gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Ik las dat Bo Diddley, die een beroerte heeft gehad, aan de beterhand is. Daarnaast hoorde ik dat Ryan Adams (Easy Tiger) een nieuwe cd heeft. Gisteren zag ik trouwens het nieuwe schijfje van Chris en Carla (Fly High Brave Dreamers) liggen, maar ik heb het nog niet aangeschaft. Ik weet niet wat me scheelt, maar ik heb de voorbije dagen geen zin gehad om iets te kopen. Misschien zijn mijn driften voldoende bevredigd, maar dat betwijfel ik. Het zal eerder zijn dat ik zelfs te moe ben om een cd te kopen. Maar het blijft een goede zaak dat het beter gaat met Bo Diddley. Ik houd van de man. Van hem heb ik een paar weken geleden nog een schitterende dubbele verzamelaar gekocht, met eindelijk een degelijke, lekkere vettige sound, waarbij dat vuile ritme van Bo, Jerome, the Duchess et al heerlijk gaat klinken. Bo Diddley moet inderdaad goed klinken, cd’s uit de jaren ’80 van de man gooi je best in de vuilbak, die klinken als alle andere rotzooi uit die vreselijke periode. Niet dat het nu veel beter is, met Bush en Wolfowitz en Yves Leterme en Bart De Wever en de hele vermaledijde parade van levenshaters en afgeborstelde marionetten. Die Bart De Wever ligt nota bene wakker van een gedenkteken voor Peter Benoit, terwijl de wereld naar de verdoemenis gaat. Ik weet overigens helemaal niet meer voor wie ik nog kan stemmen. Die kerels zijn allemaal waardeloos, en de politica’s gaan dezelfde richting uit. Jongens toch! Vroeger was er nog klein links en eventueel de groenen, maar waar zijn klein links en de groenen naartoe? Ik kan nergens meer heen. Dakloos ben ik. Geen grond meer onder de voeten. Het Vlaams Blok ligt al op de loer… Maar liever op mijn blote voeten naar Fatima dan een stem voor dat geteisem. Ik zal zoals Diogenes de volgende dagen op zoek moeten gaan naar een mens. Een ‘mensch’ in het Jiddisch. In Wikipedia lees ik daarover het volgende:
In Yiddish (from which the word has migrated into American English), mensch roughly means “a good person.” A role model. A “mensch” is a particularly good person, like “a stand-up guy,” a person with the qualities one would hope for in a dear friend or trusted colleague. According to author and Yiddish popularist Leo Rosten, [A] mensch is a someone to admire and emulate, someone of noble character. The key to being “a real mensch” is nothing less than character, rectitude, dignity, a sense of what is right, responsible, decorous. (Rosten, Leo. 1968. The Joys of Yiddish. New York: Pocket Books. 237).

“Bo diddley done had a farm,
On that farm he had some women,
Women here, women there,
Women, women, women everywhere.”
Bo Diddley, door Bo Diddley alias Ellas McDaniel.

Nu begint het weer te bliksemen en donderen. En thuis in de slaapkamer staat het raam open. Een mens is nooit gerust.