ZERO DE CONDUITE: VROLIJKE MELANCHOLIE

anne-briggs.jpg
Anne Briggs

Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de linzensoep! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vandaag ook weer geen afgelijnd thema (wellicht heb ik sinds 1982 alle mogelijke thema’s al tientallen keren gehad), maar onderliggend is er wel melancholie, die bijna altijd troost biedt. Vrolijke melancholie, een mooi muzikaal oxymoron toch? Vanwaar echter melancholie en behoefte aan troost? Troost lijkt me voor de hand te liggen. Mensen zijn eenzame wezens, zwak, kwetsbaar, slachtoffer van geweld, oorlog, onderdrukking, liefde en chagrijn, armoede en ziekte. De schaduwzijdes van al het verrukkelijke dat het leven ons biedt. Ik ben in dat opzicht niet zo anders dan andere mensen, al ben ik gelukkig niet arm, niet al te ziek en niet vreselijk eenzaam.
Melancholie is altijd een ondertoon in mijn leven geweest, ik heb haar gekoesterd, of zij mij, dat weet ik niet zeker. Als je verjaart komt die ondertoon bijna noodgedwongen bovengronds – ouder worden is geen prettig gebeuren, zeker niet als je de jeugd zo verheerlijkt als ik altijd heb gedaan. En zoals misschien elke kunstenaar en schrijver wel doet. ‘Forever Young’, was de leuze, maar dan stel je vast dat het niet meer is dan dat: een leuze, een motto. Tenzij het om een jeugdige geest zou gaan.  In dat geval is het het motto de waarheid.

Een verjaardag is een moment van somberheid, helder besef van je sterfelijkheid, maar tegelijk vier je het leven, vier je dat je aanwezig en tegenwoordig  bent – ook tegenwoordig van geest, dat je kunt lachen en dansen en vrienden ontmoeten, dat je kunt liefhebben en luisteren, en zien en ruiken en voelen. Dat je kunt reizen en dat je openstaat voor het oude en het nieuwe. Zoals dit programma nog een keer zal moeten bewijzen, want het moet een mix worden van heel oud en heel nieuw.

Veel luisterplezier.

 

lou-reed-sally-can.jpg

Strangers When We Meet – David Bowie  – Buddha Of Suburbia

On My Own – Low – The Invisible Way

Down to Go – Phosphorescent – Muchacho

Sorrow – The National – High Violet

I’ve Been Riding with the Ghost – Songs: Ohia – Magnolia Electric, Co.

The Velocity Of Saul At The Time Of His Conversion – Okkervil River – Down The River Of Golden Dreams

Ennui – Lou Reed – Sally Can’t Dance

Allegro molto –  Lynn Harrell, Stephen Kovacevich – Brahms: Cello Sonatas 1 & 2, Handel Var. Op. 24

Don’t Forget Me (ft. John Lennon) – Harry Nilsson – Pussy Cats

The Train From Kansas City – The Shangri-Las- Myrmidons Of Melodrama

That Teenage Feeling – Neko Case –  Fox Confessor Brings The Flood

Looking Glass Blues – Charlotte Gainsbourg – IRM

Cold Molly – Mark Lanegan & Duke Garwood – Black Pudding

Turn You Inside-Out – R.E.M. – Green

Home I’ll Never Be – The Low Anthem – Oh My God, Charlie Darwin

Black Train – The Gun Club – Fire Of Love

Can We Really Party Today? – Jonathan Wilson – Gentle Spirit

Song For Adam – Jackson Browne – Saturate Before Using

Penthouse In The Woods – Scud Mountain Boys – The Essential Scud Mountain Boys

I Don’t Know You  -New Riders Of The Purple Sage (ft. Jerry Garcia) – New Riders Of The Purple Sage

Call The Doctor – J.J. Cale – Naturally

See That My Grave Is Kept Clean – Kelly Joe Phelps – Roll Away The Stone

Trials, Troubles, Tribulations – Valerie June – Pushin’ Against a Stone

The Stonecutter Boy – Anne Briggs – The Bird in the Bush

Abschied – Nico – Desertshore

Andante – Pieter Wispelwey – J.S. Bach, Gamba Sonatas

Time Of No Reply – Nick Drake – Way To Blue (An Introduction To Nick Drake)

Sweethearts On Parade – M. Ward – Transistor Radio

Ant Farm – The Eels – Electro-Shock Blues

When The Angels Will Put Out Their Lights – South San Gabriel – Dual Hawks

The Desperate Kingdom Of Love – PJ Harvey – Uh Huh Her

jason molina.jpg

Jason Molina

Research & presentatie: Martin Pulaski

SUSPICIOUS MINDS

Hillary_and_tenzing.jpg

Edmund Hillary en de Sherpa Tenzing Norgay.

Je weet wat er met the Long Ryders is gebeurd, je kent het leven van August Strindberg en kan het navertellen (wat geen zin meer heeft: iedereen vindt het in Wiki), je herinnert je tientallen steden en nog veel meer hotels – maar wat gebeurt er op dit ogenblik in je stad, in je straat, in het appartement beneden? Je weet het niet. Je weet niets. Je denkt – soms, in een optimistische bui – dat je dichterlijk op de wereld verblijft maar je stelt vast dat je stilaan blind en doof wordt. Misschien is dat altijd al zo geweest, leefde je in je eigen wereld, als een goedaardige psychopaat. Of – mogelijk – niet eens goedaardig, zelfs.

Hoe zou je dan een gedicht kunnen schrijven? Als je niets ziet van de kleuren in de ogen van een beminde vrouw of een kind, als je hun haren niet uit elkaar kunt houden, alsof ze allemaal in de war zitten, als je in je eigen stad verdwaalt, alsof je in een droom een donker spook najaagt dat meteen in een vriend verandert en dan in een wolf in de Ardennen en dan in een volgeling van L. Ron Hubbard?

Je moet over woorden en namen als riesling, zeeduivel, existentie, Santa Cruz nadenken: ooit verwezen ze naar universums, nu zijn het schimmen op de rand van je afgrond, schimmen al enigszins in de nabijheid van je – voorbarig – afscheidnemende verwanten. Je roept uit dat het allemaal zo erg nog niet is; dwaze gebaren gaan daarmee gepaard, ijl gelach, speurtochten diep in een of andere koelkast waarin nog wat drankjes moeten staan.

Je zegt tegen de weinige mensen die je ontmoet dat ‘Suspicious Minds’ je favoriete song is, maar je weet meteen dat je overdrijft. Alle liederen op ‘The Freewheelin’ Bob Dylan’? Of ‘La maman et la putain’, wow! – terwijl dat toch zo’n vervelende praatfilm is. De mooiste stad van de wereld is New York, maar in werkelijkheid zit daar in je dromen een donker spook je op de hielen (de zolen van je Campers kleverig van bloed en Campari). Picasso was een knoeier, toch, met al die gekke kleuren. En Karel Appel!

De mooie dagen hebben we gehad. Nooit meer zal de Titanic zinken, nooit meer de Mount Everest door Edmund Hillary en de Sherpa Tenzing Norgay worden beklommen (drie dagen voor je derde verjaardag), nooit meer met vlug in elkaar geknutselde sleeën, alsof het kunstwerken waren van Vic Gentils, over het oppervlak van het Albertkanaal gegleden, nooit meer zal je overweldigd worden door de barok van Ben Hur, El Cid en Cleopatra.

Zelfs de zon schijnt het te laten afweten. Alsof je donkerste dagen aangebroken zijn. Alsof wat ooit alles was nu niets meer is. Maar misschien is dit maar een moment van zinsverbijstering, veroorzaakt door een drietal glazen rode wijn. Een gevolg van enkele te hoge toppen, te ijzingwekkende vergezichten, te vergevorderde liefdes, te witte, extreem romantische sneeuw in sensationele streken.

MELANCHOLIE VAN HET MOGELIJKE

mijmering,lagos,portugal,algarve,herinneringen,individuele geschiedenis,vertellen,tijd,nuances,vergetelheid
Lagos, Portugal, 22 september 2012.

Ik zit op het terras van ons appartement in Lagos. Om me heen rust en bladeren en bloemen (van de meeste ken ik de naam niet eens).  Geluid van kabbelend water, een lichte bries, wegdrijvende wolken na een onweer. De lucht diepblauw, een weerspiegeling van de Atlantische Oceaan. Het regenwater droogt op, het groen is veelsprekender dan de voorbije dagen, nu het verzadigd is. Een echte dichter zou woorden vinden voor al die tinten van groen, blauw en van van geel en oker (van aarde, tegels). Maar een armoedetaal heeft eveneens haar charmes. Of niet soms?

Ik sprak de voorbije dagen veel over films en boeken en over mijn individuele geschiedenis. Het is merkwaardig hoe vooral het verleden tijdens een reis in een ander daglicht komt te staan, een helder daglicht, met veel schakeringen, nuances. Veel wat vergeten was steekt weer de kop op, de details zijn niet langer onbelangrijk, je geleefde leven niet van zin verstoken. Van de meeste van die vertelde geschiedenissen over ooms, tantes, schooldagen, eerste liefjes, vriendschappen, opstandigheden, teleurstellingen, armoedige reizen, momenten van geluk en verandering, herinner ik me nu alweer niets meer. Momenten van helderheid zijn opnieuw wazig, mogelijk belangrijke gebeurtenissen in een donkere, modderige poel van vergetelheid verzonken. Wat jammer, ik had alles moeten noteren – terwijl ik vertelde. Maar nee toch: dan zou ik helemaal niets hebben verteld. Die verhalen komen er alleen vanzelf, als je omgeven bent door wat je niet kent, als het verre nabij is en je je veilig voelt, ver weg van bijna al degenen die je kunnen begrijpen, verstaan, van bijna al degenen die je pijn zouden kunnen doen of misverstaan.

Bovendien is niet een moment uit je persoonlijke geschiedenis van enig belang in het licht van de eeuwigheid. Is het niet best om alles op die manier te bekijken en zodoende een zorgeloos leven te leiden? Natuurlijk wel, en iedereen zou dat vermoedelijk ook doen – maar het behoort helaas niet tot onze mogelijkheden. Of misschien wel tot onze mogelijkheden, maar door de omstandigheden waarin we elke dag verkeren blijven onze mogelijkheden altijd maar dromen, potentiële situaties die we voor ons uitduwen, die we nooit echt kunnen verwezenlijken, niet echt kunnen beleven. Altijd is er die afstand tussen wat we in het dagelijks leven zijn en wat we daar voorbij, in een parallelle wereld, zouden kunnen zijn, wat we zouden kunnen worden.

Ja, we weten al heel gauw dat we nooit zullen worden wat we eigenlijk zouden willen en moeten worden. Meestal durven we dat zelfs niet onder ogen zien. Meestal denken we dat het leven is wat het is. Dat is de diepe melancholie die aan ons bestaan ten grondslag ligt. Een melancholie die ons in staat stelt om zoveel genuanceerde verhalen te vertellen over wat wij hebben beleefd, over onze individuele geschiedenis, over belangrijke films, onvergetelijke muziek, over boeken die de tijd maar blijven trotseren.

 

CINDERELLA’S BALLROOM, MELANCHOLIE, NOSTALGIE

lydialunch.jpg

Op mijn vorige tekst, over de Cinderella’s Ballroom facebook-groep, kwam een aantal verhelderende en vooral eerlijke commentaren van drie kritisch ingestelde leden van de groep ([uzine], Pan en Max Borka). Ik dank hen daarvoor en ga kort in op hun opmerkingen.  Een filosofisch, sociologisch of politiek essay wordt dit geenszins.

“Een eigen leven” – waar Max en [Uzine] het over hebben – is inderdaad bijzonder relatief. Ik denk dat het concept ‘vervreemding’ nog altijd geldig is. Meer zelfs, het is razend actueel. En dat ‘identiteit’ in twijfel mag getrokken worden, lijkt me ook bijna vanzelfsprekend. Nogal wat mensen meten zich een ‘identiteit’ aan waarvan ze denken dat die cool is, maar die dat daarom net niet is. Ik bedoel: een coole identiteit bestaat niet. Dat heeft niet alleen met twitteren en dergelijk nuttige nonsens te maken, maar met ongeveer alles waarvan men denkt dat het door de media en door de anderen zal worden opgemerkt als ‘anders’, als ‘uniek’, als ‘authentiek’. Die houding heet geloof ik narcisme. Ze is me niet helemaal vreemd.

Als ik het – in mijn reactie op Max Borka’s commentaar –  over ‘achterhaalde’ muziekvormen (of liederen, of elpees) heb, dan is dat een subjectieve uitspraak, maar wel gebaseerd op jarenlange vertrouwdheid met allerlei soorten populaire muziek. Dus toch een beetje een vaststelling gebaseerd op ervaring; een empirische vaststelling zou ik bijna durven zeggen. (Omdat ik moe was toen ik op de hierboven genoemde commentaren reageerde heb ik alleen maar David Bowie, Television en Suicide tijdsbestendig genoemd. Er zijn nog wat meer.)

Met nostalgie is evenmin iets mis als met melancholie. Ik geloof nogal in een positieve melancholie. Die hoor ik in – bijvoorbeeld – veel muziek van Brian Eno, Eels, Alexander Spence, Madredeus, Hope Sandoval en lees ik onder meer bij Cesare Pavese, Geerten Meijsing en Fernando Pessoa. Gelukkig maakt melancholie je niet, en sommigen gaan er dood aan – maar het is een mooie levenshouding, vind ik.  Psychologen, beoefenaars van een vak waar ik niet hoog mee oploop, stellen melancholie nogal eens gelijk aan klinische depressie. Historisch gezien is dat niet juist. Het feit dat iemand zwartgallig is, graag aan galgenhumor doet of van de regen houdt, betekent nog niet dat hij zelfmoord wil plegen. Een melancholicus, zoals Kafka er een was, lijdt vaak aan een diep en onvervuld verlangen. Is dat niet door en door menselijk?

Met nostalgie is niets mis als ze niet een allesbepalende levensstemming wordt. Vaak heeft nostalgie te maken met ontevredenheid met het nu, met de wereld en de maatschappij waar we nu in leven. Zeer waarschijnlijk wordt er in tijden van crisis meer aan nostalgie gedaan dan in voorspoedige periodes (zoals de jaren ‘zestig). Vandaar wellicht het succes van Cinderella’s Ballroom. Er ontstaat tevens een probleem als iemand zich te zeer identificeert met een boeiende periode in het verleden. Dan vind je op den duur niets meer boeiend wat daarna nog gebeurt. Zo iemand ‘blijft steken’ en is bijgevolg ongelukkig (al weet hij het misschien niet). Vergeet echter niet wat Simone Signoret schreef: nostalgie is niet meer wat ze geweest is.

Ik vind de Cinderella’s Ballroom facebook-groep een boeiend fenomeen, omdat ik in de periode waar het om gaat een tweede jeugd beleefde: ik was 27 in 1977 en had mijn buik vol van de toen populaire muziek: Yes, Pink Floyd, Emerson Lake & Palmer en Genesis. Daar zat geen sprankel meer in van de spirit die Muddy Waters, Hank Williams, Little Richard, Gene Vincent en Elvis hadden opgeroepen.  Op een dag kort nadat ik van Brussel naar Antwerpen was verhuisd  hoorde ik ik op de radio, radio Caroline als ik me nog goed herinner, the Clash, the Sex Pistols, the Stranglers, Mink DeVille, etcetera. Een nieuwe adem en tegelijk een terugkeer naar de bron. Voor mijn verjaardag kreeg ik van mijn vriend Willy, al lang niet meer onder ons is, ‘Never Mind The Bollocks’ cadeau.  Kort daarna kwam ik voor het eerst in Cinderella’s Ballroom. Ik herleefde. Dat heeft enkele jaren geduurd, daarna is weer een andere periode begonnen. En daarna weer een andere. Niet allemaal even boeiend of ingrijpend – wel altijd met hoogte- en dieptepunten. Ik heb in mijn leven heel wat zulke boeiende momenten en periodes gekend. Daar ga ik nu niet dieper op in. Hier op hoochiekoochie heb ik er al meer over geschreven.

Tot slot nog dit: [Uzine], ik ben het volledig eens met deze vaststelling van jou: “Soit, een stinker die ik nu al voel aankomen, dan weer, is dat er binnenkort spotlights op die groep worden gezet, door journalisten en trendwatchers etc. Zo van die beschouwende flutartikeltjes in de weekendbijlage of andere weekbladen die nog nauwelijks gaan over het bijzondere dat die mensen toen deelden qua esprit en instelling. Maar bon zo consumeert onze maatschappij zichzelf al langer.”

Mensen zijn altijd bijzonder, of ze nu ‘gewoon’ zijn of ‘cool’. Cinderella’s Ballroom was niet zozeer ‘the place to be’, maar een bijzondere plek waar bijzondere mensen kwamen. Alleen het water was er koel, maar dat dronk niemand. Nu weer op zoek naar andere bijzondere plekken dan maar.

davidbowie.jpg

 

PROZAC, VOETBAL EN DE ZIN VAN MELANCHOLIE

bettyelavette

As soon as you’re born
word je gedefinieerd. ‘Men’ deelt je in in groepen, gewichten, lengtes, strontkleur, pipikaka, haargroei, liggen als een big of rechtop lopen als een homo sapiens, ‘men’ deelt je in in types, categorieën, soorten. Blijf vooral niet liggen als een big, dan loopt het verkeerd met je af. Leer heel gauw lopen en praten en schrijven. Lezen is niet zo belangrijk. Voetballen, vechten, al de andere onzin die we allemaal kennen. Ik ben nu ingedeeld, en niet voor de eerste keer, bij de ‘depressieven’. Vroeger waren wij de romantici, die meestal aan tbc leden, nu is het een psychisch probleem. Waar het op neerkomt is dat we anders zijn. We moeten ‘geneesmiddelen’ nemen om hetzelfde te worden als de rest. Vroeger zong ik mee met The Kinks, ‘I’m not like everybody else’, maar dat doe je niet meer op mijn leeftijd. Je luistert, bereidwillig, alsof je meespeelt in een eenvoudig spel. Mens Erger Je Niet, of iets dergelijks uit lang vervlogen tijden. De dokter zegt, ik zou het maar eens proberen met antidepressiva. Goed, dat probeer je dan, hoewel je eigenlijk op voorhand al weet dat je niet ‘depressief’ bent, omdat je die categorie niet aanvaardt, en dat bijgevolg dat geneesmiddel niet zal genezen. Sindsdien – twee of drie jaar geleden, misschien wel langer – heb ik al tientallen antidepressiva geprobeerd. Negentig procent wekte braakneigingen op, of deed me naar het toilet snellen om echt te kotsen. Trek had ik niet meer. Of ik at de hele tijd zoete koekjes, tot ik tien kilo zwaarder was geworden en dacht, nu is het genoeg geweest. Ik verdraag geen antidepressiva, net zoals ik geen antibiotica verdraag. Antibiotica zijn tegen het leven, antidepressiva tegen melancholie. Melancholie is een sterke kracht in je – je kan en mag die niet onderdrukken. Het is beter om er naar te luisteren. Melancholie kan je net redden van de middelmatigheid, het ongeluk, de zelfmoord. Melancholie is als zodanig al het medicijn.

Toch wilde ik naar mijn werk kunnen gaan, zijn als de anderen, mijn collega’s, mijn kennissen, sommige van mijn vrienden. Om die reden nam ik het enige middel waar ik niet  van moest kotsen: Fluoxetine, beter bekend als Prozac. De eerste weken voel je niets, daarna ontstaat een soort van euforie, je denkt dat je veel meer aan kan dan je kunt. Maar daardoor put je je reserves uit, en al snel word je moe. Van wat ben ik nu toch zo moe, denk je eerst. Je legt niet meteen het verband. Maar een mens denkt na en legt al snel wel verbanden. Je bent moe omdat je je reserves gebruikt voor taken die niet van tel zijn in je leven – in het leven dat je waarachtig wilt leven. Je put je uit om geld te verdienen. Om de leugen in stand te houden. Welke leugen? De leugen van de welvaart in het Westen. Bij ons is het allemaal veel beter. Vreemd is ook dat je van Fluoxetine heel veel zin krijgt in alcohol, in mijn geval in Duvel. Zo word je geleidelijk in plaats van iemand die aan een ‘depressie’ lijdt een ‘alcoholicus’: je moet elke dag je twee Duvels hebben, bovenop je Prozac.

Vanavond was er geen drank in huis. Ik begaf me door de sneeuw naar een nachtwinkel, net voorbij het Constant Vanden Stockstadium. Onderweg snelden tientallen gedachten door mijn hoofd. Waarom houd ik niet van voetbal? Waarom ben ik geen supporter van Anderlecht? Ik herinnerde mij een match in Barcelona, we waren uitgenodigd door de burgemeester, ereplaatsen – maar het was de koudste nacht van mijn leven en zelden heb ik er zo naar verlangd dat de tijd heel snel voorbij zou gaan, ondanks de schoonheid van het spel, het enthousiasme van de vrienden, het extreme groen van het gras, de schoonheid van de voetballers… Eens in de nachtwinkel wist ik niet goed meer wat ik moest hebben. De kou en de sneeuw hadden mij gegeven wat ik nodig had. Waarom dan nog Duvels, waarom nog medicijnen?

Wat je nodig hebt zijn je vrienden, je geliefden, je broer, de wereld om je heen, de echte wereld, niet die op televisie. Je wilt omhelsd worden, gestreeld, gekust. Degenen die om je geven mogen de geur van je gevangenschap ruiken, want hoelang zit je al niet in een kooi? Geen enkele pil, geen enkele pils, geen enkele Duvel zal de tralies buigen of breken. Je moet gewoon het slot openen met je sleutel.

Foto: Martin Pulaski, zelfportret met Bettye Lavette t-shirt.

MAN IN HET DONKER (EN HET LICHT)

lezen,boeken,tijd,reizen,licht,hanif kureishi,buiten,depressie,eels,donker,geheugenverlies,landschappen,haruki murakami,rilke,paul auster,tijdverdrijf,binnen,stendhal,terugblik,jaaroverzicht,richard yates,poe,william styron,philippe claudel,george eliot,elias canetti,siri hustvedt,peter ackroyd,cormac mccarthy,mark oliver everett,richard rorty,jospeh roth,banana yoshimoto,martin frost

Ik wil geen negatief klinkend jaaroverzicht schrijven. Maar ik wil toch beginnen met de waarschuwing dat ongeveer alles wat ik in 2008 beleefde in het teken stond van neerslachtigheid, melancholie, burn out, chronische vermoeidheid en de vloek van antidepressiva. Mijn geheugen is erdoor achteruit gegaan. Zowel synthetisch als analytisch denken valt me moeilijk. Ik ben bang voor cijfers, maar dat heb ik altijd wat gehad. Faalangst gecombineerd met perfectionisme. Ik wil zoveel mogelijk meemaken, bijwonen, zien, maar ik kan om een mij onbekende reden nog maar moeilijk de deur uit. Mijn levensgezellin stimuleert me daarin, zij is er nauwelijks in geïnteresseerd om – vooral ’s avonds – nog buiten te komen. Net als ik houdt ze van het leven en de kunst maar het werk slorpt het leeuwendeel van haar energie op.

In weerwil van die donkere schaduwen die op mijn levenspad vielen heb ik ook helder licht gezien, momenten van schoonheid beleefd, en fijne, lieve mensen ontmoet of er onrechtstreeks mee gecommuniceerd. De vriendschap is gebleven, ik haat niet, ik verkies nog steeds de liefde boven de oorlog. Ik ben vaak in mijn kamers gebleven maar heb ook korte, intense reizen gemaakt. In het zonlicht viel alle ellende van me af. Ik was dan soms opnieuw in de wereld, tegenwoordig, verzoend met mijn omgeving en met mezelf. Aan de Atlantische oceaan voelde ik een soort extase bij het zien van die immense hemel, met slechts hier en daar een wolk. En zover je kon zien alleen maar zand, water, schelpen. In de verte twee wandelaars. En ver achter mij mijn vrouw die rustig op een bank zat te lezen in een boek van Murakami.

Haruki Murakami heeft mezelf ook genoegen gedaan. Ik denk dat hij de beste schrijver van deze tijd is, maar ik kan er moeilijk over oordelen, omdat de tijd van het vele lezen voor mij voorbij schijnt te zijn. Wat ik doe is terugdenken aan de boeken die ik vroeger heb gelezen. Soms neem ik er nog eens een ter hand en lees een fragment. Hölderlin, TS Eliot, James Joyce, Cesare Pavese. Altijd kleine stukjes. Gewoon een boek vasthouden, er eens aan ruiken, is al een plezier. Ik las voor het eerst een boek van Richard Rorty, ‘Contingentie, ironie & solidariteit’: het maakte grote indruk op me. Hij is een filosoof die ik over het hoofd heb gezien toen hij nog leefde.  Mijn vriendin Inge wees me op het bestaan van Richard Yates. ‘Revolutionary Road’, een roman uit 1961, is droevig maar mooi een honderd procent echt. Er wordt veel in gedronken. Gelachen heb ik vooral met Hanif Kureishi. In zijn roman ‘Something To Tell You’ herkende ik heel veel van mezelf. Kureishi schrijft over mijn generatie, of liever, over de kleine minderheid van mijn generatie die het in het midden van de jaren zestig aandurfde een ander leven te gaan leiden, voor nieuwe muziek, film, theater en mode te kiezen. Want vaak wordt gezegd, die of die generatie, en dan worden daar alle positieve eigenschappen aan toegeschreven van die enkelingen die op hun tijd vooruit waren. Het spijt me als dit verwaand klinkt, maar zo is het nu eenmaal.

lezen,boeken,tijd,reizen,licht,hanif kureishi,buiten,depressie,eels,donker,geheugenverlies,landschappen,haruki murakami,rilke,paul auster,tijdverdrijf,binnen,stendhal,terugblik,jaaroverzicht,richard yates,poe,william styron,philippe claudel,george eliot,elias canetti,siri hustvedt,peter ackroyd,cormac mccarthy,mark oliver everett,richard rorty,jospeh roth,banana yoshimoto,martin frost

Ik heb nog andere mooie, ontroerende boeken gelezen, waaronder ‘Grijze Dagen’ – de titel zegt al veel – van Philippe Claudel, het zeer poëtische maar beangstigende ‘The Road’ van Cormac McCarthy, een geniale schrijver die dankzij de broers Coen ook in dit land wat meer aandacht kreeg, een aantal romans van de onvolprezen Joseph Roth (met dank aan Bart D., om mij hier op te wijzen), ‘Het duister zichtbaar’, een boek over depressie, van William Styron, ‘Party tijdens de blitz’ van Elias Canetti, ‘Kitchen’ van Banana Yoshimoto, een Japanse schrijfster die ik op het spoor kwam dankzij mijn Portugese vriendin Cristina, Rilkes ‘Brieven aan een jonge dichter’, ‘Poe – A Life Cut Short’, een korte maar uitstekende biografie van Edgar Allan Poe door Peter Ackroyd, een meester in het genre. Deze zomer had ik het genoegen een van mijn literaire helden, Paul Auster, in levenden lijve te zien in het Paleis voor Schone Kunsten, waar zijn film ‘The Inner Life Of Martin Frost’ werd vertoond. Ik zou het nooit geweten hebben als Valérie er me niet over had aangesproken. Paul Auster heeft prachtige ogen en een heel mooie vrouw, Siri Hustvedt, die er gelukkig ook bij was. Na afloop was er een signeersessie, maar ik had geen zin om in die lange rij te staan voor een handdruk, een handtekening (en een glimlach van Siri Hustvedt). Ik ben wel meteen haar boek gaan kopen en heb het ook gelezen. ‘The Sorrows of An American’ is zeer mooi geschreven, maar de plot bracht me soms in de war. Overigens is het hoofdpersonage net als in Kureishi’s laatste roman een psychoanalyst. Net wat ik nodig heb. Vanzelfsprekend heb ik Paul Austers ‘Man in the Dark’ in een ruk uitgelezen, en nu ben ik alweer vergeten waar die roman eigenlijk over ging. Dat geheugen! Maar ik val in herhaling.

De mooiste, rijkste, heerlijkste boeken die ik het voorbije jaar heb gelezen zijn twee klassiekers: ‘Middlemarch’ van George Eliot en ‘Lucien Leuwen’ van Stendhal. Hieruit mag duidelijk blijken dat ik geen recensies lees, maar me wel laat adviseren door vrienden. Oh, ja, een erg boeiend boek is ook ‘Things the Grandchildren Should Know’ van Mark Oliver Everett, beter bekend als zanger/songschrijver van Eels.

Tussen dat lezen door at ik aardappelen, soep, vis, brood, dronk wijn en luisterde naar muziek. Meer daarover in een volgende aflevering.

LEVEN EN DOOD VAN EEN CACTUS

umberto d


Met pijn in het hart heb ik een meer dan twintig jaar oude cactus in kleine stukken gezaagd; een levend wezen dat ik tot levenloosheid heb herleid. De cactus nam geen water meer op, en verschrompelde. Ook zonder mijn ingreep was hij ten dode opgeschreven. Het onderste gedeelte van de plant, die bijna dezelfde lengte had als ik, was zwart geworden en krom getrokken, maar de bovenkant was (en is) nog mooi groen. Misschien kan ik die groene stukken opnieuw aan het groeien krijgen.
Het is vreemd dat een voorwerp, een ding, je emoties zo sterk kan raken. Natuurlijk houdt dat verband met het verdwijnen, met het sterven en de ontbinding. Een cactus opruimen is misschien wel netjes, maar je beseft tegelijk dat alle leven eindig is en moet verdwijnen. De meeste dingen rondom ons blijven echter langer dan wij, de boeken, de beelden, muziek. Het huis waarin ik woon is in geen al te beste staat, maar ik twijfel er niet aan dat het hier nog zal staan als ik al lang vergeten zal zijn. Er zullen ooit, liever laat dan vroeg, nieuwe huurders komen die niets over me weten, over de gelukkige momenten, over het verdriet, over de honderden teksten die ik hier schreef en de zogenaamd onvergetelijke boeken die ik hier las. Het is goed mogelijk dat die nieuwe huurders niet meer zullen lezen, niet meer geïnteresseerd in film zullen zijn, en ook de zachtheid van de huid zullen hebben afgezworen. Want liefde is niet nuttig en brengt weinig op, tenzij in de prostitutie, zullen zij misschien zeggen. Ik mag hier niet te lang over nadenken, of er zit meteen al een alien in mijn kamer, een slijmerig wezen met scherpe tanden en kleine, lelijke ogen.

Enkele dagen geleden zag ik ‘Umberto D.’ van Vittorio De Sica. Dat had ik beter niet gedaan. Het is een onuitstaanbaar droeve film, met slechts enkele lichtpunten in – en de louterende schoonheid van de beelden, gelukkig. Een gepensioneerde ambtenaar komt niet rond met zijn pensioen en kan de huur van zijn kamer niet meer betalen. In heel Rome is er geen mens die hem kan of wil helpen. Hij heeft maar een vriend, zijn hond Flike, een buitengewoon welopgevoed beest. Er is ook nog het hulpje van de hospita: kennelijk heeft zij enige compassie met de oude Umberto D. Maar zij komt vooral af en toe in zijn kamer omdat ze door zijn raam naar de soldaten aan de overkant kan gluren. Twee van die jonge mannen zijn haar minnaars. Van welke van de twee ze zwanger is weet ze niet, maar ze maakt er zich weinig zorgen over. Op het einde van de film wil de hopeloze, gebroken Umberto D. samen met zijn hond onder een trein springen, maar Flike’s levenslust is te groot: hij doet de poging mislukken. Hoe het dan verder zal aflopen met die twee zullen we nooit weten.

Ik weet niet waarom ik die twee voorvallen hier vertel. Het zullen de donkere dagen zijn, de melancholie die me maar niet los wil laten. En melancholie voedt zich met melancholie, zwartgalligheid wil meer zwartgalligheid, geestespijn wil de donkere wijn van het verdriet drinken. Ik vermoed dat zelfs enkele bloemen van het kwaad me nu zouden kunnen bevallen.

Maar dit is slechts een winter. Er komen altijd weer mooie dagen. Spoedig zal het weer lente zijn en voor het zover is zal ik vrienden en geliefden ontmoeten. Ik zal de wijn drinken van het plezier en me laten ontroeren door de mooiste muziek die ik ken, zoals nu al door Neil Youngs in 1968 opgenomen ‘Sugar Mountain’. En ik zal terugdenken aan de mooie momenten van 2008. Ik leg me nog niet neer in de sneeuw en ben evenmin zinnens een paard te omhelzen in de straten van Turijn.

umberto d 2

Afbeeldingen uit Umberto D., een absoluut meesterwerk van Vittorio De Sica