NACHTEN AAN DE KANT 11: JE KUNT NIET MEER NAAR HUIS

GB portret 001

Eind maart 1978. Guy Bleus is teruggekeerd naar Wellen. Zijn kort verblijf hier heeft me nieuwe moed gegeven. Het is goed te voelen en te weten dat je niet alleen bent in dit barre land. Het is niet zo dat wij over alles hetzelfde denken of als dubbelgangers op elkaar lijken, maar er is een duidelijke zielsverwantschap. Dat heb ik maar met enkele mensen. We leven voor een deel in dezelfde innerlijke wereld, we hebben voor een deel dezelfde passies, vooral die met betrekking tot muziek en literatuur, we kunnen elkaar begrijpen. We zijn een beetje dromende kinderen gebleven, we proberen de werkelijkheid te dromen en in die gedroomde werkelijkheid te overleven. Het is echter heel goed mogelijk dat onze levenswijze gedoemd is om te mislukken. Het komt eropaan te volharden, maar dat werkwoord laat al aanvoelen hoe moeilijk die opdracht is.

Gisteren heeft Guy bijna in een opwelling de wand van onze grote woonkamer/keuken beschilderd. Zijn bewegingen leken daarbij op die van een balletdanser. Guy had de elpee Golden Hits of the Shangri-Las opgelegd om hem tijdens zijn werk te begeleiden en te inspireren. (Of gebruik ik niet beter het woord spel voor dat bijna dansend en zo muzikaal schilderen?) Wat een sublieme songs dat toch zijn, die gouden hits van the Shangri-Las, boordevol passie, melancholie en tragiek. Speciaal was ook dat de meisjesgroep uit twee paar tweelingen bestond, Mary en Betty Weiss en Margie en Mary Ann Ganser. Onze lieveling is Mary Weiss: zij heeft de mooiste stem en ziet er als een onschuldige en dus gevaarlijke engel uit [1].
Zelfs al is er geen enkele overeenkomst met het werk van bijvoorbeeld Giotto, noem ik de wandschildering van mijn vriend graag een fresco. De sporen van I Can Never Go Home Anymore, een van de droevigste nummers van the Shangri-Las, zijn er nog duidelijk op te zien. Het lijkt wel of de muziek die woorden zelf op de muur heeft geschreven. Het is duidelijk dat de tekst, de melodie en het ritme van dat lied Guy’s belangrijkste inspiratiebron waren. De woorden die je op het fresco ziet dansen en zingen; je hoort er bastonen en een koor in, en daar bovenop de gekwelde New Yorkse stem van Mary Weiss.
Na een tweetal uren was de hele wand gevuld met niet alleen die herkenbare woorden maar ook met vreemde tekens, die niets anders zijn dan woorden uit Guy’s droomtaal, die mogelijk zijn werkelijke vocabulaire is. Hier staat nu een kunstwerk dat tegelijk de tijd aanduidt en hem overstijgt. De drie minuten en twaalf seconden van het mini-melodrama I Can Never Go Home Anymore; de maanden en jaren eenzaamheid van een moeder en een van huis weggelopen tiener; de ontroostbaarheid van allen die zich in dat verhaal herkennen. Do you ever get that feeling and want to kiss and hug her? Do it now / Tell her you love her. Don’t do to your mom what I did to mine. She grew so lonely / In the end. Angels picked her for a friend.

golden hits of the shangri-las

Een kunstcriticus zou van actionpainting kunnen gewagen. Ik zie evenwel geen verwantschap met Jackson Pollock, behalve in het fysieke aspect van de totstandkoming van het werk (of spel). I Can Never Go Home Anymore wil ik graag een brief noemen. Niet alleen omdat Guy Bleus zulke mooie brieven schrijft, kleine kunstwerken op zich, maar ook omdat er op het fresco een brief is afgebeeld en er – op mijn verzoek – een brief van Arthur Rimbaud aan Paul Demeny in is verwerkt: Car Je est un autre. Si le cuivre – s’éveille clairon, il n’y a rien de sa faute. Cela m’est évident : j’assiste à l’éclosion de ma pensée : je la regarde, je l’écoute : je lance un coup d’archet : la Symphonie fait son remuement dans les profondeurs, ou vient d’un bond sur la scène.

We denken na over samenwerking aan een project dat we voorlopig Schrifturen noemen. Het is allemaal nog niet zo duidelijk hoe we dat precies gaan aanpakken. Mijn probleem is dat ik nogal veel interessante invallen en ideeën heb, maar ervoor terugdeins om ze uit te werken. Om van mijn droom realiteit te maken. Ik vind dat we het woord Shangri-La moeten gebruiken en denk ook aan het Orgone [2] van Wilhelm Reich.

AMVK Shangri-La 001

Gisteravond zijn Guy en ik naar de Kant gegaan. Eerst naar de King Kong in de Keizersstraat, waar we bij de jukebox ruby port hebben zitten drinken. De zoete drank roept bij ons associaties op met songs die nooit zullen gaan roesten: Ruby Don’t Take Your Love To Town in de versie van George Jones; Ruby van Ray Charles; My Little Ruby van Chan Romero; Ruby Baby van Dion DiMucci; en natuurlijk Ruby Tuesday van the Rolling Stones. In de Cereus ben ik erg dronken geworden van de whisky. Hoewel ik helemaal geen muzikant ben heb ik kennelijk nogal wild piano zitten spelen. Dat heb ik in Bilzen in 1968 in het huis van Paul Vrijens ook een keer gedaan. Op de een of andere manier heb ik toen een twintigtal luisteraars wel urenlang kunnen boeien met mijn improvisaties en ‘covers’ van liedjes uit We’re Only In It For The Money van the Mothers of Invention. Gisteravond oogstte ik geen bijval. Eenmaal thuis ben ik om een mij onbekende reden woedend geworden. Guy lag reeds in bed toen hij me hoorde brullen. Hij is meteen opgestaan om te zien wat er aan de hand was. Senga zat te huilen in een van die lelijke zeteltjes van de huisbaas, een altijd lachende politieagent die hier aan de overkant woont. Senga is toch niet dood, vroeg Guy, terwijl hij nochtans goed kon horen dat ze geluid voortbracht. Met wat goede wil kon je er He Cried van the Shangri-Las in horen. Ik zat een heel eind bij Senga vandaan, op de grond bij de kolenkachel, niet langer woedend maar diep bedroefd. Guy is van oordeel dat ik een bruut ben en dat ik dat altijd zal blijven. Mogelijk omdat ik hem in Tongeren tijdens een repetitie voor mijn toneelstuk De droom eens een pianokruk naar het hoofd heb geslingerd omdat hij de rol van het lijk niet met de nodige ernst wilde spelen. Gelukkig heeft de pianokruk zijn hoofd niet geraakt. Ik was boos maar ik wist ook wel dat een echt lijk niet meer kan acteren. Als je een zwaar voorwerp naar iemands hoofd gooit moet je er altijd voor zorgen dat je ernaast mikt.

Begin april 1978. Ik ontving ik weer zo’n mooie brief van Guy Bleus. De naam Shangri-la orgonen bevalt me best, schreef hij, hierover zullen we bij mijn volgend bezoek even spreken, nu ben ik (weer!) ziek, ’n grieperige toestand met duizeligheid, weinig eetlust, moe, enz. Het tikken van deze brief valt me erg zwaar, er hangt een zekere onverschilligheid over me, zelfs i.v.m. het gedramatiseerde leven… waarschijnlijk door m’n onrustige jeugd; het ergst zijn de herinneringen die steeds kwellen; de nachten met m’n vader of grootvader in het café, en ik moest telkens vragen om naar huis te komen, en zij bleven en bleven hangen en met zichzelf… Waarom herhaalt zich alles?

En zo komen we alweer bij Henrik Ibsen’s Spoken uit. Hoe onze persoonlijke geschiedenis, ons verleden, ons elke dag blijft kwellen. Hoe herinneringen aan hoe wij ons gedragen hebben tegenover onze ouders, zoals het meisje in I Can Never Go Home Anymore tegenover haar moeder, ons met schuldgevoelens kunnen blijven opzadelen. Het doet ons beseffen hoe moeilijk het is vrijheid na te streven. Soms lijkt het erop dat we helemaal niet vrij zijn, dat we maar speeltjes zijn van het lot of van toevallige omstandigheden. Ons leven wordt op die manier een droom die wij niet zelf dromen. Of een nachtmerrie.

FRANCESCA WOODMAN 2

[1] Mary Weiss: I did purchase a gun once, a little Derringer. I bought a gun after somebody tried to break into my hotel room. There were these glass panels on the side of the door and all of a sudden I see this arm coming through. Not only was I scared to death, but there were large amounts of money in the room. You’re on the road with no protection. But, I was a little kid. I didn’t know. Back then, you could walk in anywhere and buy a gun. But the FBI came to my mother’s house and said, “Will you please tell your daughter she’ll be arrested if she gets off the plane with her gun?”
Uit: Mary Weiss Remembers… An interview that Mary Weiss gave to Norton Records’ Billy Miller and Miriam Linna in 2007

[2] Orgone was closely associated with sexuality: Wilhelm Reich, following Freud, saw nascent sexuality as the primary energetic force of life. The term itself was chosen to share a root with the word orgasm, which both Reich and Freud took to be a fundamental expression of psychological health. This focus on sexuality, while acceptable in the clinical perspective of Viennese psychoanalytic circles, scandalized the conservative American public even as it appealed to countercultural figures like William S. Burroughs and Jack Kerouac.
Wikipedia

Afbeeldingen: Guy Bleus omstreeks 1981; Golden Hits Of The Shangri-Las; Shangri-La door Anne-Mie Van Kerckhoven; Francesca Woodman, titel onbekend.

IN DE ARMEN VAN DE RIJKE AARDE

kinderjaren 2 001 (5)_edited

Een ervaring is voor jou alleen maar echt als je ze in woorden hebt uitgedrukt. De ervaring moet op een wit blad of op een scherm bewezen worden. Als dat niet lukt ben je ongelukkig. Het lijkt er dan op dat je niet leeft, niet hebt geleefd. Maar als je schrijft leef je niet, dan schrijf je.

Er kunnen weken, zelfs maanden voorbij gaan zonder te schrijven. Wat hebben al die woorden nog voor zin? Elk argument is goed om de woorden uit de weg te gaan. Alleen al denken aan een zin, en dan ook nog eens aan een paragraaf, maakt je moe, geeft je goesting om weer te gaan liggen. Je wordt er moedeloos van. Je wordt moedeloos van het niet-schrijven dat niet-leven is, en je wordt moedeloos van het schrijven dat eveneens niet-leven is.

Je zou willen verdwijnen in het moment, in het daaropvolgende moment, in elk ogenblik van de tijd. Jezelf worden in wat je omringt en omvat. Zonder meer. Zonder woorden, zinnen, paragrafen. Zonder doelstellingen, ambities, zonder hunkering, zonder behoefte aan bijval. Het aaneenrijgen van woorden is altijd een vraag om liefde. Wat zou je graag door het leven gaan zonder naar liefde te verlangen. Is het mogelijk alleen maar liefde te geven? Is het mogelijk zonder liefde te krijgen en zonder liefde te geven te leven?

De bomen staan nu zo in de belangstelling. Je hebt kort na je begin vier jaar lang tussen de bomen geleefd. Je hebt er god gevonden en ook weer verloren. Je kende de namen van de bomen. Je was een gevangene van de bomen. Nog steeds ruik je hun geur, alle schakeringen ervan. De geuren die elk seizoen anders waren ruik je nog. Hoewel de bomen je gevangen hielden riepen ze dromen en verlangens bij je op. De bomen maakten je gelukkig. Ze waren de taal van de aarde, maar dat besefte je toen nog niet. Was er nog een andere, bedachte taal nodig? De bloemen in de lente waren gedichten. Als je terug zou keren naar de bomen, naar de bloemen in het bos, zou je wellicht gelukkig zijn. Weg van de woorden, weg van de vergezochte taal met al haar noodlottige stijlmiddelen. Voor altijd tussen de bomen. In de armen van de rijke aarde.

Afbeelding: Marina B. in de bossen van Rekem, omstreeks 1962

ZERO DE CONDUITE: HERINNEREN EN VERGETEN

IMG_20190621_183813

“Voortdurend laat een blad los uit de rol van de tijd, valt eruit, fladdert weg – en fladdert plotseling weer terug, in de schoot van de mens. Dan zegt de mens ‘ik herinner mij’ en benijdt het dier, dat onmiddellijk vergeet en ieder ogenblik werkelijk ziet sterven, in nevels en duisternis terugzinken en voor altijd uitdoven.” Dat schrijft Nietzsche in zijn essay ‘Over nut en nadeel van de historie voor het leven’. Is het niet waar? Zijn we niet het gelukkigst als we in het moment leven? Als er geen tijd, geen verleden bestaat? Als we ons niets herinneren en evenmin aan de toekomst denken? Heel vaak brengen herinneringen droefheid met zich mee. We herinneren ons fouten, vergissingen, verkeerde keuzes, maar ook extatische momenten die voor altijd voorbij zijn. Toch kunnen, zoals iedereen weet, herinneringen ook zoet zijn. Zonder ons geheugen en onze herinneringen waren we geen mensen. Om te kunnen bestaan en zeker om te kunnen werken, om het nieuwe in de wereld te brengen, hebben we zowel herinneringen – die van onszelf en die van anderen – als vergetelheid nodig.
Ik heb de songs van vandaag nogal willekeurig, zonder veel na te denken, gekozen. Ik heb ongeveer vijf uur muziek beluisterd en wat ik mooi vond en de thema’s verleden/vergeten/gisteren goed verwoordde, zowel muzikaal als tekstueel, heb ik aan mijn lijst toegevoegd.
Ik geef toe dat deze liedjes het allemaal minder filosofisch uitdrukken dan Friedrich Nietzsche, Marcel Proust, Virginia Woolf en andere denkers en schrijvers maar desondanks zit dat melancholische gevoel dat met het voorbijgaan van de tijd en de herinneringen aan mooie dagen en ogenblikken van romance en ware liefde gepaard gaat er zeker wel in. Mogelijk is melancholie, of noem het depressie, het gevolg van een overvloed aan herinneringen? Ik herinner me dit en ik herinner me dat; het wordt op den duur een lawine die je dreigt te bedelven. Het is genoeg geweest. Ik wil dat het ophoudt, gedaan met voelen, gedaan met denken. Terwijl elke herinnering toch ook het begin kan zijn van een grootse roman, van een betoverende film, van een tijdloos kunstwerk.
Gelukkig zou ik die mensen durven noemen die talloos veel mooie herinneringen hebben en die de donkere momenten in hun verleden voldoende kunnen vergeten, niet alleen om vandaag ten volle te kunnen leven, maar ook om plannen voor de toekomst te kunnen maken. Gelukkig zou ik die mensen durven noemen voor wie de toekomst een open boek is. Wat ben ik zelf ook graag in verwachting van iets of iemand…

Veel luisterplezier!

maria mckee

As Time Goes By – Harry Nilsson – As Time Goes By – The Complete Schmilsson in the Night – Herman Hupfeld – 3:26

Lulu – Natalie Merchant – Natalie Merchant – Nathalie Merchant – 4:18

Berlin – Lou Reed – Berlin – Lou Reed – 3:25

Sylvia Said – John Cale – Fear – John Cale – 4:09

Memory Motel – The Rolling Stones – Black And Blue – Keith Richards/Mick Jagger – 7:09

Songs Of Yesterday – Free – Free – Rodgers/Fraser/Kossof – 3:37

A New Day Yesterday – Jethro Tull – Stand Up –  Ian Anderson- 4:12

Yesterday And Today – Yes – Yes – Jon Anderson – 2:52

Good Times – Eric Burdon & The Animals – Winds Of Change – Jenkins/ McCullock/ Burdon/Weider/ Briggs – 3:01

Remember A Day – Pink Floyd – A Saucerful Of Secrets – Richard Wright – 4:33

1 Hour And A Half Ago – The Rain Parade – Emergency Third Rail Power Trip – D. Roback/S. Roback – 4:15

A Summer Long Since Past – Virgina Astley – From Gardens Where We Feel Secure – Virginia Astley  – 4:38

Long Years Ago – Shirley Collins – False True Lovers – Traditional – 2:39

Trying So Hard To Forget – Fleetwood Mac – Mr. Wonderful – Green/Adams – 4:45

Seems So Long Ago, Nancy – Leonard Cohen – Songs From A Room – Leonard Cohen – 3:41

Bob Dylan’s Dream – Bob Dylan – The Freewheelin’ Bob Dylan- Bob Dylan – 5:04

fleetwood mac

Did She Mention My Name – Gordon Lightfoot – Did She Mention My Name – Gordon Lightfoot – 2:33

Summertime Is Past And Gone – Bill Monroe & His Blue Grass Boys – The Essential Bill Monroe – B. Monroe – 2:56

I Forgot To Remember To Forget – Charlie Feathers – Wild Side Of Life: Rare And Unissued Recordings Vol. 1 – Feathers/Kesler – 2:20

Did She Ask About Me – Ivory Joe Hunter – Complete Goldwax Singles Vol. 3 – C. Taylor – 2:36

Long Ago – Bobby Patterson – A Road Leading Home: Songs by Dan Penn – Dan Penn – 2:51

When I Did The Mashed Potato – Larry Bright – The Del-Fi & Donna Story – Unknown  – 2:55

When My Blue Moon Turns To Gold Again – Elvis Presley – The King Of Rock ‘n’ Roll: The Complete 50s Masters  – Gene Sullivan/Wiley Walker – 2:22

Forget Marie – Lee Hazlewood – Cowboy in Sweden – Lee Hazlewood – 1:59

Sometimes She Forgets – Steve Earle – Train A Comin’ – Steve Earle – 3:03

Have You Forgotten – Red House Painters – Songs For A Blue Guitar – Mark Kozelek – 6:31

Souvenirs – John Prine – Diamonds In The Rough – John Prine – 3:38

NatalieMerchant

Journey Through The Past [Previously Unreleased Version] – Neil Young – The Archives Vol. 1: 1963-1972 –Neil Young – 2:24

Expecting To Fly – Buffalo Springfield – The Archives Vol. 1: 1963-1972 – Neil Young – 3:48

Better Days – Graham Nash – Songs For Beginners – Graham Nash – 3:52

The Beauty Of The Days Gone By – Van Morrison – Down The Road – Van Morrison – 5:50

I’ve Forgotten What It Was In You (That Put The Need In Me) – Maria McKee – Maria McKee –Maria McKee  – 3:41

You Can’t Put Your Arms Around A Memory – Ronnie Spector – The Very Best Of Ronnie Spector –  Johnny Thunders – 3:57

Yesterdays Tomorrows – Tindersticks – The Hungry Saw – Stuart Staples, David Boulter – 3:47

Each Today Is Yesterday’s Tomorrow – Moondog – Moondog 2 – Louis Hardin – 1:40

Just A Memory – Elvis Costello & The Attractions – Get Happy!! [Bonus] – Elvis Costello – 2:17

I’ll Remember – The Kinks – Face To Face – Ray Davies  – 2:28

Selective Memory – Eels – Daisies Of The Galaxy – E – 2:45

rain parade

Samenstelling, research, presentatie en techniek: Martin Pulaski
Afbeeldingen: bar in Hamburg, juni 2019; Maria McKee; Fleetwood Mac met Peter Green; Natalie Merchant; Emergency Third Rail Power Trip / The Rain Parade.

TRISTESSE ANDERLECHTOISE

DSC_0224.JPG

“…aangezien elektrische stroom kostbaar is en een in zijn eigen autonomie ingesponnen mens het best zonder dat licht kan stellen, heb ik lange nachten.”
Hermann Broch, Huguenau of de zakelijkheid

Als ik vanuit mijn werkkamer naar buiten kijk zie links van me de bomen van het Astridpark en een stukje van het stadion van Anderlecht. Aan dat stadion heb ik me jarenlang geërgerd omdat het zoveel ruimte van het park in beslag neemt. Maar die ergernis is langzaam weggeëbd. Eerst is er berusting voor in de plaats gekomen, daarna heb ik mij stilzwijgend met de mastodont verzoend. Voor mij mag het hele Astridpark nu voetbalstadion worden. Dan kan ik er ooit misschien nog eens een keer naar U2 gaan kijken, of naar Lady Gaga.
Het stadion is zowat het enige wat in deze buurt nog enige aantrekkingskracht uitoefent. Ik heb nooit van voetbal gehouden – maar ik ben er ook niet tegen. Dat zou absurd zijn. Soms gebeurt het zelfs dat ik opga in een match. Dan voel ik mij een echte Belg, een Rode Duivel, of afhankelijk van waar ik mij bevind nog iets anders, vorig jaar in Parijs bijvoorbeeld was ik nog een Portugees. Als het stadion er niet zou zijn zou deze buurt helemaal doodbloeden.  Nu zijn er nog wat supporterscafés en als er een match is staan er kraampjes met frieten en Anderlecht-parafernalia. Voor de rest is er niets en zeker niets dat me uitnodigt tot een wandeling. Ik zou op zijn minst een uur per dag moeten wandelen, niet alleen voor het heil van mijn lichaam maar zeker ook voor dat van mijn geest. (Het is zelfs dom onderscheid te maken tussen die twee). Waar echter kan ik naartoe? Het Pajottenland is pittoresk, maar om daar te geraken moet ik langs drukke steenwegen lopen en dan nog eens de ziekmakende Ring oversteken. Al die razende monsters daar beneden, meestal met maar één inzittende. Een ding is zeker: mocht ik er ooit een eind aan maken zou het niet daar zijn. Het is er veel te afzichtelijk. Stel je voor dat er leven is na de dood en dat je je alleen maar je allerlaatste indrukken zou herinneren, tot in de eeuwigheid. Geen sprake van. Als ik ooit zelfmoord zou plegen zou het op een van de Bovenwindse Eilanden zijn. Ik vermoed namelijk dat het daar mooi is. Maar vrees niet: ik wil vooral leven. Gisteren hoorde ik nog een mooi liedje, ‘Live Til You Die’ van Emitt Rhodes. Die titel is mijn levensmotto. Ik kan dan wel somber en melancholisch zijn – en dat duurt nu al een zestal maanden – , ik kan ook tevreden zijn met kleine dingen. Ik moet deze kamer niet eens verlaten. Nu zie ik bijvoorbeeld de oranje en bruine dakpannen van het huis aan de overkant van de straat en de grijze duif op datzelfde dak, die daar rustig zit. Te wachten wilde ik schrijven. Maar ik denk niet dat ze wacht, ze zit alleen maar. Kijk, nu is ze weg. Waarom zou ik hier dan niet gewoon maar wat zitten, zonder meer. Ach ja, omdat mijn huisarts me aanraadt om een uur per dag te wandelen. En hij heeft natuurlijk gelijk. Soms zie ik op Instagram foto’s van mensen die wandelingen maken. ‘My daily walk’ staat er dan onder. Je ziet beelden van het mooiste dat de aarde te bieden heeft: bloemen, bomen, schilderachtige paadjes, zachtaardige dieren, een rivier… Wat ben ik dan jaloers. Als ik wil gaan wandelen in een betoverende omgeving moet ik eerst een kwartier naar de metro door fijn stof lopen. Dan op de metro stappen, hopend dat niemand zich opblaast, en vervolgens is het nog bijna een uur tot Hermann-Debroux, waar mijn gezonde wandeling eindelijk kan beginnen. Het is goed mogelijk dat de zon schijnt als ik hier buitenkom en dat het regent als ik in metrostation Hermann-Debroux boven de grond kom. Of dat ik onderweg ergens moet uitstappen omdat die hele Hermann-Debroux in rook is opgegaan. Ik vraag me altijd af naar wie dat station is genoemd. Waarschijnlijk naar een schepen of een voorzitter van iets. Een zakkenvuller, zoals de mensen zeggen. Waarom niet naar Hermann Hesse, of liever nog naar de geniale schrijver Hermann Broch? Wie nooit iets van hem gelezen heeft raad ik ten stelligste de slaapwandelaarstrilogie aan (bestaande uit ‘Pasenow of de romantiek’, ‘Esch of de anarchie’ en ‘Huguenau of de zakelijkheid).

Mijn oplossing is: af en toe een reis maken. Op de plaats van bestemming wandel ik dan ongeveer vijf uur per dag. Zo haal ik mijn schade in en zie ik ook de schoonheid van de grotere wereld. Dan hoef ik mij niet tevreden te stellen met een dakpan of met een boek van een van de vele Hermannen. Zeker is het nooit mijn ambitie geweest duivenmelker te worden. Mijn vader was duivenmelker. Kort voor zijn dood heeft hij al zijn duiven een voor een de strot omgewrongen.

DSC_0242.JPG

Foto’s: Martin Pulaski, Anderlecht, 2008

VERDWIJNEN

2013_06_LONDEN 033.JPG

Ziektes, ziektegeschiedenissen, angst voor aftakeling, voor geheugenverlies (verlies van het verleden, van de herinneringen, van de doden die in mijn herinneringen voortleven): niets nieuws in mijn bestaan. Ik ben er in zekere zin mee geboren, zeker ben ik er volwassen mee geworden; die angsten, of liever, die ene grote angst, de angst voor het geleidelijk aan of plots verdwijnen in het grote niets, is altijd op de achtergrond aanwezig geweest, zoals het geruis, niet van de wind, maar van het verkeer op de ring rond Brussel (waarbij de wind wel een rol speelt). Het is geen hoofdthema in mijn leven, maar zeker wel een ‘schaduwhoofdthema’, iets wat op een dubbelganger lijkt, een William Wilson waar ik voortdurend strijd mee moet leveren. Vaak als ik in de spiegel kijk, en dat doe ik wel af en toe want narcisme is me niet geheel vreemd, zie ik hem terugkijken en dan denk ik, wat lijkt hij op me.

Lynd_Ward_William_Wilson.jpg

Het is een angst die niet alleen mijn eigen verdwijnen betreft, maar ook van degenen die ik liefheb, degenen die ik bewonder, degenen voor wie ik tedere gevoelens koester, voor wie ik empathie voel. Het is een angst voor het verdwijnen van de mooie dingen in de wereld, van wat ik altijd mooi gevonden heb, wat mijn geheugen vastgehouden heeft maar wat desondanks teloorgaat, hele stadswijken, oude straten en pleinen waar platanen al sinds mensenheugenis voor lommer zorgden, frivole huizen aan zee in een voor de rest leeg landschap, als je de natuur, de duinen, het strand leeg zou noemen, wat eigenlijk verkeerd is, oude dorpscinema’s, zoals cinema Eden in Lanaken, of kleine en minder kleine bioscopen in de steden (alleen al een opsomming van de verdwenen Antwerpse cinema’s zou me zeer waarschijnlijk met immense droefheid vervullen), voor het verdwijnen van goed gemaakte, beklijvende films, kunstzinnige films, van boeken die er toe doen, die zelf uitroepen dat ze tot een canon behoren (niet omdat een recensent, antiquair of filoloog het beweert), van dichters die gedichten lezen en niet op de hoeken van de zo al schreeuwerige straten staan te schreeuwen, van de muziek van Bach en Brahms, van muziek zoals die gemaakt werd door Fred Neil, Tim Buckley, Billie Holiday en Howlin’ Wolf, van sneeuwmannen, van schrijfmachines zoals te zien in ‘The Trial’ van Orson Welles, van de General Marine and Shipbuilding Company, van glazen flessen, van het bruin tafelbier van Piedboeuf, van parelmoer, van de Grote Winkler Prins Encyclopedie, van postzegels, van bananenboten, van straatzangers, van bars die de hele nacht open blijven, van Barbarella, ja, kijk, van alle mooie mensen, dieren en voorwerpen die hier ooit geweest zijn en waarvan de meeste al niet meer bestaan, tenzij in musea en in (nog niet vernietigde) films en foto’s, of als woorden in verhalen, boeken, memoires, in melancholische mijmeringen zoals deze hier.

barbarella.jpg

Deze lawineachtige zinnen schreven zichzelf nadat ik – net voor het middagmaal – toevallig een fragment van een dagboeknotitie uit 5 juni 1980 had gelezen; onder meer ten gevolge van deze woorden: “Zo lees ik op mijn huid de taal van het menselijk verval – de ondergang van al het levende.”

LEUGEN, WAARHEID, MELANCHOLIE

MelencoliaDurer.jpg

Er zijn geen leugens onder de zon. Ga ze ook maar niet zoeken in een ander vuur of onder een steen, in de schaduw van een olm, een belfort. Ga ze zeker niet zoeken in de doolhoven van industriezones noch in een kluis in een huis aan een donker meer in een buitenland. Dat is tijdverlies, zelfs als je ervan uitgaat dat de tijd niet bestaat, dat hij alleen maar een concept is, een manier van denken, deel van een wereldbeeld.

Er is alleen maar waarheid en niets dan de waarheid. Of ik je dat nu zweer of niet verandert niets aan de situatie. Wat je om je heen ziet – verlaten en drukke straten, pleinen, vogelnesten, bijenkorven, flatgebouwen, metrostations -, dat is niemandsland. Een land zonder koning, zonder onderdanen, zonder zonde, zonder genade, een land vooral zonder schaamte. Waar zelfs de strengste wetten in het onbekende ontstaan en er weer terugkeren – het nog niet bekende dat even waar is als het bekende, alleen weet niemand in het niemandsland het al. Of daar lijkt het toch op, maar het is ook waar dat er altijd bevoorrechten zijn, dat er altijd een voorhoede is. Aan wat die hoede voorafgaat weet ik ook weer niet en ik ken ook geen mens die het wel zou kunnen weten. Wat ik wel denk te weten is dat allen, zoals dieren, aan die wervelwind van wetten onderworpen zijn, dat niets door hun mazen kan glippen. Ook degenen die niet uit de boot vallen raken in hun netten verstrikt.

Alles wat zich voordoet en niet voordoet is waar. Elke citroenschil, elke schimmel, elke dromedaris, elke droom, elke splitsing, elke wonde is waar. Er is alleen maar waarheid. Er zijn geen leugens onder de zon. Zo is het en zo zal het worden. Zet nu maar een punt achter al dat zoeken en nauwgezet en goedbedoeld onderzoeken. Je nieuwsgierigheid zal wel ergens anders, in een ander niemandsland, wortel schieten.

Vorige nacht werd ik wakker en raakte maar moeilijk weer in slaap. Terwijl mijn vrouw lindethee voor me maakte sloeg ik nog even ‘Het boek der rusteloosheid’* van Pessoa open, een bijna ideaal slaapmiddel. Daar las ik dit:

“Waarom schrijf ik tegenstrijdige en niet met elkaar te verenigen processen van dromen en dromen leren? Waarschijnlijk omdat ik er zozeer de gewoonte van heb gemaakt het verkeerde als het ware te ervaren en wat ik droom even duidelijk waar te nemen als wat ik zie, dat ik het menselijke en volgens mij valse onderscheidingsvermogen tussen waarheid en leugens heb verloren.”

De eerste zin begreep ik niet. Het zal wel aan mijn slaapkop liggen, dacht ik, maar nu ben ik wakker en ik begrijp hem nog niet. Het is me echter om de tweede zin te doen. Nu heb ik die, geruime tijd geleden, al meermaals gelezen en is de gedachte mij misschien bijgebleven. Maar alleszins heb ik er bij het neerschrijven van het bovenstaande niet aan gedacht. De trigger voor de tekst was Martin Scorsese’s film ‘The Wolf Of Wall Street’: die gaat in zekere zin ook over de waarheid. Alles wat je in zijn film ziet is waar, hoe overdreven het soms ook lijkt.

Kirsten-Dunst-in-Melancholia.jpg

Mijn blog bestaat nu bijna acht jaar. Waarom heb ik hem ‘hoochiekoochie’ genoemd? Had ik een slaapkop, was ik beneveld of was het een kater? Niet dat ik het een slechte naam vind, maar ik besef nu heel goed dat hij de lading niet dekt. Melencolia, de gravure uit 1514 van Dürer indachtig, zou veel beter geweest zijn. Maar wellicht bestaan er duizenden blogs die ‘melencolia’ heten. Zelfs hoochiecoochie bestond in 2006 al, vandaar de afschuwelijke maar gelukkig ook kafkaiaanse K. Overigens zou ‘melencolia’ nooit kunnen aanzetten tot dansen terwijl hoochiekoochie, in weerwil van de occasionele zwartgalligheid, bijna niets anders beoogt te doen.

Totentanz_blockbook3.jpg

*Zoals ongeveer alles van Fernando Pessoa een boek dat niet af is, wat een modern kunstwerk betaamt. Een boek, een kunstwerk, dat pretendeert af te zijn, voltooid, is volgens Adorno een leugen. Ook dat is waarheid.

Beelden: Melencolia, Albrecht Dürer, 1514; Kirsten Dunst in ‘Melancholia’, Lars Von Trier, 2011; Totentanz, Blockbuch, Heidelberg, 1455-1458.

Ω
Een fragment uit mijn dagboek: “Strijd tegen de leugens zeg ik, maar wat is dan de waarheid? Hoe vind ik de waarheid? Berusten in de inertie, is dat de waarheid aanvaarden? Toegeven dat alles voor niets is geweest… Dat mijn leven (en tegelijk zoveel andere levens) overbodig is… Ik neem aan dat dàt niet de waarheid is.” (5 mei 1980).

Dat was toen, dit is nu. Want ja, ook dat is waarheid.

 

MELANCHOLIE VAN HET GEMIS

IMG_6294.JPG

Eind mei hadden we, al liftend, onze bestemming bereikt: een vredig dorp in een wondermooi en geurig landschap in de omgeving van Arles. Een dag later, zonnig en zacht, onze zintuigen als herboren, fietsten we langs een kanaaltje en lachten zomaar wat voor ons uit, om niets, om alles. Zelfs de krekels vervulden me met een diep gevoel van geluk en voldaanheid.

Ik herinner me nu ook weer de vriendelijke, joviale buschauffeur die grapjes maakte die we niet begrepen evenals de manier waarop hij jouw sensuele aantrekkelijkheid in zich opnam. Hij reed met ons naar je school in een ander dorp, een vijftal kilometer verderop. Je zou er een gesprek hebben met je nieuwe directeur, een sympathisant van een rechts-nationalistische partij. De man bekeek me minachtend en eiste je meteen helemaal op. Hij gaf ons zelfs niet de gelegenheid om afscheid te nemen. Ik keek nog om, maar je liep al van me weg, je rug donker in het felle zonlicht. Ik droeg een boekentas vol zware stenen, en mijn schoenen waren van lood. Zo verliet ik het schoolgebouw: ik wist dat ik nooit iemand zou ontmoeten met wie ik dit verdriet zou kunnen delen.

Toen ik de fietsen, roestig en vuil, naar het fietsenkerkhof bracht lag het landschap van de Provence er laf en kleurloos bij. Mijn zintuigen hadden geen zin meer.

Ω

Foto: © Martin Pulaski