NACHTEN AAN DE KANT 11: JE KUNT NIET MEER NAAR HUIS

GB portret 001

Eind maart 1978. Guy Bleus is teruggekeerd naar Wellen. Zijn kort verblijf hier heeft me nieuwe moed gegeven. Het is goed te voelen en te weten dat je niet alleen bent in dit barre land. Het is niet zo dat wij over alles hetzelfde denken of als dubbelgangers op elkaar lijken, maar er is een duidelijke zielsverwantschap. Dat heb ik maar met enkele mensen. We leven voor een deel in dezelfde innerlijke wereld, we hebben voor een deel dezelfde passies, vooral die met betrekking tot muziek en literatuur, we kunnen elkaar begrijpen. We zijn een beetje dromende kinderen gebleven, we proberen de werkelijkheid te dromen en in die gedroomde werkelijkheid te overleven. Het is echter heel goed mogelijk dat onze levenswijze gedoemd is om te mislukken. Het komt eropaan te volharden, maar dat werkwoord laat al aanvoelen hoe moeilijk die opdracht is.

Gisteren heeft Guy bijna in een opwelling de wand van onze grote woonkamer/keuken beschilderd. Zijn bewegingen leken daarbij op die van een balletdanser. Guy had de elpee Golden Hits of the Shangri-Las opgelegd om hem tijdens zijn werk te begeleiden en te inspireren. (Of gebruik ik niet beter het woord spel voor dat bijna dansend en zo muzikaal schilderen?) Wat een sublieme songs dat toch zijn, die gouden hits van the Shangri-Las, boordevol passie, melancholie en tragiek. Speciaal was ook dat de meisjesgroep uit twee paar tweelingen bestond, Mary en Betty Weiss en Margie en Mary Ann Ganser. Onze lieveling is Mary Weiss: zij heeft de mooiste stem en ziet er als een onschuldige en dus gevaarlijke engel uit [1].
Zelfs al is er geen enkele overeenkomst met het werk van bijvoorbeeld Giotto, noem ik de wandschildering van mijn vriend graag een fresco. De sporen van I Can Never Go Home Anymore, een van de droevigste nummers van the Shangri-Las, zijn er nog duidelijk op te zien. Het lijkt wel of de muziek die woorden zelf op de muur heeft geschreven. Het is duidelijk dat de tekst, de melodie en het ritme van dat lied Guy’s belangrijkste inspiratiebron waren. De woorden die je op het fresco ziet dansen en zingen; je hoort er bastonen en een koor in, en daar bovenop de gekwelde New Yorkse stem van Mary Weiss.
Na een tweetal uren was de hele wand gevuld met niet alleen die herkenbare woorden maar ook met vreemde tekens, die niets anders zijn dan woorden uit Guy’s droomtaal, die mogelijk zijn werkelijke vocabulaire is. Hier staat nu een kunstwerk dat tegelijk de tijd aanduidt en hem overstijgt. De drie minuten en twaalf seconden van het mini-melodrama I Can Never Go Home Anymore; de maanden en jaren eenzaamheid van een moeder en een van huis weggelopen tiener; de ontroostbaarheid van allen die zich in dat verhaal herkennen. Do you ever get that feeling and want to kiss and hug her? Do it now / Tell her you love her. Don’t do to your mom what I did to mine. She grew so lonely / In the end. Angels picked her for a friend.

golden hits of the shangri-las

Een kunstcriticus zou van actionpainting kunnen gewagen. Ik zie evenwel geen verwantschap met Jackson Pollock, behalve in het fysieke aspect van de totstandkoming van het werk (of spel). I Can Never Go Home Anymore wil ik graag een brief noemen. Niet alleen omdat Guy Bleus zulke mooie brieven schrijft, kleine kunstwerken op zich, maar ook omdat er op het fresco een brief is afgebeeld en er – op mijn verzoek – een brief van Arthur Rimbaud aan Paul Demeny in is verwerkt: Car Je est un autre. Si le cuivre – s’éveille clairon, il n’y a rien de sa faute. Cela m’est évident : j’assiste à l’éclosion de ma pensée : je la regarde, je l’écoute : je lance un coup d’archet : la Symphonie fait son remuement dans les profondeurs, ou vient d’un bond sur la scène.

We denken na over samenwerking aan een project dat we voorlopig Schrifturen noemen. Het is allemaal nog niet zo duidelijk hoe we dat precies gaan aanpakken. Mijn probleem is dat ik nogal veel interessante invallen en ideeën heb, maar ervoor terugdeins om ze uit te werken. Om van mijn droom realiteit te maken. Ik vind dat we het woord Shangri-La moeten gebruiken en denk ook aan het Orgone [2] van Wilhelm Reich.

AMVK Shangri-La 001

Gisteravond zijn Guy en ik naar de Kant gegaan. Eerst naar de King Kong in de Keizersstraat, waar we bij de jukebox ruby port hebben zitten drinken. De zoete drank roept bij ons associaties op met songs die nooit zullen gaan roesten: Ruby Don’t Take Your Love To Town in de versie van George Jones; Ruby van Ray Charles; My Little Ruby van Chan Romero; Ruby Baby van Dion DiMucci; en natuurlijk Ruby Tuesday van the Rolling Stones. In de Cereus ben ik erg dronken geworden van de whisky. Hoewel ik helemaal geen muzikant ben heb ik kennelijk nogal wild piano zitten spelen. Dat heb ik in Bilzen in 1968 in het huis van Paul Vrijens ook een keer gedaan. Op de een of andere manier heb ik toen een twintigtal luisteraars wel urenlang kunnen boeien met mijn improvisaties en ‘covers’ van liedjes uit We’re Only In It For The Money van the Mothers of Invention. Gisteravond oogstte ik geen bijval. Eenmaal thuis ben ik om een mij onbekende reden woedend geworden. Guy lag reeds in bed toen hij me hoorde brullen. Hij is meteen opgestaan om te zien wat er aan de hand was. Senga zat te huilen in een van die lelijke zeteltjes van de huisbaas, een altijd lachende politieagent die hier aan de overkant woont. Senga is toch niet dood, vroeg Guy, terwijl hij nochtans goed kon horen dat ze geluid voortbracht. Met wat goede wil kon je er He Cried van the Shangri-Las in horen. Ik zat een heel eind bij Senga vandaan, op de grond bij de kolenkachel, niet langer woedend maar diep bedroefd. Guy is van oordeel dat ik een bruut ben en dat ik dat altijd zal blijven. Mogelijk omdat ik hem in Tongeren tijdens een repetitie voor mijn toneelstuk De droom eens een pianokruk naar het hoofd heb geslingerd omdat hij de rol van het lijk niet met de nodige ernst wilde spelen. Gelukkig heeft de pianokruk zijn hoofd niet geraakt. Ik was boos maar ik wist ook wel dat een echt lijk niet meer kan acteren. Als je een zwaar voorwerp naar iemands hoofd gooit moet je er altijd voor zorgen dat je ernaast mikt.

Begin april 1978. Ik ontving ik weer zo’n mooie brief van Guy Bleus. De naam Shangri-la orgonen bevalt me best, schreef hij, hierover zullen we bij mijn volgend bezoek even spreken, nu ben ik (weer!) ziek, ’n grieperige toestand met duizeligheid, weinig eetlust, moe, enz. Het tikken van deze brief valt me erg zwaar, er hangt een zekere onverschilligheid over me, zelfs i.v.m. het gedramatiseerde leven… waarschijnlijk door m’n onrustige jeugd; het ergst zijn de herinneringen die steeds kwellen; de nachten met m’n vader of grootvader in het café, en ik moest telkens vragen om naar huis te komen, en zij bleven en bleven hangen en met zichzelf… Waarom herhaalt zich alles?

En zo komen we alweer bij Henrik Ibsen’s Spoken uit. Hoe onze persoonlijke geschiedenis, ons verleden, ons elke dag blijft kwellen. Hoe herinneringen aan hoe wij ons gedragen hebben tegenover onze ouders, zoals het meisje in I Can Never Go Home Anymore tegenover haar moeder, ons met schuldgevoelens kunnen blijven opzadelen. Het doet ons beseffen hoe moeilijk het is vrijheid na te streven. Soms lijkt het erop dat we helemaal niet vrij zijn, dat we maar speeltjes zijn van het lot of van toevallige omstandigheden. Ons leven wordt op die manier een droom die wij niet zelf dromen. Of een nachtmerrie.

FRANCESCA WOODMAN 2

[1] Mary Weiss: I did purchase a gun once, a little Derringer. I bought a gun after somebody tried to break into my hotel room. There were these glass panels on the side of the door and all of a sudden I see this arm coming through. Not only was I scared to death, but there were large amounts of money in the room. You’re on the road with no protection. But, I was a little kid. I didn’t know. Back then, you could walk in anywhere and buy a gun. But the FBI came to my mother’s house and said, “Will you please tell your daughter she’ll be arrested if she gets off the plane with her gun?”
Uit: Mary Weiss Remembers… An interview that Mary Weiss gave to Norton Records’ Billy Miller and Miriam Linna in 2007

[2] Orgone was closely associated with sexuality: Wilhelm Reich, following Freud, saw nascent sexuality as the primary energetic force of life. The term itself was chosen to share a root with the word orgasm, which both Reich and Freud took to be a fundamental expression of psychological health. This focus on sexuality, while acceptable in the clinical perspective of Viennese psychoanalytic circles, scandalized the conservative American public even as it appealed to countercultural figures like William S. Burroughs and Jack Kerouac.
Wikipedia

Afbeeldingen: Guy Bleus omstreeks 1981; Golden Hits Of The Shangri-Las; Shangri-La door Anne-Mie Van Kerckhoven; Francesca Woodman, titel onbekend.

EEN OUD EINDE EN EEN NIEUW BEGIN

art brussels,shangri-las,graham greene,mary weiss,catherine walston,boeken,lente,2000,wijn,film

Donderdagavond, op ‘ontdekkingsreis’ in het circus genaamd Art Brussels, waar ik heel wat fake extravagante – oranje shirt, groene broek, purperen sokken – en talloze gestropdaste heren, die ongetwijfeld net hun Lamborghini’s hadden geparkeerd, zag rondwaren (de dames laat ik even buiten beschouwing, al zagen zij er voor het merendeel even lachwekkend uit), dacht ik bij het drinken van een glas wijn opeens terug aan een andere avond in april, zeven jaar geleden. We hadden op dat ogenblik de schrik voor de milleniumbug al behoorlijk verwerkt, een lachertje in vergelijking met de hindernissen die we nu op ons pad vinden.

Het was al avond toen we buitenkwamen en tot onze verrassing was de lente begonnen. We namen de metro tot aan de Naamse Poort, dronken een glas bier op een terrasje, maakten een wandeling en gingen daarna naar The End Of The Affair met Julianne Moore, Ralph Fiennes en Stephen Rea. Ik heb destijds erg genoten van Graham Greene’s The End Of The Affair, evenals van zijn andere romans; ik geloof dat ik ze allemaal heb gelezen, en het zijn er veel. De film had zijn eigen kwaliteiten, maar iedereen weet dat de film nooit beter is dan het boek. Voor de roman The End Of The Affair baseerde Greene zich op zijn verhouding met Catherine Walston, die een “Marie-Antoinette in blue jeans” werd genoemd. Over het stel werd geschreven dat ze overspel pleegden “behind every high altar in Italy”. Ik weet niet goed hoe Graham Greene dat aan zijn biechtvader opbiechtte. Overigens heb ik nooit goed begrepen waarom de schrijver zich tot het katholicisme heeft bekeerd. Normaal gezien doet een intelligent man zoiets niet. Het moet zo’n typische Britse excentriciteit geweest zijn. Ik kan het alleen op die manier begrijpen. Ik houd wel van excentrieke mensen, maar niet van fake extravagante schatrijke ‘kunstminnaars’ zoals hierboven beschreven.

De hoofdthema’s van het boek en de film zijn jaloezie en haat. De schrijver Maurice Bendrix is jaloers op Sarah. Hij verdenkt haar van ontrouw aan haar echtgenoot Harry en ‘dus’ ook aan Bendrix zelf. Uit haar dagboek blijkt echter dat ze altijd van Bendrix is blijven houden. Zijn enige rivaal is God, die hij dan ook hartsgrondig haat. Na haar dood zorgt hij ervoor dat Sarah wordt gecremeerd. Op die manier zal God het wel heel moeilijk hebben met haar verrijzenis. Waarom ik dit nu noteer weet ik niet goed. Misschien heb ik er vorige nacht over gedroomd, of verdenk ik mijn vrouw – een minnares heb ik helaas niet, of moet ik ‘gelukkig’ zeggen? –onbewust van overspel? Het zijn herinneringen die zich opdringen, zoals die aan mijn uren met Else, waar ik zeker nog meer over ga schrijven.

Deze morgen las ik een interview met Mary Weiss, leadzangeres van de beste girl-group ooit, the Shangri-Las. Naar hen heb ik destijds mijn radioprogramma genoemd en als eindtune gebruikte ik altijd hun song ‘Past, Present and Future’. Na veertig jaar stilte heeft Mary Weiss nu een nieuwe cd uitgebracht, op een klein label, waardoor het schijfje hier waarschijnlijk nooit in de rekken zal belanden. De wereld zit vreemd in elkaar. George ‘Shadow’ Morton, de door velen zeer bewonderde producer van the Shangri-Las en later van the New York Dolls, was eerst een ijsjesverkoper. Een beetje zoals Colonel Tom Parker, die voor hij manager van Elvis werd kippen deed ‘dansen’ op elektrisch verwarmde platen. Gaia bestond toen nog niet. Hoe het ook zij, ik ben blij dat Mary Weiss haar muze opnieuw ontmoet heeft.

art brussels,shangri-las,graham greene,mary weiss,catherine walston,boeken,lente,2000,wijn,film