IN VOLKSPARK FRIEDRICHSHAIN IN BERLIJN [1]

dav

In september logeerde ik [1] in Berlijn in een hotel met uitzicht op het Volkspark Friedrichshain, het oudste gemeenschappelijke parkgebied van Berlijn. Mooi is het park niet. Het is geen Jardin du Luxembourg of Hyde Park; het is tenslotte een volkspark. Maar er is veel te zien, vooral veel geschiedenis (die je niet meteen opvalt). Het mooiste stuk van het park heet Märchenbrunnen, een bronnen- en tuinencomplex dat in het teken staat van de gebroeders Grimm, met een dozijn of zo personages uit de wonderlijke sprookjes van Grimm, vooral meisjes. Die beelden geven je meteen zin om de sprookjes te herlezen. Het verfrissende geluid van de fontein brengt je vanzelf al in een sprookjesachtige sfeer (maar niet in de grimmige en gruwelijke sfeer van heel wat van die sprookjes). Je wilt de sprookjes herlezen om hun betoverde wereld die de tijd heeft vervaagd weer nieuw leven in te blazen. Wie was toch ook weer Repelsteeltje, was Tafeltje dek je een sprookje van Grimm, hoe heetten de zeven dwergen? Je zou het terwijl je daar wat op adem zit te komen van de voorbije, overweldigende dagen in Berlijn op je smartphone kunnen opzoeken, maar dat doe je niet, dan is de magie weg. Je wacht liever tot je weer thuis bent.
Terwijl ik me die sprookjes trachtte te herinneren zat mijn eigen Roodkapje de hele tijd te lezen in een roman van Philip Roth. Ik heb een beetje honger, zei ik. Zullen we op de hoek van de Greifswalder Strasse weer broodjes met geitenkaas kopen met Bionade erbij om ze door te spoelen, stelde ze voor. Heel goed Roodkapje, zei ik. En dan kunnen we ze hier in het park komen opeten. Waarom heb je zo’n grote ogen, vroeg Roodkapje. Grote ogen, dat zal van de gedachte aan die broodjes zijn, zei ik. Kom, laten we gaan.

sdr

sdr

[1] Hoewel deze kroniek meestal in de ik-vorm wordt verteld ben ik zelden alleen. Soms eenzaam, maar zelden alleen.

Foto’s, Martin Pulaski, september 2018