EEN FIJNE KOFFIETAFEL (EN DAN DOORGAAN): VIJF JAAR

vijfjaarplan

Wat nu volgt komt enigszins ongelegen na het bericht over Mark Linkous’ overlijden. Bovendien is het koud buiten en gebeuren er overal om ons heen vreselijke dingen. Geen tijd om bij je eigen verwezenlijkingen stil te staan. Mag ik daarom vragen het volgende als een typisch Vlaamse ‘koffietafel’ te beschouwen? Dan wordt er ook gelachen, gedronken, worden herinneringen opgerakeld.

Mij was het ontgaan maar Peerke, een vriend die ik nooit heb gezien, zoals in het lied van Neil Young, is zo vriendelijk geweest me er op te wijzen en mij te feliciteren: Hoochiekoochie bestaat vandaag heel precies vijf jaar. Ik kon het moeilijk geloven, maar mijn eerste notitie hier heeft inderdaad als datum 8 maart 2005.

Een vijfjarenplan, zoals destijds in de Sovjet-Unie, is nooit mijn bedoeling geweest. Eigenlijk had ik helemaal geen plan. Ik beschouwde mezelf als dichter, schreef af en toe een stukje voor een of ander literair tijdschrift, ging wel eens voorlezen, of organiseerde met vrienden een literaire manifestatie, soms met succes, soms voor één paardenkop. We gaven tijdschriften uit. Het laatste, Brutaal, is een stille dood gestorven – wat met de meeste literaire tijdschriften gebeurt. Vaak zijn ze zo literair dat geen hond ze leest, zelfs de redacteuren op den duur niet meer. Veel mensen schrijven zo slecht, en vooral zo literair. En vaak hebben ze nog nooit van rock & roll gehoord. Bijvoorbeeld van The Slits, die zongen dat ‘silence is a rhythm too’. En daar dansten we dan op. En op zondag noteerden we in ons dagboek dat we gedanst hadden op ‘Silence Is A Rhythm Too’.

Op een dag, winter 2005,  hoorde ik van mijn vriendin Sofie dat ze een weblog had. Ik wist niet wat het was, een blog noemde ze het. Sofie echter was zo enthousiast en aanstekelijk dat ik al snel begonnen ben – zonder echt na te gaan wat er zoal op de markt was – met Hoochiekoochie. Ik had er geen idee van waarover ik zou schrijven, behalve, natuurlijk, over al datgene wat me nauw aan het hart lag en ligt. Ik kan me zelfs niet meer herinneren hoe ik aan de naam ben gekomen. Hoochiekoochie met een K? Ik ben een groot bewonderaar van Muddy Waters, maar zijn ‘Hoochie Coochie Man’ is wel duidelijk met een C. Misschien was ik bang voor copyrightproblemen? Alleszins heb ik nooit van de letter K gehouden. Maar ik moet er nu mee leven, al vijf jaar. Volgens David Bowie houdt het dan wel op, we hebben maar vijf jaar zong hij in de song die ‘Ziggy Stardust’ opende. De geruststelling is dat David Bowie er nog altijd is; het negatieve aspect van de hele zaak is dat hij al lange tijd vooral banale platen maakt. Na vijf jaar zou je het voor bekeken moeten houden? Zoals Nick Drake. ‘Five Leaves Left’ heette zijn eerste elpee – en vijf jaar later vond hij dat het genoeg was geweest. Hij had het precies uitgerekend. Kun je na vijf jaar zieluitstorten nog meer geven. Wellicht niet. Maar Hoochiekoochie is iets anders. Mijn ziel is (meestal) elders. Ik schrijf maar wat, over levenden en doden, nooit over de essentie van leven en dood. In zo’n geval huil ik als een roofdier, als een gekwetste mens. Zulk gehuil vindt geen weg naar woorden, zeker niet naar Hoochiekoochie. Ik schrijf maar wat, maar ik probeer het gehuil zo getrouw mogelijk te benaderen.

Tijdens die vijf jaar is er veel gebeurd in de grote wereld en in de microcosmos waarin ik zelf probeer te overleven. Er gebeurt altijd veel, de tijd staat niet stil en elke periode heeft haar hoogte- en dieptepunten. Ik ga hier niet dieper op in, omdat ik in mijn teksten ook unzeitgemässig ben. Ik lig vaak wakker van politieke beslissingen, van rampen, van ellende, van reizen die ik heb gemaakt, van tentoonstellingen, films, muziek. Maar ik schrijf er zelden over. Laat me vooral duidelijk maken dat ik niet onverschillig ben. En laat me dan ook maar meteen een moment selecteren dat mij diep heeft geraakt: de verkiezing van Barack Obama als president van de VS. Of nog, in de spirit van Hoochiekoochie: ik ben bijzonder verheugd dat Bob Dylan, David Bowie, Lou Reed, David Johanson, Loretta Lynn, Dolly Parton, George Jones, Jerry Lee Lewis, Little Richard, John Cale en Wanda Jackson nog alive and kicking zijn. En al de andere spiders from mars en alle mogelijke andere patiënten, planeten en sterren.

“I could make it as a rock & roll star.” Maar nooit als een Vlaemsche schrijver. Vlaemsche schrijvers zijn kannibalen. Ze schrijven zo weinig mogelijk, om zo veel mogelijk elkaars vlees te kunnen verorberen. Is het ooit anders geweest? Als je geen vijanden hebt, besta je niet. Je bestaat hoe dan ook niet. Je bent onzichtbaar. Je bent doorzichtig. Is dat niet altijd je wens geweest?

nickdrakefiveleavesleft

 

WE ARE FLOATING IN SPACE

king vidor the crowd

De zestigduizendste bezoeker kwam vorige nacht langs, terwijl ik de dvd van Before Sunset zat te bekijken, met een blikje bier bij de hand. Het spreekt vanzelf dat dat aantal mij blij maakt, als is kwantiteit zeker niet belangrijker dan kwaliteit. Integendeel. Hoezeer we ook doen alsof het allemaal niet zoveel uitmaakt denk ik toch dat wij bloggers er allemaal naar verlangen om in de smaak te vallen, om gelezen te worden. Om geliefd te worden zelfs. Wij willen iets meedelen aan een publiek. Sommigen van ons zijn kunstenaars, anderen publicisten, kroniekschrijvers, amateurpsychologen, politici, onnozelaars, freaks, nerds, godsdienstwaanzinnigen, mystici, atheïsten, uitvinders, wetenschappers, geneeskundigen, noem maar op, we hebben alle kleuren van de regenboog. Het maakt niet echt uit. We schrijven om gelezen te worden. We gaan op zoek naar verwante zielen, of verwante zielen komen bij ons terecht. We leren elkaar beter kennen. We lezen elkaars teksten. We bekijken elkaars foto’s. We laten elkaar onze favoriete stukjes muziek horen, onze favoriete stukjes film zien. Elke dag komt er een vondst, een speeltje bij; en het netwerk groeit. We ontmoeten andere cyberspacevrienden.

De elektronische civitas groeit zienderogen. Via de blogs, via myspace, via flickr, via lastfm, via netwerken die ik (nog) niet ken. Er zijn miljoenen blogs. Niet voor iedereen allemaal even interessant, maar toch. Hier knelt echter het schoentje. Want hoe krijg je alle blogs die je echt interesseren ook gelezen? En hoe speel je het klaar om op de blogs van al je cyberspacevrienden regelmatig zinvol commentaar achter te laten? Niet zomaar, “dag Jef, nog een mooie zondag”, maar iets waaruit blijkt dat je werkelijk geïnteresseerd bent in die persoon, of op zijn minst toch in zijn uitingen? Na enige maanden in cyberspace wordt dat onbegonnen werk. Je slaagt er niet meer in je honderd flickrvrienden een bezoek te brengen, je geraakt evenmin nog bij je twintig favoriete bloggers, je vijftig myspacekennissen wachten vruchteloos op een levensteken van je. Het onvermijdelijke gebeurt. Je raakt in de knoei. Je hebt te weinig vrije tijd. Je creativiteit begint te lijden onder de vele tijd die je doorbrengt voor de computer. Je boeken blijven ongelezen op je nachtkastje liggen. Je slaagt er niet meer in om nog iets zinvols te schrijven. De bezieling verdwijnt, het vonkje dooft uit. Je maakt geen foto’s meer. Je wordt passief. Om toch nog iets te doen maak je wat compilaties van favoriete songs. Daarvoor moet je maar wat slepen van de ene lijst naar de andere. En even branden. Maar waarom zou je nog branden? Je beluistert de mix gewoon op je computer terwijl je zit te wachten op je bezoekers. Ja ja, je zit in de knoei. Je voelt je schuldig omdat je nergens meer op de koffie gaat. Wat kun je eraan doen? De stekker uit het stopcontact trekken en de straat op gaan, op zoek naar avontuur en echte vrienden van vlees en bloed? Of alles op zijn beloop laten en zien wat er van komt? Wat Prozac helpt je wel weer van je schuldgevoelens af. Neen, geen Prozac, dat is zo jaren ’90. Ik weet niet hoe het anti-depressivum du jour heet, vul het zelf maar in, je hebt misschien wel geneeskunde gestudeerd. Of misschien lees je de medische blogs…

De cyberwereld is een gesloten circuit van netwerken dat uitdijt, zoals het heelal; een microkosmos die de macrokosmos imiteert. De afstand tussen de elementaire deeltjes wordt groter, we komen niet dichter tot elkaar, we verwijderen ons van elkaar. En toch zoeken we bij elkaar een bevestiging van ons bestaan en troost voor het kwaad dat ons is aangedaan (want elke mens is ooit kwaad aangedaan). Wie verklaart deze paradox? Ik niet. Ik heb geen antwoord. Ik heb twijfels. Ik verwaarloos jullie. Ik vlucht weg. Zie mij hier maar zitten bij mijn dromen van vrouwen.

Foto: King Vidor, The Crowd