ZO SCHITTERT DE WERELD

schrijven,denken,dichten,gedicht,holderlin,heidegger,lucebert,machine,droom

Hoe krijg je de machine weer op gang, even van de veronderstelling uitgaande dat het menselijk lichaam een machine is? Vorige zondag had ik het in een gesprek met vrienden over de begrippen ‘geest’, ‘psyche’, ‘ziel’, ‘verstand’, ‘gezond verstand’, en een aantal equivalenten in andere talen, zoals ‘Geist’, ‘Seele’, ‘Vernünft’, ‘esprit’, ‘common sense’, ‘soul’, ‘mind’,  ‘âme’, et cetera. We hebben er wel een warboel van gemaakt, Pinksteren is duidelijk geen overbodig feest.

Maar die warboel is niet noodzakelijk een negatief gegeven: hij stelt ons met name in staat om met de woorden en met de taal te spelen, en om steeds weer nieuwe dingen te ontdekken. Ik denk dan vaak aan de uitspraak: “wat blijft stichten de dichters”. De dichters leven moeilijke levens; eigenlijk leven en sterven ze voor niets anders dan voor het gedicht. Al de rest is bijzaak, ook als ze niet bezig zijn gedichten te schrijven is hun geest – wakker of slapend – met woorden bezig, met klanken, met vormen, met het oude en zeker ook met het nieuwe, datgene wat er nog niet is. Je zou kunnen zeggen dat de dichter subversief is en de taal ondermijnt, maar net zo goed is hij de behoeder en de ‘verzorger’ van de taal. De echte subversieve pervert is de reclamemaker, die de taal probeert te vernietigen door de woorden in dienst te stellen van de verkoop van nutteloze goederen, of van politiek en macht. Dat doet de dichter niet. Hij geeft de woorden aan de woorden terug, en laat zin geven aan zijn zinnen. Hij geeft zijn woorden ademruimte door ze aan te bieden aan lezers en toehoorders. De dichter is een vrije geest en hij is een dienaar.

Nee, de mens is geen machine. Hij is een luchtwezen, dat niet alleen leeft van brood en liefde, maar ook van licht, zuurstof en beelden van woorden. En, zoals Lucebert al wist, van uitstapjes langs de afgrond. De dichter wacht op zijn muze, maar verlangt naar een beeld van een vrouw en blijft zo in beweging, zoals alles altijd in beweging is. De mens kijkt niet alleen maar naar de maan en de sterren. Hij schittert soms, en niet alleen in zijn stoutste dromen. Dromen van proza en dromen van gedichten. Zo schittert de wereld.