ONENIGHEID / TEMPEST

ONENIGHEID.jpg

Bob Dylan is de grootmeester van de onenigheid. Lees zijn teksten, beluister zijn songs, hoor zijn unieke stem. Niet is het eens met niets, niemand met niemand. Al van in het begin, en van voor het begin. I wish that for just one time you could stand inside my shoes and I could be you. You’d know what a drag it is to see you.

Die week hoorde ik niets anders dan Bob Dylan. Niet zo ongewoon voor mij, maar ik wilde te weten komen welke Bob Dylan mij het meest raakte, het meest ontroerde. Ik kon het maar niet eens worden met mezelf, met de stemmen in mij, met de stemmen in jou, met de vele stemmen – en maskers – van de zanger. Op een donderdag koos ik voor ‘John Wesley Harding’, jij koos voor ‘Blonde On Blonde’, Dylan gaf kennelijk de voorkeur aan zijn nieuw werk, ‘Tempest’.

In het station omhelsden we elkaar, zoals Renaldo en Clara, of waren het Bob en Sara – of waren het onze doodgewone, ongemaskerde zelven, zonder show, zonder make up? Het leek of er jaren tussen ons waren verzonken in vergetelheid; jaren, die ondanks hun onzichtbaarheid prikkels als van cactussen, sporen als van vossen of wolven hadden achtergelaten. Zoals zo vaak als we elkaar terugzagen hadden we weinig te verbergen: we waren open en oprecht voor elkaar. Wat verhuld bleef wisten we niet of wilden we niet weten.

Ik had er veel zin in. Je ogen, de wind die door de gemene straten joeg, de late zomerzon, het schuim in de cafés, elkaar dromen vertellen, en liever nog, verhalen van alledaagse waanzin. Niet weten waar je loopt omdat de wind in je hoofd is gaan liggen en de zon opeens niets meer wil verklaren. Wat is het heerlijk om op die manier te verdwalen en ergens aan te komen waar alles vertrouwd lijkt, maar toch unheimlich is. Alsof gele rozen geen doornen hebben en iedereen heeft leren lachen. De hele wereld, of dat stuk dat je ervan ziet, wordt opeens even erotisch als jij. Lust dringt binnen in voorbijgangers, in interieurs, in het spel van licht en schaduw, lust geeft alle dingen een bedwelmende geur.

En zo opeens verdwijnt de onenigheid. Is iedereen het eens met iedereen en niemand leeft nog in onmin met niemand. Want van in het begin is iedereen heilig als een eiland, is iedereen een naakt lichaam dat moet beminnen om te kunnen vergaan.

Ω

Oorspronkelijk gepubliceerd op 4-11-2012.

WOORDEN ZIJN SEKS, ZEI JE

De hemel was niet staalblauw.
De hemel was blauw.
Je lippen waren niet scharlaken
Je lippen waren rood.
Het zilver schitterde niet.
Het zilver was zilver.
De dagen waren niet lang.
De dagen waren niet kort.
De dagen waren dagen.
Niets leek op een bloem.
Alleen bloemen leken op bloemen.
Er was geen naderend onheil.
Er was alleen onheil.

Je had niets om het lijf.
Je riep begeerte op.
Lust rijmde niet op rust.
Lust was in een andere taal.
Versta je?

Niemand verbaasde zich ergens over.
Alles was zoals het was.
Geen gedoe.
Geen drukte.
Omdat er woorden waren.

Je zei, dit is een woord.
Het begint met een woord, zei je.
Begin jij niet met een woord, zei je.
Begin met een woord, zei je.
Woorden zijn seks, zei je.
Ogen is een woord, zei je.
Zilver is goud, zei je.
Nergens is nergens, zei je.
Je bent overal, zei je.


DIERENLIEDEREN (IN ZERO DE CONDUITE)

NickDrake.jpg

Vandaag gaat Zéro de conduite over dieren. Net als in literatuur en kunst wordt er dankbaar gebruik gemaakt van dieren in de populaire muziek. Het dier als symbool, metafoor, metonymie, synedoche, vergelijking – al deze stijlmiddelen komen voor in ons vertrouwde en minder vertrouwde songs. Poptekstdichters hebben het over fabelachtige wezens zoals bij La Fontaine, droomfiguren zoals in werken van symbolisten als Fernand Khnopff en Stéphane Mallarmé, denkbeeldige wezens zoals die van Borges, etcetera.
Wat meteen opvalt is dat popgroepen vaak voor dierennamen kiezen. The Beatles is het bekendste voorbeeld, maar iedereen kan er meteen een tiental opsommen. Enkele voorbeelden: the Animals, the Byrds, Crazy Horse (wat tegelijk een verwijzing is naar het Amerikaans-Indiaanse opperhoofd),  Fleet Foxes, Los Lobos, Yardbirds, The Birds (de eerste band met Ron Wood), Band Of Horses, Flock Of Seagulls, Wolf Moon, Moondog, Animal Collective, Panda Bear, Grizzly Bear, The Mountain Goats, Sparklehorse, en ga zo maar door.

bobbyday2.jpg

Noach selecteerde zowel reine als onreine dieren voor zijn ark. De dierenliederen die ik na onnatuurlijke selectie heb overgehouden gaan merendeels over vogels en paarden, en af en toe huilt een eenzame wolf of kraait een geile haan. Gaan over? Eigenlijk niet. De dieren worden gebruikt om bijvoorbeeld het verlangen naar vrijheid uit te drukken (Bird On The Wire van Leonard Cohen), seksualiteit en lust (Howlin’ Wolfs Little Red Rooster, How Come My Bulldog Don’t Bark van Howard Tate), levensvreugde (Rockin’ Robin van Bobby Day, een zanger die massa’s dierenliedjes heeft gezongen), verwondering (Sombre Reptiles van Brian Eno), angst en afschuw (Black Dog van Jesse Winchester, en meer nog Black Eyed Dog van Nick Drake). Rock & roll en rhythm & blues zijn nogal door mannen beheerste genres, vandaar wellicht vaak misogynie (wat niet zelden zelfs zonder metaforiek voorkomt in de songs van the Rolling Stones), zoals in Black Widow Spider van Dr. John alias Mac Rebennack. Dierenliederen klinken soms, zoals gezegd, als sprookjes of dromen (The Blind Men And The Elephant, Horses In My Dreams). Piggies van George Harrison is een sombere kijk op de vraatzuchtige mens. Charles Manson meende er de gruweldaden van zijn Family mee te kunnen rechtvaardigen. Soms gaat zo’n song ook echt over dieren zoals Happy van Victoria Williams, waarin ze over een hond zingt die gewoonweg Happy heet. Nightingale van Low lijkt me dan weer de uitdrukking van een verlangen naar het hogere. Maar gaat het niet net zo goed over verdriet en troost? Zoals geslaagde gedichten zijn goede songs altijd meerlagig en bijgevolg poly-interpretabel.

Een aantal voor de hand liggende en bijzonder mooie dierenliederen draai ik vanavond niet, omdat ze in mijn programma al vaak aan bod gekomen zijn. Ik denk aan het wonderlijke liefdeslied Buzzin’ Fly , een van de mooiste songs ooit gemaakt, van Tim Buckley en Dolphins van Fred Neil. Bob Dylan zijn All The Tired Horses had ook aan bod mogen komen, evenals Wild Horses van The Rolling Stones, hoewel dat helemaal niet over paarden gaat en zelfs niet over al die ‘afschuwelijke’ vrouwen, zoals in Yesterday’s Papers, Under My Thumb, Brown Sugar, Some Girls, en wat niet nog allemaal. Van The Beatles had ik zeker ook graag Blackbird en I Am The Walrus gedraaid. En The Wolves van Bon Iver. Waarom laat ik het majestueze Land van Patti Smith niet toe in mijn ark? Zit ik al met teveel paarden opgescheept, uit alle windrichtingen naar me toe gekomen? Nee. Maar de tijd is een oceaan die eindigt op het strand, zoals Dylan zingt.

Al deze ‘dierenliefde’ wil ik toch even relativeren. De eerste moderne toneelauteur, August Strindberg, hield niet van honden. Hij was van mening dat mensen die van honden houden een afkeer hebben van mensen. Maar Strindberg was zelf niet bepaald een mensenvriend, en hij had niet bepaald een verheven beeld van vrouwen, hoewel hij er gek op was. Al ben ik zelf uiteraard wel een vriend van de mensen, en zie ik ook heel graag honden en poezen, wil ik jullie dit stukje schitterend proza, uit zijn autobiografische novelle ‘Eenzaam’, niet onthouden:

“Lang geleden heb ik eens mijn beklag durven doen over het nachtelijke geblaf in een huis waar mensen wonen. De eigenaar pareerde door te wijzen op kindergehuil in mijn woning! – Hij vergeleek een onrein, schadelijk beest met een mensenkind dat lijdt. Sindsdien beklaag ik me nooit meer. Maar om met mezelf in het reine te komen en in vrede met mijn medemensen te leven, want ik ga eronder gebukt als ik haat, heb ik geprobeerd dit soort genegenheid voor dieren te begrijpen, dat een overeenkomstig gevoel voor mensen te boven gaat, maar ik heb er geen verklaring voor kunnen vinden. En alles wat onverklaarbaar is, geeft me een gevoel van onbehagen.” Dit schreef August Strindberg in 1903.

In zijn recentste boek, ‘De mobilisatie van Arcadia’, schrijft Stefan Hertmans:

“Gebrek aan empathie gekoppeld aan overdreven sentimentaliteit wordt schrijnend duidelijk in de opgeklopte dierenliefde van lui die in roze satijn gewikkelde dode schoothondjes zo ongeveer aan een staatsbegrafenis willen helpen, maar de zwerver die voor hun naar het hondenkerkhof rijdende limousine loopt het liefst van de sokken zouden rijden. Dergelijke hysterische dierenliefde gaat vaak samen met een opvallende mensenhaat, als ging het om een heftige, revanchistische rancune tegen mensen waarin men ‘ontgoocheld’ is.”

Gelukkig gaat deze aflevering niet over schoothondjes. Maar volgende keer zouden de zwervers wel eens aan bod kunnen komen. Nog veel luistergenot.

holymodalrounders.jpg

Man Gave Names To All The Animals – Slow Train Coming – Bob Dylan
At The Zoo – Bookends – Simon & Garfunkel
The Blind Men And The Elephant – Leave Your Sleep – Nathalie Merchant
Bugs – Chickasaw County Child: The Artistry Of Bobbie Gentry – Bobbie Gentry
Black Dog – Jesse Winchester – Jesse Winchester
Black Eyed Dog – Way To Blue – Nick Drake
Old Blue – Dr. Byrds & Mr. Hyde – The Byrds
Happy – Happy Come Home – Victoria Williams
Somebody Stole My Dog – The Platinum Collection – Rufus Thomas
How Come My Bulldog Don’t Bark – Get It While You Can – Howard Tate
The Red Rooster – The Genuine Article – Howlin’ Wolf
Black Widow Spider – Babylon – Dr John The Night Tripper
Crawfish – The King Of Rock ‘n’ Roll – Elvis Presley
Mockingbird – Soul Sue Records / New York City – Inez & Charlie Foxx
Rockin’ Robin – Rockin’ Robin – Bobby Day
The Cattle Call – Country Music Legends – Eddy Arnold
Horses In My Dreams – Stories From The City, Stories From The Sea – PJ Harvey
Pony – Mule Variations – Tom Waits
Wolves (Song Of The Shepherd’s Dog) – The Shepherd’s Dog – Iron & Wine
Will The Wolf Survive? – Will The Wolf Survive – Los Lobos
If You Want To Be A Bird – Easy Rider – The Holy Modal Rounders (Peter Stampfel & Steve Weber)
Bird On The Wire – Who Knows Where The Time Goes – Judy Collins
The Birds Will Sing For Us – From Every Sphere – Ed Harcourt
Little Bird – End Times – Eels
Hundreds Of Sparrows – Good Morning Spider – Sparklehorse (“You are worth hundreds of sparrows”)
Nightingale – C’mon – Low
Drover – Apocalypse – Bill Callahan (onze favoriete veedrijver)
Sombre Reptiles – Another Green World – Brian Eno
Phenomenal Cat – The Kinks Are The Village Green Preservation Society – The Kinks
Piggies – The Beatles (White Album) – The Beatles

judy collins2.jpg

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: EROTICA

millie-jackson

Toch is het weer de eerste zaterdag van de maand geworden, en op één mei nog wel: dat betekent tussen zes en acht straks Zéro de conduite op Radio Centraal, 106.7 FM. Het thema, seks / erotica, is niet ingegeven door het feest van de arbeid, maar hangt er achteraf gezien wel mee samen. Je moet in je bibliotheek niet verder zoeken dan Wilhelm Reich, met name in zijn hoofdwerk ‘De seksuele revolutie’ legt hij een duidelijk verband tussen revolutie en seksualiteit, tussen socialisme en orgasme, op zijn eigenzinnige, op Marx en Freud gebaseerde filosofie. Er zijn talloos veel andere filosofen, dichters, schrijvers, kunstenaars die de overeenkomst benadrukken, niet in het minst Michel Foucault, Gilles Deleuze en Félix Guattari. Vrees echter geen droog discours, beste lezer / luisteraar. Zoals altijd is het in Zéro de conduite om de muziek te doen: dus get in the groove and get it on!

filsofie,seks,zero de conduite,radio,radio centraal,popcultuur,erotica,antwerpen

Oh My Lover – Dry – PJ Harvey
Give You My Lovin’ – She Hangs Brightly – Mazzy Star
Dear Whores – Uncensored / Oral Fixation – Lydia Lunch
You Have Cum In Your Hair And Your Dick Is Hanging Out – Arise Therefore – Palace
Right In Time – Car Wheels On A Gravel Road – Lucinda Williams
Breakfast In Bed – Dusty In Memphis – Dusty Springfield
It Hurts So Good – It Hurts So Good – Millie Jackson
She’s Huggin’ You, But She’s Looking At Me – 1+1+1=4 / The Return Of Doug Saldana – Sir Douglas Quintet
Sexy Ways – The King Rhythm & Blues Box Set – Hank Ballard & The Midnighters
Banana In Your Fruit Basket – Raunchy Business:Hot Nuts & Lollipops – Bo Carter
He’s Just My Size – Raunchy Business:Hot Nuts & Lollipops – Lillie Mae Kirkman
It Ain’t The Meat – Raunchy Business:Hot Nuts & Lollipops – The Swallows
My Ding-A-Ling – The King Rhythm & Blues Box Set – Dave Bartholomew
Big Ten Inch Record – The King Rhythm & Blues Box Set – Bull Moose Jackson
Peach Tree – Real Folk Blues – Sonny Boy Williamson
I Just Want To Make Love To You – They Call Me Muddy Waters – Muddy Waters
Hard-On Blues – First Blues – Allen Ginsberg
Do You Fancy Me? – Gentle Creatures – Tarnation
Lay Lady Lay – Nashville Skyline – Bob Dylan
In The Flesh – Greatest Hits – Blondie
Why D’Ya Do It? – Broken English – Marianne Faithfull
I Wanna Be Your Dog (John Cale Mix) – The Stooges – The Stooges
Venus In Furs – The Velvet Underground & Nico – The Velvet Underground
Wake Up And Make Love With Me – Reasons To Be Cheerful – Ian Dury & the Blockheads
Love Ain’t For Keeping – Who’s Next – The Who
You Can Leave Your Hat On – Sail Away – Randy Newman
Sex – Songs To Remember – Scritti Politti
Touch Me – The Second Album – Suicide
Get On Top – Greetings From L.A. – Tim Buckley
Let’s Get It On – Let’s Get It On – Marvin Gaye
Love To Love You Baby – Endless Summer – Donna Summer
Get Up (I Feel Like Being A) Sex Machine – Star Time – James Brown
Suck My Dick – The Notorious K.IM. – Lil’ Kim
Cream – The Very Best Of Prince – Prince
Come Together – The Trouble With Being Myself – Macy Gray
Don’t Say Goodnight (It’s Time For Love), Parts 1&2 – Beautiful Ballads – The Isley Brothers

 

portrait_lydia_lunch

Afbeeldingen: Millie Jackson, Deborah Harry, Lydia Lunch

Samenstelling: Martin Pulaski
Presentatie en techniek:
Sofie Sap & Martin Pulaski

Je kunt Radio Centraal live beluisteren op 106.7 FM of online via deze weg.

OPGEJAAGD WILD

richardgerstl-self_portrait_laughing

I think that maybe I’m dreaming… Opgejaagd wild, wild opgejaagd door lust en onlust. Ontevreden met mijn berusting, met mijn uitputting, met mijn duistere en glasheldere verlangens. Zo reis ik  van de ene streek naar de andere, van de ene stad naar de andere, van het ene kasteel naar het andere. Op zoek naar je-ne- sais-quoi. Amuseer ik me ook, geniet ik van wat ik ruik, voel, zie, hoor, neem ik de scherven wereld in mij op, om er later op mijn manier van te getuigen? Ik weet het niet. Soms denk ik, jazeker, soms denk ik, zeker niet. Je weet dat ik een twijfelaar ben. Je weet dat ik weet dat ik weinig weet en van nog minder zeker ben. Je weet dat ik tevens weet dat het ‘beter’ is weinig te weten dan te denken dat je veel of zelfs alles weet. Je weet dat ik vaak niet eens weet wat ik doe. Opeens, bijvoorbeeld, ontwaak ik in een stilstaande trein in een uithoek van België. Verdoem mijn ziel, wat doe ik hier. Snel de trein terug op. De kaartjestknipper trekt niet eens zijn schouders op als hij mijn treinkaart knipt. Ik weet dat ik dat woord niet mag gebruiken, kaartjesknipper, maar dat is wat hij doet. Of hij zet er een stempel op. Een verdwaalde reiziger, zal hij denken. Of hij denkt helemaal niets, het zijn z’n zaken niet. Door mijn onverantwoord gedrag verwijder ik mijn vrienden van me. Niet dat ik me van mijn vrienden verwijder. Het is omdat ik zo graag bij ze blijf dat ik treinen mis, of te veel drink en me daarna van richting vergis, een verkeerde beslissing neem. Straks blijft er niemand over. Zulke dingen doe je niet ‘op mijn leeftijd’. Alsof mathematische leeftijd bestaat. Net zoals mijn schoonbroer, een psychiater, word ik opnieuw zestien, maar op hevigere, bewustere wijze dan toen. De opstandigheid is niet langer op een gevoel van onrechtvaardigheid gebaseerd, maar op jarenlange waarneming van een absurde realiteit.  De afkeer van een valse rechtvaardigheid, van een valse naastenliefde, van een valse liefde, van een vals geluk en van dwaze doelen, waar velen zelfs willen voor sterven, of op zijn minst hun lustgevoelens willen voor onderdrukken. Op een jarenlang ondergedompeld zijn in de realiteit is onze opstandigheid gebaseerd. Maar wacht, tegelijk is de jeugdige onnozelheid gebleven – onduidelijkheid, verwarring, een aan psychose grenzende negativiteit (zoals die van Bob Dylan in ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’ – waar echter poëzie hem uit de maalstroom van het verderf redt).

Het zijn op hol geslagen driften en de aantrekkingskracht van het weinig bekende en gekende. Ik wil geen gevaarlijk leven leiden, dat is belachelijk, maar ik wil evenmin berusten in gerieflijkheid, het behangpapier van degenen die naar de dood verlangen. Verlang ik zelf dan niet naar de dood? Ja, natuurlijk – zoals iedereen, omdat het onze bestemming is. Het is een heel stille stem, die echter niet ophoudt ons te roepen; zij kent al onze namen. Het is stompzinnig om niet te verlangen naar wat onverschillig op je wacht. Maar verlang ik daarom naar jouw dood? Zeker niet. Ik wil niet dat je onheil onverkomt, ik wil je niet afnemen wat je hebt. Wat zou ik er mee doen? Ik heb weinig nodig, ook al omring ik mij met veel kleinigheden. Ik trek een muur rond me op, bestaande uit scherven werkelijkheid, of echo’s, afgietsels ervan. Die muur moet me wellicht verhinderen om te vertrekken. Maar ik wil voortdurend vertrekken. Het is waar dat als ik in Venetië of Madrid ben, dat ik dan weer naar huis verlang, zoals de matrozen van de Sloop John B. Maar eenmaal thuis wil ik meteen weer vertrekken. Naar een andere streek, naar een andere stad, naar een ander kasteel. Waarschijnlijk is het doordat ik zo hartstochtelijk bij je wil blijven dat ik almaar weg wil, naar waar de wind me voert, of duidelijker gezegd, het openbaar vervoer, de trein, de boot, het vliegtuig.

Als ik gelovig zou zijn, zou ik meezingen met Take My Hand Precious Lord, maar ik ben niet gelovig. Ik geloof alleen maar in de liefde, en de liefde maakt me ziek en wanhopig. Ik geloof alleen maar in de lust, maar de lust voert me naar de dood. Ik geloof alleen maar in de vriendschap, maar de vriendschap vertroebelt mijn zicht, doet me mijn gezicht verliezen. Zo voel ik me dan schuldig en denk ik dat ik door iedereen in de steek word gelaten. Zo denk ik aan vertrekken – en zo zal het blijven tot het einde, amen. Of?

MORTELLERANDONNEE

Afbeelding 1: Richard Gerstl, Zelfportret lachend, 1908.
Afbeelding 2: Isabelle Adjani in ‘Mortelle Randonnée van Claude Miller, 1982.

IK WIL JE BLOED PROEVEN

nastassja kinski

Ik heb slecht, donker bloed. Er zitten donkere wolken in, geruis, fijn stof dat boven de snelwegen zweeft en kleine kinderen ziek maakt en volwassenen besluiteloos in de zomer door Zuiderse straten laat slenteren. Mijn bloed is niet geschikt voor transfusie, hoe mooi ik dat woord ook zou mogen vinden, wat niet het geval is. Ik houd zelfs niet van het woord ‘bloed’. Het maakt me wee, doet me aan een scène in mijn kinderjaren denken, toen ik flauwviel nadat ik tijdens aardappelen schillen in een vinger had gesneden. Veel meer dan een schram was het niet, maar het bloedde. En even was ik weg van de wereld, was ik in de wereld van het bloed, het donkerrode, datgene waar we in ‘stilte’ naar schijnen te snakken. In de kantoren van de wereld, in het theater, in de cinema’s, in de donkere steegjes, in klaarverlichte straten, op stranden in de verblindende zon. Vuil bloed, zuiver bloed, en alles er tussenin.

Ik wil jouw bloed proeven. Ik ben een vampier. Laat me je bijten in je nek. Hoe mooier je bent, hoe lekkerder je bloed. Tot je begint te bloeden en koorts krijgt als een personage in een opera. Sentimenten. Mijn leermeester is de secretaresse, het fotomodel, en Rimbaud natuurlijk. Ik vang veel op van conversaties in coole films en in supermarkten, als iemand mij zegt hoe ik de kabeljauw moet bereiden. Met wat bloem, zegt iemand. Dat lijkt me geen goed idee. Ik houd niet van bloem. Ik vind dat vis als vis moet smaken, met wat kruiden erbij. Maar in de supermarkt is iedereen het er opeens over eens dat je de vis in bloem moet wentelen. Ik kan niet koken, zeg ik dan maar. Mijn vrouw kookt, en zij zal wel zien. Ik weet natuurlijk dat zij geen bloem gebruikt. Zij is zelf een rode bloem. Geen roos, ik weet niet welke, ik ken de naam niet. En broden kopen we bij de bakker en zelfs in de supermarkt. Bij ons in huis worden geen broden gebakken. Wij hebben geen bloem. Moderne mensen eten die dingen niet. Of soms net wel, om dwars te liggen, zoals destijds hun ‘hippie’ ouders. Vooral moet het Japans zijn, rauwe vis, sake, goed gekruid voedsel en de betere wijn uit ‘wereldlanden’, waar gevaarlijke virussen ontstaan. Alsof we niet allemaal werelden en wereldlanden zijn en virussen ons de dood voorspellen, kwaad bloed of goed bloed.

Ik eet graag aardbeien, frambozen, maar krijg er uitslag van. Eet ik ze daarom niet? Toch wel. Liever wat uitslag dan geen aardbeien of frambozen te smaken. Met hun kleur van bloed en weelde, hun belofte van lust en seksuele avonturen. ‘Een pruim’, zeiden de mensen toen ik klein was, maar een aardbei, een framboos, door het rode, het sappige, vind ik veel sensueler. Het lichte en het donkere bloed, het sap als van een ‘ongestelde’ vrouw – het donkere object van het verlangen. Want wie wil niet de vampier zijn die in haar hals wil bijten en aan haar bloederige tranen likken? De bloederige vloeistoffen van een vrouw.

Ik weet het niet. Misschien heb ik daardoor geen goed bloed en is het te donker. Het maakt me niet uit. Het leven is kort en ik wil proeven wat ik ken en niet ken. In kantoren, in donkere gangen, in theaters, in de cinema, in donkere steegjes en eigenlijk overal waar ik kom wil ik je smaken. Ik wil je smaken, je bloed, je tranen van geluk of verdriet, het verdampen van de echo op de ramen – als je weer eens onzin uitkraamt. Of net wel heel veel leugens vertelt, die geen mens gelooft, maar wel grappig zijn. Die vormen ook patronen op de ramen, of niet soms?

blood