1971: INDIANEN EN OUTLAWS

jessewinchester

Opgedragen aan Roen Hetzwoen.

Om mijn lijst van uitverkoren elpees van 1971 wat context te geven laat ik eerst enkele vermeldenswaardige historische en autobiografische gebeurtenissen de revue passeren.
Alan Shepard maakt een wandeling op de maan. Dat avontuur lijkt nog maar weinig aardbewoners te interesseren. Igor Stravinski overlijdt. Brussel wordt onder de voet gelopen door boze boeren. Er breekt een oorlog uit tussen India en Pakistan. Het vroegere Oost-Pakistan wordt onafhankelijk en krijgt de naam Bangla Desh. Greenpeace wordt opgericht.  Congo heet voortaan Zaïre – tot het weer Congo wordt. Pablo Neruda, dichter van Canto General, ontvangt de Nobelprijs voor literatuur. Op 3 juli wordt Jim Morrison in Parijs dood aangetroffen in zijn badkuip. Na een periode van verdriet om het vroegtijdig overlijden van de geliefde zanger krijg ik last van een nieuwe fobie: de angst om te sterven in een ligbad.

Voor mezelf en mijn toenmalige vrouw was 26 mei de mooiste en gelukzaligste dag van heel dat jaar:  in hospitaal Solbosch in Elsene werd ons eerste en enige kind geboren, een zoontje. Wij gaven hem een ‘muzikale’ en voor die tijd in onze streken ongewone voornaam. Om nu mogelijk niet meer zo duidelijke redenen waren we fans van zowel Jesse Ed Davis als van Jesse Winchester. Jesse Ed Davis, een supergitarist, was een Kiowa Indiaan, wat in die tijd betekende dat hij door velen – the silent majority – als een outsider werd beschouwd. Hij had Taj Mahal [1] begeleid op diens debuut en eind 1970 was zijn eerste eigen album uitgekomen. In die eerste maanden van 1971 leek Jesse Davis! geen afscheid te willen nemen van mijn platenspeler. Euforisch werd ik vooral van Every Night Is Saturday Night, melancholisch van Rock ‘n’ Roll Gypsies, een nummer van Roger Tillison. Alleen al de hoes kon ik urenlang als in een roes zitten bestuderen. Ik was echter niet alleen een fan van Jesse Ed Davis, ik was ook sterk begaan met het lot van de Amerikaanse Indianen. Het boek Bury My Heart at Wounded Knee: An Indian History of the American West (1970) [2] van Dee Brown had op mij diepe indruk gemaakt. Ook de film Soldier Blue (1970) van Ralph Nelson [3] maakte duidelijk dat wat de Verenigde Staten in Vietnam uitvraten in het verlengde lag van de systematische uitroeiing van de oorspronkelijke bewoners van hun ‘eigen land’. De titelsong was van de Amerikaans-Indiaanse singer-songwriter en activiste Buffy Saint-Marie.

sitting-bull
Sitting Bull

Jesse Winchester, geboren in Louisiana en opgegroeid in Tennessee, was in 1967 om aan de militaire dienst en de oorlog in Vietnam te ontsnappen naar Canada gevlucht. In 1970 was op het Bearsville-label zijn schitterende debuutplaat uitgekomen. Daarop werd hij begeleid door Robbie Robertson en Levon Helm van the Band, in die dagen een van drie of vier groepen waar ik het meest naar opkeek. Luister een keer naar Payday, Biloxi, The Brand New Tennessee Waltz, Yankee Lady en Black Dog, stuk voor stuk tijdloze songs.
En dan was er nog de brutale westernheld Jesse James. Net als Bob Dylan in zijn John Wesley Harding had ik een nogal geïdealiseerd beeld van revolverhelden uit de Far West. Jesse James was niet echt een koelbloedige moordenaar, vond ik. Immers, hij stal van de rijken en gaf het geld aan de armen.

Jesse was a man, a friend to the poor,
He’d never rob a mother or a child,
There never was a man with the law in his hand,
That could take Jesse James alive.

Zo klonk het in het de oude folksong Jesse James, die we kenden in de versie van Woody Guthrie. Hij kwam ook al ter sprake in Bob Dylans Outlaw Blues: Well, I might look like Robert Ford / But I feel just like a Jesse James. Robert Ford was de verrader die Jesse James in de rug schoot.

jessejames
Jesse James

Zelf was ik ook graag een outlaw geweest. Maar ik was na een jaar rondhangen in de Brusselse urban jungle, onder meer als barman in De Dolle Mol, toen nog op de Kaasmarkt,  toch al een beetje op het rechte pad geraakt: op het einde van de zomer van 1971 schreven wij, zowel mijn vrouw als ikzelf, ons in voor de kandidatuur filosofie aan VUB. Wat ik naast de gebruikelijke filosofische werken bestudeerde was voornamelijk de tegencultuur: op die manier was ik dan toch nog een beetje een outlaw.

We hadden dat zalige jaar veel tijd voor muziek, maar weinig geld voor platen. Voorlopig bleven we nog arme schooiers met vage toekomstplannen. Tot onze vrienden rekenden we geen Jesse James-achtige rovers en weldoeners. Wel hadden we nu studiebeurzen en kindergeld en vrienden die net als wij ook platen kochten, vaak tweedehands, op het Vossenplein of in de koopjesbakken van de vele platenwinkels die Brussel toen nog rijk was. In heel wat van die winkels werkte personeel dat geen flauw idee had van de waarde van de platen die er werden aangeboden. Zeker niet van wat underground, alternatief, progressief werd genoemd. Dat soort albums belandde al heel snel in die koopjesbakken.

Tussen het schrijven van deze tekst en het maken van de onderstaande lange lijst door lees ik wat in Sandro Veronesi’s nieuwe roman, De Kolibrie. Op pagina 98-99 ligt Marco Carrera, het hoofdpersonage, op zijn bed te luisteren naar David Crosby’s Laughing, het laatste nummer van kant 1 van diens debuut, If I Could Only Remember My Name. De naald blijft dreigend in de laatste groef krassen. Laat dat nu toevallig of niet een van de mooiste songs van 1971 zijn.
Met de meeste albums in de lijst ben ik al een halve eeuw vertrouwd, andere heb ik pas later ontdekt en leren waarderen. Ik heb geen elpees geselecteerd die me niets zeggen of nooit heb gehoord.

  1. Sticky Fingers – The Rolling Stones
  2. Tapestry – Carole King
  3. Who’s Next – The Who
  4. If I Could Only Remember My Name – David Crosby
  5. Tupelo Honey – Van Morrison
  6. Surf’s Up – The Beach Boys
  7. 20 Granite Creek – Moby Grape
  8. Blue – Joni Mitchell
  9. Stephen Stills 2 – Stephen Stills
  10. John Prine – John Prine
  11. Crazy Horse – Crazy Horse
  12. Naturally – J.J. Cale
  13. The Return Of Doug Saldaña – Sir Douglas Quintet
  14. There’s A Riot Goin’ On – Sly And The Family Stone
  15. White Light – Gene Clark
  16. Flying Burrito Brothers – The Flying Burrito Brothers
  17. L.A. Woman – The Doors
  18. Cahoots – The Band
  19. Pearl – Janis Joplin
  20. Quicksilver – Quicksilver Messenger Service
  21. New Riders Of The Purple Sage – New Riders Of The Purple Sage
  22. Smash Your Head Against The Wall – John Entwistle
  23. Roots – Curtis Mayfield
  24. The Low Spark of High Heeled Boys – Traffic
  25. Rainbow Bridge / The Cry of Love – Jimi Hendrix
  26. Judee Sill – Judee Sill
  27. Tony Joe White – Tony Joe White
  28. Byrdmaniax / Farther Along – The Byrds
  29. Lost In The Ozone – Commander Cody & His Lost Planet Airmen
  30. Anticipation – Carly Simon
  31. At Fillmore East – The Allman Brothers Band
  32. Imagine – John Lennon
  33. Muswell Hillbillies – The Kinks
  34. Hunky Dory – David Bowie
  35. Grin – Grin
  36. Boz Scaggs & Band / Moments – Boz Scaggs
  37. Brain Capers / Wildlife – Mott The Hoople
  38. Little Feat – Little Feat
  39. Songs For Beginners – Graham Nash
  40. Bonnie Raitt – Bonnie Raitt
  41. In My Own Time – Karen Dalton
  42. Getting Ready – Freddie King
  43. Here Comes The Sun – Nina Simone
  44. What’s Going On – Marvin Gaye
  45. Al Green Gets Next to You – Al Green
  46. She Used To Wanna Be A Ballerina – Buffy Sainte-Marie
  47. La Question – Françoise Hardy
  48. Ram – Paul and Linda McCartney
  49. Nilsson Schmilsson – Nilsson
  50. Every Picture Tells A Story – Rod Stewart
  51. Rudy The Fifth – Rick Nelson
  52. Leon Russell And The Shelter People – Leon Russell
  53. Anne Briggs / The Time Has Come – Anne Briggs
  54. Linda Ronstadt – Linda Ronstadt
  55. Link Wray – Link Wray
  56. Aretha Live at Fillmore West – Aretha Franklin
  57. 4 Way Street – Crosby, Stills, Nash & Young
  58. Long Player – Faces
  59. Can I Have My Money Back? – Gerry Rafferty
  60. Bark – Jefferson Airplane
  61. Led Zeppelin IV – Led Zeppelin
  62. Delta Momma Blues – Townes Van Zandt
  63. Bryter Layter – Nick Drake
  64. ‘Frisco Mabel Joy – Mickey Newbury
  65. Live In Cook County Jail – B.B. King
  66. The Sun, Moon And Herbs – Dr. John
  67. Motel Shot – Delaney & Bonnie
  68. Deliverin’ / From The Inside – Poco
  69. If You Saw Thro’ My Eyes – Ian Matthews
  70. Doctor Hook – Dr. Hook And The Medicine Show
  71. Histoire De Melody Nelson – Serge Gainsbourg
  72. “Polnareff’s” – Michel Polnareff
  73. Journey In Satchidananda – Alice Coltrane
  74. Part Time Love – Ann Peebles
  75. Elvis Country (I’m 10,000 Years Old) – Elvis Presley
  76. The Silver Tongued Devil And I – Kris Kristofferson
  77. Gonna Take A Miracle – Laura Nyro & Labelle
  78. All Day Music – War
  79. One Year – Colin Blunstone
  80. The Concert For Bangladesh – George Harrison & Friends
  81. The North Star Grassman And The Ravens – Sandy Denny
  82. Shaft – Isaac Hayes
  83. Patchwork – Bobbie Gentry
  84. Songs For The Gentle Man – Bridget St. John
  85. America – John Fahey
  86. Mudlark – Leo Kottke
  87. Wrecked Again – Michael Chapman
  88. Bird On A Wire – Tim Hardin
  89. 200 Motels – The Mothers Of Invention
  90. Nevada Fighter – Michael Nesmith & The First National Band
  91. Performance: Rockin’ The Fillmore – Humble Pie
  92. Rock On – Humble Pie
  93. Hooker ‘N Heat – John Lee Hooker & Canned Heat
  94. Rosemary Lane – Bert Jansch
  95. From A Whisper To A Scream – Esther Phillips
  96. Live In Paris / ‘Nuff Said- Ike & Tina Turner
  97. Merry Clayton – Merry Clayton
  98. Sunfighter – Paul Kantner & Grace Slick
  99. Papa John Creach – Papa John Creach
  100. Rita Coolidge – Rita Coolidge

frankford
Robert Ford

[1] Zijn echte naam was Henry Saint Clair Fredericks. Henry bewonderde Gandhi en was gefascineerd door Indië, vandaar het pseudoniem. Het debuut van Taj Mahal verscheen in 1968 op Columbia. De band is te zien in de film The Rolling Stones Rock and Roll Circus. Jesse Ed Davis speelde ook nog op The Natch’l Blues (1968) en Giant Step (1969).

[2] The book expresses details of the history of American expansionism from a point of view that is critical of its effects on the Native Americans. Brown describes Native Americans’ displacement through forced relocations and years of warfare waged by the United States federal government. The government’s dealings are portrayed as a continuing effort to destroy the culture, religion, and way of life of Native American peoples. (Wikipedia)

[3] For Nelson’s portrayal of the boys in blue as blood crazed maniacs, who blow children’s brains out and women, shattered for ever one of America’s most enduring movie myths – that of the cavalry as good guys riding to the rescue – and rendered Soldier Blue one of the most radical films in the history of American cinema. P. B. Hurst, The Most Savage Film: Soldier Blue, Cinematic Violence and the Horrors of War, 2008

jesse-ed-davis-aa

 

NOOIT MEER VLIEGEN?

dav_vivi

De laatste keer dat ik de metro nam en in een ander huis binnenging, bij een arts dan nog wel, was op 27 februari. Dat is meer dan drie, bijna vier maanden geleden. Uitzonderlijk kom ik een keer buiten voor een korte wandeling in een parkje in onze buurt. Daar probeer ik me de namen van de bomen te herinneren, maar dat lukt me niet. Dat is ooit wel anders geweest. Toch ben ik blij met elke boom die er mag blijven groeien.

Voor de rest blijf ik hier in deze woning en wacht af. Soms denk ik, zou ik geen codeïne nemen, dat zou het wachten vergemakkelijken? Dat beweert toch Townes Van Zandt in Waiting Around To Die. Voorlopig doe ik dat niet. Ik laat het bij wat wijn en bier, liefst pas na zeven uur.
Gisteren liep ik tot aan metrostation Sint-Guido. Nee, ik ging niet naar beneden, naar die donkere ruimte met infernale machines gevuld. Ik bleef bovengronds, waar ik bussen en trams voorbij zag rijden. Het viel me op dat ze al goed vol zaten, sommige passagiers hadden zelfs geen zitplaats. Op de terrassen in de buurt van het Dapperheidsplein zaten zowel oudere als jongere mensen koffie of thee te drinken en ijsjes te eten. Wat verderop leek een vrouw zich te gaan verslikken in haar hamburger. Wie krijgt zo’n grote portie frieten op, vroeg ik me af. Dat doe je beter niet. Je allerlei dingen afvragen is te vermoeiend en zinloos is het ook. Overal om me heen bespeurde ik mensen op weg ergens naartoe, de meesten zonder mondmasker; vaak liepen ze heel dicht langs me voorbij.
Ik ging eens kijken in de Wayezstraat om te zien of het autoluw maken ervan al ver gevorderd was. Nee, er was zo te zien niets gebeurd. Nog altijd dezelfde chaos en drukte en files. Het lawaai van het verkeer was onhoudbaar. Dat ik aan de stilte gewoon ben geraakt en vaak alleen nog maar vogels hoorde fluiten zit daar zeker voor iets tussen. Ook van de vogels heb ik geprobeerd me de namen te herinneren. Duif, ekster, tjiftjaf, mus, veel verder geraakte ik niet.

Wachten op wat? Ik probeer te vergeten dat de tijd vloeibaar goud is dat wegvloeit zonder dat ik er een druppel van opvangen kan. Dit zijn de laatste jaren, die de mooiste van mijn leven hadden moeten worden maar de ellendigste zijn. Daar probeer ik niet aan te denken. Ik ben nogal opgetogen over die lijstjes van me. Bijna elke dag maak ik er een. Dat is een goede remedie tegen denken, tegen piekeren, tegen somberen. Zo kan de koude realiteit minder goed naar binnen sijpelen. Als ik zo’n lijstje maak roep ik het verleden op, wat me helpt om het heden te vergeten. Het is een soort van codeïne, geloof ik, hoewel dat spul net het geheugen aantast en dat wil ik tot elke prijs vermijden.

Mijn therapie heb ik na al die jaren stopgezet. Daarover wil ik liever niet uitweiden, het is te erg en als ik erover nadenk – wat ik eigenlijk niet mag doen – heb ik soms het gevoel dat het om een nachtmerrie gaat. Die wraakroepende situatie heeft zich niet voorgedaan, lieg ik mezelf dan voor. Maar het staat allemaal al genoteerd. Ik heb er naar Cristina over geschreven. Outrageous, antwoordde ze, om haar antwoord heel kort samen te vatten.
Telefoneren doe ik niet: ik heb een telefoonfobie. Daar heeft die jarenlange therapie me niet van kunnen genezen. Van wat wel, eigenlijk? Dat weet je niet. Je weet niet hoe je je nu zou voelen als je haar [1] niet elke week was gaan opzoeken.

Het is niemands schuld dat dit de ellendigste jaren van mijn leven zijn. De hele wereld heeft ermee te kampen. Er is niemand om mij boos op te maken. Wat zou ik graag een woede-uitbarsting hebben, tegen het neokapitalisme, tegen de politici die alles verkeerd aanpakken en vooral met zichzelf en hun imago bezig zijn, tegen zelfbedrog, tegen leugens, tegen de afzichtelijke haat in onze maatschappij, tegen het zinloze consumeren, tegen domheid, tegen onverschilligheid vooral. Maar ik blijf rustig. Ben ik zelf onverschillig geworden? Als ik een vlaag van boosheid voel opkomen begin ik aan een lijstje en voeg daar wat herinneringen en soms zelfs anekdotes aan toe, al ben ik nooit goed geweest in anekdotes. Small talk is aan mij niet besteed. Op recepties stond ik tot ik voldoende dronken was steevast in een hoekje.
Vervolgens begin ik te twijfelen. Wat voor zin hebben deze lijstjes? Wat voegen ze toe aan de wereld? Zal ik ermee doorgaan tot Sint-juttemis (als de kalveren op het ijs dansen), zoals mijn facebookvriend Wim de Beuckelaer het uitdrukt? Van 1967 tot 2020 – of tot 2525: alles is mogelijk als het juiste medicijn wordt gevonden. Dexamethason zal niet volstaan. Nee, wees gerust, zo lang zal ik er niet mee doorgaan. Ik ga nooit met iets door. Ik geef altijd alles op. Nog een geluk dat ik geen wielrenner ben geworden. Het gebeurt vaak dat ik een project stopzet omdat het mij gaat vervelen. Ik verlies mijn interesse, kan me niet meer concentreren, krijg hoofdpijn. Maken we nog eens een reisje, vraag ik dan? Waarom ook niet, antwoordt A. Of beeld ik me dat in? Al gauw zitten we in de trein naar onze bestemming. Soms ook in een vliegtuig, maar dat mag niet meer. Eerst mocht het al niet meer om ecologische en ethische redenen, nu zegt Erika Vlieghe dat we niet meer mogen vliegen omdat het niet goed is voor onze gezondheid. Mevrouw Vlieghe mag ook gerust zijn. Ik denk niet dat ik nog veel zal vliegen, tenzij zoals in Your Bright Baby Blues van Jackson Browne:

This friend of mine said
Close your eyes
And try a few of these
I thought I was flying like a bird
So far above my sorrow
When I looked down
I was standing on my knees
Now I need someone to help me
Someone to help me please

Dan toch codeïne? Nee, zeker niet. Als er geen lijstjes meer zijn, zijn er nog altijd dagen als deze. De zon schijnt, het weer is zacht, straks komt er wat regen, ik denk aan mijn schaarse vrienden en ik heb deze tekst geschreven voor jou.

interieur2020

[1] Nog niet zo heel lang geleden noemde ik haar “deze begripvolle, empathische vrouw.” “Een veertigtal minuten in haar elegant gezelschap maakt me niet gelukkig maar geeft me meestal wel voldoende kracht om weer een tijdje met mezelf en mijn kleine wereld om te gaan”, voegde ik eraan toe.

1970: ENGELEN EN DROMERS

sunflower1

Hoe word je volwassen? In 1970 was ik het nog steeds niet en werd het ook niet, zelfs al ontbond ik de APP (Anti-Progressieve Partij, een sarcastische eenmanspartij), nam ik voorlopig afscheid van mijn vriend en kamergenoot Erwin, verhuisde ik van een kamertje in de Karmelietenstraat naar een appartement in de Boomkwekerijstraat (boven de club Les Anges Noirs van Fonseca) en trouwde ik met het mooie meisje dat in december ’69 mijn hart had gestolen. In beide woningen waren zwervende zoekers welkom, de meesten afkomstig uit Nederland, sommigen uit de VS, een enkeling uit Finland. Vaak werden het dan lange avonden vol gesprekken over onze hooggespannen toekomstverwachtingen. We dachten nog steeds dat de bevrijding nakend was. We dronken jasmijnthee en beluisterden de nieuwste elpees. Mogelijk was 1970 daar het meest geschikte jaar voor.
Met geestverwanten hingen we rond op de Kaasmarkt, de place to be voor hippies en beatniks. Wij waren niet de enigen die daar tijd verspilden: de politie hield ons nauwlettend in het oog. De agenten zagen ons als staatsgevaarlijk, een bedreiging voor de wet en orde van hun werkgevers. De meisjes onder ons waren sexy gekleed, we hadden lange haren, rookten wiet en – ergst van al – we dronken weinig of geen bier. Om de haverklap moesten we onze identiteitskaart bovenhalen; we werden op allerlei manieren getreiterd en vernederd. Als we op ons eentje door een of andere wat afgelegen straat liepen scholden mannen die vreesden dat hun penis aan kracht zou verliezen ons de huid vol. Op heel wat plekken waren we niet welkom. Er waren enkele vrijhavens, zoals de Florio, de Speakeasy en de Free Press Bookshop. Ik ging naar de filmschool (Ritcs), waar ik de meeste lessen saai en overbodig vond. De beste leraar daar was de nu bijna vergeten schrijver Ivo Michiels. Voor hem had ik respect. (Ook dit verhaal heb ik al eerder verteld. Nu wil ik het vooral over muziek hebben.)

Uit alle kamers en appartementen en cafés stroomde ons muziek tegemoet. De meeste liedjes en elpees van die tijd weerspiegelden onze levensstijl en onze manier van denken. Van live muziek en avant-garde theater genoot ik het meest in Théâtre 140, gerund door de onvolprezen Jo Dekmine [1]. In 1970 las ik nog altijd Aloha en Rolling Stone; het blad van Jann Wenner was toen nog min of meer een undergroundtijdschrift. In beide tijdschriften stonden boeiende, soms zelfs diepgravende platenbesprekingen. Naast de liefde voor mijn zoethart en de fijne vriendschappen was muziek het centrum van mijn universum, al las ik zeker ook wel enkele interessante boeken. Veel van Jan Wolkers, Franz Kafka, Louis Paul Boon. Ook ontdekte ik toevallig William Faulkner.

Na zoveel jaar herinner ik me maar weinig details. Ik hield dat jaar geen dagboek bij. De gevoelens die Neil Youngs After the Goldrush bij me opriep kan ik niet onder woorden brengen, maar ze zijn zeker nog in een of andere laag van mijn bewustzijn aanwezig. In jou ook. Daarin verschil je niet zo veel van mij, denk ik. De pastorale klanken van Bob Dylans Self Portrait, een album dat bijna iedereen in mijn omgeving haatte, kleurden veel van mijn zomerdagen. In de winter vond ik troost in de bitterzoete songs op New Morning. De schoonheid van Loaded drong pas in 1971 ten volle tot me door. Ik kocht de elpee van mijn vriend Luc Deleu, die er niks aan vond. Dat begreep ik niet zo goed. Aan American Beauty had hij ook al een bloedhekel. Marc Didden, mijn toenmalige boezemvriend, en ik waren grote fans van Creedence Clearwater Revival. Tijdens onze wandelingen in het Zoniënwoud zongen we wel eens een van John Fogerty’s liedjes. Het debuut van Ry Cooder opende een heel universum van muziek die ik nog niet kende. Ik ben hem daar nog altijd dankbaar voor. Een van de mooiste liedjes van dat jaar was voor mij Amsterdam van John Cale, zijn Big White Cloud moest er niet voor onderdoen en dan was er ook nog The Only Living Boy In New York.

Mag dat volstaan als portret van de onvolwassen twintigjarige schooier die ik in 1970 was? Ik stel voor dat je dan een blik werpt op de lijst van honderd albums die ik heb samengesteld. Hopelijk vind je de tijd om sommige van deze parels te ontdekken, zelfs die helemaal onderaan de lijst. Vandaag de dag is dat heel wat eenvoudiger en goedkoper dan in 1970.

ry cooder

  1. After The Goldrush – Neil Young
  2. Loaded – The Velvet Underground
  3. New Morning / Self-Portrait – Bob Dylan
  4. Sunflower – Beach Boys
  5. Moondance – Van Morrison
  6. 12 Songs – Randy Newman
  7. John Lennon/Plastic Ono Band – John Lennon/Plastic Ono Band
  8. Layla and Other Assorted Love Songs – Derek and the Dominos
  9. All Things Must Pass – George Harrison
  10. Cosmo’s Factory – Creedence Clearwater Revival
  11. Vintage Violence – John Cale
  12. Band of Gypsys – Jimi Hendrix
  13. The Madcap Laughs /Barrett – Syd Barrett
  14. Spirit In The Dark – Aretha Franklin
  15. Curtis – Curtis Mayfield
  16. Ton-Ton Macoute! – Johnny Jenkins
  17. Morisson Hotel – The Doors
  18. Workingman’s Dead / American Beauty – Grateful Dead
  19. Ry Cooder – Ry Cooder
  20. Stephen Stills – Stephen Stills
  21. Live At Leeds – The Who
  22. Bridge Over Troubled Water – Simon and Garfunkel
  23. Déjà Vu – Crosby, Stills, Nash & Young
  24. His Band and the Street Choir – Van Morrison
  25. Untitled – The Byrds
  26. Fire And Water – Free
  27. Jesse Davis! – Jesse Davis
  28. Greatest Hits – Phil Ochs
  29. Together After Five – Sir Douglas Quintet
  30. Hollywood Dream – Thunderclap Newman
  31. Desertshore – Nico
  32. Stage Fright – The Band
  33. Woodsmoke And Oranges – Paul Siebel
  34. Burrito Deluxe – Flying Burrito Brothers
  35. Get Yer Ya-Ya’s Out – Rolling Stones
  36. The Man Who Sold The World – David Bowie
  37. Bryter Layter – Nick Drake
  38. Fancy – Bobbie Gentry
  39. Idlewild South – Allman Brothers Band
  40. Twelve Dreams of Dr. Sardonicus – Spirit
  41. Fun House – The Stooges
  42. Hark! The Village Wait – Steeleye Span
  43. Rick Sings Nelson – Ricky Nelson and The Stone Canyon Band
  44. I’m A Loser – Doris Duke
  45. Workin’ Together – Ike & Tina Turner
  46. The Last Poets – The Last Poets
  47. Total Destruction To Your Mind – Swamp Dogg
  48. Lorca / Starsailor – Tim Buckley
  49. Shooting At The Moon – Kevin Ayers
  50. McCartney – Paul McCartney
  51. Gasoline Alley – Rod Stewart
  52. John Barleycorn Must Die – Traffic
  53. Let It Be – The Beatles
  54. From A Whisper To A Scream – Allen Toussaint
  55. Psychedelic Shack – The Temptations
  56. Leon Russell – Leon Russell
  57. Fully Qualified Survivor / Window – Michael Chapman
  58. Trout Steel – Mike Cooper
  59. Your Saving Grace / Number 5 – The Steve Miller Band
  60. John Phillips (John the Wolfking of L.A.) – John Phillips
  61. The Use Of Ashes – Pearls Before Swine
  62. Lick My Decals Off, Baby – Captain Beefheart & The Magic Band
  63. What About Me – Quicksilver Messenger Service
  64. The Black-Man’s Burdon – Eric Burdon And War
  65. The Garden Of Jane Delawney / On The Shore – Trees
  66. Jesse Winchester – Jesse Winchester
  67. Soleil – Françoise Hardy
  68. Stormbringer – John & Beverley Martyn
  69. Any Way That You Want Me – Evie Sands
  70. Sex Machine – James Brown
  71. Future Blues – Canned Heat
  72. The J. Geils Band – The J. Geils Band
  73. Remedies – Dr. John
  74. CJ Fish – Country Joe And The Fish
  75. Kristofferson – Kris Kristofferson
  76. If You Could Read My Mind – Gordon Lightfoot
  77. Tumbleweed Connection – Elton John
  78. Just Another Diamond Day – Vashti Bunyan
  79. Nilsson Sings Newman – Harry Nilsson
  80. Fotheringay – Fotheringay
  81. Writer – Carole King
  82. John B. Sebastian – John Sebastian
  83. Indianola Mississippi Seeds – B.B. King
  84. Yes We Can – Lee Dorsey
  85. On Tour – Delaney & Bonnie & Friends With Eric Clapton
  86. Blows Against The Empire – Paul Kantner & Jefferson Starship
  87. Eric Clapton – Eric Clapton
  88. Love, Death & The Lady – Shirley & Dolly Collins
  89. Mad Shadows – Mott The Hoople
  90. Clover – Clover
  91. Matthews’ Southern Comfort – Matthews’ Southern Comfort
  92. Loose Salute – Michael Nesmith & The First National Band
  93. Fanny – Fanny
  94. Bill Fay – Bill Fay
  95. Beaucoups Of Blues – Ringo Starr
  96. Flat Baroque And Berserk – Roy Harper
  97. The End Of An Ear – Robert Wyatt
  98. Gimme Shelter – Merry Clayton
  99. Marrying Maiden – It’s A Beautiful Day
  100. Here Comes Shuggie Otis – Shuggie Otis

1970-matti1

[1] “Jo Dekmine: Eerlijk gezegd, hoop ik eigenlijk aan de rand van een zekere schizofrenie te leven. Dicht bij die paniekerige onevenwichtigheid die zich meester maakt van de échte artiesten, de dichters, de cineasten van deze tijd. Ik voel me beslist solidair met de gekheid van mijn tijd. Trouwens deze rage brengt een buitengewone scheppende kracht met zich.”
Uit een interview met TV-Panorama

WHERE ARE THEY NOW: THE KINKS, PART 1

kinks-something2

I’ll sing a song about some people you might know
They made front pages in the news not long ago
But now they’re just part of a crowd
And I wonder where they all are now.
Where Are They Now, Ray Davies

Muziekliefhebbers hebben de neiging te overdrijven: dit is het beste concert dat ik ooit heb bijgewoond, een betere elpee dan deze is ondenkbaar, dit is een song voor de eeuwigheid, deze band staat op een eenzame hoogte, dit is muziek die de hele wereld zou moeten horen. Omdat ik zelf van muziek houd, lijd ik aan dezelfde kwaal. Je zal het al wel begrepen hebben, beste lezer: als wij melomanen dergelijke uitspraken doen moet je daar heel veel zout aan toevoegen.

The Kinks waren van in het begin een sensatie van jewelste. Toen ik de Engelse groep voor het eerst opmerkte speelden ze nog Amerikaanse rhythm-and-blues net zoals the Rolling Stones, the Animals en tal van andere Britse popgroepen. Luister maar naar hun debuut Kinks (1964) met, naast de eigen, soms naar merseybeat neigende composities, covers van liedjes van Chuck Berry, Bo Diddley en Don Covay. You Really Got Me was de uitschieter van dat eerste album, een klassiek rocknummer dat niet moet onderdoen voor Louie Louie (1963), een hit voor the Kingsmen maar oorspronkelijk van Richard Berry. Sommigen noemen You Really Got Me het startschot voor hardrock.

Van ons beatclubje in Tongeren kende niemand dat debuut. Voor ons waren the Kinks een popgroep die van de meest opwindende singles uitbracht die we ooit hadden gehoord. Als het mooi weer was wandelden we op woensdagmiddag in groep naar De Motten, een stukje groen in de stad, met een roeivijver in het midden. Daar aangekomen scheidden onze wegen zich: de meeste jongens haastten zich naar het voetbalveld, wij slenterden naar de cafetaria. De stad van Ambiorix was niet bepaald Swinging Londen maar in onze fantasie leek De Motten toch wat op Hyde Park tijdens een lekkere luie Sunny Afternoon. Kijk, daar in de verte liep Ray Davies hand in hand met een Carnaby Street-meisje. Leek ze in haar minirokje niet op Mary Quant? Rays broer Dave was op zijn kamer gebleven om nieuwe riffs te bedenken.
De uitbater van de cafetaria had een platenspeler en wij brachten een aantal van onze singles en ep’s mee. Ik herinner me nog hoe we genoten van Well Respected Man, Dead End Street, Dandy en Sunny Afternoon. Vooral van Till the End of the Day gingen onze harten sneller kloppen. Toen ik Senga pas kende en opnieuw in een betoverde wereld vertoefde was een van de eerste dingen die we samen deden naar Tongeren reizen en daar aan de vijver van De Motten een bootje huren en roeien. Het was een van die stralende zomerdagen die Ray Davies had kunnen inspireren voor een van zijn muzikale vignetten. In die periode was The Great Lost Kinks Album (1973) een van onze lievelingsplaten. Hoewel Senga en ik elkaar pas kenden waren we vreemd genoeg verslingerd aan The Way Love Used to Be op dat album.

Na die eerste ‘Amerikaanse’ elpee boordevol rhythm-and-blues werd Ray Davies opnieuw een ware Brit (of is het Engelsman, Londenaar, Muswell Hillbilly?), al was de debutantenhuid van the Kinks nog niet afgelegd. Vanaf Kinda Kinks! (1965), hoor je de typisch Kinks-sound ontstaan en krijgen de thema’s die Ray Davies nauw aan het hart lagen stilaan vorm. Wat de songs van Ray Davies onderscheidt van die van bijvoorbeeld the Beatles en de Rolling Stones is het belang van de teksten. Vergelijk zijn Big Black Smoke maar even met Under My Thumb van the Rolling Stones of I’m Happy Just To Dance With You van the Beatles [1].

Op The Kink Kontroversy (1965) heeft Ray zijn doel bijna bereikt (op fantastische songs als Till the End of the Day, Where Have All The Good Times Gone, The World Keeps Going Round en I’m On An Island). Er staan nog maar twee covers op dat album, de rest is van Ray. Met een cliché zou je hem het genie van The Kinks kunnen noemen, de Engelse songschrijver par excellence, groot voorbeeld voor die andere Britse popartiest met literaire ambities, Pete Townshend. The Kinks was echter een groep: de andere leden bepaalden mee het karakter van hun uniek soort pop, zo verschillend van de meeste liedjes die we hoorden op Radio Veronica en Radio Caroline. Laten we daarom zeker niet jonge broer en gitarist Dave Davies, bassist Pete Quaife en drummer Mick Avory vergeten. In die eerste periode kon de band bovendien beschikken over een producer die wist hoe beat en pop moesten klinken: Shel Talmy. Hoe? Scherp, afgemeten, elektrisch, soms luid, soms zachter en melodieus.

Ik herinner me dat mijn vriend Luc V. de grootste Kinks-fan van ons groepje was. Mogelijk was hij in het bezit van Well Respected Kinks (1965), op het budgetlabel Marble Arch. Hij was erg enthousiast over de nummers Don’t You Fret en Wait Till The Summer Comes Along. Dat laatste was een compositie van Dave Davies. De rest van de elpee bestond uit fenomenale hits. Mogelijk maakte een tweede Marble Arch-album, Sunny Afternoon (1966), eveneens deel uit van zijn collectie. Daarop stonden de buitenbeentjes See My Friends, dat een Indische klankkleur heeft en I’m Not Like Everybody Else, dat naar punkrock neigt.

De eerste elpee van the Kinks die ik me kon veroorloven was meteen een hoogtepunt. Face To Face (1966) is een prima samenhangend geheel van heerlijke popsongs. Wat mij betreft behoort het album bij de twintig pieken van de jaren zestig-pop. Aan alle nummers erop heb ik de mooiste herinneringen. Een voorbeeld: Rainy Day In June roept bij mij onmiddellijk een bepaalde dag aan de Zuid-Willemsvaart in Neerharen op, terwijl ik daar in de heerlijk verkoelende regen aan het fietsen ben. Ontroerend is Session Man, een ode aan sessiemuzikant Nicky Hopkins. De begenadigde pianist speelt klavecimbel op het nummer. Later zou hij naar de Verenigde Staten verhuizen, lid worden van the Steve Miller Band en Quicksilver Messenger Service – en veel te jong sterven. Alleen al om Bruno Ganz een stukje uit Too Much On My Mind – een melancholisch nummer uit Face to Face – te horen zingen kijk ik keer op keer naar Der Amerikanische Freund van Wim Wenders. De Duitser regisseur is van in het begin een Kinkofiel. Zijn eerste film, genoemd naar Summer in the City van the Lovin’ Spoonful, was opgedragen aan de groep.

Something Else (1967) was de tweede perfecte popplaat van The Kinks, met daarop het dromerige Waterloo Sunset en verder parels als Two Sisters, End of the Season en Situation Vacant. Dit album is het meesterstuk van  Ray Davies, dat hij nooit meer zou overtreffen.

kinksfacetoface3

The Kinks Are The Village Green Preservation Society (1968) en Arthur Or The Decline And Fall Of The British Empire (1969), twee concept-albums, ben ik pas enkele jaren later gaan waarderen. Mogelijk vonden wij the Kinks niet meer zo hip. Ondanks mijn bewondering voor Face to Face en Something Else bleef ik de groep als een singles-band zien en singles waren nu passé. Het is zeker waar dat in de sixties geen Engelse band mooiere singles heeft gemaakt dan the Kinks. De liedjes van Ray Davies voeren je terug naar het Londen van 1966-1967, toen die stad voor ons het gonzende op beat bonzende centrum van de wereld was. Daar moest je naartoe, daar gebeurde alles. Ray Davies was er de capricieuze, soms melancholische, heel vaak ironische kroniekschrijver van. Het was samen met hem dat we Dedicated Followers of Fashion waren, al gingen we onze kleren niet in Carnaby Street kopen maar in de Muntstraat in Swinging Maastricht.
Niet veel later besefte ik uiteraard dat ook The Kinks Are The Village Green Preservation Society en Arthur Or The Decline And Fall Of The British Empire mijlpalen in de popmuziek zijn. Village Green behoort tot mijn lievelingsplaten. Shangri-La (uit Arthur) was de begintune van ons gelijknamig radioprogramma, elke week van 1982 tot 1991 op Radio Centraal.

Toen Muswell Hillbilies (1971) uitkwam schrok de Kinks-fan in mij weer wakker. The Kinks hadden hun sound aangepast aan de nieuwe tijd en er zat zelfs een vleugje country in het voortreffelijke album. Uncle Son, over een ‘eenvoudige arbeider, is een van de tederste liedjes van Ray. Of de zanger voor of tegen de revolutie is valt uit de tekst evenwel niet af te leiden. 20th Century Man klinkt woedend maar heeft reactionaire trekjes, zeker als hij het over moderne kunst heeft. Ook hier weer dubbelzinnigheid troef, al mogen we de ironie van Ray Davies niet uitsluiten.
Lola Versus Powerman And The Moneygoround, Part One (1970) heb ik nooit naar waarde weten te schatten. Mogelijk vanwege Lola: ik ben niet zo voor meezingers. En waar is Part Two gebleven?

Vanaf Everybody’s In Show-Biz (1972), een gedeeltelijk geslaagde dubbelelpee, is Ray Davies volgens mij een beetje verloren gelopen. Waarom al die concept-albums en rockopera’s? Zeker, je treft er geslaagde songs op aan, ik denk aan onder meer Sitting in My Hotel op  Everybody’s In Show-Biz, Sweet Lady Genevieve en Where Are They Now? op Preservation Act 1 (1973) en Mirror Of Love op  Preservation Act 2.

Sterk vond ik dan weer Sleepwalker (1977) met Sleepless Night, Stormy Sky en vooral Full Moon. Misfits (1978) en Low Budget (1979) beluister ik soms nog wel eens maar al wat daarna is gekomen is aan me voorbij gegaan. Er waren inmiddels weer andere tijden aangebroken, the Kinks klonken nu zoals zoveel andere bands uit de sixties gedateerd. Groepen als the Clash, Television en Elvis Costello & the Attractions gaven nu de richting aan.

Een  lijstje dan maar.

  1. Face to Face
  2. Something Else
  3. The Kinks are the Village Green Preservation Society
  4. Muswell Hillbillies
  5. Sunny Afternoon (verzamelalbum)
  6. Well Respected Kinks (verzamelalbum)
  7. The Great Lost Kinks Album
  8. Kinda Kinks
  9. Sleepwalker
  10. Everybody’s in Show-Biz

kinks-something1

[1] Ik overdrijf een beetje, want the Beatles hebben natuurlijk ook inhoudelijk sterke songs als daar zijn Eleanor Rigby en She’s Leaving Home. Hoewel die mogelijk schatplichtig zijn aan het werk van Ray Davies. Net zoals Mother’s Little Helper van the Rolling Stones dat is. De surrealistische lyrics van John Lennon laat ik helemaal buiten beschouwing: dat is een ander paar mouwen.

 

 

1968: PROEVEN VAN VRIJHEID

hangman1

Waarom sloeg ik 1968, voorlopig dan toch, over? Was het een te moeilijke opdracht? Voelde ik opeens weer het immense gewicht van dat memorabele jaar? Een paradoxaal gewicht – omdat veel van wat zich in onze nog korte levens voordeed zo vederlicht leek – dat woog op elk facet van de toenmalige samenleving,  die op het punt stond een global village te worden, of dat al was? Het gewicht van de opstanden, rebellies, revoltes, censuur en repressie. Het gewicht van de veranderingen in stijl, mode, muziek, kunst, literatuur, film, seksuele normen, enzovoort.
In mijn stukje over de betere muziekalbums van ’69 verwees ik wel naar twee boeken over 1968 en ik had er heel wat meer kunnen noemen, maar dat was niet nodig: je hebt maar enkele minuten nodig om een behoorlijke literatuurlijst te vinden. Het boek De jaren zestig van Geert Buelens alleen al bevat een bladzijdenlange bibliografie, zij het over het hele decennium.

Mogelijk was er ook schaamte gemoeid met die sprong in de tijd, al zal het dan zeker onbewuste schaamte geweest zijn. Ik was namelijk helemaal vergeten dat ik op 25 januari 1968 mee ben gaan betogen voor Leuven Vlaams. Inderdaad iets om je voor te schamen. In het euforisch tienerdagboek dat ik dat jaar bijhield lees ik dat er zo’n drieduizend leerlingen deelnamen, van zowat alle Tongerse scholen. Het is heel goed mogelijk dat de schooldirecties ons aanspoorden om mee te doen, maar dat weet ik niet zeker. Ongetwijfeld was het een politieke kwestie, een belangenkwestie ook. Ik was naïef en had beter moeten weten: mijn vader, meestal een stille man, had zich voor een keer duidelijk uitgesproken over de opkomende Volksunie. Dat waren allemaal zwarten, waarschuwde hij. Je mag dat soort mensen niet vertrouwen. Voor mij had die partij, denk ik, een jong en fris imago. Hoe het ook zij, die dag geloofde ik in die belachelijke slogan. Walen buiten, noteerde ik hysterisch. Wij internen waren verplicht om om vier uur weer op school te zijn. Maar mijn vrienden en ik hadden van de vrijheid geproefd – niet die van een bevrijd Leuven, maar van een bevrijd Leven – en gaven die niet zomaar op. Luc, Jan, Godelieve, Ivo, Anita, lees ik in mijn dagboek, begaven ons na afloop van de betoging eerst naar de boetiek King & Queen, ons toenmalig hoofdkwartier, en gingen dan nog een gin fizz drinken en wat dansen in de Baccara. Uiteraard werden we ’s anderendaags bij de prefect op het matje geroepen.
Op 29 januari ben ik samen met mijn vriend Jan en vijf leerlingen van een paar andere scholen weer gaan betogen. Zeven jongens in de straten van Tongeren voor Leuven Vlaams… Ik zal wel overtuigd geweest zijn van de juistheid van deze zaak. Tegelijk ben ik er zeker van dat het mij vooral om de kick van de vrijheid te doen was. Na die 29 januari is er in mijn notities geen sprake meer van Leuven Vlaams en Walen Buiten. Het gaat dan bijna alleen nog maar over popgroepen, over ons tijdschrift Testament, over een toneelstuk dat ik aan het schrijven was, soms over de lessen Nederlands en Engels. De Nederlandse televisie, onderdeel van die global village, was mijn redding, stel ik nu vast. Ik was zeer onder de indruk van Simon Vinkenoog, Robert Rauschenberg en Salvador Dali, die in dat voorjaar de revue passeerden. Een andere reddingsboei was de literatuur. Dat kan ik niet voldoende benadrukken. De notities van na mijn Leuven Vlaams-escapade gaan dan een hele tijd over het verdriet om het verlies van mijn eerste Ware Liefde, de mooie, blonde José-Anne, die ik Josy noemde, zoals in de song van Donovan. (Nog een spoor van mijn anti-Waalse gevoelens van toen?).  José-Annes ouders hadden hun dochter gedwongen om met mij te breken. Een dochter van apothekers met een schipperszoon, langharig tuig dan nog, wat denk je wel. Zo was het leven in Tongeren in 1968. Er was evenwel nog een tweede leven, in Neerharen, met andere vriendinnen en vrienden: Martin en Jean en vooral Anita (een andere Anita dan die hierboven) en haar zus Linda, waar ik meer verliefd op was dan op Anita, maar Linda was al verloofd en Anita hield van mij. Soms waren er nog Sylvia en Yvonne. Namen waarvan ik mij de erbij horende gezichten niet meer herinneren kan.  Die bucolische kant van mijn gespleten adolescente leven laat ik hier buiten beschouwing. In de dorpen waren, denk ik, de jaren zestig nog niet begonnen. Het leek er meer op The Last Picture Show en American Graffiti, maar dan op de fiets in plaats van in de auto.
Zowel in de wereld van de stad als die van het dorp vond ik troost in liedjes, opnieuw en opnieuw.

Omdat 1968 in elk opzicht zo uitzonderlijk was heb ik er niet aan kunnen weerstaan om een lange lijst te maken. Er zijn dat jaar massa’s gedenkwaardige langspeelplaten uitgekomen; sommige zijn mijlpalen geworden, aan de tijd onttrokken artefacten.

godblesstinytim

  1. White Light / White Heat – Velvet Underground
  2. The Notorious Byrd Brothers / Sweetheart of the Rodeo – The Byrds
  3. Beggars Banquet – The Rolling Stones
  4. Electric Ladyland – Jimi Hendrix Experience
  5. Astral Weeks – Van Morrison
  6. Music from Big Pink – The Band
  7. Gris-Gris – Dr. John, The Night Tripper
  8. The Hangman’s Beautiful Daughter – The Incredible String Band
  9. We’re Only In It For The Money / Cruising With Ruben And The Jets – The Mothers Of Invention
  10. A Saucerful of Secrets – Pink Floyd
  11. Waiting for the Sun – The Doors
  12. The Beatles (“The White Album”) – The Beatles
  13. The Kinks Are The Village Green Preservation Society – The Kinks
  14. Traffic – Traffic
  15. Wheels Of Fire – Cream
  16. The Fantastic Expedition of Dillard & Clark – Dillard & Clark
  17. Wow – Moby Grape
  18. Crown of Creation – Jefferson Airplane
  19. Cheap Thrills – Big Brother and the Holding Company
  20. Supersession – Mike Bloomfield, Al Kooper, Steve Stills
  21. Friends – The Beach Boys
  22. Randy Newman (Creates Something New Under the Sun) – Randy Newman
  23. Lady Soul – Aretha Franklin
  24. S.F. Sorrow – The Pretty Things
  25. Nico – The Marble Index
  26. Song Cycle – Van Dyke Parks
  27. Last Time Around – Buffalo Springfield
  28. Introspect – Joe South
  29. Nancy & Lee – Nancy Sinatra & Lee Hazlewood
  30. Blues From Laurel Canyon – John Mayall
  31. This Is My Country – The Impressions
  32. Taj Mahal – Taj Mahal
  33. Roots – The Everly Brothers
  34. Neil Young – Neil Young
  35. Balaklava – Pearls Before Swine
  36. Ogdens’ Nut Gone Flake – The Small Faces
  37. Everything Playing – The Lovin’ Spoonful
  38. The Soft Machine – The Soft Machine
  39. God Bless Tiny Tim / Tiny Tim’s 2nd Album – Tiny Tim
  40. Suddenly One Summer – J.K. & Co.
  41. H.P. Lovecraft II – H. P. Lovecraft
  42. The Hurdy Gurdy Man – Donovan
  43. The United States of America – The United States of America
  44. New Grass – Albert Ayler
  45. Tell Mama – Etta James
  46. Dance to the Music – Sly & the Family Stone
  47. Odessey and Oracle – The Zombies
  48. Vincebus Eruptum – Blue Cheer
  49. Comment Te Dire Adieu?- Françoise Hardy
  50. Sailor / Children of the Future – Steve Miller Band
  51. In My Own Dream – The Paul Butterfield Blues Band
  52. Spirit / The Family That Plays Together – Spirit
  53. A Beacon From Mars – Kaleidoscope
  54. Picknick – Boudewijn de Groot
  55. Live Wire / Blues Power – Albert King
  56. Who Knows Where The Time Goes – Judy Collins
  57. This Was – Jethro Tull
  58. Boogie With Canned Heat – Canned Heat
  59. Eli and the Thirteenth Confession – Laura Nyro
  60. Peter Green’s Fleetwood Mac / Mr. Wonderful – Fleetwood Mac
  61. CQ – The Outsiders
  62. Jacques Dutronc – Jacques Dutronc
  63. Initials B.B. – Serge Gainsbourg
  64. The Move – The Move
  65. Bradley’s Barn – The Beau Brummels
  66. Head – The Monkees
  67. Who’s Making Love? – Johnnie Taylor
  68. Bookends – Simon & Garfunkel
  69. Silver Apples – Silver Apples
  70. Sweet Child – Pentangle
  71. Volume 3: A Child’s Guide To Good And Evil -The West Coast Pop Art Experimental Band
  72. The Doughnut In Granny’s Greenhouse – The Bonzo Dog Band
  73. Idea / Horizontal – Bee Gees
  74. I’m Gonna Be A Country Girl Again – Buffy Sainte-Marie
  75. The Delta Sweete – Bobbie Gentry
  76. Love Is All Around – The Troggs
  77. Love Is – Eric Burdon & The Animals
  78. Bonnie And Clyde – Brigitte Bardot & Serge Gainsbourg
  79. A Long Time Comin’ / An American Music Band – The Electric Flag
  80. The Secret Life Of Harper’s Bizarre – Harpers Bizarre
  81. The Voice Of The Turtle – John Fahey
  82. Rainbow – Bobby Callender
  83. Another Place Another Time – Jerry Lee Lewis
  84. A Man Needs A Woman – James Carr
  85. The Further Adventures Of Charles Westover – Del Shannon
  86. Insect Trust – Insect Trust
  87. It Crawled Into My Hand, Honest – The Fugs
  88. Tim Hardin 3: Live In Concert – Tim Hardin
  89. Harlequin Melodies – Mickey Newbury
  90. D-I-V-O-R-C-E – Tammy Wynette
  91. Together – Country Joe And The Fish
  92. Blues Helping – Love Sculpture
  93. Flash – Moving Sidewalks
  94. Tape From California – Phil Ochs
  95. Birthday – The Association
  96. Did She Mention My Name / Back Here on Earth – Gordon Lightfoot
  97. Dino Valente – Dino Valente
  98. Stoned Soul Picnic – Roy Ayers
  99. I’m Going Back To The Country Where They Don’t Burn The Buildings Down – Juke Boy Bonner
  100. John Green – St. John Green

1968-carnaval-3b

1969: MUZIEK VOOR SCHOOIERS

HENRY 2

Niet alleen voor de inwoners van Parijs en van zowat alle grote steden van de wereld maar ook voor mezelf was 1968  een uitermate boeiend jaar. Over hoe het er in de grote wereld aan toe ging bestaan een aantal interessante boeken, waarvan ik er twee wil aanbevelen: 1968: The Year that Rocked the World van Mark Kurlansky en There’s a Riot Going On: Revolutionaries, Rock Stars and The Rise and Fall Of ‘60s Counter-culture van Peter Doggett  [1]. Toch sla ik in deze korte beschouwingen over een aantal van mijn geliefkoosde popalbums dat woelig jaar voorlopig over. Ik wil hier niet alles nauwgezet en chronologisch, als een popboekhouder, onder de loep nemen. Overigens heb ik er al meermaals over geschreven; dat is allemaal terug te vinden op deze blog.
Mijn verhuis naar Brussel in 1969 en mijn (zinloze) studies aan het Ritcs heb ik ook al uitvoerig behandeld, hier en hier. Het is sowieso niet mijn bedoeling om in dit bestek al te diep op mijn biografie in te gaan, al zijn aan mijn ervaringen met muziek zeker wel (auto)biografische elementen verbonden. Op zowel persoonlijk als muzikaal vlak was mijn kennismaking (en al gauw vriendschap) met Marc Didden in september 1969 een mijlpaal. De ontmoeting met mijn eerste vrouw zou mijn leven ingrijpend veranderen.

De periode tot september 1969 was er een van nieuwe – soms vluchtige –  vriendschappen, verliefdheden, zoeken maar moeilijk of helemaal niet vinden. Van dromen van een leven weg uit de hel van het internaat, van herwonnen vrijheid. De vrijheid die ik had gekend als kind op het schip en als adolescent tijdens de lange zomervakanties. Is vrijheid niet bijna altijd kinderlijk en sensueel en vaak ook erotisch? Is muziek niet ook bijna altijd kinderlijk en sensueel en vaak erotisch?

Hoewel ik het internaatleven in Tongeren als iets infernaals beleefde, waren er ook stralende dagen. Dat heb ik aan die fijne vrienden te danken over wie ik het in de vorige notitie al had. Op mijn eentje kon ik wegvluchten in boeken en in beginnend dichterschap. Samen gaven we ons over aan popmuziek en de mode die daar mee samenhing. Tegen het grijs van die tijd kwamen wij in opstand met de vele kleuren in onze garderobe en met onze lange haren.

De zomer van 1969 was anders dan alle andere zomers. In de opwinding van de eerste dagen van onze ‘vita nuova’, was al iets bitters geslopen. Alleen en met mijn vrienden hing ik rond in de straten van Neerharen, Hasselt, Maastricht en Blankenberge. Later vond ik het woord dat onze levensstijl van toen goed omschreef: schooiers, in het Engels bums. De uitdrukking had een positieve inhoud gekregen, maar het negatieve aspect zat er nog altijd aan vastgekleefd. Die negatieve component maakte zich ook meester van mijn adolescente psyche. De verrukkelijkste dagen werden gevolgd door weken van donkere twijfels en angsten. Vooral was ik bang voor seks. In tegenstelling tot de jongens in de dorpen, zij die niet opgesloten zaten in een internaat, wist ik er niets van. Een meisje kussen was al een goddelijke ervaring. Wat moest de rest dan zijn? Maar ik wist ook niet wat ik met mijn leven moest aanvangen. Wat zou de toekomst brengen? Op de eindexamens aan het Atheneum in Tongeren volgde een lange, mooie, moeilijke zomer en dan de ingangsproeven aan het Ritcs in Brussel. Waar heel even alles openbloeide.

Meestal was het wegvluchten in muziek. 1969 was daar een uitermate geschikt jaar voor. Ik was er bij op het First International Pop Event op 21 juni, georganiseerd door Louis de Vries en Jo Dekmine. Louis de Vries was de baas van café het Pannenhuis in Antwerpen [2] en Jo Dekmine directeur van Théâtre 140 in Brussel. Op dat popevent in Deurne raakten we bedwelmd door de muziek van The Pebbles, Yes, The Nice, Colosseum en vooral Peter Green’s Fleetwood Mac. Peter Green behoorde op dat ogenblik tot ’s werelds meest vooraanstaande bluesgitaristen, op gelijke voet met B.B. King en Elmore James. Het festival duurde tot lang na middernacht. Tot we een trein weer naar huis konden nemen zaten we in een kroeg in de Wolstraat. We hoefden er niets te consumeren maar mochten ons hoofd niet op de tafel laten rusten voor een ogenblik slaap. Overigens was dat typisch in die dagen, op café gaan zonder iets te drinken, alleen maar voor het gezelschap en de muziek.

De sfeer op Jazz Bilzen was in 1969 niet meer die van een love-in en ook lang niet meer zo braaf als in ’67. Er werden sterke drank en hoestsiroop (Romilar) gedronken, allerlei pillen geslikt, het regende, we hadden het koud en kwamen ten val in de modder. Claudi kwam niet opdagen, Monique evenmin. Mijn vrienden en ik wisten het allemaal niet meer zo goed. We sliepen in een kamer in het huis van de ouders van Paul Vrijens, de basgitarist van the Scrub, met wie we in Blankenberge kennis hadden gemaakt.
De muziek op de Bilzense weide was beter en gevarieerder dan ooit. Er traden voor ons op: Humble Pie met de fantastische zanger Steve Marriott, een betoverende en sexy Marsha Hunt & White Trash, the Soft Machine met Robert Wyatt in bloot bovenlijf, Aynsley Dunbar Retaliation, the Bonzo Dog Band, Shocking Blue, Taste en Ornette Coleman. Stuk voor stuk avontuurlijk en vaak grensoverschrijdend. De set van Ornette Coleman was mijn eerste kennismaking met jazz. Nog altijd zie ik hem daar op dat podium musiceren, zijn lyrisch en dissonant saxofoonspel ten hemel stijgend.

Een ander memorabel counter-culture-evenement vond op 11 oktober in Londerzeel plaats: de Island Show. Er traden drie progressieve Britse bands op die platen uitbrachten op het Island-label en die we al een tijdje bewonderden: Spooky Tooth, Free en Jethro Tull. Live klonken ze nog stukken beter dan op plaat. Ik woonde toen al op een kamer in de Karmelietenstraat in Brussel. De nacht brachten we door in een bouwwerf in Londerzeel. De rest is kleine geschiedenis en een lijstje [3].

  1. The Gilded Palace of Sin – The Flying Burrito Brothers
  2. Let It Bleed – The Rolling Stones
  3. The Band – The Band
  4. Nashville Skyline – Bob Dylan
  5. Everybody Knows This Is Nowhere – Neil Young & Crazy Horse
  6. Led Zeppelin II – Led Zeppelin
  7. Liege & Lief / What We Did On Our Holidays / Unhalfbricking / – Fairport Convention
  8. Oar – Alexander “Skip” Spence
  9. Abbey Road – The Beatles
  10. The Velvet Underground – The Velvet Underground
  11. Dr. Byrds & Mr. Hyde / Ballad of Easy Rider – The Byrds
  12. Free – Free
  13. Dusty In Memphis – Dusty Springfield
  14. Mendocino – Sir Douglas Quintet
  15. From Elvis in Memphis – Elvis Presley
  16. Ummagumma / More – Pink Floyd
  17. Happy Trails – Quicksilver Messenger Service
  18. Nick Drake – Five Leaves Left
  19. Pickin’ Up The Pieces – Poco
  20. Bayou Country / Willy and the Poor Boys / Green River – Creedence Clearwater Revival
  21. Then Play On – Fleetwood Mac
  22. Happy Sad – Tim Buckley
  23. 20/20 – The Beach Boys
  24. Scott 4 – Scott Walker
  25. Hollywood Dream – Thunderclap Newman
  26. Stooges – The Stooges
  27. Tons of Sobs – Free
  28. Volume II – The Soft Machine
  29. Crosby, Stills & Nash – Crosby Stills & Nash
  30. Trout Mask Replica – Captain Beefheart And His Magic Band
  31. Stand! – Sly & the Family Stone
  32. Blind Faith – Blind Faith
  33. Stand Up – Jethro Tull
  34. Live/Dead – The Grateful Dead
  35. Second Winter – Johnny Winter
  36. Ssssh – Ten Years After
  37. Testifyin’ – Clarence Carter
  38. Bless Its Pointed Little Head – Jefferson Airplane
  39. Barabajagal – Donovan
  40. Brave New World / Your Saving Grace Steve Miller Band

[1] Het boek van Peter Doggett beslaat de jaren 1965-1972.

[2] Over het Pannenhuis heb ik vorig jaar al uitvoerig bericht, maar dat verhaal moet zeker nog een vervolg krijgen.

[3] Niet alle elpees uit deze lijst waren in ons bezit. Sommige ervan, met name die van Elvis Presley, Nick Drake en Clarence Carter, kregen wij pas later te horen. Aanvankelijk hield ik niet van Nick Drake. Uiteraard hadden de elpees die vanaf 1965 waren uitgekomen nog niets van hun magie verloren.

 

monique3

Afbeeldingen: boven: mijn vriend Henry als schooier, circa 1968; onder: lachende jongen met Monique, circa 1968.

POP 1967: GROOVY

king&queen (3) tongeren1967

1967 was, wat de hele wijde wereld nu wel weet, het jaar van flower power en van wat de ‘summer of love’ wordt genoemd. In het midden van dat jaar werd ik zeventien. Zoals ongeveer alles in die tijd veranderde mijn leven razendsnel. Wilde ik tot voor kort nog leider van een jongerenbende worden, wat ik zelfs een beetje was geweest, ontpopte ik mij nu in een mum van tijd tot dichter en liefdeskind. Van een potentiële Arthur ‘Cody’ Jarrett (“Made it, Ma! Top of the world!”) [1] naar een ware beat-jongen, als het ware voor POP in de wieg gelegd. Jan Depooter, Luc Verjans, Henry Janssen en Guy Bleus, mijn vrienden in het internaat in Tongeren,  hadden samen met mij de magie die dat jaar in de lucht hing aangevoeld en waren er bezeten van geraakt.

“If you believe in magic, come along with me / We’ll dance until morning ‘til there’s just you and me”, had John Sebastian van The Lovin’ Spoonful in 1965 gezongen. Twee jaar later kon je moeilijk anders dan geloven in die magie, in een caleidoscoop  van wijnkleurige bloemen, geurige kruiden, oranje hemels, elektrische bananen, frêle dromerige meisjes, ongeziene juwelen en love-ins. [2] Je moest wel beamen dat liefde van een hogere orde is dan oorlog. Moest je dat? Natuurlijk niet. Het lijkt wel vergeten dat de meerderheid van de jongeren van toen helemaal niet in dergelijke idealen en in verandering geloofde. Zij die dat niet deden waren wat de Nederlandse protestzanger Armand het klootjesvolk noemde. Dat jaar werd de tot dan nog latente tegenstelling wij-zij manifest.

Alsof het psychedelische bloemen waren of magische paddenstoelen die we zomaar konden plukken waren er overal om ons heen opeens elpees die in geluid, woord en beeld de magische boodschap verkondigden. Langspeelplaten werden op ons losgelaten en ze brachten ons in verrukking. Ons Tongers groepje ging zich Sunshine World noemen. We begonnen met een provo-achtig tijdschrift dat eerst Testament heette, later Subterranean. (Trouwe lezers van hoochiekoochie kennen deze kleine geschiedenis al).
De magische elpees maakten helaas deel uit van de echte wereld waar voorlopig nog zaken werden gedaan en niets gratis was. Elk van ons afzonderlijk kon onmogelijk al die mooie platen aanschaffen, dus maakten we keuzes. Als jij Mr. Fantasy koopt en jij Surrealistic Pillow dan ik Bee Gees 1st, enz. We bestelden heel wat van onze albums via een leerling wiens pa beroepsmilitair was in Duitsland. Hoe heette hij ook alweer? Ik geloof dat platen in de BSD, wat de tiende provincie van België werd genoemd, ongeveer de helft goedkoper waren dan in het vaderland. Op die manier kwam ons groepje in het bezit van bijna alle langspeelplaten die later zo belangrijk zijn geworden. In de kelder van het Atheneum hielden we tijdens de ‘speeltijd’ luistersessies. Lichamelijke opvoeding hoefde voor mij niet meer. Dat was te militaristisch. Ik luisterde dan naar platen of werkte aan een experimenteel toneelstuk. We werden lekker high van al die muziek uit de hogere sferen, zonder drugs of wat dan ook. We stegen supersonisch op, tot hoog boven de wolken, reisden naar Jupiter en Pluto en vooral Venus, maar bleven weg van de donkere kant van de maan. Waar wij kwamen was geen sterveling ooit geweest. Het was een mooie droom, waaruit we maar niet wilden ontwaken. Maar ook hier was er weer de rumoerige realiteit, er waren grenzen, er waren normen, er was fatsoen. Dat lange haar moest geknipt.

In die droom beleefde ik een tweede droom: Jazz Bilzen, het eerste popfestival waar ik bij aanwezig was. Voor de eerste keer zag ik een buitenlandse beatgroep optreden, Procol Harum, die een hit had met A Whiter Shade Of Pale. Nu is dat natuurlijk een fait divers, maar toen was het iets waar je extatisch van werd. Zeker als je er de sfeer van flower power bij denkt. Louis Neefs, die voor de Belgische televisie werkte, zag me daar met een groepje vrienden op de grond zitten, met bloemen in mijn haren en op mijn saffraankleurig fluwelen jasje vastgespeld, en zal gedacht hebben, merkwaardige snuiter, goed voor een babbeltje. Dit is hier allemaal fantastisch, zei ik, want hier gebeurt anders nooit iets. En het moet maar eens gedaan zijn met die oorlog in Vietnam en met alle andere oorlogen. Het is tijd voor eeuwigdurende vrede. Toen het interview werd uitgezonden, in het programma Tienerklanken, zat ik alweer op internaat. Tienerklanken, zei de studiemeester? Niets van. Hier wordt alleen naar voetbal gekeken.

Informatie over nieuwe platen was nauwelijks te vinden. De Vlaamse kranten leken van het bestaan van popmuziek niet af te weten. Alleen het tijdschrift voor radio en televisie Humo was een beetje op de hoogte. In Nederland was het stukken beter. Daar had je Muziek Express, Teenbeat, Tiq en vooral Hitweek, dat al gauw onze muziekbijbel werd. Hitweek, later omgedoopt tot Aloha, zocht de underground op en wij gingen mee met die verwante droomreizigers. Zo ontstond de beruchte tegencultuur. (Ik sla enkele stappen over. Het moet vlug gaan. Er zijn andere tijden gekomen, man.)
We bleven van revoluties en bevrijding dromen. Alles moest radicaal veranderen. We werden bozer en bozer en riepen met luide stem Up against the wall, motherfuckers, ook al wisten we niet wie de echte Motherfuckers waren en zelfs niet dat ze bestonden. Iedereen weet hoe uit die woede en razernij terreur is ontstaan. Er zijn duizenden boeken over geschreven, dat van Geert Buelens [3] alleen al telt duizend bladzijden. Heb je het gelezen? Alles staat erin, tot in de kleinste details, met massa’s lijstjes erbij.

Ik besef dat ik ondertussen ben teruggekeerd van die reis naar de sterren, het is al bijna Watergate, en dan moeten Reagan en Thatcher en het neokapitalisme nog komen. Nee, laten we nog even in het jaar van de liefde verwijlen, wild en jong en groovy. “Do you believe in Magic? It’s like telling a stranger about rock and roll…”

7

  1. Are You Experienced? – Jimi Hendrix Experience
  2. John Wesley Harding – Bob Dylan
  3. The Piper at the Gates of Dawn – Pink Floyd
  4. The Velvet Underground & Nico – The Velvet Underground & Nico
  5. Absolutely Free – The Mothers of Invention
  6. Bee Gees 1st – Bee Gees
  7. The Who Sell Out – The Who
  8. I Never Loved a Man the Way I Love You – Aretha Franklin
  9. Between the Buttons – The Rolling Stones
  10. Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band – The Beatles
  11. Younger Than Yesterday – The Byrds
  12. Forever Changes – Love
  13. Moby Grape – Moby Grape
  14. Buffalo Springfield Again – Buffalo Springfield
  15. Their Satanic Majesties Request – Rolling Stones
  16. Safe As Milk – Captain Beefheart & His Magic Band
  17. Outsiders – The Outsiders
  18. Chelsea Girl – Nico
  19. Disraeli Gears – Cream
  20. Something Else – The Kinks
  21. One Nation Underground – Pearls Before Swine
  22. Surrealistic Pillow – Jefferson Airplane
  23. The Doors / Strange Days – The Doors
  24. Smiley Smile – The Beach Boys
  25. Mr. Fantasy – Traffic
  26. Procol Harum – Procol Harum
  27. Mellow Yellow – Donovan
  28. Electric Music for the Mind and Body – Country Joe and the Fish
  29. Goodbye and Hello – Tim Buckley
  30. Tim Hardin 2 – Tim Hardin
  31. The Resurrection Of Pigboy Crabshaw – Butterfield Blues Band
  32. Songs of Leonard Cohen – Leonard Cohen
  33. Song Cycle – Van Dyke Parks
  34. Feelin’ Groovy – Harpers Bizarre
  35. The Time Has Come – Chamber Brothers
  36. Ode to Billie Joe – Bobby Gentry
  37. Trogglodynamite – The Troggs
  38. The Blues Alone – John Mayall & The Bluesbreakers
  39. Tim Rose – Tim Rose
  40. You’re A Big Boy Now – The Lovin’ Spoonful

[1] Arthur ‘Cody’ Jarrett is het hoofdpersonage uit de misdaadfilm White Heat (1949) van Raoul Walsh. “Made it, Ma! Top of the world!” is de uitroep van Cody net voor zijn tragische dood.
[2] The Byrds maken er een mooie opsomming van in Renaissance Fair, terug te vinden op het album Younger Than Yesterday, 1967.
[3] Do You Believe in Magic, The Lovin’ Spoonful, op hun gelijknamige elpee uit 1965.
[4] Geert Buelens, De jaren zestig, Een cultuurgeschiedenis, 2018. 1024 pagina’s.

Foto’s: Boven: In de King & Queen in Tongeren, meisje van de King & Queen, Luc Verjans, ik, Jan Depooter; Onder: Jan Depooter en ik.

EEN AANGENAAM TIJDVERDRIJF

IMG_20200409_112112-anderlecht

Waar houd ik van? Wat is me het liefst? Dat verschilt van jaar tot jaar, van dag tot dag, zelfs van uur tot uur. Zoals Johnny Winter houd ik soms van alles, soms van niets. [1] Daarom is het nogal absurd om de (pop)muziek die mijn voorkeur geniet in lijsten onder te brengen en op die manier het ene album, de ene artiest, zoveel waarde toe te kennen en de andere zoveel.

Nu is het ongeveer iets dergelijks wat ik de voorbije twee maanden (of hoe lang duurt het al?) – op vraag van mijn vriend en muziekminnaar Roen Hetzwoen en uit behoefte aan enige orde en duidelijkheid in mijn leven – heb gedaan. Het was, en blijft nog even, een mooi tijdverdrijf. Zo’n lijstje is geen Dafalgan noch een pepmiddel, maar het proces, het maken, heeft me goed gedaan. Soms voelde ik de adrenaline stromen. Ik meen dat de verteller in Lou Reeds Kicks al een moord moet plegen om iets dergelijks te voelen. Dan toch liever een lekkere opsomming.

Ik kon me al een hele tijd moeilijk concentreren waardoor lezen en schrijven quasi onmogelijk werden. Dat was al het geval na mijn ziekte in december maar is verergerd als gevolg van de pandemie. Als ik niet kan lezen en schrijven ben ik ongelukkig. Het gebeurt wel vaker dat ik het gevoel heb te verstikken in de dagelijkse herhaling, het altijd maar opnieuw moeten beginnen. In het verleden maakte ik dan een reis, om mijn hoofd leeg te maken en weer te vullen met nieuwe ervaringen, geluiden, landschappen, beelden van mensen onderweg. Wat nu zoals je weet onmogelijk is.
Bezig zijn met muziek en met deze lijstjes bood me, een beetje als reizen, een mogelijkheid om te ontsnappen, om niet de godganse dag aan dat virus, aan besmetting, aan ziekte en dood te denken. Om al die vormen van voorzichtigheid, al die nieuwe leefregels waar we ons moeten aan houden uit respect voor onszelf en voor elkaar, enkele uren per dag te vergeten.

Mijn bedoeling was niet om bij die lijstjes voor Roen veel uitleg te schrijven. Aanvankelijk hield ik het ook zo, gaf ik alleen een opsomming van wat ik van bijvoorbeeld R.E.M. of Marianne Faithfull de beste albums vind. Gaandeweg vond ik dat dat niet volstond, dat er wat commentaar nodig was. Nog later ben ik op het idee gekomen om die stukjes uit te werken voor hoochiekoochie. Ook Roen was van mening dat ik dat moest doen. Als ze hier – vanaf morgen – verschijnen is dat mede te danken aan zijn toewijding en overtuigingskracht.

Het was me vaak een genoegen om lijstjes van andere vrienden van Roen – duidelijk stuk voor stuk melomanen – te bestuderen en hun verhalen over deze of gene elpee, dit of dat concert te lezen. Ik besef dat we veel gemeenschappelijk hebben, hoe verschillend we ook mogen zijn in smaak en karakter. Ik heb veel bijgeleerd en vooral heb ik zin gekregen om muziek die ik nog niet ken te gaan ontdekken.

De cursiefjes en anekdotes die ik als uitleg bij mijn lijstjes heb geschreven zijn in tegenstelling tot sommige van mijn literaire teksten niet voor de eeuwigheid gemaakt. Soms echter is een dag een eeuwigheid.

[Morgen de eerste lijst: de beste albums van 1967.]

[1] Op Johnny Winters elpee Second Winter staat een nummer dat I Love Everybody en een dat I Hate Everybody heet.

Foto:  Een coronawandeling in Anderlecht. MP, 9 april 2020,

OP VOORSCHRIFT VAN DR. JOHN

dr john 5

De stem, de muziek, de songs en de persoonlijkheid van Malcolm John Rebennack, beter bekend als Mac en beroemd als Dr. John, bezitten voor mij en mijn vrienden en waarschijnlijk voor iedereen die van muziek houdt een magische, bijna bovennatuurlijke kracht en schoonheid. Wat ergens wel vreemd is want het ritme dat het leeuwendeel van Dr. Johns songs en van zijn beste albums zo veerkrachtig en aanstekelijk maakt is honderd procent van de aarde, van het lijf, van het kloppende hart. Maar als je daar even bij stilstaat is dat toch weer niet zo vreemd: aarde, lichaam en geest vormen een magisch geheel en muziek is transcendentie van de natuur in de mens. Een mooie vaststelling op deze dag van Pinksteren, al hoef je niet echt in de Heilige Geest te geloven, om door de grooves van Dr. John geroerd te worden (en als de sterren in de juiste constellatie staan, uit je verkrampt lichaam te treden en op te gaan in iets wat ons met elkaar en met het één-en-al – of  Ἓν καὶ Πᾶν in het Grieks – verbindt).
Overigens denk ik dat de dokter bij al deze metafysica eens flink zijn wenkbrauwen zou optrekken. Je hoeft mij ook helemaal niet te geloven. Luister gewoon naar zijn platen, in je luie zetel, in een donkere kamer, in de keuken, op een boot, in de trein, op de dansvloer, in de weide, boven op een berg of op het strand. Altijd zal geluk en betovering je deel worden. Je bent tenslotte een mens en een mens is vooral zwak. De allergrootste componisten en muzikanten kunnen je sterker en beter maken, kunnen je zelfs genezen. Malcolm Rebennack is een van die allergrootsten.  Dat schrijf ik in de tegenwoordige tijd.

Got many clients come from miles around, running down my prescription. I got my medicine, to cure all your ills. I got remedies of every description. Aldus Dr. John Creaux, die mij sinds 1968 tot zijn trouwe en gehoorzame cliënten mag rekenen. Dit is een lijst van de heilzame middelen die hij me sinds mijn achttiende verjaardag voorschreef:

Gris-Gris Gumbo Ya Ya
Danse Kalinda Ba Doom
Mama Roux
I Walk on Guilded Splinters
Gris-Gris (1968) (Atco, 33-234)

Glowin’
The Lonesome Guitar Strangler
Babylon (1969) (Atco, SD 33-270)

Loop Garoo
What Goes Around Comes Around
Remedies (1970) (Atco, SD 33-316)

Black John the Conqueror
Where Ya at Mule
The Sun, Moon & Herbs (1971) (Atco, SD 33-362)

Blow Wind Blow
Junko Partner
Dr. John’s Gumbo (1972) Atco, SD 7006)

Right Place Wrong Time
I Been Hoodood
Cold Cold
In the Right Place (1973) (Atco, SD 7018)

Quitters Never Win
Mos’ Scocious
(Everybody Wanna Get Rich) Rite Away
Desitively Bonnaroo (1974) (Atco, SD 7043)

Wild Honey
City Lights (1979) (Horizon/A&M, SP-732)

Mac’s Boogie
Saints
Dr. John Plays Mac Rebennack, Vol. 1 (1981) (Clean Cuts, 705)

Marie La Veau
Your Average Kind Of Guy
The Brightest Smile In Town (1983) (Clean Cuts, 707)

Black Night
In a Sentimental Mood (1989) (Warner Bros., 25889)

Milneburg Joys
Didn’t He Ramble
I’ll Be Glad When You’re Dead , You Rascal You
Cabbage Head
Goin’ Back to New Orleans (1992) (Warner Bros., 26940)

Television
Limbo
Witchy Red
Television (1994) (GRP/MCA, 4024)

There Must Be A Better World Somewhere
I’m Confessin’ That I Love You
Afterglow (1995) (Blue Thumb/GRP/MCA, 7000)

Voices In My Head
John Gris
I Don’t Wanna Know
Anutha Zone (1998) (Point Blank/Virgin/EMI, 46218)

I’m Gonna Go Fishin’
It Don’t Mean a Thing
Satin Doll
Duke Elegant (2000) (Blue Note/Parlophone/EMI, 23220)

Holdin Pattern’
Take What I Can Get
One 2 A.M. Too Many
Creole Moon (2001) (Blue Note/Parlophone/EMI, 34591)

Marie Laveau
Dis, Dat or D’Udda
Chickee Le Pas
I Ate Up the Apple Tree
Time Marches On
N’Awlinz: Dis Dat or d’Udda (2004) (Blue Note/Parlophone/EMI, 78602)

Calm in the Storm
Sippiana Hericane (2005) (Blue Note/Parlophone/EMI, 45687)

Locked Down
Revolution
Ice Age
Locked Down (2012) (Nonesuch/WEA, 530395)

Nobody Knows the Trouble I’ve Seen
When You’re Smiling (The Whole World Smiles With You)
Ske-Dat-De-Dat: The Spirit of Satch (2014) (Concord/UMe, 35187)

Bad Neighborhood – Ronnie & the Delinquents
Morgus the Magnificent – Morgus & the Ghouls
Storm Warning – Mac Rebennack
Good Times In New Orleans – 1958-1962 (Soul Jam, 2016)

Andere zaligmakende middelen laat ik voorlopig buiten beschouwing. Al hebben de brouwsels van  Mac’s collega’s en assistenten mij meermaals van een gewisse (zielen)dood gered. Daarvoor dank ik onder meer John Hammond Jr., Mike Bloomfield (Triumvirate), the Band, Levon Helm, Rickie Lee Jones (Makin’ Whoopee), Doug Sahm, Bob Dylan (Wallflower), the Rolling Stones (Exile On Main Street), Van Morrison (A Period of Transition), Ringo Starr, Jimmie Vaughn, Canned Heat, Leon Redbone, B.B. King, Willie Nelson, Snooks Eaglin, the Meters, Allen Toussaint, Greg Allman en David Bromberg.

You gotta pull together, go hand in hand. You really got to do your best.
Wouldn’t it be a perfect sight to see: the whole world filled with happiness.
Everybody let’s sing, sing, sing? (Let freedom ring)
(Everybody let’s sing, sing, sing?)
Let’s all pitch in to do our thing, make a better world to live in.
Earl King

GEDENKWAARDIGE LANGSPEELPLATEN: UITSTELGEDRAG

KINKS PATTI SMITH

Op 14 juni had ik al het voornemen om met mijn reeks teksten over langspeelplaten die een belangrijke rol hebben gespeeld in mijn leven nog wat door te gaan. Ik was de maanden ervoor bezig geweest aan zo’n reeks van tien. Toen ik begin mei op reis naar Frankrijk vertrok had ik er zes uitgebreid de revue laten passeren. De overige vier zouden in de vroege zomer aan bod komen. Waarom dit niet is gebeurd  weet ik niet. Was ik het vergeten? Of had ik er geen zin meer in? Ik denk dat ik het maar eens op de lange hete zomer zal steken. Op mijn werkkamer hier onder het dak zal het misschien wel vijftig graden geweest zijn.
De voorbije nacht dacht ik terug aan mijn missie. Als je aan iets begonnen bent moet je het ook afmaken, hoorde ik mijn Über-ich me toefluisteren. Je mag het ook mijn geweten noemen.
De langspeelplaten die zich aandienden waren niet de allerbeste of allermooiste die ik ken – een keuze die trouwens niet mogelijk is want die verandert met de dag en hangt af van je humeur en andere pietluttigheden. Mijn aandacht ging naar elpees die heel specifieke herinneringen bij me oproepen, die vooral in mijn jeugd indruk op me hebben gemaakt. Gelukkig heb ik meer dan één jeugd gekend.

Dit zijn de zes albums die al uitvoerige werden ‘besproken’:
The Rolling Stones – Beggars Banquet
Neil Young & Crazy Horse – Everybody Knows This Is Nowhere
The Slits – Cut
Joy Divsion – Closer
Sir Douglas Quintet – Mendocino
Mazzy Star – She Hangs Brightly

Zal ik mijn werk dit jaar nog af kunnen maken? Veel tijd heb ik niet meer; de dagen zijn donker, chaotisch, onheilspellend. Mag ik met dergelijke lichtzinnige spelletjes de werkelijkheid ontvluchten? Wat is de wereld kil, wat zijn de mensen desperaat en negatief geworden in vergelijking met de hoopvolle dagen van weleer, in de jaren zestig en zeventig.
Maar soms is het lichtvoetige nodig.

butterfield

Ik zal, denk ik nu, een keuze moeten maken uit dit indrukwekkend lijstje:
The Butterfield Blues Band – East-West
The Beach Boys – Smiley Smile
Flying Burrito Brothers – Gilded Palace Of Sin
Tim Hardin – The Best Of Tim Hardin
Patti Smith – Radio Ethiopia
The Beatles – Revolver
The Kinks – Something Else By The Kinks
Mink DeVille – Cabretta
Link Wray – Beans and Fatback
Traffic – When The Eagle Flies
The Everly Brothers – Roots
Crazy Horse – Crazy Horse
Van Morrison – Veedon Fleece
Velvet Underground – White Light / White Heat
The Clash – London Calling
The Gun Club – Miami
Townes Van Zandt – Flying Shoes
Bruce Springsteen – Darkness On The Edge Of Town
Robert Johnson – King Of The Delta Blues Singers
Bobby ‘Blue’ Bland – Two Steps From The Blues
Rolling Stones – Some Girls
The Byrds – Dr. Byrds & Mister Hyde
Bob Dylan – The Freewheelin’ Bob Dylan
Love – Da Capo
Derek & the Dominoes – Layla & Other Assorted Love Songs
John Cale – Paris 1919
Elvis Costello – Get Happy!
Hank Williams – The Very Best Of Hank Williams
Dillard and Clark – The Fantastic Expedition Of Dillard and Clark
Muddy Waters – Folk Singer
Elvis Presley – From Elvis In Memphis
The Band – The Band
Aretha Franklin – Aretha’s Gold
Syd Barrett – The Madcap Laughs
Alexander Spence – Oar
Pink Floyd – Ummagumma
John Prine – John Prine
Jimi Hendrix Experience – Axis: Bold As Love
etc.

Zoals je ziet heb ik een aantal van deze voortreffelijke langspeelplaten in het verleden al aandacht gegeven. Of het nog iets wordt met de rest hangt niet alleen van het weer af. Je kunt wel proberen te vluchten voor de chaos rondom je, maar je kunt niet vluchten voor de chaos in je hoofd.

 

GEHEUGEN, FILM, CENSUUR

“Het ‘zuivere beeld’, onaangeroerd door taal, behoort geheel tot de natuur; het ligt in de onuitsprekelijke blikken der dieren, voor wie de beelden ondergedompeld blijven in een onontwarbare stroom van indrukken.”
Patricia De Martelaere, Een verlangen naar ontroostbaarheid

Facebook heeft een erg kort geheugen, al word je er elke dag wel aan herinnerd op welke manier en waarmee je één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven jaar geleden geliefd (en soms ook wel gehaat) wilde worden. Is dat echter geen artificiële, mathematische en zelfs mercantiele benadering van hoe wij ons feiten en gebeurtenissen in werkelijkheid herinneren? Mijn geheugen, of wat er nog van overblijft, werkt vast niet op die manier.
Zeker is wel dat Facebook, net als god en Sinterklaas, niets vergeet. Vandaag werd ik bijvoorbeeld gecensureerd voor een clipje dat ik meer dan een jaar geleden publiek maakte, namelijk ‘Can’t Find My Way Home’ van Blind Faith. De afbeelding op YouTube [1] was een reproductie van de hoes van de eerste en enige elpee van deze supergroep, een album dat in 1969 in zowat alle platenwinkels lag. Behalve in de Verenigde Staten: aan de bijzonder mooie en vindingrijke foto van een topless pubermeisje – ik durf hem hier niet meer te tonen, maar je vind hem zo op wikipedia – van de hand van fotograaf Bob Seidemann werd in het land van de vrijheid ook toen al aanstoot genomen. De puriteinse en hypocriete moraal van mainstream Amerika is niet samen met Facebook ontstaan, laat dat duidelijk zijn.
Ondanks de belachelijke regeltjes, waar een mysterieuze zedenpolitie nauwgezet over waakt, gebeuren er op ons gezichtenboek toch fijne en verfijnde dingen. De inventiviteit van onze soort krijg je maar moeilijk kapot. Een tijdje geleden had ik het al over het filmspel dat daar – of is het hier en zowat overal, zoals in het liedje van the Beatles? – nog steeds gespeeld wordt. Je wordt verzocht om een beeld te posten uit een film die je op de een of andere manier nogal geraakt heeft. Als somtijds speelse mens was ik er meteen voor gewonnen, ook al omdat ik al van in mijn kinderjaren in de ban ben van film, film en nog eens film.
Om later nog te weten uit welke films ik beelden heb gekozen heb ik er een lijstje van gemaakt. Als het van die donkere dagen zijn zoals vandaag brengt zo’n lijstje altijd wat licht en kleur in het leven.

1. Alice in den Städten (1974) – Wim Wenders
2. In A Lonely Place (1950) – Nicholas Ray
3. Les enfants du paradis (1945) – Marcel Carné
4. Sátántangó (1994) – Béla Tarr
5. Merril’s Marauders (1962) – Samuel Fuller
6. La maman et la putain (1973) – Jean Eustache
7. The Shooting (1966) – Monte Hellman
8. Die Blechtrommel (1979) – Volker Schlöndorff
9. Down By Law (1986) – Jim Jarmusch
10. Kaagaz Ke Phool (Paper Flowers) (1959), Guru Dutt

Ik wil er nog aan toevoegen dat dit niet de allerbeste films zijn die ik ooit gezien heb. Het gaat voornamelijk om films die me om een heel specifieke reden bij de strot gegrepen hebben. Door elkaar geschud, verbijsterd, met verwondering vervuld, tot tranen toe ontroerd, enzovoort.
Wat opvalt is de lange duur van sommige films. Een groot aantal gaat over kunstenaars (fotografen, schrijvers, filmregisseurs, dj’s). Emoties spelen een belangrijke rol. Er is eenzaamheid en de onmogelijkheid van de liefde. Al bij al een verlangen naar ontroostbaarheid, zou je met Patricia De Martelaere kunnen zeggen. Een ontroostbaarheid die zoals het leven zelf lang mag duren. Liefst een leven met vrouwelijke tepels, maar als het dan toch moet zonder. Daar gaan we dan ondergronds voor.

 

[1] Op de You Tube-link naar Can’t Find My Way Home krijg je de gecensureerde hoes te zien.

EEN JAAR IN POPULAIRE MUZIEK: 2017

De tijd van langspeelplaten en cd’s als samenhangende collecties van songs, als liederenbundels, schijnt voorbij te zijn. De strijd, die omstreeks 1965 begon met werken als ‘Aftermath’ van the Rolling Stones, ‘Bringing It All Back Home’ van Bob Dylan en ‘Rubber Soul’ van the Beatles, is gestreden en verloren. De meeste mensen die nu vinylplaten kopen doen dat om er instagramfoto’s van te maken en daar de hashtag #vinylporn aan toe te voegen. Worden albums (elpees of cd’s) nog als integrale kunstwerken beluisterd, zoals romans en kortverhalen worden gelezen of films en series bekeken? Singer-songwriter Dan Stuart, medeoprichter van de invloedrijke Amerikaanse band Green On Red, schreef er onlangs over. Hij zal geen langspeelplaten meer uitbrengen. Zijn argumentatie: “It’s ironic that with rock ‘n’ roll becoming a new kind of literature in the 60’s/70’s there was hand wringing about the “death of the novel”, but really the novel, short stories, creative non-fiction, cinema, episodic TV etc. are surviving nicely in this dopamine fueled digital world, whereas it’s the LP length record that has crashed and burned.”
Veel andere muziekliefhebbers stellen hetzelfde vast. Er komen te weinig albums uit die als coherente kunstwerken kunnen worden beschouwd. Tegelijk, en dat is misschien paradoxaal, komt er heel veel muziek op de markt. Zoveel dat het onbegonnen werk is om het allemaal bij te houden. Om er naar te luisteren. Om er zinvolle uitspraken over te doen. Waardoor al het bovenstaande ook meteen weer in twijfel dient getrokken te worden.
Ondanks deze enigszins pessimistische bedenkingen heb ik toch weer een lijstje gemaakt. Omdat ik het niet laten kan? Misschien wel. Maar ook omdat ik van deze platen werkelijk genoten heb. En ik twijfel er niet aan dat er op dit ogenblik nog heel wat meer albums van een vergelijkbare kwaliteit worden uitgepakt, op de platenspeler gelegd of in de cd-speler geschoven en met aandacht en liefde beluisterd.

  1. Hurray For The Riff Raff – The Navigator1 navigator.jpg
  2. Gregg Allman – Southern Blood2 southern-blood.jpg
  3. Sam Amidon – The Following Mountain3 The+Following+Mountain+LP.jpg
  4. The Dream Syndicate – How Did I Find Myself There?4 dream syndicate.jpg
  5. Michael Chapman – 505  Michael-Chapman.jpg
  6. Jason Isbell & the 400 Unit – The Nashville Sound6 jason isbell.jpg
  7. Margo Price – All American Made7 All+American+Made.jpg
  8. The Deslondes – Hurry Home8 deslondes.jpeg
  9. Lee Ann Womack – The Lonely, the Lonesome & the Gone9 Lee Ann Womack.jpg
  10. Neil Young – Hitchhiker10 Neil-Young-Hitchhiker-.jpg
  11. Bob Dylan – The Bootleg Series Vol. 13 / 1979-198111 trouble no more.jpg
  12. Fleet Foxes – Crack-Up12 fleet foxes.jpg
  13. Mount Eerie – A Crow Looked At Me13 mount eerie.jpg
  14. Iron & Wine – Beast Epic14 IronandWine_BeastEpic.jpg
  15. Tim Buckley – Greetings From West-Hollywood15 tim buckley.jpg
  16. Rhiannon Giddens – Freedom Highway16 rhiannon giddens.jpg
  17. Valerie June – The Order Of Time17 valerie june.jpg
  18. Michael Head And The Red Elastic Band – Adios Señor Pussycat18 michael head.jpg
  19. Courtney Barnett & Kurt Vile – Lotta Sea Lice19 courtney+barnett+cover.jpg
  20. The Rolling Stones – On Air20 on air.jpg

EEN JAAR IN POPULAIRE MUZIEK

Het voorbije jaar luisterde ik weinig naar nieuwe muziek. Ik heb de indruk dat het elk jaar wat minder wordt. De reden daarvoor is dat het leven kort is. Er zijn nog zoveel boeken die ik niet gelezen heb (of wil herlezen). Er zijn zoveel films die ik nog wil zien, zoveel landen en steden bezoeken, zoveel kunstwerken bewonderen… De twintig elpees/cd’s hieronder drongen wel door tot mijn oren en mijn hart. De volgorde waarin ze terecht gekomen zijn heeft niet echt veel belang. Maar ik geef toe dat Will Sheff (Okkervil River) mij dit jaar het meest heeft ontroerd.

  1. Okkervil River – Away1 okkervil river.jpg

     

  2. Wilco – Schmilco2-wilco-schmilco-1000x1000.jpg
  3. David Bowie – Blackstar3 david-bowie-blackstar.jpg
  4. Drive-By Truckers – American Band4 DBT_AmericanBand_Cover_500.jpg
  5. Rolling Stones – Blue & Lonesome5 rolling stones.jpg
  6. Ryley Walker – Golden Sings That Have Been Sung6 ryley.jpg
  7. Hope Sandoval and the Warm Inventions – Until the Hunter7 hope sandoval.jpg
  8. Margo Price – Midwest Farmer’s Daughter8 margo.jpg
  9. Jesu/Sun Kil Moon – Jesu/Sun Kil Moon9 jesu sun kil.jpg
  10. Case/Lang/Veirs – Case/Lang/Veirs10 case lang veirs.jpg
  11. Nick Cave & the Bad Seeds – Skeleton Tree11 skeleton tree.jpg
  12. Steve Gunn – Eyes On the Lines12 steveGunn_EyesOnTheLines-copy.jpg
  13. PJ Harvey – The Hope Six Demolition Project13 hope six.jpg
  14. Sturgill Simpson – A Sailor’s Guide To Earth14 sturgill-simpson-sailor-guide.png
  15. Brian Eno – The Ship15 BrianEno_TheShip_2016.jpg
  16. Cass McCombs – Mangy Love16 cass mccombs.jpg
  17. Elysian Fields – Ghosts Of No17 Ghosts_of_No.jpg
  18. Leonard Cohen – You Want It Darker18 leonard-cohen-you-want-it-darker-5746.jpg
  19. M. Ward – More Rainm-ward-more-rain2.jpg
  20. Lucinda Williams – The Ghosts Of Highway20 lucinda williams ghosts of highway 20.jpg

EEN JAAR LEZEN

A-Sport-And-A-Pastime.jpg

Lang geleden dat ik nog eens een leeslijst heb gemaakt, waarschijnlijk omdat ik al een aantal jaren zelfs de titels van de boeken (en de namen van hun auteurs) die ik las niet meer noteerde, of bij uitzondering en zeker niet op één plaats. Vandaag heb ik het nog een keer geprobeerd. Aangezien er in 2015 in mijn agenda veel plaats was heb ik daar elke dag bijgehouden wat ik aan het lezen was. Omdat ik aanneem dat er dit jaar in die agenda nog meer plaats zal zijn, zal ik veel meer moeten gaan lezen. Films zien is ook een optie: die noteer ik eveneens opnieuw. Ik weet niet of het met mijn lectuur te maken heeft dat ik zo weinig mensen zie, maar het zal wel een rol spelen. Over boeken praten wordt sowieso nog maar weinig gedaan, denk ik, en over de boeken die ik toevallig lees nog minder. Waar praten de mensen over? Ik weet het niet.

Wat ik ook niet weet is wat mij ertoe aanzet om het ene boek wel te lezen en het andere niet. Sinds mensenheugenis verzet ik mij al tegen de markt, tegen televisieschrijvers, tegen radioschrijvers, tegen verkoopscijferschrijvers, tegen salon- een beurzenschrijvers. Ik zoek degenen op die in het donker werken, of die ziek zijn, ongelukkig, boos. En vooral de doden. Ik koester de doden en de stervenden. Schoonheid is sterker dan de tijd. Bloeddorstige barbaren mogen De Stad van Duizend Zuilen plunderen en vernietigen, ze mogen elk spoor van beschaving en religie uitwissen, de woorden in de bijbel en de koran en in zoveel andere religieuze boeken krijgen ze niet stuk. En niet alleen woorden die naar men beweert een goddelijke oorsprong hebben blijven springlevend: gelukkig voor ons, ongelovige honden, zijn er ook seculiere boeken die weigeren te sterven.

Schrijvers die alleen maar succes hadden en weinig of geen talent dringen zich gelukkig niet aan ons op. Alleen de grootsten trotseren de eeuwen. Daar gaat mijn voorkeur naartoe. Niet alleen naar de grote grootsten, ook naar de allerkleinste. Gelukkig gebeurt het af en toe dat zo’n kleine grote schrijver, die in zijn tijd geen bijval had, opnieuw van zich laat horen. Er bestaan ongetwijfeld lezers en literatuurliefhebbers die de gave bezitten om zulke schrijfkunstenaars op hun deur te horen kloppen. Als die bescheiden schrijvers daar al de moed toe hebben. Mogelijk fluisteren zij de ontdekkingsreizigers van de literatuur alleen maar iets toe in hun droomoren. Tot mijn spijt overkomt mij dat niet. Mij wordt nooit iets in het oor gefluisterd en als er op mijn deur wordt geklopt barricadeer ik ze.

Ik denk dat ik me nog steeds door het toeval laat leiden. De naam van een schrijver klinkt mooi, of een titel spreekt tot mijn verbeelding. Misschien heb ik er iets over gelezen en heb ik dat – ondanks mijn weerzin van recensies – onthouden. Mijn studies spelen eveneens een rol: die intellectuele achtergrond bepaalt natuurlijk voor een deel mijn keuze. Ik lees weinig pulp en onzin is aan mij meestal niet besteed. Meestal. Wat ik lees moet een hogere waarde hebben, moet bijdragen tot de ontwikkeling van onze soort. Ik heb gelukkig nog enkele vrienden. Hun aanbevelingen zijn me dierbaar. Daar houd ik bijna altijd rekening mee. En ik blijf trouw aan de schrijvers die ik ooit heb uitgekozen. Ian McEwan is daar een voorbeeld van. Ik lees hem al van in het begin, van toen hij nog quasi onbekend was. In 1978 trok zijn tweede verhalenbundel, ‘In Between the Sheets’ meteen mijn aandacht. Niet alleen door de titel, die verwees naar een liedje van the Rolling Stones (‘Live With Me’, op ‘Let It Bleed’) maar ook door de foto van het half blote meisje op de kaft. Nu kan een bloot meisje op een kaft mij niet meer verleiden, integendeel, maar in 1978 nog wel. Overigens is Ian McEwan vandaag een ernstige schrijver: geen naakt meer op zijn omslagen. En ik blijf hem trouw en zijn boeken blijven goed. Overigens vond ik zijn reactie bij de lafhartige moordaanslagen op Charlie Hebdo van een redelijkheid getuigen die ik bij weinig anderen, mezelf incluis, aangetroffen heb.

En Patrick Modiano dan, dat is toch een Nobelprijswinnaar? Ja, dat is zo. Mag ik mezelf tegenspreken? Moeten we altijd consequent zijn? Bovendien betwijfel ik of Modiano veel inspanningen gedaan heeft om die prijs te winnen. Hij is gewoonweg zichzelf gebleven, van helemaal in het begin. Of liever: hij is in zijn werk meer en meer zichzelf geworden, geworden wie hij in het begin al was. Hij heeft los van elke stroming, trend, maatschappelijke context, aan een schitterend oeuvre gewerkt. Zijn werk is een variant op de recherche van Marcel Proust. Of Modiano de verloren tijd ooit terugvinden zal durf ik echter te betwijfelen. Al zijn personages zijn voor altijd verloren, zowel in de ruimte als in de tijd. Patrick Modiano is de auteur die mij in 2015 het meest heeft weten te bekoren en betoveren en dromen. Door hem ben ik nog veel meer van Parijs gaan houden dan ik al deed. Op zaterdag 14 november heb ik een hele voormiddag zitten huilen, niet alleen omdat mijn zoon in Parijs woont, maar ook omdat ik het gevoel had dat ik zelf een Parijzenaar was geworden, een van die melancholische schimmen uit de romans van Patrick Modiano, schimmen van vlees en bloed, personages waar ik mezelf zo goed in herken.

Gelukkig was er na de terreur en de lockdown in Brussel ‘M Train’ van Patti Smith. Dat schitterend boek heeft me geholpen om me door die vreselijke dagen te worstelen en heeft mijn horizon opnieuw verruimd: er zijn goede mensen, er zijn kunstenaars, muzikanten, mensen die liefhebben, hartstochtelijke mensen, mensen die oplossingen zoeken, die elkaar willen helpen in plaats van elkaar de duivel aan te doen, mensen die leven voor schoonheid, mensen die het grote in het kleine zien. Mensen die zeggen: de andere, dat ben ik. En er is nog altijd koffie. Dat heb ik ook van Patti Smith geleerd.

Patrick Modiano, In het café van de verloren jeugd

James Salter, Light Years

Walter Benjamin, Maar een storm waait uit het paradijs

Robert Stone, Prime Green: Remembering the Sixties

Patrick Modiano, De stad van de donkere winkels

Patrick Modiano, Zondagen in augustus

Ana Teixeira Pinto (red.), The Reluctant Narrator

Hans Lodeizen, Gedichten

Patrick Modiano, Uit verre vergetelheid

Patrick Modiano, Verloren wijk

Patrick Modiano, Aardige jongens

Evelyn Waugh, Een handvol stof

Stefan Zweig, Ongeduld

Paul Rigaumont, Anekdota XIX

Rüdiger Safranski, Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?

Elias Canetti, Het geheime hart van het uurwerk – aantekeningen 1973-1985

Knut Hamsun, Mysteriën

Haruki Murakami, 1Q84. Boek 1

Haruki Murakami, 1Q84. Boek 2

Haruki Murakami, 1Q84. Boek 3

Sandro Veronesi, Grote reizen, kleine reizen

James Salter, A Sport and a Pastime

Patrick Modiano, Pedigree

Patrick Modiano, Dora Bruder

Patrick Modiano, De plaats van de ster

Ian McEwan, The Children Act

James Salter, Burning the Days

Patrick Modiano, Het circus trekt voorbij

W.G. Sebald, Logies in een landhuis

Patrick Modiano, La petite Bijou

Patrick Modiano, Des inconnus

Sandro Veronesi, Zeldzame aarden

Patrick Modiano, Fleurs de ruine

Patrick Modiano, Chien de printemps

Fred Goodman, Mansion On the Hill

Patrick Modiano, Livret de famille

Jonathan Swift, Gullivers reizen

Patrick Modiano, Vestiaire de l’enfance

Geerten Meijsing (red.) – Van Como tot Syracuse

Patrick Modiano, Het gras van de nacht

Stefan Zweig, Schaaknovelle en andere verhalen

Paul Eluard, Lettres à Gala

Marc De Kesel, Zizek

Patrick Modiano, Remise de peine

Michel Houellebecq, Onderworpen

Rainer Metzger, London in the Sixties

Patrick Modiano, Accident nocturne

Goethe, Affiniteiten

Vladimir Nabokov, Speak, Memory

Jacques Rancière, De fabel van de cinema

Czeslav Milosz, Geboortegrond

Stefan Zweig, Reis naar het verleden

John Cheever, Bullet Park

László Krasznahorkai, Satanstango

Daniil Kharms, Today I Wrote Nothing

Raoul Vaneigem, Rien n’est fini, tout commence, livre d’entretiens avec Gérard Berréby

Georges Simenon, Zondag

Gustave Flaubert, Bouvard en Pécuchet

Jorge Luis Borges, De geschiedenis van de eeuwigheid en andere essays

Georges Simenon, Stoplicht

Georges Simenon, Leven met Anais

J.M. Coetzee, Dagboek van een slecht jaar

Rainer Maria Rilke, Het lied van de liefde en dood van Kornet Christoph Rilke

Martinus Nijhoff, Verzamelde Gedichten

Patti Smith, M Train

patti smith m train.jpg

MANUSCRIPT GEVONDEN IN EEN WANDKAST

mods.jpg

Korte tijd geleden vond ik in een wandkast de chronologie die hieronder staat terug. Het lijkt me interessant om daar de volgende weken wat dieper op in te gaan. Mocht ik er de energie voor vinden, want de voorbije dagen hebben me zo uitgeput, ook al heb ik niets gedaan, werkelijk niets, zo weinig dat ik alleen nog maar zin heb om ergens, om het even waar, te gaan liggen en te slapen. Of eerst verschillende soorten bier, Gordon’s Finest Gold, Krusovice, gele Chimay, Cruzcampo, et cetera,  te drinken en dan te gaan liggen, ook al heb ik nog een dak boven het hoofd en dergelijke. Dus hier thuis kijken wat er nog in de koelkast zit en dat dan uitdrinken tot ik er bij neerval, wat ik in ‘normale omstandigheden’ nooit doe. Ik ga altijd liggen. En als ik niet kan gaan liggen dan speel ik drie akkoorden op m’n gitaar, slik een bromazepam en ga dan liggen. Dat lukt meestal wel. Maar een mens wordt altijd weer wakker. Soms zegt hij dan helaas, soms, hé wat goed, weer een nieuwe dag.

Als ik er iets mee ga doen, met die notities, dan zal het in muzikale zin zijn. Hoe ben ik doorheen de jaren tot de muziek gekomen waar ik nu van houd, of waarvoor ik nog uit mijn zetel kom om een of andere geluidsdrager in gang te zetten, en voldoende luid, zonder enige rekening te houden met de buren, zodat ik er al bij al nog enig plezier aan kan beleven?

Mijn terugblik zal dan, anders dan het teruggevonden overzichtje, naar voor 1965 moeten gaan. Ik geloof dat ik min of meer bewust naar muziek ben gaan luisteren toen ik zes was, in 1956. Niet dat ik zo snel was: mijn broer François is zeven jaar ouder. Door hem ben ik in aanraking gekomen met rock & roll. Daarna zijn we vijanden geworden: hij had een afkeer van the Beatles, the Rolling Stones en vooral van lange haren. Heel belangrijk om wat ik de volgende dagen over mijn ‘muzikale ontwikkeling’ al dan niet ga schrijven te begrijpen. Of niet? Want het was een broederschap, maar tegelijk was het al een generatieclash, veel meer dan met mijn ouders.

De teruggevonden chronologie (dat is toch al een begin):

1965
Zomer: door scholen georganiseerde reis naar Zwitserland (Broc, Vevey, Lausanne). Eenzaam, gepest. Wegens allergie niet mee naar Le dent de Broc. Salut les copains. Bob Dylan, Barry McGuire. The Byrds. Jasjes en hemden.

1966
Parijs (schoolreis). Flipperkasten, the Rolling Stones, Michel Polnareff, Françoise Hardy, the Troggs, Jacques Dutronc. Gestreepte broeken.

1967
Londen (schoolreis). Sgt. Pepper’s in de etalages. Dronken van bier en gin. Jan De Pooter. Jimi Hendrix Experience. The Outsiders. Fluwelen jas, sjaaltjes, zonnebrillen, Roger McGuinn. John Lennon.

1968
Jazz Bilzen, Barbarella, Pink Floyd in het Pannenhuis, liefde. Garelli brommer. Gitaren. Antwerpen.

1969
Films, Henry Miller, Easy Rider, nieuwe vrienden, Brussel, Pink Floyd, Yes, Buck Owens, blote voeten. Incredible String Band, Fred Neil, John Hartford, Tim Hardin.

1970
Aken (popfestival). De politie tegen mijn meisje V. in microjurk, “haben sie eine Hose?” In slaap gevallen bij Pink Floyd. Een halve kilo shit onder onze slaapzak gevonden. Amsterdam. Neil Young. Gram Parsons.

1971 en 1972 ontbreken (huiselijk geluk).

1973
Geelzucht in augustus. ‘A la recherche’ gelezen.  Geen muziek, behalve Steely Dan’s ‘Countdown to Ecstasy’.
September: Hele maand in Villa den Uil in Oostduinkerke, met mijn vrouw, mijn zoon Jesse, Flor, Leo en Vera. We luisteren alleen maar naar ‘Pat Garrett & Billy the Kid’ en roken joints. Gesprekken over astrologie en politiek. Het verlangen naar een commune en seks met iedereen die ons bevalt.

rollingstones1.jpg

GOED, BETER, BEST

Waarom houd ik me nog bezig met wat het beste is, met beter, goed, minder goed, slecht? Het is onzinnig en volstrekt overbodig. Kunst is kunst, en wat uniek is uniek. Iedereen moet voor zichzelf maar uitmaken wat hij of zij graag hoort, ziet, voelt.

Maar wacht even… Dat hele fenomeen van lijstjes maken, van kunstuitingen (vooral muziek en literatuur in mijn geval) ‘bewieroken’, van sommige werken een ereplaats geven is iets emotioneels, het getuigt van enthousiasme en liefde. En enthousiasme wil je delen, wat je goed vindt wil je propageren; van wat miskend wordt hoop je dat het meer erkenning krijgt, of eindelijk wat aandacht. Dat is evenwel in tegenspraak met mijn – nogal snobistisch en kinderachtig – bij een groepje van aficionado’s willen horen die op de hoogte zijn, en alleen wij zijn op de hoogte, alleen wij zijn ingewijd. Op degenen die dat niet zijn, daar wordt op neergekeken. Ja, tegenspraken!

Daar komt nog bij dat ik al het grootste deel van mijn leven lijstjes maak.Ik geloof dat het begonnen is met Toppers voor Tobbers van het tijdschrift Humo, midden de jaren zestig in het Atheneum van Tongeren. In de begindagen werd je naam als samensteller van de wekelijkse hitlijst en de naam van je school nog in het tijdschrift vermeld. Trots dat ik daar op was!
Lijstjes maken is zinloos en overbodig, maar ik volhard in wat nutteloos is. Dat heb ik altijd gedaan. Het nuttige daarentegen laat ik links liggen. Ik voel er alleen maar onverschilligheid voor, en dat is niet eens een gevoel. Het is niets. Mocht ik het nuttige niet links hebben laten liggen bezat ik nu een villa, een Mercedes Benz en een buitenverblijf in Cabo de São Vicente.

velvets1

Mijn lijst van meest gekoesterde platen in 2013 is nog niet afgerond (wel al een voorlopige versie op facebook, en een tijdje geleden hier). Toch weet ik nu al dat dit mijn favoriete muzikale momenten waren:

Platen

The Velvet Underground – White Light / White Heat (hoe dan ook beste rockplaat ooit gemaakt)

Van Morrison – Moondance

Phosphorescent – Muchacho

Tift Merritt – Traveling Alone

Bob Dylan – Another Self Portrait

Film als muziekvorm

Coen Brothers – Inside Llewyn Davis

Live

Neko Case in AB Club, Brussel

Tindersticks in Rivierenhof, Antwerpen

Phosphorescent in Botanique, Brussel

Rosanne Cash in Roma, Antwerpen

Low in Koninklijk Circus, Brussel

Sam Amidon in Feeërien, Brussel

Tift Merritt in Botanique, Brussel

Amanda Shires & Jason Isbell in Botanique, Brussel

Rouwproces

Kevin Ayers
Lou Reed

Over ‘White Light / White Heat’ maakte ik op 2 maart 2012 een terloopse opmerking
“Ben ik nu een snob? Wacht dan. Ik ben waarschijnlijk ook de enige Belg die ‘White Light / White Heat’ heeft aangeschaft toen die LP in 1968 uitkwam. Mijn vroegere vriend Guy Bleus mag hier ook wat komen bluffen als hij zin heeft: hij was de eerste jongen die ‘The Velvet Underground & Nico’ bezat, de originele versie met de schilbare banaan.”Ik haal dit aan omdat de 45th Anniversary Deluxe Edition van de plaat deze uitspraak van Lou Reed meekreeg:
“No one listened to it. But there it is, forever – the quintessence of articulated punk. And no one goes near it.”
Dat verklaarde hij in august, kort voor zijn overlijden. De eerste zin is een overdrijving. De rest is helemaal waar. En sinds Lou’s dood leven we in een andere wereld. Er zit een diep gat in. We moeten verder de duisternis in zonder een van onze meest achtenswaardige gidsen.

***

Afbeeldingen: Velvet Underground; White Light / White Heat

2013: 30 UITVERKOREN MUZIEKALBUMS

In strijd met mijn principes heb ik vandaag al een lijst gemaakt met de titels van mijn uitverkoren muziekalbums (elpees, cd’s) verschenen in 2013. Ik wil nooit vooruitlopen op een evenement: als ik al Pasen vier, vier ik het op de dag zelf en niet in januari; de winter begint voor mij op 21 december, niet meteen na de zomer. Kerstversieringen in oktober of november zijn volstrekt lachwekkend. Zo weiger ik oud te zijn als ik het gevoel heb dat ik nog jong ben, zelfs al is het verouderingsproces onontkoombaar en zijn de rimpels zichtbaar.
Maar een mens moet ook soepel zijn en zijn principes soms aan de kant schuiven. Intuïtie en spontaniteit hebben ook hun rechten. De voorbije dagen stond muziek centraal in mijn leven, ik heb veel platen beluisterd, erover gelezen en gepraat. Er waren een aantal mooie concerten, waaronder het mooiste van het jaar, dat van tindersticks – en het beste moet misschien nog komen. In die sfeer zag me bijna verplicht om dit voorlopig overzicht te maken. De lijst is ook al een basis voor mijn jaaroverzicht in Zéro de conduite op 7 december (de dag nadat ik mijn sinterklaascadeaus heb gekregen). Ik heb de stellige indruk dat 2013 een uitstekend jaar was – en dus nog meer dan twee maanden is – voor populaire muziek, ook voor de minder populaire populaire muziek.

cof

  1. Phosphorescent – Muchacho
  2. Goldfrapp – Tales Of Us
  3. Mazzy Star – Seasons of Your Day
  4. Guy Clark – My Favorite Picture Of You
  5. Volcano Choir – Repave
  6. Willard Grant Conspiracy – Ghost Republic
  7. Neko Case – The Worse Things Get, The Harder I Fight, The Harder I Fight, The More I Love You
  8. Bill Callahan – Dream River
  9. Mavis Staples – One True Vine
  10. Tindersticks – Across Six Leap Years
  11. Low – The Invisible Way
  12. Valerie June – Pushin’ Against A Stone
  13. Jim James – Regions Of Light And Sound Of God
  14. Ohm – Yo La Tengo – Fade
  15. Ron Sexsmith – Forever Endeavour
  16. Iron & Wine – Ghost On Ghost
  17. Jason Isbell – Southeastern
  18. Emmylou Harris & Rodney Crowell – Old Yellow Moon
  19. Steve Earle & The Dukes (& Duchesses) – The Low Highway
  20. Elvis Costello & The Roots – Wise Up Ghost
  21. Van Dyke Parks – Songs Cycled
  22. The National – Trouble Will Find Me
  23. The Handsome Family – Wilderness
  24. Dawn McCarthy & Bonnie ‘Prince’ Billy – What The Brothers Sang
  25. Geva Alon – In The Morning Light
  26. She & Him – Volume 3
  27. Nick Cave & The Bad Seeds – Push The Sky Away
  28. David Bowie – The Next Day (Deluxe Edition)
  29. Lloyd Cole – Standards
  30. Eels – Wonderful, Glorious

STEMMINGSWISSELINGEN: 20 ELPEES VOOR VANDAAG

Twintig elpees voor vandaag. En daaruit twintig liederen. Het is dertien december 2012, redelijk koud. Blauw licht buiten, binnenskamers wordt er gewacht op iets dat zou moeten voldoen. Op het raam zie ik sporen van een vogel, een duif wellicht, die er deze zomer zal tegen gevlogen zijn. Ik weet niet of het waar is wat Jim Morrison zingt, dat muziek je enige vriend is, tot het einde. Nee, ik geloof niet dat dat waar is. Ook al krijg je soms de indruk dat het einde in zicht is. Maar dat is niet meer dan een voorstelling, een ogenblik in de tijd. Na dat einde begin je aan een nieuw begin.

1. Paris 1919 – John Cale
2. Unknown Pleasures – Joy Division
3. Desertshore – Nico
4. Oar – Alexander Spence
5. Veedon Fleece – Van Morrison
6. Third / Sister Lovers – Big Star
7. Live At Town Hall 1962  – Ornette Coleman
8. The Velvet Underground – The Velvet Underground
9. Low – David Bowie
10. In My Own Time – Karen Dalton
11. Gene Clark (White Light) – Gene Clark
12. Apollo – Brian Eno
13. Someday My Prince Will Come – Miles Davis Sextet
14. Waltz For Debby – Bill Evans Trio
15. The Good Earth – The Feelies
16. I’ll Take Care Of You – Mark Lanegan
17. Blue Afternoon – Tim Buckley
18. All Is Dream – Mercury Rev
19. More – Pink Floyd
20. Trailer Park – Beth Orton

VIJFTIG x ROLLING STONES

rollingstones1.jpg

Ik heb er geen idee van waarom ik meedoe aan dit Rolling Stones-spektakel. Ben ik dan niet langer tegendraads? Ik zou kunnen beweren dat het toeval is, want ik kocht geheel toevallig ‘Some Girls’ tijdens een kort maar uiterst aangenaam verblijf in Porto, omdat ik me hoe dan ook iets wilde aanschaffen (en niet voldoende kapitaalkrachtig was voor een brilmontuur van Marc Jacobs en zeker niet voor een Leica X2-fototoestel), maar in dat geval zou ik de realiteit veel meer geweld aandoen dan nodig is. Hoezeer we ons ook inspannen om ons niet te laten beïnvloeden door trends, hypes en allerlei door de media opgeklopte ‘evenementen’ – het lukt ons nooit om eraan te ontsnappen: interiorisering van het ons omgevende spektakel is onvermijdelijk. In het geval van the Rolling Stones vind ik dat niet eens zo erg. Tenslotte ben ik met de muziek van deze heren opgegroeid en heb ik er als puber en adolescent misschien wel meer plezier aan beleefd dan aan masturbatie. Misschien, want het is te lang geleden om nog te kunnen achterhalen hoe intens beide ervaringen waren, om de ene vorm van plezier met de andere te kunnen vergelijken. Zelfs een lange psychoanalyse zou wat dit betreft geen vruchten afwerpen. Maar gewoon al deze lijst samenstellen ging met genot gepaard, hoewel nu meer van cerebrale dan erotische aard, maar toch nog altijd voldoende sensueel. En ja, cerebraal genot bestaat.

Dit zijn vandaag, op 17 november 2012, in min of meer chronologische volgorde, vijftig van mijn uitverkoren Rolling Stones-songs.  Mijn selectie houdt op met ‘Heaven’ uit de elpee ‘Tattoo You’, die in 1981 verscheen. Waarschijnlijk was dat het jaar waarop aan mijn adolescentie een eind kwam. Vanaf dan was het voor mij keep on walking and don’t look back, om een door Mick Jagger en Peter Tosh gecoverde song van The Temptations te citeren. Een stelregel waar ik me nooit aan heb gehouden en die ik ook nu weer overtreed. Je kunt nooit voldoende in tegenspraak met jezelf leven.

rollingstones2.jpg
Tell Me
I Need You Baby (Mona)
Honest I Do
Confessin’ The Blues
It’s All Over Now
Good Times Bad Times
If You Need Me
Pain In My Heart
Heart Of Stone
The Last Time

rollingstones3.jpg

Play With Fire
Oh Baby (We Got A Good Thing Going)
The Under Assistant West Coast Promotion Man
I’m Free
Gotta Get Away
Out Of Time
Stupid Girl
Think
Get Off My Cloud
Please Go Home

rollingstones4.jpg
My Obsession
Dandelion
Child Of The Moon
Citadel
She’s A Rainbow
Sympathy For The Devil
Street Fighting Man
Factory Girl
Stray Cat Blues
Parachute Woman

rolling sones5.jpg

Gimme Shelter
You Got The Silver
Monkey Man
Love In Vain
Dead Flowers
Moonlight Mile
Wild Horses
Happy
Torn And Frayed
Sweet Virginia

rollingstones6.jpg
Sweet Black Angel
Rip This Joint
Coming Down Again
Winter
Miss You
Some Girls
Imagination
Before They Make Me Run
Tops
Heaven

rollingstones7.jpg

Ω

Oorspronkelijk gepubliceerd op 17-11-12.

EEN JAAR IN SONGS

 Een ‘voorlopige’ lijst van de volgens mij beste elpees uit 2010 maakte ik al op 5 december. Ik heb weinig zin om daar nog iets aan te veranderen. Overigens is het voor mij gedaan met zulke lijsten. Binnenkort zijn er meer lijstjes dan mensen. Dit zal om die reden wat mij betreft de allerlaatste zijn: de songs die ik het liefst heb gehoord in 2010. Zo’n lijst lijkt me beter dan een van volledige langspeelplaten: op elke cd staat wel iets dat minder goed geslaagd is, iets wat na verloop van tijd erg kan gaan storen. Volmaaktheid bestaat niet.

Phosphorescent – Los Angeles
Mavis Staples – You Are Not Alone
Neil Young – Hitchhiker
Natalie Merchant – Adventures of Isabel
Micah P. Hinson & The “Pioneer Saboteurs” – Take Off That Dress For Me
The Duke And The King – Children Of The Sun
Beach House – Walk In The Park
Isobel Campbell & Mark Lanegan – To Hell And Back Again
Black Dub – Silverado
Emily Jane White – Black Silk
Dark Night Of The Soul – Danger Mouse, Sparklehorse & David Lynch
The National – Sorrow
Los Lobos – Yo Canto
Band Of Horses – Laredo
Ray LaMontagne & the Pariah Dogs – New York City’s Killing Me
Sun Kill Moon – Australian Winter
Paul Weller – Trees
Robert Plant – Harm’s Swift Way
Sharon Jones & The Dap Kings – Better Things
She & Him – Gonna Get Along Without You Now
Teenage Fanclub – Baby Lee
Drive-By Truckers – The Fourth Night Of My Drinking
Eels – Little Bird
John Grant – It’s Easier
Midlake – The Courage Of Others
Brian Eno – Calcium Needles
Arcade Fire – Month Of May
Isobel Campbell & Willy Mason – No Place To Fall
Phosphorescent – The Mermaid Parade
Danger Mouse, Mark Linkous & The Flaming Lips – Revenge

Ongetwijfeld bestaan er nog tientallen andere uitstekende songs, ik denk nu aan Ed Harcourt’s ‘Lustre’ en ‘Avi Buffalo’ van de gelijknamige band, maar ik heb niet de kans gehad die voldoende tot me door te laten dringen.

Voilà, dat was het dan. Gedaan met de lijsten. Maar blijf genieten van de muziek in 2011 – en van al wat je kan genieten.