VERTREK NAAR JAEN

Morgen om kwart voor vijf op. Dat wordt moeilijk, vooral omdat ik moeilijk vroeg in bed kan en tot op het allerlaatste moment (maar wanneer is dat precies?) nog allerlei ‘belangrijke’ dingen wil doen.
Ik vertrek naar Jaén, een kleine en kennelijk toeristisch weinig aantrekkelijke stad in Andalousië. Het is een studiereis met wat in het officiële jargon een delegatie van de Vlaamse Gemeenschap wordt genoemd. Ik ga er met een groep jonge mensen bekijken hoe het met de jeugdhuizen in de provincie Jaén is gesteld. We zullen er ongetwijfeld veel mensen ontmoeten, ambtenaren en gewone stervelingen. (Ach, ambtenaren zijn natuurlijk ook gewone stervelingen.) Om 7 uur vertrekt het vliegtuig naar Madrid, daar moeten we twee uur wachten, dan vliegen we verder naar Granada en vandaar gaan we met de taxi naar het honderd kilometer noordelijker gelegen Jaén. De volgende dagen bezoeken we een aantal stadjes en dorpen en hun jeugdhuizen: Torredelcampo, Porcuna, Arjona, Baeza en Alcala La Real. Volgende zondag keren we terug via Granada en Madrid.

Ik betwijfel dat ik tijdens die drukke week iets zal kunnen posten, als we al een internetaansluiting vinden. Maar die schade haal ik dan wel in vanaf Allerheiligen. Misschien zal ik veel te vertellen hebben.
Mochten de mensen ginds mij tegenvallen heb ik nog altijd Het boek der rusteloosheid van Pessoa en TC Boyle’s The Inner Circle, een roman die zich afspeelt in het milieu van Dr. Alfred Kinsey. Bovendien heb ik mijn ipod volgestopt met mijn uitverkoren muziek. De nieuwe cd’s van Shelby Lynne, My Morning Jacket, Ryan Adams en Calexico staan erop. Maar jullie kennen mijn muzikale voorkeur al… Natuurlijk ontbreken Bob Dylan en Betty Lavette ook niet.

Afscheid nemen valt me altijd moeilijk. Ook nu weer. Maar het moet, en daarom maak ik van deze de laatste zin. Voorlopig.

WALLY TAX EN HET VERDRIET

outsiders 2

Ik heb jarenlang een dagboek bijgehouden. Voor wie schreef ik al die dingen neer? Het antwoord op die vraag ken ik nog altijd niet. Wat ik wel weet is dat ik me tot iemand richtte, tot een denkbeeldige lezer, tot een onbekende maar verwante ziel. Mag ik hierbij opmerken dat ik het woord ‘ziel’ niet in een christelijke betekenis gebruik? I’m a soul man. Maar toch… Leken die ontboezemingen ook niet een beetje op in stilte bidden? Lag het noteren in die mooie ingebonden cahiers wellicht in verlengde van de persoonlijke gebeden uit mijn kinderjaren? Tot mijn dertiende ben ik namelijk gelovig geweest en, zoals talloze jongens in België, zelfs misdienaar. Het in ‘vrije verzen’ bidden tot god gaf me een gevoel van verlossing; de gebeden in het Latijn zullen veeleer een esthetische ervaring geweest zijn. Voor een kleine jongen die de grote wereld nog niet heeft ontdekt is een mis in het Latijn iets groots, een sterk en geheimzinnig ritueel. Die dagboeken staan nu netjes op een rij in een grote kast. Zeer waarschijnlijk zal niemand ze ooit lezen, of ik zou ze zelf moeten openslaan. Misschien vind ik er wel inspiratie in voor een verhaal of voor een stukje dat ik dan kwijt kan op deze openbare plek. Proza dat niet in een la terechtkomt om daar betekenisloos te liggen vergaan. En zo kom ik tot de vraag die ik van in het begin al wilde stellen: wie leest wat hier staat? Komen hier verwante zielen op bezoek? Zijn er ook toevallige bezoekers die zich ergeren aan mijn hypochondrie en mijn heldenverering? Aan mijn sentimentaliteit, mijn liefde voor americana, mijn atheïsme, mijn namenfetisjisme, mijn vrouwengekte, mijn religiositeit, mijn onvolwassenheid en onverantwoordelijkheid. Zijn er anderen die mij bewonderen om mijn rock & roll-hart, om mijn kleine cinema, om mijn litanieën, om mijn verbazing, mijn twijfels en mijn bewondering? Om mijn kleine literatuur (om een uitdrukking van Gilles Deleuze en Félix Guattari te gebruiken) en vermolmde grammatica? Of komen deze woorden rechtstreeks uit het hart in de grote leegte terecht en is het hun echo die ik hoor als ik – vooral ’s nachts net voor het slapen gaan – geluiden waarneem die ik niet kan thuisbrengen?

Gisteren wilde ik mijn verdriet bij de dood van Wladimir Tax delen met jou. Maar ben je er wel? Heb je mijn verdriet gevoeld? Heb je een cd of lp van the Outsiders opgelegd en meegezongen met Teach Me To Forget You en Touch? Liepen er tranen over je wangen? Zat je met troebele ogen voor de televisie te zoeken naar een waardig In Memoriam? Want dat had deze grote man toch wel verdiend, hij die tijdens zijn leven zo weinig erkenning heeft gekregen. Tenzij lang geleden, toen we allen jong waren, in Amsterdam, in Maastricht, in Hasselt, toen we paarse broeken droegen en bananenschillen rookten en op the Outsiders kickten en gilden als jonge meisjes. Maar wat waren nu weer precies: meiskes of jongens? Lang geleden, toen onze gebeden werden beantwoord door Bob Dylan, the Shangri Las, the Lovin Spoonful, the Rolling Stones, the Ronettes, the Who en ja, door Wally Tax en zijn Outsiders.