EQUINOX

spring2 19 03 2008.jpg

Nog onder de indruk van de zonsverduistering wens ik alle lezers van hoochiekoochie en, waarom niet, alle mensen van goede wil, een heerlijke lente. Vandaag, de dag van de equinox. Liefde!

Huit sont les conséquences de l’amour. L’amour hâte le coeur, éteint les maux, écarte la mort, défait les liens qui ne le concernent pas, augmente le jour, raccourcit la nuit, rend l’âme audacieuse, illumine le soleil. Tels sont les huit effets de l’amour-passion.
Pascal Quignard, Vie secrète.

Ω

Foto: Agnes Anquinet, Brussel, 19 3 2008

LENTE

Le Sacre du Printemps by Preljocaj
Le Sacre du Printemps by Stravinsky choreographed by Angelin Preljocaj. Performed in La Maison de la Danse de Lyon, 2004.

Ik verzin je in de lente in een jonge tuin betoverend. Geef je vleugels en zeldzame woorden, die mijn zinnen verbijsteren en verrijken. Ik hul je wit tulpenlichaam in zijde en hang een slinger van seringen om je slanke hals. Je danst op de muziek van de sterren, die de aarde raken met hun ritme en licht. De donkere zon houdt de trompet aan de mond, Venus zit aan de drums, een engelenkoor als op een schilderij van Van Eyck duikt op uit de laurierbossen, met harpen en triangels. Er valt geen god te bespeuren. Ik plaats een diadeem op je hoofd en begeleid je naar je troon. Zweetdruppeltjes op je huid: schitterende diamanten. Nu ben je mijn koningin. Mijn heldin voor het leven. Ik schenk je een vonk van mijn ziel. Maar wie wakkerde het vuur aan?
Na een diepe slaap en koortsige dromen geef ik je zintuigen zin in alle zinnelijkheid van de wereld. En avant! De trein rijdt het station binnen. Het wordt een lange reis als we zo bezeten willen beminnen.

 

QUE SERA SERA

Net zoals in oktober vorig jaar blijf ik met een hardnekkige hoest zitten en wil ik er eigenlijk niet over klagen. Ik zal deze keer ook niet naar Kafka verwijzen en naar de sterfelijkheid van al het ondermaanse leven. Samen met alle Belgen kijk ik reikhalzend uit naar de lente; naar zachte avonden en lichtvoetige ochtenden vooral. Zo ben ik dan toch zoals iedereen. Ik ken alvast niemand die niet van ‘onze’ zachte lenteavonden ergens dicht bij het water of onder een boom zit te dromen. Dat de twee magnolia’s bij ons om de hoek maar vlug in bloei staan, hoe kort dat ook duurt!
Deze middag liep ik vliegensvlug door de koude stad, met twee t-shirts, een hemd, een vestje, een dikke trui, een dikke sjaal, een warme leren jas aan en een Baskische pet op. En nog had ik kou. Dat is hoegenaamd niet normaal. ’t Zal allemaal wel door die hoest komen.

Toch ging ik, door de stad lopend, van een positieve veronderstelling uit: dat ik in april en zelfs in mei nog onder de levenden zou zijn. Ik ben namelijk kaartjes gaan kopen voor Bettye Lavette, Emiliana Torrini en Jenny Lewis (in de AB) en voor Neko Case (in de Botanique). Met Lucinda Williams heb ik nog wat gewacht. Ze komt pas op 3 november, zo optimistisch ben ik nu ook weer niet. Of toch wel. Ik denk dat ik op 3 november in Andalusië zal zijn, in Cordoba misschien, of in het geliefde Cadiz, om er met mijn oude vrienden samen te zijn en te lachen met elkaars grappen, ook al verstaan we elkaar nauwelijks. Of zal ik naar Miami vliegen en het gezelschap opzoeken van dames met purperen haar? Of in Mexico op zoek naar het hoofd van Alfredo Garcia.

For I have known them all already, known them all:—
Have known the evenings, mornings, afternoons,
I have measured out my life with coffee spoons;
I know the voices dying with a dying fall
Beneath the music from a farther room.

TS Eliot, uit: The Love Song of J. Alfred Prufrock