ERVARING VAN DE GRENS

joycesvevo

In ‘Langs grenzen’ van Claudio Magris las ik een veelzeggende uitspraak:
“Het individu is zich bewust van een diepe wond, die het hem moeilijk maakt zijn persoonlijkheid in overeenstemming met de maatschappelijke evolutie ten volle te verwezenlijken en hem de afwezigheid van het echte leven doet voelen.”

Ik zou eigenlijk het hele boek kunnen citeren, het is schitterend – en het roept ook zoveel herinneringen op aan die wonderlijke grensstad, Triëst, waar Claudio Magris, James Joyce en Italo Svevo als het ware op elke straathoek staan te roken, in elke bar whisky of witte wijn zitten te drinken. Waar ze de uren vullen met gesprekken over grenzen, en heel in het bijzonder de verdwenen grens met het Oosten en het ‘Rijk van het Kwaad’. Ze zullen het ook wel over misplaatst pattriotisme en ballingschap hebben.
Om die grens zelf te voelen nam ik de tram vanuit Triëst naar Opicina, nog op Italiaans grondgebied maar toch al met veel opschriften in het Sloveens. Vlakbij voelde ik het nazinderen van het Ijzeren Gordijn, een fenomeen dat me in mijn kinderjaren zoveel angst heeft ingeboezemd en nu pas werkelijk voor me wordt, zij het op imaginaire wijze.

“Elke grens”, schrijf Claudio Magris, “heeft met onzekerheid en behoefte aan zekerheid van doen. De grens is een noodzaak, want zonder grens oftewel zonder onderscheid is er geen identiteit, is er geen vorm, geen individualiteit en zelfs geen werkelijke existentie, die dan immers wordt opgezogen in het vormeloze en ongedifferentieerde. De grens schept een werkelijkheid, maakt omtrekken en karaktertrekken en vormt de individualiteit, de persoonlijke en de collectieve, de existentiële en de culturele. Grens is vorm en dus ook kunst.”