ROMAN POLANSKI EN DE HYPOCRIETE MORAAL

Dank zij de politie en de Amerikaanse Justice for All is hij vandaag wellicht de beroemdste man en zijn het zijn films die het meest worden bekeken. Dat is de goede kant van de zaak, maar de slechte kant is dat Roman Polanski nog maar een keer moet afzien, na de Holocaust, na Charles Mansons absurd geweld, na de ballingschap ten gevolge van de toenmalige (jaren 1960-1970) hypocriete moraal. In ons land zijn er onder meer Hugo Claus, Herman J. Claeys en Jef Geeraerts ‘slachtoffer’ van geweest. Maar de toenmalige hypocriete moraal is er kennelijk nog altijd, en mogelijk nog hardnekkiger, nog vicieuzer. Roman Polanski had meer dan dertig jaar geleden seks met een minderjarig meisje. Ik wil dat niet meteen verdedigen maar evenmin veroordelen, gewoonweg omdat ik er niet bij was en omdat ik weet dat een meisje van dertien seksueel volwassen kan zijn. Polanski zag (en ziet waarschijnlijk nog steeds) graag mooie, jonge meisjes, en hij had een buitengewoon goede smaak: Françoise Dorléac, Cathérine Deneuve, Sharon Tate, Nastassjia Kinksi – om de bekendste ‘veroveringen’ te noemen. Is daar iets mis mee? Dan moet je mij ook opsluiten. En veel andere mannen en vrouwen en jongens en meisjes. Dan moet je zeker Nabokovs ‘Lolita’ verbranden (als dat nog niet is gebeurd) en dan moet je vooral de porno-industrie aanpakken. Drie klikken met de muis en ik zit middenin een fistfuck-situatie, die ik niet echt wil zien. Maar kijk ik dan naar dat gedoe? Even misschien, uit nieuwsgierigheid, maar dan zoek ik verder, naar iets wat me wel interesseert of opwindt. Ik laat het aan de verbeelding van de lezer over wat dat dan wel mag wezen. Toch mogen ze van mij zoveel fistfucken als ze willen, zolang het maar niet onder dwang gebeurt.

Ik schrijf hier niet zomaar over Roman Polanski. Het is meestal niet mijn gewoonte ‘hot items’ te becommentariëren. Maar dit is een ander geval. Ik heb me lang in zekere zin met de Poolse regisseur geïdentificeerd. Mijn aangenomen naam lijkt niet toevallig op die van hem: het was een bewuste keuze. Ik heb zijn films voor het eerst op de filmschool in Brussel gezien, kortfilms, zoals ‘Amsterdam’,  ‘De dikke en de dunne’, ‘Twee mannen met een kast’ en langspeelfilms zoals ‘Het mes in het water’, ‘Cul de Sac’, en ‘Repulsion’. Ik vond het stuk voor stuk meesterwerken. Daar kwam nog bij dat mijn toenmalige vriend en medestudent, Guillaume Bijl, me elke keer als hij me zag begroette met de woorden, “Hé, Polanski, hoe gaat het met je?”. Waarschijnlijk leek ik een beetje op de regisseur (maar ik was wel een stuk jonger, en had veel minder succes bij de mooiste meisjes). Na mijn studies bleef ik Roman Polanski volgen – en ik bleef zijn werk buitengewoon vinden; films zoals ‘Rosemary’s Baby’, ‘Che?’, ‘Chinatown’, ‘Le locataire’ (waar hij zelf prachtig in acteert), ‘Tess’, ‘Death And The Maiden’, etcetera. Niet stuk voor stuk meesterwerken, maar bijna altijd beter dan het werk van zijn tijdgenoten en van zijn epigonen.

Roman Polanski is ouder nu, kwetsbaarder. Hem opsluiten is een gevaarlijke zaak. Als hij dagen, weken tussen criminelen zit, eenzaam in een cel, dan gaat hij er ongetwijfeld aan ten onder. En de kans is groot dat ik dan niet veel later een in memoriam zal moeten schrijven – en ik had me voorgenomen dat niet meer te doen. Laat om die laatste, maar vooral om alle andere hier opgesomde redenen en argumenten Roman Polanski meteen weer vrij. De man heeft in zijn leven al voldoende afgezien. Laat Roman Polanski vrij!

 

SUE, WANDA EN DE WANHOOP

anna thomson,wanhoop,film,amos kollek,barbara loden,tammy wynette,john cassavetes,sue,wanda,a woman under the influence,george jones,gazon,de borsten van anna thomson
Anna Thomson, in ‘Sue’ van Amos Kollek.

Waarom houd ik van films over wanhopige vrouwen zoals ‘Wanda’ van Barbara Loden, ‘Sue’ van Amos Kollek of ‘A Woman Under the Influence’ en Opening Night van John Cassavetes? Ik weet het niet. Alvast niet omdat er naar kijken me ontspant, zoals een glas wijn of een kalmeerpil dat kan doen. Het is eerder nog een schepje bovenop de algemene wanhoop van het in de wereld zijn. Soms denk ik dat het om identificatie gaat: herkenning in een andere eenzame ziel, in een andere onbegrepen mislukkeling. Maar waarom dan een vrouw, een prostituée, een alcoholiste, een borderline geval? Ben ik dan geen echte man, en zelfs een beetje een macho (aldus mijn levensgezellin). Neen, ik ben geen echte man, al ben ik dan een beetje macho. Ik wil ook geen echte man zijn. Een echte man heeft een auto, liefst van al een sportwagen of een 4×4, een machine die power en geweld uitstraalt, de power en het geweld van de bestuurder. Ik bezit geen auto en heb ook geen rijbewijs. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar ik ben er toch trots op. Ik bezit al evenmin en huis met een grote tuin en veel ‘gazon’. Een grasmaaier, of hoe heten die dingen, heb ik ook niet. Ik heb eens gelezen dat George Jones, toen hij zwaar aan de drank zat, op een keer met zijn grasmaaier naar de drankwinkel is gereden. Zijn vrouw, Tammy Wynette, had – precies om zulke escapades te verhinderen – hem de sleutels van zijn 27 auto’s afgepakt. Zulke waanzin spreekt me dan toch wel weer aan. Iemand die 27 auto’s bezit en een grasmaaier kan geen slechte mens zijn, zeker niet als hij ze gebruikt om alcohol in te slaan. Maar ik ben zeker ook geen echte vrouw, en ik heb ook nooit de neiging gehad om me als vrouw te verkleden of iets dergelijks. Wellicht schuilt er diep in mij een kwetsbaar meisje dat zich herkent in actrices als Anna Thomson, Barbara Loden en Gena Rowlands. De kwetsbaarheid, de onaangepastheid die deze dames op het scherm ten toon spreiden heeft misschien geen geslacht. Als ik hen zie acteren weet ik dat ik niet alleen ben, dat er nog andere mensen zijn zoals ik en dan vraag ik me af waarop ik wacht om hen te gaan zoeken. Zeer zeker zitten zij ergens, in een bar of in een trein, en verwachten zij mij.