THE PILGRIM: CHAPTER 33

Vorige maandag zat ik voor de zoveelste keer naar Martin Scorsese’s ‘Taxi Driver’ te kijken. Toen Kris Kristoffersons ‘The Pilgrim: Chapter 33′ daarin uitgebreid aan bod kwam, dacht ik, ik moet echt wel eens iets schrijven over deze begenadigde singer-songwriter. Een ander element dat mij tot het schrijven van het stuk van vorige dinsdag aanzette, was een mooie brief van Marc V., die zelf een grote fan is van Kristofferson. Het was mij echter helemaal ontgaan dat de zanger diezelfde maandagavond in Antwerpen optrad. Puur toeval dus, nog maar eens. Maar helaas heb ik het concert gemist.

“He’s a poet, he’s a picker,
He’s a prophet, he’s a pusher,
He’s a pilgrim and a preacher, and a problem when he’s stoned.
He’s a walkin contradiction, partly truth and partly fiction,
Taking every wrong direction on his lonely way back home.
There’s a lotta wrong directions on that lonely way back home.”

 

KRIS KRISTOFFERSON: EEN WANDELENDE CONTRADICTIE

ned kelly,jamer coburn,country,film,kris kristofferson,rita coolidge,bob dylan,sam peckinpah,mick jagger,martin scorsese,taxi driver,michael cimino,heaven s gate,robert deniro,cybil shepard,bobby charles,rolling stone,shel silverstein,george cukor,janis joplin,pop,william blake,popcultuur

De wandelende contradictie die Kris Kristofferson is, was al een tijdje aan mijn aandacht ontsnapt. Tot een lezer, Marc V. uit Genk, mij opnieuw op zijn spoor zette. Hoe had ik deze grote songschrijver zo kunnen verwaarlozen? Ik moet u het antwoord schuldig blijven, ik weet het gewoonweg niet. Het is mogelijk dat zijn naam er voor iets tussenzit, ik vind het een lelijke naam, met die twee K’s en dat dubbele ‘Kris’. Bovendien heeft hij samen met Barbra Streisand heiligschennis gepleegd door te ‘acteren’ in een stupide remake van ‘A Star Is Born’. De beste versie, die uit 1954 van George Cukor, met Judy Garland en James Mason was ook al een remake, maar een die het origineel overtrof.

Volstaat dat echter om de man te begraven? Een retorische vraag, natuurlijk. Want Kristofferson is de schrijver van ‘Sunday Morning Coming Down’, ongetwijfeld de beste song over een kater ooit geschreven, van ‘Help Me Make It Through the Night’, van ‘To Beat the Devil’, van ‘Why Me’, van ‘The Pilgrim: Chapter 33’, van ‘Me And Bobbie McGee’, en – niet te vergeten – van ‘Blame It On the Stones’.

Mijn kennismaking in 1970 met de naam Kris Kristofferson heb ik aan Mick Jagger te danken. Op het Vossenplein in Brussel had ik de soundtrack van ‘Ned Kelly’ gevonden, een film die ik toen heel goed vond, alleen maar omdat Mick Jagger er in meespeelde. Het komt niet in mijn hoofd op hem ooit nog een keer te bekijken.  De muziek was van Shel Silverstein, bekend van onder meer ‘A Boy Named Sue’ en ‘Sylvia’s Mother’. De meeste songs nam Waylon Jennings voor zijn rekening, maar een drietal, waaronder ‘Stoney Cold Ground’, zong Kristofferson. Wat later ontdekte ik dat hij ‘Me and Bobby McGee’ had geschreven, een grote, postume hit voor Janis Joplin. In dat hippielied horen we Janis op haar mooist. Het debuut van Kris Kristofferson verscheen eveneens in 1970, maar omdat er in België geen interesse bestond voor country kwam de elpee hier toen niet uit.

In het tijdschrift ‘Rolling Stone’ las ik allerlei verhalen over de songschrijver. Onder meer dat hij een master’s degree had in Engelse literatuur en zijn thesis aan William Blake had gewijd, dat hij op een boorplatform had gewerkt en met een helikopter gevlogen. Straffe verhalen over drugs en dronkenschap. Soms hoorde ik een van die gevoelige liederen van hem op AFN, het radiostation van het Amerikaanse leger in Europa. Kristofferson had een stem van soms zacht, soms hard leder, zijn teksten waren even goed als die van Dylan. In 1973 kwam de schitterende film ‘Pat Garrett and Billy the Kid’ van de dronkaard Sam Peckinpah uit. Kristofferson was Billy the Kid, James Coburn Pat Garrett – en Bob Dylan vertolkte het merkwaardige personage genaamd Alias. De in tequila gedrenkte soundtrack was van Bob Dylan. In datzelfde jaar trouwde Kristofferson met Rita Coolidge, die hij op de set van ‘Pat Garrett and Billy the Kid’ had leren kennen. Mijn goede vriend Marc D. leende me zijn exemplaar van ‘Full Moon’ uit, een duet-elpee van Kris Kristofferson en Rita Coolidge. Dat was niet echt een mijlpaal, maar door die plaat ontdekte ik de muziek van Bobby Charles (zijn mooie ‘Tennessee Blues’ was het hoogtepunt op ‘Full Moon’).

ned kelly,jamer coburn,country,film,kris kristofferson,rita coolidge,bob dylan,sam peckinpah,mick jagger,martin scorsese,taxi driver,michael cimino,heaven s gate,robert deniro,cybil shepard,bobby charles,rolling stone,shel silverstein,george cukor,janis joplin,pop,william blake,popcultuur

Het mooiste eerbetoon aan Kris Kristofferson is terug te vinden in Martin Scorsese’s ‘Taxi Driver’ uit 1976. Betsy (Cybil Shepard), het ‘onschuldige’ meisje in het wit op wie de eenzame taxichauffeur Travis Bickle (Robert DeNiro) verliefd wordt, is een fan van Kris Kristofferson. Ze is van mening dat het nummer ‘The Pilgrim: Chapter 33’ op haar vreemde vriend van toepassing is. In een volgende scène zie je Travis Bickle een platenwinkel buitenstappen met de elpee ‘The Silver Tongued Devil And I’ onder zijn arm. Een mijlpaal in de countrymuziek, en wellicht Kristoffersons beste plaat. De rest is, zoals men zegt, geschiedenis. Tot die geschiedenis behoort ook een van de mooiste films aller tijden, ‘Heaven’s Gate’ van Michael Cimino. Bekijk vooral niet de ingekorte versie.

SUNDAY MORNING COMING DOWN

kris and rita

Ik weet dat Kris Kristofferson niet erg geliefd is in deze contreien, maar telkens als ik zijn Sunday Morning Coming Down hoor, krijg ik een krop in mijn keel. Hetzelfde heb ik trouwens met zijn Me And Bobbie McGee. Een paar maanden geleden trad Kristofferson op in de AB, maar ik was toen in Portugal. Ik heb niets over het concert gehoord of gelezen. Als iemand er meer over weet, neem gerust contact met me op. Ik heb een e-mailadres.

Well I woke up Sunday morning,
With no way to hold my head that didn’t hurt.
And the beer I had for breakfast wasn’t bad,
So I had one more for dessert.
Then I fumbled through my closet for my clothes,
And found my cleanest dirty shirt.
An’ I shaved my face and combed my hair,
An’ stumbled down the stairs to meet the day.

I’d smoked my brain the night before,
On cigarettes and songs I’d been pickin’.
But I lit my first and watched a small kid,
Cussin’ at a can that he was kicking.
Then I crossed the empty street,
’n caught the Sunday smell of someone fryin’ chicken.
And it took me back to somethin’,
That I’d lost somehow, somewhere along the way.

On the Sunday morning sidewalk,
Wishing, Lord, that I was stoned.
‘Cos there’s something in a Sunday,
Makes a body feel alone.
And there’s nothin’ short of dyin’,
Half as lonesome as the sound,
On the sleepin’ city sidewalks:
Sunday mornin’ comin’ down.

In the park I saw a daddy,
With a laughin’ little girl who he was swingin’.
And I stopped beside a Sunday school,
And listened to the song they were singin’.
Then I headed back for home,
And somewhere far away a lonely bell was ringin’.
And it echoed through the canyons,
Like the disappearing dreams of yesterday.

On the Sunday morning sidewalk,
Wishing, Lord, that I was stoned.
‘Cos there’s something in a Sunday,
Makes a body feel alone.
And there’s nothin’ short of dyin’,
Half as lonesome as the sound,
On the sleepin’ city sidewalks:
Sunday mornin’ comin’ down.