HET GEWICHT VAN DE DAGEN

P1030610

Veel soortgenoten lopen gebukt onder het gewicht van de dagen. Sommigen lijken geen last te hebben van de dagelijkse sleur van hun arbeid, ze lijken energie in overvloed te hebben.Ik heb er zelf zo gekend op het werk. Misschien zien zij niet dat er naast het werk het ‘echte’ leven is. Ik begrijp dat iemand zijn werk graag kan doen, maar ook dat het je uitput en je vaak belet je ‘echte’ leven te leven. Je ‘echte’ leven is geen hersenschim, maar is alles wat je graag doet, alles waar je naar verlangt.

Als ik aan die grote vermoeidheid denk, waar zovelen in dreigen te verzinken, schaam ik me voor mijn zelfbeklag. Hoe kan ik soms zo blind zijn voor de zorgen van anderen, hoe kan ik zo opgesloten zitten in mijn begeerte, in mijn verlangen? Misschien werd ik als kind, als jongeman te zeer verwend, misschien kreeg ik te veel aandacht en te veel liefde en is er daardoor gewenning opgetreden, waardoor ik niet meer zonder grote hoeveelheden kan. Ja, ik geloof dat mijn honger te groot is, mijn zelf-honger, daar komt het wellicht op neer.

Zal ik nog kunnen veranderen? Ik blijf me aan het onmogelijke vastklampen, als ik dat niet zou doen, zou ik niet graag meer leven, denk ik. Ik moet sterk zijn, oefenen. Echt zwak voel ik me niet, alleen ergert het mij dat ik sommige dingen niet aankan, dat mijn lichaam zo veranderd is sinds 25 mei, dat mijn geheugen niet meer even goed werkt.

Veel te vaak voel ik me eenzaam.En als ik me eenzaam voel, komt dat door de gewenning waar ik het hierboven over had. Ik ben eenzaam als ik mij schitterende dagen herinner, alleen doorgebracht, of met een vriend of een geliefde. Ik kan heel goed alleen zijn, als ik maar weet dat er ergens iemand is die misschien met tederheid aan me denkt. Als ik weet dat er ergens iemand is die om me geeft.

Ik ben ongeduldig. Ik wil nu al sterk zijn. Ik wil kunnen dansen, reizen, mijn ‘echte’ leven leiden (zelfs ik doe dat niet, ook al werk ik niet). Schrijven wil ik, lezen, luisteren, spreken, mezelf geven, mezelf verliezen, je in mijn armen houden, je de adem benemen. Zo sterk zijn dat ik me niet meer voor mijn zwakte hoef te schamen.