WILCO EN DE NIEUWE POLITIEKE CULTUUR

wilco,bart de wever,walging,politiek,vlamingen,schat,liefde,jean-luc godard,anna karina,frank vandenbroucke,nationalisme,democratie,pop,live,haat,godard,alphaville,troost,muziek,concert

Zou zo’n kerel als Bart De Wever, vervloekt zij zijn naam, nooit eens een keer kijken naar een film als ‘Alphaville’ van Jean-Luc Godard? Om bijvoorbeeld te weten te komen wat liefde is. Anna Karina zou het hem zeggen… ‘Dichter, dichter’, zegt de liefde. ‘Verder, verder’, zegt de haat. Het zou al volstaan als hij alleen maar naar dat fragment hier beneden zou kijken. Een fragment van een ‘discours amoureux’. Geen gezeur aan mijn hoofd, zeg ik maar. Maanden lang is die vent nu al bezig ons land te gijzelen. Een niemendal als hij. Wie heeft eigenlijk voor Bart De Wever gestemd? Hij betekent niets, en toch krijgt hij zoveel aandacht, zelfs van mij nu. Frank Vandenbroucke heeft gelijk: De Wever maakt van Vlaanderen een karikatuur, hij zorgt ervoor dat Vlamingen een verschrikkelijk imago krijgen, in Brussel, in Wallonië en in het buitenland. Ik schaam mij er nu al voor om in winkels hier in Brussel nog Nederlands te spreken. De mensen denken wellicht al dat wij Nederlandstaligen allemaal een soort Bart De Wevers zijn, kleinzielige nationalisten, separatisten en antisemieten. Het is walgelijk. Intelligente mensen als Verhofstadt, Vandenbroucke, Dewael (van wie ik onlangs een uitstekend opiniestuk las, in De Standaard, of was het De Morgen?) moeten die man tegenhouden, hij hoort niet thuis in een democratie. Stuur hem terug naar zijn dorp! En Olivier Maingain hoort evenmin thuis in deze democratie, maar dat zijn mijn zaken niet, ik ben geen Franstalige, daar moeten de Franstalige democraten zich mee bezighouden.‘Verder, verder’, zegt de haat. Verwijder je. Ga weg. Ik luister niet naar je. Zwijg. Ga uit het licht, je staat in de weg.

En dan was er Wilco. De absolute troost van muziek. De volledige overgave. De ontploffing van het verlangen. Ik schrijf korte zinnetjes omdat ik buiten adem ben en geen geduld heb. (Op dit ogenblik wordt valse geschiedenis geschreven.) Wilco, alleen maar vergelijkbaar met het allerbeste. Als the Beatles nog zouden bestaan en ze zouden live spelen, zouden ze met dezelfde intensiteit, schoonheid, gewelddadige liefde en muzikale perfectie spelen als Wilco gisteren in het Koninklijk Circus. Ik hoorde gisteravond de hele geschiedenis van de rock & roll, maar niet in flarden, niet ironisch, niet post-modern, maar in een bezielde synthese. Het eerste lied, ‘Sunken Treasure’, bevatte een intentieverklaring:

“Music is my savior, and I was maimed by rock and roll.
I was maimed by rock and roll.
I was tamed by rock and roll.
I got my name from rock and roll.”

En daar werd niet meer op teruggekomen. Twee uur later werd met enkele verwijzingen naar the Kinks en vooral the Who een punt gezet achter een concert dat, denk ik, bij iedereen die erbij was in de ziel zit opgeborgen als een unieke schat. Voor de details, lees de recensies. En nu ga ik opnieuw wat walgen van de nieuwe politieke cultuur.

CAT POWER IN HET KONINKLIJK CIRCUS

rock,bob dylan,cat power,soul,eigenzinnig,brussel,koninklijk circus,recensie

Gisteren beleefde ik het genoegen Cat Power aan het werk te zien in mijn favoriete Brusselse concertzaal, het Koninklijk Circus. De voorbije dagen heb ik het al meermaals over koningen gehad, reden waarom ik dat nu nalaat. Ik voel me bovendien allesbehalve koninklijk en Cat Power is evenmin een koningin. Al dat gedoe met die titels kan me gestolen worden. Vandaag nog meer dan anders. Mijn huidige toestand – waterzuchtig – is van katachtige oorsprong. Cat Power, die volgens de roddelrubrieken de drank heeft afgezworen, is dan weer een doodgewoon soulmeisje, dat zich heerlijk eigenzinnig op een podium beweegt, niet bepaald katachtig, meer menselijk al te menselijk. Sommige soortgenoten schijnen daar problemen mee te hebben, las ik de voorbije weken en maanden in sommige teksten en blogs. Dat begrijp ik helemaal niet. Als het over – om maar eens een voorbeeld te noemen – Ryan Adams gaat heeft niemand daar problemen mee, ook niet als hij stomdronken over het podium strompelt en glazen stukslaat. Als Cat Power haar armen in de lucht steekt, voor zichzelf applaudisseert – terecht – of wat aan haar hemdje friemelt, fulmineert de ‘schrijvende’ goegemeente. Uitermate dom, vind ik dat, en echt iets voor ‘mannen’.

Ik houd van stemmen. Voor de stem van Cat Power ben ik naar het Koninklijk Circus gegaan – en ze heeft me niet teleurgesteld. Voor mij is ze, zeker qua frasering, voortaan de jongere zus van Bob Dylan. Haar begeleidingsband, de Dirty Delta Blues, met Judah Bauer op gitaar, Jim White aan de drums, Gregg Forman aan de toetsen en Erik Paparozzi op basgitaar, deed me meermaals denken aan de band die Bob Dylan begeleidde op Bringing It All Back Home en Highway 61 Revisited (uit 1965!). Helemaal die sound, dat scherpe kwikzilveren geluid, met toch een stevige basis in de ritmesectie. Soms gingen mijn gedachten ook wel naar the Small Faces (de latere Faces) en veranderde Cat Power in een vrouwelijke versie van Steve Marriott, ook een unieke en onvoorspelbare blanke soulzanger, een van de beste. Judah Bauer had bovendien heel wat geleerd van de rifpiraat bij uitstek, Keith Richards.

Laat ik dit zeggen: een zangeres die een concert inzet met Naked If I Want To, een song van de tweede beste Amerikaanse band uit de sixities, ik heb het over Moby Grapy, de beste was the Byrds, heeft niet alleen veel lef maar tevens een uitmuntende smaak. En dat eerste nummer zette de toon: gedurende het hele optreden waren de eigenzinnigheid en de pure emotie aan de macht. Aanstekelige grooves en een goed gevoel. Veel bekend werk uit The Greatest, oudere nummers, schitterende covers van ( I Can’t Get No) Satisfaction en These Arms Of Mine, een mix van soul en blues en luisterlied zoals alleen Cat Power die kan brengen. En daar bovenop die warme uitstraling en die heerlijke, eerlijke lichaamstaal van deze Southern Lady. Meer heb ik niet nodig om tot de zevende hemel te geraken. Koninklijker dan ik al was ben ik er echter niet door geworden. Aan degenen die zich storen aan het dansen van Cat Power raad ik een dansje aan in de stijl van Ian Curtis, dance dance dance to the radio!

Voetnoot (toegevoegd op 4 mei). Door een rare kronkel in mijn hersens (of ten gevolge van teveel pils) vergat ik in mijn korte lofzang van het Cat Power-concert het hoogtepunt te vermelden. Dat was zo goed als zeker haar doorleefde versie van Dark End Of the Street, een song van Dan Penn en Chips Moman. Haar versie was bijna even mooi als die van James Carr en overtrof die van the Flying Burrito Brothers, en dat wil veel zeggen.

RYAN ADAMS IN HET KONINKLIJK CIRCUS

flying burrito brothers,ryan adams,cardinals,brussel,koninklijk circus,grateful dead,allman brothers,pop,rock,country,blues,popcultuur,live,concert,batman,robin,maskers,communicatie

Gisteren traden Ryan Adams & the Cardinals op in het Koninklijk Circus in Brussel, een heerlijke ouderwetse concertzaal, met staanplaats voor de mensen die dicht bij het podium willen staan of die graag wat dansen en met knusse zetels voor degenen met stramme leden of een zwak gestel. Ryan Adams trekt heel wat dronkaards aan: die kunnen ook in de zetels terecht.

Wat hebben wij gisteravond gehoord? Veel, heel veel. Ik probeer een korte opsomming te geven. Singer-songwriter stuff; traditionele en alternatieve country; Canned Heat-stijl blues; Rolling Stones-achtige blues & gospel funk, denk hierbij aan Tumbling Dice of Can’t You Hear Me Knocking; Bo Diddley beat, acid rock in de traditie van the Grateful Dead (met heel wat schitterende spacy jams); door Prince geïnspireerde funk; piano-pop met een knipoog naar Elton John; een flard van The Wind Cries Mary; een beetje disco en punk rock, denk hierbij vooral aan The Clash; en nog het meest southern boogie in de stijl van de grootmeesters van het genre, de Allman Brothers; en natuurlijk ook harmonieuze country rock met als referentie de perfectie van Chris Hillman en Gram Parsons ten tijde van The Gilded Palace of Sin. En dat allemaal zonder aan eigenheid in te boeten: Ryan Adams, dames en heren, een man die de zich de hele geschiedenis van de rock & roll van 1950 tot nu eigen heeft gemaakt. Ik denk dat hij zijn hele platencollectie – die ongetwijfeld zeer uitgebreid is – kan naspelen. Maar nogmaals, Ryan Adams is geen epigoon, hij is geheel en al zichzelf. Een wonderkind van 32 jaar.
In The Cardinals heeft Ryan Adams de ideale band gevonden om zijn songs op de beste manier vorm te geven, om zijn soms extreme emoties enigszins aan banden te leggen, om hem in zekere zin met zijn voeten op de grond te houden, ook al bereiken ze samen grote hoogten. Of zoals Adams zingt: To Be Young (Is To Be Sad Is To Be High), wat, nu de zanger toch ook al weer 32 is, bijzonder nostalgisch klonk. Want is het alles bij mekaar niet mooi om jong te zijn, en droevig, en high?

Ryan Adams en zijn band speelden zo lang en zoveel songs dat het onbegonnen werk is ze hier allemaal op te sommen. Bovendien heb ik lang niet alles herkend. De man is trouwens bijzonder productief. Vorig jaar alleen al heeft hij drie cd’s uitgebracht, waarvan één dubbele. Toch een aantal titels die me door hun intense, vaak emotioneel overweldigende uitvoering zijn bijgebleven. A Kiss Before I Go, The End (over zijn geboortestad Jacksonville), Cold Roses (uit de gelijknamige dubbel-cd), Easy Plateau, het hierboven al genoemde To Be Young, New York, New York (prachtige versie van de eerste track uit ‘Gold’), Dear Chicago (uit Demolition), Magnolia Mountain, Peaceful Valley, Beautiful Sorta, Rescue Blues, Blue Hotel, 29 (dit was qua stijl echt een mix van Canned Heat en Grateful Dead), Shakedown On 9th Street, Wharf Rat (een Grateful Dead cover) en tot slot I See Monsters, uit Love Is Hell. Ik dacht ook Elton Johns Rocket Man te hebben gehoord. Maar na meer dan twee uur hemelse muziek ga je misschien hallucineren.

Ryan Adams is niet bepaald verbaal communicatief. Maar vergeleken met concerten in andere Europese steden viel het in Brussel nogal mee.Zo excuseerde hij zich voor zijn rasperige stem, vanwege een griepje. Zijn stem deed hem denken aan die van zijn oude grootmoeder. Of stel je voor dat je ontwaakt naast de wat oudere Judy Garland, na een nachtje uit, hoe ze dan ’s morgens moet hebben geklonken… Zijn monoloog ontspoorde, ik had niets anders verwacht. Wel, zegt hij, dit is mijn manier om jullie ‘hello’ te zeggen. Let er maar niet op, spreken brengt me altijd in moeilijkheden, maar ik kan wel songs spelen. En dan zijn we weer vertrokken voor een uurtje muziek.

En andere keer heeft hij het over Batman en Robin. Ik begreep er geen woord van. De monoloog hield waarschijnlijk verband met zijn Batman t-shirt. Afsluiter I See Monsters zou hij trouwens uitvoeren met een Batman cape om de schouders en een soort van grinnikende berenkop-masker op het hoofd (of was het een weerwolfkop?). Een vreemd en vervreemdend zicht. Niemand in het publiek die nog om een encore durfde vragen. Dat had ook weinig zin. Ryan Adams & the Cardinals hadden bijna 150 minuten gespeeld en alles gegeven wat ze in zich hadden.

Dit concert staat reeds genoteerd in de toptien van de beste concerten die ik ooit heb bijgewoond (en die nu in mij wonen).

EEN PSYCHEDELISCHE GENE PITNEY


mercury rev

Gisteren leefde ik weer een beetje op in het Koninklijk Circus – dat ik liever het Rode Paleis zou willen noemen – bij het concert van Mercury Rev. Net voor het openingsnummer (A Secret For A Song) werd op een groot scherm zo’n beetje de geschiedenis van de rock & roll geprojecteerd aan de hand van foto’s, afbeeldingen van platenhoezen, belangrijke gebeurtenissen, etc. etc. Ook tijdens de set was er veel te zien op de achtergrond: foto’s van sterren en planeten, van insecten, van allerlei weefsels, uitspraken van filosofen als Schopenhauer en Nietzsche, religieuze denkers als Krishnamurti, wetenschappers als Max Planck, kunstenaars en doodgewone schrijvers. Eén schrijver die werd geciteerd was beatdichter Robert Creeley, die onlangs is overleden. Volgens Mercury Rev werd de man wegens zijn ‘onschuld’ vaak belachelijk gemaakt. De uitspraak die we van hem te lezen kregen was dat vorm niets meer is dan een uitbreiding van de inhoud. Wat impliceert dat je je niet moet houden aan bijvoorbeeld ritme of metrum of aan herkenbare beelden. De Amerikaanse band (afkomstig uit de Catskills) plaatste zich op die manier zonder valse bescheidenheid in een duidelijke artistieke, wetenschappelijke en historische context. Nu lijkt het wel of ik naar een literair avondje ben geweest maar dat was helemaal niet zo. Het aangename aan het Koninklijk Circus is dat je je er meteen goed voelt. Waarschijnlijk komt dat door die rode kleur, maar zeker ook door de aangename, gemakkelijke zetels en vooral door het bijzonder vriendelijk onthaal. Je staat er ook niet als slachtvee tegen elkaar gedrukt, zoals dat in de meeste poptempels wel het geval is.

Over de eerste twee bands kan ik kort zijn: ze waren overbodig. Waarom worden avonden op die manier altijd nodeloos gerekt? Het optreden van Mercury Rev daarentegen was meeslepend en mysterieus. Zanger Jonathan Donahue deed me denken aan een psychedelische Gene Pitney. De sound van de band was duidelijk geïnspireerd door Phil Spector en meer nog door de diepbetreurde Jack Nitzsche, aan wie ik vorige zaterdag in mijn radioprogramma aandacht schonk. Na elk moment verwachtte ik dat de groep Expecting To Fly zou inzetten. Dat gebeurde echter niet. Wel was er tijd voor een cover van Dylans You Gotta Serve Somebody.

Het was een bezield en bezielend concert, met een zanger en muzikanten die het publiek veel liefde en troost gaven. Het was zo’n moment waarop de tijd stilstaat (hoe clichématig dat ook mag klinken) en alle ellende van deze stad en de dieptepunten van het bestaan verdwijnen onder een bedwelmende nevel, die dan ook nog eens de geur had van seringen uit de tuin van Eden! Het eindigde allemaal met Jonathan Donahue die bleef herhalen: “In my dreams I’malways strong”… Ontroerend, want de man ziet er fysiek niet sterk uit, eerder fragiel en uiterst kwetsbaar.

Dat alles betekent echter niet dat de diepe wanhoop die mij sinds zaterdagnacht in haar greep had nu als een duivel door de goede Jonathan is uitgedreven. Nee, de duivel van de wanhoop zit nog in mijn ziel en vreet aan mijn hart. Ik wil nog even benadrukken dat ik mijn ziel niet van god heb gekregen (maar misschien wel aan de duivel heb verkocht): mijn ziel zit in elke vezel van mijn lichaam en pulseert als een organisch instrument op het ritme van de stad, van de stemmen en de adem van wie mij omringen, van de muziek en het lawaai, en soms als mijn geest tot rust komt, op het geritsel van de bladeren of het geluid van regendruppels op een houten dak.