BLOND OP BLOND

IMG_5806

Als je me volgt naar de vergeten straat vergeet ik alles wat het vergeten waard is en meer. Zinloos is het leven in de waarheid als de waarheid je waardevolste leugens vernietigt. Je springt op de bühne, een automatische reflex, en spreekt de toeschouwers toe. Een audiëntie bij een ongehoorde vijand met ‘n ontwapenende blik in de ogen.

De dagen zijn kogels die verloren zielen afvuren, misschien wel uit schrik om ze onderweg te verliezen. Want wat voor, welke zin hebben ze in hun hulzen met het kruit en het koper, ongeschonden? Op jou vuren ze; in je hart, in heel je wezen word je geraakt. La vida, Alselma, mi corazon.

Heeft de dwaasheid je nu ingekapseld, de nuchtere waanzin je zinnen verbijsterd? Luister je niet langer naar de stem van de raadgever, oud en wijs en voorbij elk kruispunt. Terwijl jij knielt, geknield ligt, onderweg ergens voor een hotel op een hoek waar de wegen uiteenlopen. Geknield of gebogen een wiegenlied zingend, een lullabye voor de nog niet slapende baby. Baby die niet in je armen ligt, in een rode jurk onthuld, of balschoenen uitschoppend, even rood als de ochtendzon.

Als je me volgt naar de vergeten straat vergeef ik alles wat het vergeven waard is en meer. Wat ik nooit heb gekregen, nooit heb gegeven, nooit uit mijn lijf heb geperst – en wat is een leugen? Of meer nog, wat is een leugen om bestwil? Van mij verneem je dat niet, nooit – de eeuwigheid (of een dag) is mijn getuige.

In Tempus Fugit drink ik koffie tegen de maagpijn en water omdat jij dorst hebt. Het is een genoegen of is het een ongenoegen om genoeg van dit alles te hebben. Het niet meer te willen doorstaan en er geen iota van te verstaan – of bedoelde je begrijpen?

De vergeten straat in het Noorden waar je altijd blond bent zoals de zangeres, blond op blond. En een zilveren jurk onder de sterren betekent er niet eens veel, weinig zelfs, helemaal niets. Op het gegeven woord komt het aan in het Noorden, buiten de wet staan van de mensen, alleen de goden begroeten. En alleen de goden de rug toekeren als waren ze vrienden of teerbeminde slavinnen.

Schitteringen in je donkerste nachten zijn klanken die soms woorden worden, meer niet. Want zo is het altijd, dat er niet veel meer is dat waarde voortbrengt dan woorden. Als je me volgt naar het Noorden schenk ik je de weinige woorden die ik ken of ik zing ze. En dan luister je en lig ik aan je voeten en ben ik de teerbeminde en voel geen pijn. Want in elk woord lost de lust op en de pijn, net zoveel als je lief is en je goedkeuring verdient. Vingers op snaren, op toetsen, op huid. Zo zijn de woorden die je neerschrijft op een wit. Die ik neerschrijf, wit op een wit, en net zoals jij, blond op blond.

DRIE KLEUREN: GEEL

29974065_f4e3f795fa_o.jpg

Er waren dagen in de zomer dat ik alleen maar geel zag. Het zullen boterbloemen geweest zijn, hele velden vol boterbloemen, die mijn ogen verzadigden. Mijn dagdromen van toen, van het jongetje dat langs het kanaal op en af liep, op en af, herinner ik me als geel. Geel betekende geluk, zaligheid. Nog steeds kunnen rode voorwerpen me schrik aanjagen, gele nooit. Nochtans houd ik het meest van rood. Als ik in een film – of in het echte leven – een blonde vrouw in een rode jurk zie heeft ze meteen, op zijn minst, mijn volle aandacht.  Misschien compenseert het geelachtige blond het vurige rood?

Geel is de kleur van de waanzin, heb ik al horen beweren. Ik weet niet of dat waar is. Wel zou ik nooit een geel pak dragen zoals Johan Nilsen Nagel in ‘Mysteriën’ van Knut Hamsun.  In dat prachtige, enerverende boek uit 1892 onderlijnde ik dit: “Nog even en elke gemeente heeft een groot man, maar van de grootsten zal er misschien nooit meer dan één per duizend bestaan.” Nagel lijkt me behoorlijk waanzinnig. Het geel van Van Gogh is mogelijk een symptoom van zinsverbijstering.

In het Engels betekent ‘yellow’ laf, onder meer. Donovan’s lied ‘Mellow Yellow’ gaat niet over drugs, maar over elektrische bananen, dildo’s. Welke tiener wist dat in 1967? Wikipedia schijnt het nog steeds niet te weten. Deze verzen uit Bob Dylan’s ‘Tombstone Blues’ zijn echter overduidelijk:

“The Commander-in-Chief answers him while chasing a fly
Saying, “Death to all those who would whimper and cry”
And, dropping a barbell, he points to the sky
Saying, “The sun’s not yellow, it’s chicken””

In Godard’s film ‘La Chinoise’ staat de kleur rood voor het denken en geel voor de Chinezen. Met de rode boekjes van Mao kun je een muur bouwen om je te beschermen tegen de imperialistische vijand. De imperialistische vijand is rood noch geel, maar een kip uit Kentucky.

Wat was Polly Jean Harvey sexy in haar gele jurk. Zal ze die ooit nog dragen? Ik herinner mij dan wel die boterbloemen en hoe alles geel was op sommige dagen, zeker als ik vanuit een boom de velden overschouwde, maar hoe is het mogelijk dat ik PJ nooit live heb gezien? Het komt me voor dat er rond het jaar 2000 niets opwindenders bestond dan een concert van PJ Harvey. De gele jurk begrensde de extase. Je stelt het orgasme toch uit? Een rood kleedje zou de grenzen van de denkbare verrukking overschrijden. De stem van Polly Jean is van vuur, niet geel maar rood.

Nee, ik mis het geel niet echt. Ik mis vooral het rood in mijn leven. Zoveel stellen die boterbloemen van toen nu, uiteindelijk, niet meer voor.

2770673232_7092e2cf39_o.jpg

Foto’s: Martin Pulaski

DRIE KLEUREN: BLAUW (SCHETS)

2012_09_ALGARVEpanasonic 046.JPG

Helemaal blauw je hoofd in de spiegel om vier uur in de koude ochtend. Je bent weer op je eentje onder de mensen geweest, niet eens op zoek naar een verwante ziel, alleen maar wat dolend, op de vlucht voor altijd hetzelfde, iets wat je niet kunt definiëren maar wat op angst lijkt. Bestaansangst misschien?

Op een hoek, onder geelachtig straatlicht, at je frieten met mayonaise, uit een puntzak. Je dronk bier, luisterde met één oor naar muziek die je niet herkende. Muziek van een toekomst waarin niemand je nodig leek te hebben, een aaneenschakeling van dagen zonder betekenis. Het glorieuze lag ver achter je, de gouden tijd, de vurige strijd die liefde heet.

Enkele woorden gewisseld met een barman, naar een jonge vrouw gekeken, niet in de ogen, dat nooit, wel haar hals, haar handen, haar vingers als ze haar wijnglas naar de lippen bracht. Vingers zonder ringen. Witte wijn. Veel van die gouden momenten had je in Italiaanse stadjes achtergelaten, ’s avonds, moe en gelukkig van een lange wandeling in de heuvels, op een terras met een glas witte wijn. Voor je een rivier, avondblauw naar de Middellandse Zee stromend. Een blauw dat de heldere hemel, waar de sterren en de maan al zichtbaar waren, aan de aarde schonk. Uit het café kwam in golven Durutti Column’s ‘Katharine’ op je af.
En in de armen van enkele vrouwen, nabij andere rivieren, de Schelde, de Maas, momenten die de eeuwigheid nabootsten. Met je zoontje in de duinen aan de Noordzee, in de nabije verte de West-Vlaamse kerken, waar geen tekening, geen foto iets aan toe kan voegen.

Maar nu het bonzende blauwe hoofd. De donkere vertrouwdheid. Je kan niet meer denken, bent kleurenblind. En opeens zie je het hoofd van een bokser. Een zwaargewichtbokser die je tegen de grond mept. Goddank dat dàt blauw enkele uren ophoudt.

 

Foto: Martin Pulaski, 25 9 2012.

DRIE KLEUREN: ROOD

Rood van bloed. Rood van vuur. Rood van adem. Rood van de apocalyps. Rood van liefde en seks. Rood van vlees. Rood van steden. Rood van oorlog. Rood van passie. Verzengend rood.  Afschuwelijk rood. Magnifiek rood. Rood van de hemel. Rood van de bergen. Rood van de mijnen.

Onontgonnen rood. Jouw rood. Mijn rood. Onbegonnen rood. Morgenrood. Avondrood.

Het woord rood, een leeg omhulsel, een nietszeggend beeld, een eindeloze metafoor. Het rood van ‘Rode Psalm’, van ‘La Chinoise’, van ‘Trois couleurs: rouge’, van ‘Het rijk der zinnen’, van ‘Le rouge et le noir’. “La Chinoise is een film over rood als de kleur van het denken.” De fabel van de cinema, Jacques Rancière, 2001.

9344217502_bb9b3d7205_o

tafeldansen

 

14892287931_1388cc47c4_o

Foto’s: Martin Pulaski

ECHOLALIA: ANA TORFS

IMG_9952.JPG

Ja, ik ben verslingerd aan echolalie. Aan het woord en aan wat het woord betekent. Sinds ik de tentoonstelling  ‘Echolalia’ van Ana Torfs in Wiels heb gezien is de ziekte nog erger geworden, als het al een ziekte is. Indien wel dan smaakt ze eerder zoet, zoals de jaloezie bij Patricia Highsmith. Freud schrijft dat de neurose verdwijnt als de neuroticus zich bewust wordt van wat tevoren onbewust was. In mijn geval van die echolalie; maar ik ben niet genezen, en dat vind ik een goede zaak.

‘Echolalia’ van Ana Torfs is werkelijk interessant als je er je tijd voor neemt. Vanuit het Zuidstation ga je best te voet naar Wiels, via de industriezone in Anderlecht. Onderweg kun je een blik werpen op de Zenne, een rivier die een nogal schimmig bestaan leidt. Als je niet van woorden en van taal houdt blijf je beter thuis.

IMG_9934.JPG

Eén afdeling van de tentoonstelling heet ‘TXT (Engine Of Wandering Words)’. Het gaat om zes prachtige wandtapijten waarin telkens vijfentwintig beelden verwerkt zijn die verband houden met gember, saffraan, suiker, koffie, tabak en chocolade. Wat de zes wandtapijten met elkaar verbindt is een fragment uit Swift’s ‘Gulliver’s Travels’, dat verbluffend geestige boek (waarvan nog vaak wordt verondersteld dat het voor kinderen werd geschreven); met name een paragraaf uit ‘A Voyage To Laputa’ waarin onder meer deze merkwaardige zin voorkomt: “The first project was to shorten discourse by cutting polysyllables into one, and leaving out verbs and particles, because in reality all things imaginable are but nouns.” Maar, hoe kan het anders, ook deze zin: “The other project was a scheme for entirely abolishing all words whatsoever; and this was urged as a great advantage in point of health as well as brevity.” Omdat woorden slechts benamingen zijn voor dingen, is het beter voor de gezondheid en de communicatie dat mensen rechtstreeks gebruik maken van de dingen om met elkaar te ‘praten’. Personen die over diverse dingen willen praten moeten natuurlijk een veel zwaarder gewicht torsen dan degenen die maar weinig te vertellen hebben. Maar enkele slaven lossen dat dan wel op. Een van de (honderdvijftig) illustraties op een tapijt van Ana Torfs is trouwens een advertentie voor een slavenverkoop. Ondanks hun vele verwijzingen naar lang vervlogen tijden en gebruiken zien de tapijten er hedendaags uit: de honderdvijftig prenten lijken op icoontjes op internet. Dat je er niet op kunt klikken is een bijkomend voordeel: het zet je tot denken en lezen aan, de beelden maken je nieuwsgierig. Als je thuiskomt neem je toch zeker al ‘Gulliver’s Travels’ uit het boekenrek. En dat is slechts het begin van een nieuwe aanval van echolalie.

Een tweede deel, ‘Family Plot’ is al net zo boeiend. Het gaat ook weer over classificaties, met als lichtend voorbeeld Carl Linnaeus, de Zweedse natuuronderzoeker en taxonoom. ‘Family Plot’ is een imaginaire stamboom, een grillige maar tegelijk zeer ordelijke encyclopedie van ontdekkingsreizigers, botanici, bloemen, vruchten, wereldkaarten, gebieden. Dit gedeelte is wellicht het vermoeiendste. Je hebt er goede ogen voor nodig.

Het meest oogstrelende deel draagt de titel ‘Stain’. Dit is een echolalie-encyclopedie van bijzondere kleuren: mauve, Bismarckbruin, Pruisisch blauw, Bengaals roze, malachietgroen, Aurantia (een kleur die ik niet kende; in de Webster vond ik dit: “a poisonous red-brown crystalline alcohol-soluble dye C12H8N8O12 used in biological staining, in desensitizing photographic plates, and in colored photographic filters —the ammonium salt of hexanitrodiphenylamine”); Indisch geel. Over ‘Stain’ kan het moeilijkst worden gepraat of geschreven, je moet het zien en horen. Bij Mauve hoor je bijvoorbeeld een vrouwenstem iets uit Oscar Wilde’s ‘The Picture Of Oscar Wilde’ citeren: “Never trust a woman who wears mauve, whatever her age may be, or a woman over thirty-five who is fond of pink ribbons. It always means they have a history”.

oscar1-wilde.jpg

Een voor mij wat minder boeiend gedeelte, ‘Legend’, behandelt de geschiedenis van het Canarisch eiland La Gomera. Het eiland kent voor mij nog maar weinig geheimen: ik heb vier keer als het hier koud was vrij lang rondgehangen, vooral in het idyllische hippiedorp Valle Gran Rey. Geen spoor van de generalissimo daar.

Bij ‘Displacement’ schrok ik toch wel even. De beelden riepen herinneringen op aan een film van Chantal Akerman. Dezelfde leegte en zinloosheid, veel ongemakkelijke stiltes, verveling, vervreemding. Maar het verhaal dat erbij verteld wordt… Opeens wist ik het: het was dat van het meesterwerk van Roberto Rosselini, ‘Viaggio in Italia’. De film spreekt me meer aan, de beelden van Rosselini doen me meer. En je hebt de geweldige rol van Ingrid Bergman.

viaggio-in-italia_2.jpg

Voor het laatste gedeelte, ‘The Parrot & The Nightingale, a Phantasmagoria’ was ik te moe. Zeker, het is een vermoeiende tentoonstelling. Maar je wordt er als gezegd op een prettige manier ziek van. De echo’s brengen andere echo’s voort, die op hun beurt voor weer nieuwe echo’s zorgen: mijn kamer is een volmaakte echokamer geworden; uit al mijn boeken stijgen stemmen op. Ik heb me voorgenomen voor lange tijd niet meer buiten te komen, zelfs niet om een reis naar La Puta of La Gomera te maken.

WOLKEN

IMG_0073.JPG

Een blik door het raam deed mij de woorden waar ik naar op zoek was nog voor ik ze vond al vergeten. Is dat mogelijk? Dat moeilijk te begrijpen ogenblik tussen ontstaan en er zijn, hoe vat je dat? Ik weet het niet. Maar wat ik zag waren wolken, gewoon maar wat wolken, dichtbij heel donker, verder weg helder, wit als mijn scherm, maar zachter van licht, en recht voor me het begin van een zon, of het einde, want het was bijna vijf uur, dat wist ik zonder op de klok te kijken (ik was net beneden in de keuken een glas water gaan halen). In de dakgoot in het huis aan de overkant zag ik de reflectie van het wit in die lucht in het regenwater; ja, in die kleine spiegel, of eerder een bijna volmaakte scherf, ontwaarde ik een spiegelbeeld van iets groots. En dat grootse was toch ook weer heel klein in vergelijking met het nog veel grotere daarachter, daarboven, daaronder, overal (of bijna overal waar je kon denken als je nog kon denken in een situatie als deze, aangeraakt als je was door Apollo, zoals Hölderlin zegt).

Misschien was ‘ontwaren’ het woord dat ik zocht, want waarom schreef ik dat hier nu neer? Dat gebruikt toch geen mens meer, het is zo verheven, zo zweverig, zo helemaal niet van deze tijd vol ijverzucht en eigenbelang.

Kijk nu, rechts voor me staat een gebouw van de Anderlechtse Haard in brand, van de zon is dat, ook al is de zon niet meer zichtbaar. Een felle oranje gloed, bijna van menselijke makelij, maar zelfs Rothko zou dit niet kunnen en niet willen overtreffen, en daarboven een heel stuk aangetast wit. 

Geen winterse wolken zie ik. Het zijn stormwolken, het is een storm die voor mijn ogen vorm krijgt. Ik hoor echter geen enkel geluid. Sam Cooke heb ik het zwijgen opgelegd; ik geloof dat ik dat nooit eerder heb gedaan. ‘Touch the Hem Of His Garment’ zong hij. Was het een teken? Nee, dat denk ik niet, het is gewoon een lied. Mocht god bestaan had niemand Sam Cooke doodgeschoten in een ranzige motelkamer, mocht god bestaan zou ik ook niet verlangen naar jou maar naar hem. Nee, hij bestaat niet. Maar wel de wolken, nu stilaan een donkere, wat dreigende massa geworden.

Foto: Martin Pulaski, 21 april 2013 

ZERO DE CONDUITE: ZWART

zwarte-sneeuw

Is zwart een kleur? Of is het de afwezigheid van kleur en licht? Als het van mij afhangt is zwart een zeker een kleur – zoniet zou ik vandaag geen thema hebben voor zéro de conduite. Mijn radiogramma heeft niet bijster veel eigenschappen op basis waarvan het onderscheiden kan worden van duizenden andere popprogramma’s. Als ik naar de radio luister hoor ik echter weinig kleur – ik kan alleen maar hopen dat zéro daar een uitzondering op vormt. Kleur, goede smaak en stijl. (En ik lees net dat alleen zwarte gaten echt zwart zijn.)

Dus de kleur zwart is het thema, de lievelingskleur van decadenten, goths, van hogere en lagere priesters en grafschenners. Van gelovigen en bastaards. Niet mijn lievelingskleur, dat is rood. Maar zwart is er een veelzeggende tegenhanger van, zoals in het meesterwerk van Stendhal.

Vanavond gaat de aandacht niet in de eerste plaats naar wat ‘zwarte muziek’ wordt genoemd (blues, soul, hiphop en dergelijke). Zwarte muziek is helemaal niet overwegend zwart – toch niet als we het over de kleur van het geluid hebben. Zwarte muziek kan net zo goed rood zijn, of wit, of oranje, rainbow road, weet je wel. Nee, het is me om het thema ‘zwart’ te doen. Vaak gaat het om een betekenisvol adjectief, de zwarte limousine van Elvis Presley, de zwarte kleren van the Shangri-Las, het zwarte oog van Uncle Tupelo, de zwarte long van David Eugene Edwards, et cetera.

Eerst dacht ik dat het een nogal somber, donker lijstje zou worden, zwart is immers de kleur van de dood en de rouw. Maar nu heb ik de indruk dat het meevalt. ‘Sweet Black Angel’ is alvast geen treurlied. Nee, met zwart kun je net zo goed naar een uitvaart als naar een swingend feest. En zo is alles altijd goed.

Back To Black –  Amy Winehouse – Back To Black – Amy Winehouse/Mark Ronson

Dressed In Black -The Shangri-Las – Myrmidons Of Melodrama – Shadow Morton

Black Pearl – Sonny Charles & Checkmates Ltd. – Phil Spector: Back To Mono (1958-1969) -Irwin Levine, Phil Spector, Toni Wine

Sweet Black Angel – The Rolling Stones – Exile On Main Street -Keith Richards/Mick Jagger

Black Widow Spider- Dr. John – Babylon – Mac Rebennack           

Black Cat Blues – John Lee Hooker – Blues From the Motor City – B. Besman/John Lee Hooker

Black Gypsy Blues – Furry Lewis – Memphis “That’s All Right! From Blues To Rock’n’Roll”     – Unknown

Black Betty – John Koerner, Tony Glover & Dave Ray – Blues Rags And Hollers – Trad.         

I’m Gonna Dress In Black – Version 2 – Them – The Story of Them Featuring Van Morrison – Van Morrison

Black Crow Blues – Bob Dylan – Another Side Of Bob Dylan (2010 Mono Version) – Bob Dylan

Black Jack David – The Carter Family – Can the Circle Be Unbroken – A. P. Carter

Black Lung – 16 Horsepower – Low Estate -16 Horsepower/David Eugene Edwards

Black Eye – Uncle Tupelo – March 16-20 1992 – Jeff Tweedy

Black Queen – Stephen Stills 1st – Stephen Stills – Stephen Stills

Long Black Limousine – Elvis Presley – From Elvis In Memphis – Stovall, George

Black Maria – Todd Rundgren – Something/Anything? – Todd Rundgren

Black Country Rock – David Bowie – The Man Who Sold The World – David Bowie

Big Black Car – Big Star – Third/Sister Lovers – Alex Chilton

Black Sheep Boy – Okkervil River – Black Sheep Boy – Tim Hardin / Will Sheff

My My, Hey Hey (Out Of The Blue) – Neil Young – Rust Never Sleeps – Neil Young

Black River – Green On Red – Gas Food Lodging – Prophet, Stuart

Deep Black Vanishing Train – Mark Lanegan Band – Blues Funeral – Mark Lanegan

Black Hearted Love – PJ Harvey & John Parish – A Woman A Man Walked By – PJ Harvey/John Parish

The Black Angel’s Death Song- The Velvet Underground   & Nico – Lou Reed-John Cale

Black Mask – Cabaret Voltaire – Red Mecca – Kirk, Mallinder, Watson

Black Heart – Calexico – Feast Of Wire – Burns, Convertino           

Black Acres – Elysian Fields – Queen Of The Meadow – Bloedow/Charles

Black Market Baby – Tom Waits – Mule Variations – Kathleen Brennan

Black Flowers  – Yo La Tengo – I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass – Ira Kaplan, Georgia Hubley, James McNew

Black Moon – Wilco – The Whole Love – Jeff Tweedy

 

Research, presentatie & zwarte sneeuw: Martin Pulaski 

 

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 1-12-2012. 

ROOD / RED / ROUGE: ZERO DE CONDUITE FEBRUARI 2011

red3

Waarom ik als thema voor rood ging, heb ik in oktober en november 2010 verduidelijkt. De inspiratie komt van Krzysztof Kieslowski en zijn trilogie ‘Trois couleurs: Bleu, Blanc, Rouge’. ‘ ‘Wit’ en ‘blauw’ kwamen in oktober en november aan bod; vandaag kiezen we ‘rood’. Bij Kieslowksi stemmen de drie kleuren overeen met die van de Franse vlag, en met wat ze symboliseren: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Kieslowski’s film ‘Rouge’ is een drama, ‘Blanc’ is een sprankelende, maar gitzwarte komedie, en ‘Rouge’ is een filosofische, metafysische film, moeilijk, en vooral moeilijk na te vertellen. Irène Jacob en Jean-Louis Trintignant acteren voortreffelijk. Het is misschien wel zijn beste rol.  Trintignant speelt de rol van een gepensioneerde rechter, die inmiddels voyeur/afluisteraar is geworden. ‘Ik heb jarenlang over de mensen geoordeeld,’ legt hij uit. ‘Nu besef ik pas hoe ijdel dat was; want had ik in hun situatie zelf soms niet kunnen moorden of stelen?’ Nu blijft hij de levens van de mensen om zich heen bespioneren, maar oordelen doet hij niet meer. De rechter heeft iets van een god, maar de verteller en zeker de regisseur Kieslowski heeft dan weer iets van een goddelijke rechter. De film is een rood mysterie.
Welke taal heeft geen woord voor rood? Rood licht bevindt zich aan het eind van het lichtspectrum dat nog door het menselijk oog kan worden gezien. Rood is de kleur van mijn hart, van mijn liefde en van mijn angst. Rood is de kleur van ons bloed. Blauw is de kleur van het hoogste, helder als de blauwe lucht in het Zuiden, de ogen van de geliefde, diep als de oceaan. Maar over blauw heb ik het al gehad. Rood dus.

De muziek die ik heb gekozen is minder mysterieus, hoewel rock & roll volgens John Sebastian van The Lovin’ Spoonful altijd iets magisch heeft.

red1

Red – Don’t Fall In Love With Everyone You See – Okkervil River
Hi-Heel Sneakers – Chess Chartbusters Vol. 6 – Tommy Tucker
Redneck – Total Destruction To Your Mind – Swamp Dogg
Red Hot – Sun Records – The Blues Years 1950-1958 Vol. 8 – Billy “The Kid”Emerson
Red Headed Woman – It Came From Memphis – Sonny Burgess
The Red Rooster – The Genuine Article – Howlin’ Wolf
Red House – Are You Experienced? – Jimi Hendrix Experience
Red Cat Till’ I Die – My Name Is Buddy – Ry Cooder
Red Blue Jeans And A Pony Tail – The Rock ‘n’ Roll Collection – Gene Vincent & The Blue Caps
Ida Red Likes To Boogie – Bob Wills And His Texas Playboys – Bob Wills And His Texas Playboys
Red River Valley – Fifty Miles To Travel – The Delmore Brothers
Little Red Shoes – What Would You Give In Exchange For Your Soul? – The Monroe Brothers
Blood Red Roses – Best Of Matthews Southern Comfort – Matthews Southern Comfort
Spin On A Red Brick Floor – Once In A Very Blue Moon – Nanci Griffith
Red Balloon – Hang On To A Dream: The Verve Recordings – Tim Hardin
Red Chair Fade Away – Bee Gees 1st – Bee Gees
My Little Red Book – Love 1st – Love
Red Red Wine – In My Lifetime – Neil Diamond
Who Drove The Red Sports Car – Blowin’ Your Mind – Van Morrison
(The Angels Wanna Wear My) Red Shoes – My Aim Is True – Elvis Costello
Under The Red Sky – Under The Red Sky – Bob Dylan
Red Tide – Middle Cyclone – Neko Case
Red Apples – The Covers Record – Cat Power
Red Dirt Girl – Red Dirt Girl – Emmylou Harris
Big Red Sun Blues – Lucinda Williams
Red Dust –  In The Reins – Calexico / Iron & Wine
Red Right Hand – Cover Magazine – Giant Sand
Little Red Riding Hood Hit The Road – Rock Bottom – Robert Wyatt
Red Planes – La Variété – Weekend
Psychoanalysis (Red) – Kieslowski – Zbigniew Preisner

red2

Ω

Zéro de conduite is op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio beluisteren, of via de website van radio centraal: http://www.radiocentraal.be/Realescape/ or http://streaming.radiocentraal.org/

Foto’s: Martin Pulaski

DE RODE DRAAD: 6 DECEMBER 1969

wardour street café

Drink het bloed van een lam. Nee. Kijk uit. Een aangereden hond, zijn bloedspoor in de sneeuw. Jouw bloed en het bloed van iedereen die ik ken. Warm in de zomer en de koude winter. Opgewonden bloed. Dik en dun. Terneergeslagen bloed. Bloed voor niets.

Rode zetels in een Koninklijk Circus. De rode kamer in een gelijknamige roman van August Strindberg. De rode kamer waar ik met je vrijde in de tijd van wolven. Je rode, op tragedie rijmende schoentjes. Of rijmen ze op een sprookje? Verfoeide verkleinwoorden, omdat het niet anders kan. Rode zonsondergangen, zonsopgangen. De maan, je periode van geluk en verdriet. De maan die ik met je deel en met Venus. Vervuld met rood licht boven de warme golven van de Schelde.

In jou in mij is geen schuld, geen onschuld. In jou ben ik vuil en ben jij zuiver. In jou ben ik zuiver en ben jij vuil. In elkaar zijn we elkaar, zijn we wie we zijn. Of wat dacht je? Alsof de wolf zich daarover zou uitspreken. De wolf spreekt niet, de wolf is stil, of huilt. De wolf huilt om heel andere dingen. Die wij niet kennen of niet uitspreken. De wolf is de wolf. Hij is alleen maar een dier in de taal en een beeld in een gedicht.

Toen ik jong was, was het onweer rood en donker. Als we fietsten, alsof op de vlucht voor de dood. Talloze rode en blauwe fietsers waren er in die tijd, zoveel van hen gingen zo vroeg dood. Alsof ze bergopwaarts terugfietsten naar het verleden, pijlsnel naar een luguber bal van Edgar Allan Poe. Alle aanwezigen droegen er het masker van de rode dood.

Niet ver daar vandaan danst op rode muziek het leger van Trotski. En soldaten sterven, soldaten sterven voor jou. En soldaten sterven, soldaten sterven voor mij. Jonge jongens met blauwe en bruine ogen, bang. Je kunt je geen soldaat voorstellen zonder rood. George Stevens heeft ze gefilmd. Ze zijn op mijn netvlies gebrand. Hun dode ogen, jong, alle dromen dood.

Het gevaarlijk scharlaken in de woedende ogen van André Breton. In de zachte ogen van André Breton. ‘Le rouge et le noir’ en alle andere avonturen voor jou en mij verteld tijdens koortsige dagen. Wie is de verteller? De bladomslaander? Dat meisje met de rode lippen.. Les lèvres rouges, zeg je, dat klinkt mooier. Made in Belgium, antwoord ik.

Op het vampierenbal wordt iedereen verwelkomd en innig gezoend. Tot de lippen stuk worden gekust, tot ze aan flarden hangen, als kleine stukjes vlees aan een haak op een mercado. Schamen ze zich niet! Niemand schaamt zich om rood. Rood? C’est chic!

Terwijl vampiers zich vermaken op net zo’n bal – in de nadagen van swinging London, in 1969, is Roman Polanski’s vriend John Philips, bijgenaamd The Wolfking Of LA, van the Mamas & the Papas, vlijtig op zoek naar cocaïne, naar heroïne; hij zakt dagenlang door in een pand op Powis Square in Notting Hill – stuurt Charlie de meisjes naar Polanski’s huis aan Cielo Drive 100050 in Benedict Canyon. Het bloed van Sharon Tate, van haar ongeboren baby, moet op de witte deur. ‘Varkens’ en ‘Helter Skelter’: het bloedspoor dat ze achterlaten.  En zo eindigt de lange rode zomer van liefde. Met bloedeloze varkens en moordlustige meisjes. De Maysles broers maken er geen documentaire over. Wel over the Rolling Stones gratis en voor niets op de Altamont Speedway, ook in Californië – het einde van de droom, 6 december 1969, zeggen de journalisten. Ed Sanders lid van The Fugs, oprichter van het tijdschrift Fuck You, schrijft een huiveringwekkend boek over The Family. Het verschijnt in 1971. Ondanks mijn onverklaarbare schrik voor bloed lees ik het in een ruk uit. Het lijkt wel of heel Death Valley doordrenkt is met bloed. Honderden sektes begraven er hun mensenoffers.

Het bloeden is geen Amerikaans fenomeen, maar zoals John Philips in Powis Square blijf ik in Los Angeles hangen. Er gaan jaren voorbij. De koude oorlog, het rode gevaar. En Hollywood, altijd Hollywood.

Michael Madsen snijdt met genoegen iemands oor af, Stealers Wheel vrolijk op de voorgrond. Met hetzelfde genoegen beluisteren we in 2010 in Antwerpen zijn geschonden stem. Elk woord is een beschadigd gedicht. Maar het enige gedicht dat ik werkelijk wil horen is jouw gefluister. Waardoor we vluchten. Vluchten in de nacht, zoals we in een oude film noir zouden hebben gedaan. Vluchten in elkaar. Ik vlucht in jou, jij in iets onbekends en onnoembaars.

Hoest je al bloed op? Kleine rode druppeltjes? Nee, nog niet, toch niet zichtbaar. Want anders zou het te laat zijn, jongen. Dan zou het te laat zijn voor dromen en plannen. Zelfs op de Toverberg zou je niet veel tijd resten. En er is niet eens een Toverberg. Er is geen Settembrini, geen Castorp, geen Chauchat. Zelfs niet de gevaarlijke muziek is er. Als het te laat is is het te laat. Zo is het en niet anders. Leg je maar neer bij deze moeilijke tijden. Wat je nog rest is de liefde. De liefde die geen naam heeft. Of heeft je liefde dan toch een naam? L’amor che muove il sole e l’altre stelle.

Foto: Wardour Street, Martin Pulaski

WIT: DE NOVEMBERAFLEVERING VAN ZERO DE CONDUITE

8582028905_ea21dd267e_o

“Elk moment van geluk moet je koesteren: er zijn er niet veel in een mensenleven, althans zo ervaar ik het toch.” Dat schreef ik vorige maand in mijn introductie bij de oktoberaflevering van Zéro de conduite. Ik heb geen profetische aanleg, anders zou ik denken dat in deze woorden het onheil van de daarop volgende weken werd aangekondigd. Want sindsdien zijn er hoe dan ook veel mensen gestorven, maar wat mij meer bedroeft, heel wat mensen die me nauw aan het hart lagen. Ik noem er enkele: Solomon Burke, Ari Up, Harry Mulisch en last but not least, Peter De Ceulaer, de voorzitter van Radio Centraal. Nu mag de dood er wel een tijd het zwijgen toe doen.

Vandaag heb ik voor Zéro de conduite het thema ‘wit’ gekozen. Ik vind wit geen mooie kleur. Is het wel een kleur? Ze herinnert me aan mijn kinderjaren, toen alles zogezegd onschuldig was. Maar net zomin als ik in onschuld geloof, geloof ik in zuiver wit. Wit is altijd op zijn minst een beetje vuil, en zuiverheid bestaat niet. Alles is onzuiver, ‘schuldig’, bezoedeld – ook al dromen wij soms van een ordelijke, onschuldige, duidelijke en overzichtelijke wereld. Maar dat zijn valse en gevaarlijke dromen. Ooit had ik een wit pak, in Firenze gekocht, de stad met het beroemde Uffizi museum, waar zoveel wit heerst. Dat pak is niet lang wit gebleven. Al heel gauw was het met teer en pis en bloed besmeurd. En zo hoorde het.

Toch is ‘wit’ iets fascinerends. Ik hoef maar twee voorbeelden uit de literatuur te noemen en je weet wat ik bedoel: ‘The Narrative Of Arthur Gordon Pym’ van Edgar Allan Poe, en ‘Moby Dick’ van Herman Melville. Vanzelfsprekend mag Stéphane Mallarmé niet worden vergeten, de dichter die een voorloper was wat betreft het gebruik van wit (blanc) in de poëzie.

Waarom ik als thema ‘wit’ koos, heb ik vorige maand al verduidelijkt. De inspiratie komt van Krzysztof Kieslowski en zijn trilogie ‘Trois couleurs: Bleu, Blanc, Rouge’. ‘Bleu’ of ‘Blue’ kwam vorige maand aan bod, vandaag ‘wit’; in december, heel gepast vind ik, rood. Bij Kieslowksi stemmen de drie kleuren overeen met die van de Franse vlag, en met wat ze symboliseren: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Wit staat bij Kieslowski voor gelijkheid, wat in de uitstekende film met Julie Delpy en Zbigniew Zamachowski, niet voor de hand ligt: het is namelijk een zwarte komediein de stijl van de jonge Roman Polanski. Meer wil ik er niet over vertellen: als je hem nooit zag is het de hoogste tijd.

En het is eveneens de hoogste  tijd om de playlist prijs te geven. 

White House Blues – A Potpourri Of Bluegrass Jam – Muleskinner
The White Dove – The Complete Columbia Stanley Brothers (1949-1952) – The Stanley Brothers
White Lightning – The Essential : The Spirit Of Country – George Jones
Long White Cadillac – Testament: The Complete Slash Recordins – The Blasters
White Line Fever – Down Every Road 1962-1994 – Merle Haggard
Six Feet Of Snow – Down On The Farm – Little Feat
White Freight Liner Blues – Live At The Old Quarter, Houston Texas – Townes Van Zandt
White Line – The Ballad Of Sally Rose – Emmylou Harris
White Mustang II – Acadie – Daniel Lanois
White As Diamonds – To Be Still – Alela Diane
Two White Horses In A Line – The Songsters Tradition : Before the Blues – Joe Evans & Arthur McClain
Whitewash Station Blues – It Came From Memphis – Memphis Jug Band
White Middle Class Blues – Aquashow – Elliott Murphy
White Light – White Light – Gene Clark
Big White Cloud – Vintage Violence – John Cale
White Tooth Man – The Shepherd’s Dog – Iron And Wine
White Winter Hymnal – Fleet Foxes – Fleet Foxes
White Mischief – Prelude Airs & Yodels – Penguin Café Orchestra
White Bird – It’s A Beautiful Day – It’s A Beautiful Day
Nights In White Satin – Something Stupid – Nancy Sinatra
A Whiter Shade Of Pale – Procol Harum  1st – Procol Harum
White Summer – Little Games – The Yardbirds
My White Bycicle – Psychedelia At Abbey Road 1965-1968 – Tomorrow
White Rabbit – Surrealistic Pillow – Jefferson Airplane
White Room – Wheels Of Fire – Cream
White Light / White Heat – White Light / White Heat / Velvet Underground
White Man In Hammersmith Palais – Story Of the Clash – The Clash
White Honey – Howlin’ Wind – Graham Parker & the Rumour
Fifteen Feet Of Pure White Snow – No More Shall We Part – Nick Cave & the Bad Seeds
White Chalk – White Chalk – PJ Harvey
The Snow White Diner – Twilight – The Handsome Family
The End (White) – Kieslowski – Zbigniew Preisner

Zéro de conduite is op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio beluisteren, of via de website van radio centraal: http://www.radiocentraal.be/Realescape/ or http://streaming.radiocentraal.org/

Φ

Deze aflevering van Zéro de conduite is in zijn geheel opgedragen aan Peter De Ceulaer, onze geliefde voorzitter, vorige week overleden.

Research en presentatie: Martin Pulaski 

 

BLUE / BLAUW / BLEU / BLAU: ZERO DE CONDUITE

STOCKHOLM 070

Vreemde dagen. Van eenzaamheid, verdriet en dan opeens pieken van zinderend geluk. Emoties en gevoelens die lijken op het weer, dat ook zo grillig is. Elk moment van geluk moet je koesteren: er zijn er niet veel in een mensenleven, althans zo ervaar ik het toch.

Vandaag heb ik voor Zéro de conduite het thema ‘blue’ gekozen. Ik gebruik het Engelse woord, omdat alle songs in het Engels zijn, en omdat ‘blue’ meer betekenissen heeft dan ‘blauw’. Overigens vind ik ‘blauw’ een mooi woord – en de kleur bekoort mij, ook al wordt ze vaak koud genoemd. Rood raakt mij het diepst, dan blauw, misschien om het rode vuur wat te blussen? Er bestaat weinig mooiers dan het blauw van Yves Klein en het blauw van de hemel. Zelfs het boek met die titel, van Georges Bataille, blijft je je hele leven bij.

‘Blue’ is de kleur, maar ook het gevoel van melancholie, van soms hoopvol verdriet. Het is een troostend gevoel. En de meeste songs die ik heb gekozen bezitten die ambiguïteit. Ik heb vrijwillig de blues achterwege gelaten, omdat dat in het licht van dit thema een straatje zonder einde is. Om die reden is het een erg blank programma geworden, wat geen statement is. Iedereen weet hoe verslingerd ik ben aan zwarte muziek. Maar er is teveel blauwe zwarte muziek om er een gedegen keuze uit te kunnen maken. Vandaar dit wit blauw.

Voor het thema heb ik me laten inspireren door de trilogie van Krzysztof Kieslowski, Trois couleurs: Bleu, Blanc, Rouge. Wit en rood komen de volgende maanden aan bod. Tenzij ik weer een andere inval krijg, wispelturig als ik soms ben. Bij Kieslowksi stemmen de drie kleuren overeen met die van de Franse vlag, en met wat ze symboliseren: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Blauw is voor hem de vrijheid. ‘Bleu’ is trouwens een schitterende film, met een adembenemende Juliette Binoche.

In weerwil van deze uitleg wil ik de luisteraar er toch aan herinneren dat Zéro de conduite geen cultuurhistorisch radioprogramma is, maar zich focust op vuile rock & roll en alles wat daar mee samenhangt. Geen zuiverheid in zicht en zeker niet in de oren. Meerstemmig, incestueus oorsmeer. Maar wat zou rock & roll betekenen als we deze muziekvorm niet zouden inbedden in de cultuurgeschiedenis? In het leven?
Blue Suede Shoes – The Real Rock Master: the Rock Originals Collection – Carl Perkins
Blue Jean Bop – The Great Rocker – Gene Vincent
Blue Moon – The Doo Wop Box Vol. 4 (Rhino) – The Marcels
When My Blue Moon Turns To Gold Again – The Complete 50’s Masters – Elvis Presley
Blue Bayou – The Big O: The Original Singles Collection – Roy Orbison
Blue Moon Of Kentucky – The Bill Monroe Anthology – Bill Monroe
Baby Blue Eyes – Complete Mercury Sessions – Lester Flatt, Earl Scruggs & the Foggy Mountain Boys
Blue Eyes Crying In The Rain – Columbia Country Classics 1: The Golden Age – Roy Acuff & His Smoky Mountain Boys
Blue Eyed Ruth And My Sunday Suit – Got No Bread, No Milk, No Money, But We Sure Got A Lot Of Love – James Talley
Blue Ridge Mountain Blues – The Blue Ridge Rangers – The Blue Ridge Rangers (John Fogerty)
Blue Eyes – Safe At Home – The International Submarine Band (Gram Parsons)
Blue Canadian Rockies – Sweetheart Of The Radio – The Byrds
Blue Blue Day – Valley Hi – Ian Matthews (ex-Fairport Convention)
Blue Wing – Outlaw Blues, Murder Ballads and Prison Songs – Dave Alvin
Blue Kentucky Girl – Blue Kentucky Girl – Emmylou Harris
Blue – Essence – Lucinda Williams
Blue Moon Revisited (A Song For Elvis) – Studio – Cowboy Junkies
The Bluest Eyes In Texas – Boys Don’t Cry: Sountrack – Nina Persson & Nathan Larson
Blue Sky – Eat A Peach – The Allman Borthers Band
Tangled Up In Blue – Blood On The Tracks – Bob Dylan
Blue – Blue – Joni Mitchell
Blue River – Blue River – Eric Andersen
Famous Blue Raincoat – The Essential Leonard Cohen – Leonard Cohen
Blue Melody – Blue Afternoon – Tim Buckley
All My Dreams Blue – Earth Music – The Younbloods
For You Blue – Let It Be (2009 remaster) – The Beatles
Behind Blue Eyes – Who’s Next – The Who
Love Is Blue – Truth (bonus track) – Jeff Beck
Olivier & Julie – Trial Composition (Bleu) – Kieslowski – Zbigniew Preisner
Questions In A World Of Blue – The Voice Of Love – Julee Cruise
Blue – Tomorrow The Green Grass – The Jayhawks
Dream In Blue – Kiko – Los Lobos
Blue Hotel – Wicked Game – Chris Isaak
Blue Flower – She Hangs Brightly – Mazzy Star

gomera20124

Research en samenstelling: Martin Pulaski
Presentatie: Sofie Sap & Martin Pulaski

Foto’s: Martin Pulaski.

“I walk on pins and needles, I hope my tongue don’t slip.”
Bob Dylan

IN DE BLAUWE KAMER: STILTE

blauwekamer1

Deze kamer is voldoende voor het blauwe licht en de weinige blauwe vogels die hier binnen komen zingen. Raven mogen dan al wel op mijn ramen kloppen, maar binnen laat ik ze niet, dat is voor later, net voor de aasgieren aan de beurt zijn. Voldoende ruimte voor het geluid van de golfslag van de blauwe oceaan op het kiezelstrand, van de transistorradio die volksliederen van Bartok speelt. Voor de ademhaling van de grond waarop je blootsvloets loopt, onbevreesd voor een tornado of een ander natuurverschijnsel. Je zegt, ik ben zelf natuur, ik ben één, waarmee ik het niet eens ben, maar daar zwijgen we over. Ik wil dat we het eens zijn met elkaar in deze kamer. Voor onenigheid is er geen ruimte, tenzij ze blauw licht uitstraalt, het blauw van je slagaders en je pompende hart, van een bokser uitgeteld, gevloerd, al bijna vergeten.

Je bent zo stil. Ik zat al de hele dag op je te wachten en ik dacht, ze zal me veel te vertellen hebben. Maar je bent zo stil. Zag je niet de stille oceaan in de lucht; achter een vliegtuig vormde hij een sierlijke maar rumoerige staart? Heel even dacht ik, een boerenbruiloft, een boerenbetoging. Maar de staart was geschoeid, terwijl boeren toch blootsvoets hun veld verkennen, zeker op zondag. Hoewel het vandaag geen zondag is, natuurlijk. Dat weet ik nu ook nog wel. Een zondag zou je stilte verklaren. Wie spreekt er op zondag? Zelfs een mus houdt dan zijn bek. Ik weet dat je je afwezigheid op een zaterdag nader zou verklaren. Je zou me zelfs woorden van liefde in het oor fluisteren. Dat hoort zo op zaterdag. En bloemen, blauwe bloemen. Maar zaterdag is het evenmin. Het is dinsdag. Een dag om te tateren of te schateren, als het maar geluid maakt. Maar je bent stil. En nu word ik zelf ook helemaal stil. Ik zeg geen woord meer. Koningen en pausen, bedelaars, pompiers, slangenbezweerders mogen hier voor de deur staan. En bellen, bellen, bellen. Ik doe niet open, ik zeg geen gebenedijd woord meer.

AAN HET WERK IS VEEL GEZEGD

Hoe gaat het met me?  Het gaat goed met mijn taal.  Ze gaat niet met me aan de haal. Ze laat me bij mijn onbekend verhaal. Zo blijf ik aan het werk, zwervend tussen valse walrussen (met grote zonnebril op), moordaanslagen, geheime musea en mislukte vulkaanuitbarstingen.
Ach, aan het werk is veel gezegd. Ik begeef me in een kromme lijn van A naar B. Veel verder waag ik me vooralsnog niet; verder betekent niet ontdekt gebied. Heel af en toe baan ik me een weg tot Z, maar daar hangen de kleuren zwaar als grote, natte honden in de lucht; de schrijnendste blauwen en gelen overspoelen me er en snijden me in de zenuwen.
Drie blinden zonder hond en zonder wandelstok wijzen me de weg naar buiten, uit het doolfhof. Voor het te laat is keer ik terug naar de A van af. Een noordenwind begeleidt me en blaast dan de aftocht. Zo staat het in de sterren vandaag. Ik blijf aan het werk, ik verberg mijn aders van goud. Zo gaat het met me en met mijn taal.

 

VOETZOEKERS OF VOETNOTEN?

heavensgate

Hoe ontstaat zo’n tekst als ‘Heaven’s Gate’? Je zit naar nog maar eens een miskend meesterwerk te kijken, in dit geval ‘Heaven’s Gate’, de 220 minuten durende film van Michael Cimino, gebaseerd op de Johnson County Wars in Wyoming, die plaatsvonden op het einde van de 19de eeuw. In 1980, toen de film werd uitgebracht, werd hij door vooral Amerikaanse recensenten grondig afgekraakt. Het publiek bleef massaal weg. De zeer dure film werd bijna overal een regelrechte flop, met uitzondering van een aantal Europese cultuursteden.

In ‘Heaven’s Gate’ wordt veel gedanst, gemusiceerd, en er wordt een bloederige, wrede oorlog uitgevochten tussen rijke veebaronnen en hun huurlingen enerzijds en boeren-immigranten (vooral uit Oost-Europa) anderzijds. Er is een subverhaal over de liefde van zowel Kris Kristofferson als Christopher Walken voor Isabelle Huppert, in deze film mooier dan ooit, en nog zo jong. Zij is de tragische heldin van het verhaal. Tragische heldinnen moeten sterven.

De mooiste scène is wellicht die in de danshal ‘Heaven’s Gate’, waar de boeren dansen op rolschaatsen – met op de voorgrond adembenemende muziek van de toen jonge componist en muzikant David Mansfield. Hij is trouwens meermaals te zien in de film. Dylan-bewonderaars zullen de engelachtige David Mansfield ongetwijfeld kennen; in de jaren ’70 speelde hij in Dylans begeleidingsband, onder meer op ‘Street Legal’, ‘Bob Dylan at Budokan’ en ‘Hard Rain’. Te zien is hij in Dylans ook al zeer lange film ‘Renaldo and Clara’. Zelf heb ik hem in 1993 live zien optreden in The Bottom Line in New York waar hij toen Lucinda Williams begeleidde op viool.

Terwijl ik naar de film zat te kijken, een Duvel dronk en mijn emoties de vrije loop liet, werd ik opnieuw opgezweept door de soundtrack en verbluft door de Ciminos beeldenrijkdom en geweldige montage. Cimino stelt dat de Verenigde Staten gebaseerd zijn op uitbuiting, geweld, hypocrisie en verraad.

Ik nam vlug een langwerpig velletje papier om er wat woorden op te noteren. Door die langwerpige vorm moest ik de woorden onder elkaar zetten, zodat er qua vorm een gedicht ontstond.

De volgende dag heb ik eens gekeken naar wat ik neergeschreven had. Ik zag het bruin en het groen van de aarde in Wyoming en het bruin van de kleding en hoeden van de boeren.  Het asgrijs van de dood die hen boven het hoofd hing. De immigranten zagen er vermoeid uit, de aarde leek hen niet toe te lachen. Je zag beelden van een grauw en donker bestaan. Daartegenover enkele ogenblikken lichtheid, van het walsen op rolschaatsen in een grote houten danshal waar een orkestje opgewekte en tegelijk melancholische muziek speelde. De boeren waren moe, maar in zekere zin onbezorgd. Ze wisten nog niet dat de asgrauwe dood op hen wachtte.

Op mijn papiertje trof ik sporen aan van de lichte huiduitslag waar ik last van had, ten gevolge van antibioticagebruik. In de proloog van ‘Heaven’s Gate’ neemt Cimino je mee naar de universiteit van Harvard (in werkelijkheid is het Oxford, maar in film mag dat, het Vietnam van Kubrick is een oud fabrieksterrein ergens in Engeland). Er worden diploma’s uitgereikt, er wordt feest gevierd, gewalst. Harvard, een rijke, lichte wereld. De jonge mannen die hier afstuderen zullen van het nog jonge, ruwe land een beschaafde natie moeten maken. Maar zullen ze daar in slagen? Zijn de natuur en de aard van de mens niet weerbarstig en opstandig als het om cultuur en fijne manieren gaat? Worden verfijnde mensen in ruwe streken niet belachelijk gemaakt of afgeslacht? Denk maar aan Peckinpahs ‘Straw Dogs’. Denk maar aan William Wylers ‘The Big Country’.

In mijn hoofd waren de walsers aan het jiven geslagen, wat natuurlijk een anachronisme is, maar in een gedicht mag dat. De natie waar ik het over het is de VS maar het gaat uiteraard ook over België. De vader is de rector van de universiteit, en is mijn eigen vader, die toen ik klein was graag Willem II sigaren rookte. Hij is een gewone man, een boerenzoon – het praktische nut van een diploma lijkt hem gering. Je kunt er geen grond mee bewerken noch de mijnschacht in.

David Mansfield speelt de hele tijd door op de blauwe gitaar van dichter Wallace Stevens. Diens lange gedicht ‘The Man with the Blue Guitar’ is in het Nederlands vertaald door Rein Bloem. Peter Case verwees er enigszins ironisch naar in de titel van een van zijn elpees: ‘The Man with the Blue Post Modern Fragmented Neo-Traditionalist Guitar’ (op die plaat staat de schitterende song ‘Entella Hotel’ geduldig op luisteraars te wachten). De oesters verwijzen naar de als oesters levende burgers uit Hölderlins ‘Hyperion’. En het gedicht eindigt met een deuntje van Howlin’ Wolf alias Chester Burnett.

Ω

(1. / Van mijn lippen valt schimmel / en woorden in het gruwelgrijs van de dood / van mijn lippen op de oude aarde / groen en bruin de mensen moe. // Onder de maan alleen een blauwe melodie / aan de beroemde blauwe gitaar ontlokt / een wegebbende echo nog maar / na een eeuw walsen en jiven en zweten. // 2. / De vader zit op een bank, rookt zijn sigaar / Willem II, onverrichter zake. / Boven zijn hoed wappert de vlag / van een natie de mensen moe. // Wenst me geluk met mijn diploma, / veel succes etcetera etcetera – maar, / filosofen komen niet verder dan oesters, / vertrouwt hij me toe. // Kijk naar de historie, / Wyoming, de trek naar de Far West / tot aan de Pacific, / kijk hoe dat verhaal afliep: / follow me baby, have a real good time.)

Foto: Agnes Anquinet