DE MAGERE JONGEN DIE GRAAG OP ZIJN HANDEN LIEP

MERKSEMToen ik op de middelbare school kwam, was ik zo mager dat ik heel goed op mijn handen kon lopen. Wat liep ik graag op mijn handen – en dan zo de wereld en de andere scholieren ondersteboven bekijken! Maar meestal liep ik niet op school op mijn handen. Ik deed dat liever ergens waar niemand mij zag.

Ik ben lange tijd mager gebleven, maar op mijn handen ben ik niet blijven lopen. Als ik nu nog zo jong en zo mager was zou ik veel succes hebben als fotomodel, of als filmster; meisjes zouden voor me in zwijm vallen, Kate Moss zou een verhouding met me beginnen. Maar niet zo in die dagen. Ik werd gepest omdat ik niet dik was. ‘Knookske’ noemden ze me. Dat was in het begin. Al gauw had ik enkele goede vrienden met wie ik naar singles van the Rolling Stones en Bob Dylan luisterde, en zij namen me in bescherming. Ik herinner me nog Gahr, met zijn boksijzer. Hem durfde niemand in de ogen kijken. Gahr was mijn beschermengel, een gevaarlijke kerel, afkomstig uit het verre Duitsland. Een jaar later noemden ze mij niet meer ‘Knookske’ maar ‘de dichter’, ze vielen me ook niet meer lastig: ze wisten niet wat ze met me aan moesten. Met die lange haren en die vreemde klederdracht, alsof ik uit een nog veel verder land dan Duitsland kwam. Geleidelijk aan nam ik jongere jongens in bescherming door ze laten mee te spelen in mijn toneelstukjes. Ik speelde er graag zelf in mee, om mij te laten bewonderen, als een sprookjesprins, als een broertje van Syd Barrett. Ik speelde er graag in mee, maar liep niet op mijn handen. Wat ik me afvraag is of mijn voeten de grond wel raakten.

Nu zit ik in mijn kamer en lees een boek van Joseph Roth, die zich heeft doodgedronken. ’s Avonds bekijk ik een film van Truffaut, L’homme qui aimait les femmes bijvoorbeeld, of voor de zoveelste keer Antonioni’s Cronaca di un amore met de mooie Lucia Bosé. Ik zit te wachten op telefoontjes en e-mail en geef me over aan zelfmedelijden. Overal heb ik vrienden maar ze kennen me niet en ik ken hen niet. Ik voel me zwak en er is niemand om me in bescherming te nemen. Om nu nog op mijn handen te gaan lopen ben ik niet voldoende mager meer.
Afbeelding: mijn broer en ik (links op de foto) in Merksem, in het huis van grootmoeder.