GELDSTROOM

grosz_wintermaerchen-1

De geldstroom gaat van het rijke Vlaanderen naar de parasieten in Brussel en Wallonië zegt de NVA en blijven de ‘grote denkers’ van de Vlaamse Gedachte als een mantra herhalen. In werkelijkheid gaat de geldstroom zowel in Vlaanderen als Brussel en Wallonië – en overal ter wereld – van de armen en de middenklasse naar de rijken. Een miserabele stroom in één enkele richting. Naar wie gaan de belastingen, naar wie de opbrengsten van de handel in gas en elektriciteit? Van spectaculaire festivals, autosalons, verzekeringen, consumptietempels, halloween- en kerstmisrommel, vastgoed, huishuur?
Vanuit hun hoogte kijken de rijken samen en eendrachtig vol minachting neer op het gepeupel (wij) dat hen onderdanig aanbiedt wat zij eisen. Wie begrijpt waarom die uitbuiters zonder grenzen zo geliefd zijn en zoveel krediet krijgen?

Afbeelding: Georg Grosz, Deutschland, ein Wintermärchen

ENKELE VASTSTELLINGEN OVER DE SITUATIE VANDAAG

chappaqua2.jpg

De totalitaire staat laat niet alleen het leger door de straten patrouilleren, intimideert niet alleen zijn onderdanen met mededelingen over vijanden, dreigingen en terreur. Hij legt eveneens de openbare omroep aan banden, maakt marionetten van haar directieleden en reporters, en verhindert elke berichtgeving die de officiële propaganda in vraag stelt. Een totalitaire staat ondermijnt tevens de gemeenschappelijke taal van zijn burgers door het introduceren van newspeak (zoals in ‘1984’ van George Orwell) of door het propageren via openbare omroep, televisie, geschreven pers, en onderwijs, van bestaande dialecten. Zo verdwijnt de gemeenschappelijke taal, en neemt het onbegrip toe. Op die manier worden kleine verschillen tussen bevolkingsgroepen en gemeenschappen uitvergroot, waardoor de mogelijkheid op gemeenschappelijk verzet kleiner wordt.

Anderzijds worden er vijandbeelden gecreëerd: Rusland, de Islam, Links. Ook wat dat vijandbeeld betreft is er sprak van newspeak. Zo wordt ‘links’ niet langer ‘links’ genoemd maar ‘extreem-links’ en ‘Islam’ ‘islamisme’ of ‘salafisme’. ‘Kleine criminelen’, gespuis dus, worden ‘terroristen’.

Symbolen die verenigen maar niet in het voordeel van de totalitaire staat werken, worden onderuit gehaald. Denk aan de Rode Duivels in België. België is voor de totalitaire staat alleen maar vruchtbaar als het een verdeeld land is. Het casinokapitalisme is ogenschijnlijk concurrentieel en meedogenloos maar in werkelijkheid is het één enkele uitbuitende machine in handen van een klein aantal extreem rijke families. Het casinokapitalisme is een sterke eenheid die wel vaart bij elke vorm van verdeeldheid en onderlinge vijandigheid van bevolkingsgroepen van naties, of van naties zelf.

De totalitaire staat vernietigt de overheid niet maar zet een punt achter dienstverlening en subsidiëring en vervangt bonafide ambtenaren door gewetenloze knechten in dienst van controle en repressie.

Wat de werkelijke drijfveren van een totalitaire staat zijn weet slechts een kleine minderheid. Waarom een bevolking zich kennelijk met genoegen laat onderwerpen aan het gezag, de restricties en uiteindelijk de onmenselijkheid van een dergelijke staat is een raadsel. En valt de totalitaire staat samen met het casinokapitalisme, met een klein aantal extreem rijke families?

FORTIS EN DE VERDERFELIJKE MACHT VAN 2.000 MISNOEGDE AANDEELHOUDERS

werken,politiek,poezie,democratie,geld,recht,macht,regering,bank,staat,kapitalisme,sparen,revolutie,fortis,misnoegdheid,geldzucht,kleine spaarder
William Blake, Satan In Glory.

Het hof van beroep heeft met zijn uitspraak inzake Fortis nog maar eens bewezen dat een klein groepje kapitalisten sterker is dan de staat en de democratisch verkozen regering. Het “groepje van 2.000 misnoegde Fortis-aandeelhouders” heeft gisteravond laat in de salons de champagne rijkelijk laten vloeien. Ik heb me wat moed ingedronken met een glaasje goedkope Cava, er bijna van overtuigd dat dit het eindspel is. Ik dacht nog wat te gaan lezen in een stuk van Beckett, ‘Krapps laatste band’ bijvoorbeeld, maar ik had al naar Bergmans ‘Passie’ gekeken, en het was welletjes geweest. Ik was uitgeput van zoveel schoonheid.

Ik ben geen politiek analyst. Ik reageer emotioneel op toestanden als deze. Ik vind de uitspraak ‘kleine spaarder’ walgelijk, maar uiteindelijk ben ik een van die miljoenen kleine spaarders. Veel geld heb ik niet, zoals de meerderheid van de bevolking, anders zou ik gisteravond ook champagne hebben gedronken. Het is nu zaterdagochtend, halfelf, en ik ben nog altijd woedend. Tweeduizend misnoegde Fortis-aandeelhouders halen het van miljoenen ‘kleine spaarders’, die voor dat beetje geld meestal hard gewerkt hebben, en er op die manier toe hebben bijgedragen dat die misnoegde vetzakken hun verdomde aandelen hebben kunnen kopen. Nee, ik ben geen man van scheldpartijen. Daarom zwijg ik beter en wacht af, zoals ik altijd al gedaan heb, niet sterk genoeg voor revolutie, niet eens sterk genoeg voor democratische politiek. Wel sterk genoeg voor het slagveld van de poëzie, de liefde, de verontwaardiging. Laat me die waarden niet uit het oog verliezen in dit moment van woede en verwarring. Hoewel een gedicht waardeloos is. Poëzie en liefde kun je niet kopen.

FACEBOOK: MODEL VAN EXTREEM KAPITALISME OF KINDERSPEL?

gelaarsde kat

A. zegt dat ze Facebook hoe langer hoe vervelender begint te vinden. Het is dom en je verliest er veel tijd mee. Ze vergeet misschien dat heel wat van de onnozele spelletjes die Facebook ‘rijk’ is mij via haar bereiken. Uit beleefdheid installeer ik die dan en doe er even aan mee. Zo heb ik me al laten kidnappen en heb ik zelfs anderen gekidnapt. Ze heeft een vampier van me gemaakt, en weet ik veel wat nog allemaal. Het lijkt kinderlijk, maar is dat niet echt. Overal op je scherm word je gelokt om te consumeren, te kopen, geld uit te geven aan nutteloze dingen. Maar in tegenstelling tot A. vind ik Facebook niet vervelend. Het is een weergaloze weergave van deze extreem-kapitalistische maatschappij die onze levens beheerst. Je kunt er bijzonder veel uit leren. Dat is niet echt moeilijk, omdat de gehanteerde symbolen, metaforen en metonymia voor de hand liggen. Je moet niet diep graven om te achterhalen wat wordt beoogd, wat de drijfveren zijn.

Tevens is Facebook een aangenaam tijdverdrijf voor depressieve mensen. Het gratis kleinood valt te verkiezen boven kwisprogramma’s op televisie, kruiswoordraadsels, roddelblaadjes en zelfs patience. Facebook is ook efficiënter dan Lexotan, Librium, Valium, Temesta, Seresta en alle andere farmaceutica waar je je geheugen van verliest. Op Facebook kun je lekker creatief bezig zijn met kurk, karma of bloemstukken. Ik ben nu maar gedeeltelijk ironisch, gedeeltelijk meen ik dit echt.

Ik zeg tegen A, via Facebook zelf nota bene, dat ik het een goed communicatiemiddel vind. En zeker omdat het een ‘wezen’ is dat in zijn eigen staart bijt. Het extreem-kapitalistisch ingestelde netwerk geeft de mogelijkheid om het extreem kapitalisme te ontwrichten. Binnenin ontstaan allerlei zeer kritische netwerken. Ik word geïnformeerd over subversieve activiteiten in mijn eigen stad en elders, waar ik anders nooit iets over zou horen. Ik raak bevriend met boeiende kunstenaars, dichters, acteurs, etc., die vaak ondergronds actief zijn. Natuurlijk niet allemaal, maar zelfs degenen die met ‘het systeem’ meedraaien doen dat ongetwijfeld met de nodige scepsis.

Ik zeg tegen A. dat ik me nu minder geïsoleerd voel, minder alleen in de stad waar ik woon. Ze gelooft me niet. Ze denkt dat ik alle dagen naar openingen van tentoonstellingen ga en de hele tijd interessante mensen ontmoet. Terwijl ik meestal binnen zit en zeer weinig beleef. Ik, ik ben echt geïsoleerd, zegt ze, ik verblijf in Denemarken, mijn familie en veel van mijn vrienden wonen hier meer dan duizend kilometer vandaan, in Polen. Ik moet voortdurend een taal spreken die de mijne niet is. Ja, natuurlijk, zeg ik, dat begrijp ik. Maar voor een keer wilde ik zelf begrepen worden. Dat je in een middelgrote stad als Brussel woont betekent niet noodzakelijk dat je er veel vrienden hebt en dat je alle dagen iets onvergetelijks meemaakt. Ik heb nauwelijks vrienden in Brussel. Ik voel me hier een balling. Mijn echte stad is Antwerpen. Maar nu ben ik daar al zeventien jaar weg. Als ik in Antwerpen kom voel ik mij er als een toerist. Ach, zeg ik, ik kan je dit op deze manier, in korte zinnetjes, en in een taal die de mijne niet is, niet uitleggen. Ik zal het op een andere dag proberen, we kunnen misschien eens skypen. Goed, zegt ze. Bye, have a nice day.

Na dat korte gesprek dacht ik nog even na over Facebook. En over hoe de wereld op korte tijd veranderd is. Hoe ik nu bijvoorbeeld zo goed als vreemde mensen zomaar aanspreek, hen vraag of ze mijn vriend of vriendin willen zijn. Stel je voor dat ik op straat op een mooie vrouw zou toestappen en haar vragen zou of ze van Paul Auster en Nicholas Roeg houdt… Maar dat is toch mooi, dat dat nu kan. Wat ik heel graag doe op Facebook is mensen, vooral vrouwen, kopen en verkopen. Ik bezit er op dit ogenblik al meer dan tien. Wat zegt dat over mij? Maar veel liever nog krijg ik van iemand een bericht en stuur ik een bericht terug. Zodat het lijkt alsof we echte vrienden zijn. Omdat ik zonder echte vrienden niet leven kan.