KORTE BRIEF OVER STIJL

cof

De ambtenaar in kwestie zit niet te schrijven maar te rekenen. Wel is het waar dat niet ver van het blonde meisje haar rechterhand een blocnote ligt, met pen erbij… Wat ik daar ontwaar zou wel eens geschrift kunnen zijn, een briefje misschien, tijdens een verloren moment aan het mooie ministerpapier toevertrouwd. Zeker zullen we het nooit weten, want het is in lang vervlogen tijden gebeurd, toen de kantoorwanden nog het zalige geluid van ratelende machines weerkaatsten. Je ziet: de rijmdwang speelt ook mij soms parten. Al probeer ik de laatste jaren Spartaans te zijn, een aparte stijl, een van nietszeggendheid, uit te vinden, een beetje zoals Kafka in zijn laatste notities, maar dan wel met meer goesting. Misschien moet ik mij tot de doctoren wenden om een andere richting in te slaan en het stromen van de Ganges in mij te bevorderen. Maar op wat moet ik rijmen? Op mezelf, op mijn vrienden, op jou? Of op de hele wereld, ‘which is going insane’? Je bedrevenheid (waar je naar verwijst) is onbetwistbaar, maar ik zie je vooral gedreven door goede demonen; misschien dat ik de boze duivels niet wens te zien. Geen ‘double bind’ voor mij. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan verzwegen.