BLOOMSDAY

bloomsday,terugblik,poezie,gedichten,voorbeelden,james joyce,leven,tijd,modernisme,ulysses

Vandaag is het Bloomsday. Als we toch feest willen vieren, waarom dan niet op de dag die uit de verbeelding van een schrijver is ontstaan?  Een retorische vraag, natuurlijk. Maar ik ben niet in een feeststemming. Er is bijna een half jaar voorbij, een half jaar waarin niets is gebeurd, om Iggy Pop te parafraseren. Ik heb wat door het raam gekeken, ben enkele zaterdagen in Antwerpen geweest, heb twee films gezien en ben naar twee of drie concerten geweest. Er was een korte reis naar Porto, waar het gezelschap van  jonge vrienden en kunstenaars me wat nieuwe energie heeft gegeven, hoewel ze snel weer wegsmelt als ik hier zonder voornemens of plannen op de avond zit te wachten. Ik moet gedichten schrijven, verhalen, een tegengewicht bieden tegen de mediocriteit van deze tijd. Ik moet mezelf heruitvinden, een nieuwe mens worden. Maar de ademruimte ontbreekt me, de zin, de echte goesting.

Soms, zoals de voorbije dagen, ontstaat er wel opeens een gedicht, en dan voel ik me verwant met Rilke en Hölderlin, hoewel ik niet weet of mijn werk even hoog staat. Ik denk het niet. Maar ik schrijf al gedichten sinds 1965, daarom denk ik dat niet alles wat ik schrijf waardeloos is. Je moet wel gek zijn om op rotzooi zitten te zwoegen in plaats van naar de kroeg te gaan of achter de vrouwen aan te zitten. Nu ja, mijn echte leven speelt zich in sommige van mijn gedichten af. Dat is toch ook al iets. Laten we het daar bij houden voor vandaag. De opsommingen zijn voor straks of morgen (want ik vind dat ik gedurende die zes maanden vreemde aankopen heb gedaan, en daar wil ik het toch wel even over hebben, in deze tijd van absoluut consumentisme). En nu denk ik aan nog iets anders: wat is het goed dat grote voorbeelden als Bob Dylan, Neil Young, Tom Waits en Patti Smith niet alleen nog in leven maar zeer actief zijn en belangrijke werken maken. Laten we daar dan maar op drinken, vanavond. En op de nagedachtenis van James Joyce en de talloze andere grote schrijvers en dichters van het modernisme. Salud!

SYD BARRETT EN JAMES JOYCE

madcap-laughs

Gisteren verwees ik terloops naar de waanzinnige stem die “my book is closed, i read no more” zingt. Ik had het over de antiheld par excellence, Syd Barrett, de oprichter van Pink Floyd, een band die maar één geslaagde lp maakte: de eerste en meteen ook de enige met Syd, het meesterwerk van de psychedelica, The Piper At the Gates Of Dawn. Het dromerige, feeërieke en hallucinante van de muziek die daarop te horen, te beleven valt, heeft mijn jonge jaren diep beïnvloed. Na Syds vertrek in 1968 maakte de groep nog wel aangename achtergrondmuziek, geschikt om jasmijnthee bij te drinken of te blowen en wat te zitten dromen, met de nadruk op zitten. Liggen kon ook nog wel. Bij The Piper At the Gates Of Dawn kon je echter niet zomaar wat zitten wegdromen. De ongewone muziek, de vreemde gitaarsolo’s, de bizarre verhalen, de door en door Britse stem van Syd Barret, namen je mee naar een andere wereld, heel ver weg en toch heel dichtbij, waar je gedurende ongeveer een half uur – hoewel tijd in werkelijkheid ophield te bestaan – een ander leven leidde, vol vuur, interstellaire blauwe regen en eigenzinnige aardmannetjes. Ik ga echter niet de geschiedenis van Pink Floyd of van Syd Barrett schrijven, die vind je op talloze websites en in slecht geschreven boekjes. Ooit, als ik meer tijd heb, en mijn Ome Wim-gehalte nog zal zijn toegenomen, zal ik over mijn eigen avonturen met Syd Barret en Pink Floyd vertellen.

Over het optreden van Pink Floyd in het Pannenhuis in Antwerpen (toen een van de hipste steden van Europa), op 23 feburari 1968, toen Syd Barrett de groep net had verlaten, heb ik het hier waarschijnlijk al gehad. Ik zou het eens moeten opzoeken. Vaak als ik dat verhaal vertel geloven mijn toehoorders me niet. Hoe kan dat nu, zulke ‘supergroep’ n zo’n klein café! En toch is het waar, ik heb getuigen en een dagboek of wat daar in die tijd moest voor doorgaan.

Syd Barrett leed helaas aan wat toen nog schizofrenie werd genoemd. Eigenlijk wist niemand precies wat het was waar hij aan leed. Zelfs Ronald Laing, de beroemde anti-psychiater, schrijver van The Politicis of Experience And the Bird of Paradise, wist het niet. In die toestand heeft Syd twee met niets vergelijkbare elpees gemaakt, The Madcap Laughs en Barrett. Er is ook nog Opel, een samenraapsel van restjes, waar de platenmaatschappij hoopte munt uit te slaan, toen Syd Barrett bekend was geworden bij een nieuwe generatie. Mijn generatie vrat haar kinderen op en spuwde ze weer uit, zeker als ze wat vreemd of eigenzinnig deden.
Op The Madcap Laughs staat een hemelsmooi gezongen gedicht van James Joyce, Goldenhair. Voor mij zegt het alles over de geestesgesteldheid van Syd en over zijn beslissing om zich terug te trekken uit het publieke leven. Voor James Joyce is het een eenvoudig gedicht; gezongen door Syd Barrett wordt het een epifanie die je telkens weer naar de keel grijpt.

Golden Hair

Lean out your window, golden hair
I heard you singing in the midnight air
my book is closed, I read no more
watching the fire dance, on the floor
I’ve left my book, I’ve left my room

For I heard you singing through the gloom
singing and singing, a merry air
lean out the window, golden hair…

Mag ik hier de volledige Piper At the Gates Of Dawn, Madcaps Laugh, Barrett en ook nog ‘Jugband Blues’, het enige lied van Syds hand op ‘A Saucerful Of Secrets, de tweede elpee van Pink Floyd (als geheel zeer beluisterbaar omdat de geest van onze antiheld er nog in rondwaart), sterk aanbevelen? Of heeft iedereen dit allemaal al?