BESTSELLERS

IMG_5147.JPG
Lissabon, 2007

Een paar dagen geleden dacht ik terug aan een aangenaam verblijf in Palermo. Dat kwam door het toevallig terugvinden van een oude foto, waarop ik sta afgebeeld in een bus met een boek van James Ellroy. Dat was het begin van een lange reeks herinneringen aan andere oorden, vooral Europese steden waar ik ooit verbleef, bijna altijd voor meerdere dagen. Het duurt bij mij lang eer ik wen aan een nieuwe stad. Eens gewend raak ik er moeilijk weg. Ik heb veel tijd nodig.

Ik zal niet ontkennen dat ik een toerist ben: we zijn allemaal toeristen. Toch denk ik dat ik al die steden op een niet zo voor de hand liggende manier heb bezocht, niet op een door en door toeristische wijze. Zo heb ik altijd plaatsen vermeden waar de massa op afkomt. Om een voorbeeld te geven: ik ben maar een keer in het Louvre geweest, en dat was dan nog tijdens een schoolreis. Als mijn nieuwsgierigheid naar een bepaald gebouw, museum, tentoonstelling of kunstwerk erg groot is, zorg ik ervoor dat ik ga kijken als er bijna niemand is, ’s morgens vroeg, of ’s avond kort voor het sluitingsuur.

Ik ben geen beter mens dan iemand anders. Toch schrikt de massa mij af. Mijn schrik voor de massa lijkt op pleinvrees of claustrofobie. Ik ga nooit naar festivals – nog liever een dag in de hel (hoewel dat wellicht ook een massafenomeen is), heb een afkeer van blockbusters (populaire Hollywood-films dus), van bestsellers, van mega-hits. Het kan echter wel eens gebeuren dat ik me op den duur toch aangetrokken voel tot een succesroman. Twee voorbeelden: ‘In de naam van de roos’ van Umberto Eco en ‘Het verdriet van België’ van Hugo Claus. Ongeveer tien jaar na publicatie van die werken heb ik ze dan toch gelezen. Of ik er plezier aan heb beleefd kan ik me niet meer herinneren. Alleszins niet zoveel als aan de verhalen van Borges, of de gedichten van Rilke.

Onlangs in Stockholm en de dagen erna heb ik een andere bestseller gelezen, ‘Nachttrein naar Lissabon’ van Pascal Mercier. Ik vind het verdacht dat ik van dat boek enorm heb genoten. Is de seniliteit dan toch ingetreden? Of is het werkelijk een goed boek? Alleszins herkende ik mezelf in meerdere passages. Zoals in deze, over het hoofdpersonage Raimund Gregorius:
“Hij was niet iemand die dol was op bezienswaardigheden. Als hij zag dat mensen elkaar ergens stonden te verdringen, bleef hij halsstarrig buiten staan; dat kwam overeen met zijn gewoonte bestsellers pas jaren later te lezen.”
Dat had ik net zo goed zelf kunnen geschreven hebben. Waarom lees ik het dan eigenlijk. Zou ik niet veel beter zelf een bestseller schrijven? Een hedendaagse versie van ‘A Tale Of Two Cities’ bijvoorbeeld. Bij mij zou dat dan over Brussel en Antwerpen gaan, maar met als hoofdthema verveling in plaats van revolutie. Zou ik er tweehonderd miljoen exemplaren van kunnen verkopen? Wat denk je?

steden, boeken, reizen, tijd, massa, toerisme, herinneringen, bestsellers,

Lissabon, 2007.

 

 

MISDAAD

Geweldige kop heeft James Ellroy, schrijver van ‘The Black Dahlia’ en andere ongeëvenaarde misdaadromans. Meestal zwijg ik over mijn verknochtheid aan dat literaire genre, waarom weet ik niet, want er is helemaal niets mis mee. Het gaat niet om een ‘guilty pleasure’ of zo. Sommige misdaadschrijvers zijn even goed als Proust, Kafka of Murakami.

Wie geniet mijn voorkeur? Even nadenken. Niet over James Ellroy natuurlijk. Dat schreef ik al. Edgar Allan Poe is de eerste en de beste, vermoed ik. Daarnaast houd ik van de hard-boiled klassiekers: Raymond Chandler, Dashiel Hammett en Ross McDonald. Graham Greene is een geval apart, niet altijd misdaad, maar toch (en ik heb al zijn boeken gelezen). Georges Simenon: wat kon die man schrijven (en neuken).
Mijn vriend Jos leende me destijds alle boeken van Maj Sjöwall en Per Wahlöö uit. Nadien heb ik ze zelf aangeschaft, om ze opnieuw te lezen. En daarna weer verkocht of gewoonweg weggegooid, omdat de kaften zo lelijk waren.
Nog enkele uitstekende Amerikanen: Jim Thompson. Jim Thompson ben ik gaan lezen dankzij de geweldige en vergeten rock & roll band ‘Green On Red’: hun zanger Dan Stuart was een bewonderaar van Thompson. Een van hun elpees is naar zijn boek ‘The Killer Inside Me’ genoemd. Een paar jaar geleden vertelde Dan me dat hij van de drugs af was en nooit meer een Jim Thompson ter hand neemt. Coup de torchon is een uitstekende verfilming van een boek van Thompson. Er zijn ook zeer geslaagde verfilmingen van romans van Patricia Highsmith. De beste? ‘Der Amerikanische Freund’ van Wim Wenders. Een film die ik nooit zal vergeten. Toch zijn de boeken van Highsmith nog beter dan de films. En wie vergeet ik nu? James Cain? Wellicht is James Cain de allerbeste. Want zijn ‘Mildred Pierce’, ‘The Postman Always Rings Twice’, ‘Double Indemnity’ en ‘Serenade’ geen meesterwerken?

Lang leve de misdaad!

BLACK DAHLIA

Palermo2 (1280x865).jpg
Palermo, 23 juni 1998.

Een gloeiendhete zomerdag in Palermo. Er vielen doden bij een afrekening tussen twee families, maar dat las ik pas in ‘La Sicilia’ toen ik me al in Syracusa bevond. Wat hield ik toen van de staccato-misdaadromans van James Ellroy en wat pasten die bij dat oude eiland, Sicilië, vergeven van bloedbaden en schoonheid in verval. In elke straat in Palermo trof je nog sporen aan van bombardementen tijdens de tweede wereldoorlog. Ellroys ‘The Black Dahlia’ was nog niet verfilmd, gelukkig maar. Van Ellroys zinnen kun je geen Hollywoodbeelden maken, of de schrijver zou zelf films moeten maken. Vreemd dat die verfilming zo tegenviel – ik ben lange tijd een bewonderaar geweest van Brian De Palma. Overigens had Givenchy zijn Dahlia Noir-parfum nog niet op de markt gebracht. Nog vreemder – en volledig beantwoordend aan Guy Debords idee van de ‘spektakelmaatschappij’ – dat een parfum wordt genoemd naar een in stukken gesneden vrouw.

Op de foto zit ik in een bus op weg naar de macabere Catacombe dei Cappuccini. Ondanks al de lijken daar – elk grotesk verwrongen lichaam een memento mori – voelde ik me goed op die plaats: het was er rustig en koel, heel koel.