JUST LIKE DAVID BOWIE

Dat mijn treurnis over de dood van David Bowie blijft voortduren verontrust me. Is het ‘normaal’ dat je rouwt om iemand die je niet hebt gekend? Gaat het om narcisme? Om identificatie en bijgevolg om verdriet over de eigen dood (of op z’n minst de eigen sterfelijkheid)? Vragen die ik niet kan en eigenlijk ook niet wens te beantwoorden. Al dat gepsychologiseer vermoeit me alleen maar, terwijl ik meer dan ooit energie nodig heb. Hoe kom ik anders door deze donkere dagen?

Dat er in de vroege jaren zeventig sprake was van een sterke identificatie met David Bowie, of met de voorstelling die ik me van hem maakte, vermoedde ik al langer. Gisteren vond ik er een bewijs voor. Ik schreef destijds (1973-1974) liedjes. Niet echt afgewerkte songs, meer schetsen; niet veel meer dan surrealistische teksten en enkele akkoorden. Bij sommige liedjes had ik een melodie, herinner ik me, een melodie die ik niet meer kan achterhalen. Tijdens een geïnspireerde nacht in de Dolfijnstraat – omstreeks 1977 – heb ik een deel van de songs opgenomen met zo’n ouderwetse bandopnemer. Die ik had ik geleend van mijn vriend en buur Leo S. Waar de tapes naartoe zijn weet ik niet, waarschijnlijk verloren gegaan toen ik van Antwerpen naar Brussel verhuisde. Gisteren stelde ik tot mijn verbazing vast dat ik een van de liedjes(teksten) ‘Just Like David Bowie’ als titel gaf. Ik ben niet bepaald trots op mijn schepping en weet ook niet waarom ik ze heb overgetypt. Is het een onderdeel van mijn rouwproces? Ik heb er enkele woorden aan veranderd: flagrante fouten en een paar idiotieën.

ziggystardust.jpg

“JUST LIKE DAVID BOWIE

Invitation for an obligation
a small sensation
revolutionary brothers I gave up
a notorious bunch
throwing bombs before the embassy
of Pigman’s Land (where is it really?)
Gordon Liddy an enemy he screams
my black brother balls his fists
it’s a talked about party
it really is but you could die
doctor d will lose his dream
all the redheaded suckers will
get his shoes
I will love but there’s only holes
seasons of saturation
(she’s searching for a game
a pious teacher reads his poems
but Mary she’s like Faust)
blind body of him goes up in smoke
they torture it with wine
& someone sings a raging song
another one weeps with lotsa noise
came down from Jerusalem
flashy & dressed up in white
(Jackie Wilson’s tryin’ to take off his
clothes but he shouts and screams
and jumps in a yellow cab
crawls through the window
– roses rain down
but they all take him for the wrong man)

the building rose higher
our feet were on fire
– I rapped about andré gide
but I got so stoned out of my mind
that only too late I realized I was talkin’
to a Sicilian nun & I started to puke)
the music was fast
& the groovies thought it was rock and roll
but the poet’s muse wouldn’t come
because the chimney was filled with junk
and I cry now for their souls all did die
my sword was thin
but my last word was truth

1973-1974”

justlikedavidbowie 001 (2).jpg

KING LEAR, KONING VAN HET GROTESKE

Ongeveer twee weken geleden zag ik Shakespeares ‘King Lear’. Het was de première, er waren veel vaders en zonen en dochters komen opdagen, in hun mooiste kostuums, in hun coolste kleren gehuld. Laura en ik waren te vroeg, zoals altijd, en zochten bescherming in een hoekje van de lounge. Ik zat al weken thuis en vond het vreemd, zo opnieuw onder de mensen komen.

Waarom heb ik er niets over geschreven? Ik vond het nochtans een zeer gedegen voorstelling, en ik was niet de enige die dat vond, want het gezelschap van het Ro Theater kreeg een staande ovatie. Misschien schreef ik niets omdat ik tijdens de receptie achteraf te veel Palm had gedronken en de volgende dag een zwaar hoofd had? Misschien. Vandaag las ik in een oude editie van De Standaard een bespreking van de voorstelling. De recensent was niet tevreden. Regisseuse Alize Zandwijk had gekozen voor een groteske invalshoek, zoals die al werd aangeraden door Jan Kott, schrijver van de in 1964 verschenen maar nog altijd actuele Shakepeare-studie ‘Shakepeare tijdgenoot’. De drie dochters Goneril, Regan en zelfs Cordelia zagen er niet uit! De boosaardige personages waren uiterst boosaardig, de goedaardige uiterst goedaardig. Die groteske benadering van Shakespeare vind je terug in het absurde theater van onder meer Beckett en Ionesco, auteurs die in de jaren zestig van de vorige eeuw zeer populair waren.
Dat groteske vond de recensent van De Standaard niet geslaagd. Het publiek had zitten lachen, sommige figuren leken wel misdadige clowns en ik bedoel nu niet de nar. Als je de tekst van Shakespeare leest, of de vertaling van Hugo Claus, zie je dat die elementen daar al in zitten, bij hem is een tragedie niet zuiver tragisch, er zitten komische en groteske elementen in. Zuiverheid bestaat niet bij Shakespeare, al komt de verstoten en verbannen Cordelia wel in de buurt. Ongeveer in het midden van de voorstelling steekt een storm op en dan vergaat het lachen je wel.
Zeer sterk vond ik de scène met Gloucester en zijn zoon Edgar. De vader werd de ogen uitgestoken, de zoon doet zich voor als een zwakzinnige. Gloucester wil zelfmoord plegen door van de krijtrotsen van Dover af te springen. Maar zijn zoon leidt hem naar een veilige plaats. In een gewone voorstelling van King Lear lopen de twee mannen op een plat vlak. Gloucester vindt het dan vreemd dat ze niet lijken te klimmen, wat toch normaal zou zijn. In de versie van Alize Zandwijk wordt die absurditeit nog vergroot: de twee mannen dalen langzaam van een trap af; in plaats van een onmogelijke zelfmoord komt er een afdaling en uiteindelijk ook het inzicht.

Ik identificeer mij met het tragische ‘slachtoffer’, de goede dochter Cordelia.Dat doe ik nu eens altijd. Maar het maakt niet uit met wie je je identificeert: je komt altijd bedrogen uit.

SUE, WANDA EN DE WANHOOP

anna thomson,wanhoop,film,amos kollek,barbara loden,tammy wynette,john cassavetes,sue,wanda,a woman under the influence,george jones,gazon,de borsten van anna thomson
Anna Thomson, in ‘Sue’ van Amos Kollek.

Waarom houd ik van films over wanhopige vrouwen zoals ‘Wanda’ van Barbara Loden, ‘Sue’ van Amos Kollek of ‘A Woman Under the Influence’ en Opening Night van John Cassavetes? Ik weet het niet. Alvast niet omdat er naar kijken me ontspant, zoals een glas wijn of een kalmeerpil dat kan doen. Het is eerder nog een schepje bovenop de algemene wanhoop van het in de wereld zijn. Soms denk ik dat het om identificatie gaat: herkenning in een andere eenzame ziel, in een andere onbegrepen mislukkeling. Maar waarom dan een vrouw, een prostituée, een alcoholiste, een borderline geval? Ben ik dan geen echte man, en zelfs een beetje een macho (aldus mijn levensgezellin). Neen, ik ben geen echte man, al ben ik dan een beetje macho. Ik wil ook geen echte man zijn. Een echte man heeft een auto, liefst van al een sportwagen of een 4×4, een machine die power en geweld uitstraalt, de power en het geweld van de bestuurder. Ik bezit geen auto en heb ook geen rijbewijs. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar ik ben er toch trots op. Ik bezit al evenmin en huis met een grote tuin en veel ‘gazon’. Een grasmaaier, of hoe heten die dingen, heb ik ook niet. Ik heb eens gelezen dat George Jones, toen hij zwaar aan de drank zat, op een keer met zijn grasmaaier naar de drankwinkel is gereden. Zijn vrouw, Tammy Wynette, had – precies om zulke escapades te verhinderen – hem de sleutels van zijn 27 auto’s afgepakt. Zulke waanzin spreekt me dan toch wel weer aan. Iemand die 27 auto’s bezit en een grasmaaier kan geen slechte mens zijn, zeker niet als hij ze gebruikt om alcohol in te slaan. Maar ik ben zeker ook geen echte vrouw, en ik heb ook nooit de neiging gehad om me als vrouw te verkleden of iets dergelijks. Wellicht schuilt er diep in mij een kwetsbaar meisje dat zich herkent in actrices als Anna Thomson, Barbara Loden en Gena Rowlands. De kwetsbaarheid, de onaangepastheid die deze dames op het scherm ten toon spreiden heeft misschien geen geslacht. Als ik hen zie acteren weet ik dat ik niet alleen ben, dat er nog andere mensen zijn zoals ik en dan vraag ik me af waarop ik wacht om hen te gaan zoeken. Zeer zeker zitten zij ergens, in een bar of in een trein, en verwachten zij mij.