POP 1975: IDIOT WIND

PLATENHOEZEN1975 004DESPERATE

1975 was voor mij een jaar van innerlijke en uiterlijke onrust. Of komt dat op hetzelfde neer? Midden in onze eindexamens filosofie, terwijl ik de laatste hand legde aan mijn thesis over het einde van het burgerlijke gezin, liet ik mijn geliefden achter. Geliefden? Mijn zoontje had ik innig lief maar met mijn vrouw kon ik niet langer harmonieus samenleven. Het is waar, ons huwelijk was in ongeveer alles het tegenovergestelde van burgerlijk, en toch liep het op de klippen. Als na zes jaar blijkt dat het niet werkt, in ons geval vooral vanwege niet verzoenbare karakters, dan kun je er beter mee ophouden. Dat klinkt erg rationeel, maar in werkelijkheid was het dat uiteraard niet. Ik voelde mij verscheurd, door en door ellendig. Voor mijn partner zal het niet anders geweest zijn. Tegelijk was ik bezeten van de liefde. Er moest een ander, beter leven mogelijk zijn. En een ander, beter leven – dat is altijd ergens anders. Hoewel Rimbaud ook daar aan twijfelde: “La vraie vie est absente. Nous ne sommes pas au monde.” [1]

Mijn eerste grote liefde – en huwelijk – had een muzikale oorsprong. Het was een geval van jeugdige overmoed en van navolging van idolen. We wilden net zo zijn als John & Yoko, al hoefden we voor ons huwelijk niet noodzakelijk naar Gibraltar af te reizen. Eigenlijk waren we tegen het huwelijk: wij waren ervan overtuigd dat we door te trouwen dat instituut binnenstebuiten zouden keren. Maar om een dergelijk ideaal te verwezenlijken moet je met z’n tweeën dezelfde weg bewandelen, en liefst ook nog in dezelfde richting. Je zou bijna met elkaar moeten versmelten, een perfecte eenheid vormen. Heb ik die versmelting niet altijd nagestreefd, ook in mijn vriendschappen? Dat is een te hoge eis, en zo was het onvermijdelijk dat onze verbintenis zou eindigen in valse noten en kakafonie.

Onze scheiding had eveneens een muzikale achtergrond. Eind 1974 had ik gedroomd dat ik van Bob Dylan een lang, hartverscheurend nieuw lied, vol woede en verdriet, op de radio hoorde. Ik rende meteen blootsvoets de trap af, de straat op en riep tegen de voorbijgangers, kom binnen, kom luisteren, een revelatie! Toen ik middenin mijn periode van innerlijke onrust Blood on the Tracks voor het eerst hoorde herkende ik meteen Idiot Wind, het was het lange lied uit mijn droom. We’re idiots, babe / It’s a wonder we can even feed ourselves. Bob Dylans Blood on the Tracks was niet alleen de plaat van het jaar, het was en blijft de beste elpee over het einde van een relatie. Ik ken geen aangrijpender song over afscheid dan If You See Her Say Hello. Vaak als ik het hoorde barstte ik in tranen uit, het maakte niet uit of ik alleen was of onder vrienden. Enkele andere songs van Dylan die me tijdens de scheiding zowel troostten als bedroefden waren One Of Us Must Know (Sooner or Later), 4th Time Around en Most Likely You Go Your Way (And I’ll Go Mine) en de hele bootleg Live in Melbourne, Australia, 1966.

PLATENHOEZEN1975 003DYLAN

Mijn tweede grote liefde ontstond uit erotisch verlangen en taal. Er gingen veel geschreven woorden aan onze ontmoeting vooraf, ettelijke brieven en gedichten. Ik bouwde de verliefdheid op tot ik een prachtig en wellustig huis van liefde had. Een dergelijk huis bouw je niet alleen, het is zoals de te begane weg waar ik het hierboven over had: je moet vooraf al samen een plan maken, zelfs al gebeurt dat alleen maar in de verbeelding. Bij de werkelijke ontmoeting leg je de twee plannen over elkaar: ze vallen samen. Ons echte huis, waar we in mei introkken, was een kleine flat in Sint-Joost, niet meer dan twee kamertjes op de vijfde verdieping, geen lift, geen keuken. De eerste weken was er een van extatische liefde maar ook van hard werk; mijn thesis moest af en ik moest nog een heel aantal examens afleggen. Dat bracht ik tot een goede einde. Ik was gelukkig in de liefde en werd onderscheiden voor mijn hard werk. Maar wat nu? Ik had er geen flauw idee van hoe ik mijn brood zou gaan verdienen. Lesgeven aan een middelbare school was niets voor mij, vond ik. Die zomer gaf ik wel wat privélessen Nederlands aan een Franstalige jongen in Etterbeek. Om de eindjes aan mekaar te knopen werkte ik in de kelder van de bibliotheek van de VUB, waar de directrice mij net niet misbruikte. Omdat ik niet op haar avances inging werd ik aan de deur gezet. Wat later vond ik een job als verkoper bij Corman, mijn favoriete boekwinkel in Brussel. Was er dan toch een stralende toekomst voor me weggelegd? Tegelijk begon ik aan mijn loopbaan als schrijver, al zag ik me meer in de traditie van de bohémien en de poète maudit. In 1975 raakte ik in de ban van de dichters die ik nog steeds het meest waardeer: Arthur Rimbaud en Friedrich Hölderlin. Senga en ik maakten plannen voor een klein maar radicaal theater. Inspiratie vonden we bij Heinrich von Kleist, Antonin Artaud en oude expressionistische films. Eerst echter moesten we leren dansen. Zo kwam 1976 in zicht.

In onze kleine flat was er altijd muziek. Meer klassiek (Schumann, Chopin, Grieg, Schubert, Berlioz, Monteverdi) en jazz (Ornette Coleman, Albert Ayler, John Coltrane) dan pop. Wel nog albums van antihelden als Syd Barrett, Alexander Spence, Lou Reed, Nico, John Cale. En eeuwig en altijd Bob Dylan. In 1975 hoorde ik voor het eerst de Sun-opnames van Elvis Presley.

roken1

  1. Blood On The Tracks – Bob Dylan
  2. The Basement Tapes – Bob Dylan/The Band
  3. Horses – Patti Smith
  4. Coney Island Baby – Lou Reed
  5. Another Green World – Brian Eno
  6. Tonight’s The Night / Zuma – Neil Young
  7. Slow Dazzle / Helen of Troy – John Cale
  8. Ruth Is Stranger Than Richard – Robert Wyatt
  9. Diamond Head – Phil Manzanera
  10. Born To Run – Bruce Springsteen
  11. Young Americans – David Bowie
  12. Desperate Straights – Slapp Happy / Henry Cow
  13. Southern Nights – Allen Toussaint
  14. Fire On The Bayou – The Meters
  15. Al Green Is Love – Al Green
  16. Katy Lied – Steely Dan
  17. Born To Be With You – Dion
  18. John Fogerty – John Fogerty
  19. Red Headed Stranger – Willie Nelson
  20. Rock ‘n’ Roll – John Lennon
  21. Elite Hotel / Pieces of the Sky – Emmylou Harris
  22. Old No. 1 – Guy Clark
  23. Northern Lights – Southern Cross – The Band
  24. Bongo Fury – Frank Zappa & Captain Beefheart
  25. Neu! ’75 – Neu!
  26. The Hissing of Summer Lawns – Joni Mitchell
  27. Still Crazy After All These Years – Paul Simon
  28. Sweet Deceiver – Kevin Ayers
  29. Clang Of The Yankee Reaper – Van Dyke Parks
  30. Lovers – Mickey Newbury
  31. Pressure Drop – Robert Palmer
  32. Got No Bread, No Milk, No Money, But We Sure Got A Lot Of Love – James Talley
  33. Landed – Can
  34. Pour Down Like Silver – Richard & Linda Thompson
  35. Ian Hunter – Ian Hunter
  36. Dreaming My Dreams – Waylon Jennings
  37. Love To Love You Baby – Donna Summer
  38. Discreet Music – Brian Eno
  39. Radio-Aktivität – Kraftwerk
  40. Spirit Of ’76 – Spirit

PLATENHOEZEN1975 008WYATT

Wat gebeurde er dat jaar in de grote wereld (die ten gevolge van het verdriet en de liefde héél klein geworden was)?

Bill Gates richt Microsoft op. (Mijn voorkeur ging nog lange tijd naar Olivetti en Smith-Corona.) Einde van de oorlog in Vietnam. Pol Pot wordt premier in Cambodja. Mozambique en Angola zijn onafhankelijk. Ingebruikname van de kerncentrales Tihange I, Doel I en Doel II.

Films? Salò o le 120 giornate di Sodoma, Pier Paolo Pasolini. Jeanne Dielman, 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles, Chantal Akerman.  Barry Lyndon, Stanley Kubrick. La Chair de l’orchidée, Patrice Chéreau. The Day of the Locust, John Schlesinger. Dog Day Afternoon, Sydney Lumet.  Het land van de grote belofte, Andrzej Wajda. Falsche Bewegung, Wim Wenders. Le fils d’Amr est mort, Jacques Andrien. L’Histoire d’Adèle H., François Truffaut. L’important c’est d’aimer, Andrzej Żuławski. Nashville, Robert Altman. One Flew Over the Cuckoo’s Nest, Miloš Forman. The Passenger, Michelangelo Antonioni. De Spiegel, Andrej Tarkovski.

Een keuze uit de boeken: The Philosophy of Andy Warhol, Andy Warhol. Ragtime, E.L. Doctorow. Humboldt’s Gift, Saul Bellow. Bruno Bettelheim, Het nut van sprookjes. Mystery Train: Images of America in Rock ‘n’ Roll, Greil Marcus. Kafka: pour une littérature mineure, Deleuze & Guattari.  Twee vrouwen, Harry Mulisch. En heel veel poëzie.

Dood: Oum Kalsoum. George Stevens. T-Bone Walker. Michel Simon. Hugues C. Pernath. Tim Buckley. Cannonball Adderley. Dmitri Sjostakovitsj. Saint-John Perse. Hannah Arendt. Bernard Herrmann. Walker Evans. Josephine Baker. Pier Paolo Pasolini wordt vermoord gevonden op een strand in Ostia, nabij Rome. Vreugde bij alle mensen van goede wil om de dood van dictator Franco.

nixon assasin

[1] Arthur Rimbaud, Délires, in Une saison en enfer.

 

 

POP 1974: FAIR PLAY

1974-albums 006vanmorrison

Inmiddels is het 1974. Wat gebeurde er in onze kleine wereld? Mijn heerlijkste muzikaal moment van dat jaar was een ontmoeting met Kevin Ayers, die ik in zijn hotelkamer in Brussel samen met mijn vriend Marc D. interviewde voor Humo. De dag ervoor, 15 augustus, zagen we hem eerst playback zingen in Nederland (voor een BRT-programma) waarna we op kosten van het Island platenlabel samen delicieus gingen eten. Kevin Ayers maakte me wegwijs in de wijnkaart, ik was een amateur, hij een kenner. Gewürztraminer bleek zijn uitverkoren wijn te zijn, naast champagne. Door Kevins toedoen ben ik een wijndrinker geworden. De zanger voelde zich wat ziek toen we hem interviewden: de drie uur dat we bij hem waren bleef hij in bed. Wat niet belette dat hij er goed uitzag én boeiende verhalen vertelde, onder meer over zijn idyllische jeugd in Maleisië, the Soft Machine, William Burroughs en zijn eigen droomtheorie uiteenzette. Om mij voor te bereiden op het interview had ik al zijn elpees uitgeleend uit de Mediatheek in de Passage 44. Ik kende zijn werk nu van binnen en van buiten. The Confessions of Dr. Dream was een hoogtepunt, vond ik. Speciaal voor de begenadigde zanger ging ik dat jaar nog een keer naar Jazz Bilzen, waar Rod Stewart en the Faces toen top of the bill waren. Ik was niet meer in Bilzen geweest sinds 1969 – dat leek net geen eeuwigheid geleden.
Mijn carrière als popjournalist was van korte duur. Een artikel waarin ik beweerde dat Mick Jagger en Keith Richards Brian Jones laffelijk hadden vermoord en dat Their Satanic Majesties Request het meesterwerk van the Rolling Stones was werd niet gepubliceerd. Dag Humo!

marc+ik-1974

Ik vond een concrete notitie terug in verband met 1973. Goat’s Head Soup van The Rolling Stones hoorde ik voor het eerst in café De Fiets, samen met mijn vrouw en onze vrienden en huisgenoten Jan D. en Nicole H. Geen idee waar dat café zich ergens bevond. In de buurt van het Sint-Jansplein? Zoveel is uit het geheugen verdwenen. Zo was ik ook vergeten dat het met Jan en Nicole was dat ik in 1973 the Rolling Stones zag optreden in het Sportpaleis in Antwerpen, mijn eerste Stones-concert en meteen een hoogtepunt in mijn leven als concertganger. Waarom ik naar Antwerpen ging terwijl ze een dag later in Brussel zouden optreden is mij een raadsel.

1974 lijkt op een in nevelen gehuld landschap, tegelijk aantrekkelijk en angstaanjagend, maar vooral mysterieus. Vanaf 1972 was ik een dagboek gaan bijhouden maar voor deze muzikale herinneringen bieden die weinig steun. In het dagboek vind ik eerder zweverige notities van filosofische aard terug; voor het merendeel zijn het beschrijvingen van dromen. Maar ook nogal wat psychologische beschouwingen over mijn huwelijk en verslagen van een aantal mystieke ervaringen. Leopold Flam had ons gestimuleerd om onze dromen te noteren; daarin had ik mij bekwaamd. Ik had ook wat opgestoken uit het Book of Dreams van Jack Kerouac, maar Ti Jean noteerde zijn dromen veel beknopter dan ik. Bij mij werden het korte, surrealistische verhalen.

Zolang je niet helemaal volwassen bent – en dat was ik zeker niet – geniet je met hart en ziel van muziek, daarna neemt dat plezier zienderogen af. Dat was althans bij mij het geval. Is er iets in het leven aangenamer dan met een vriend naar een geliefkoosd album luisteren? Mogelijk beleef je er net iets minder genot aan dan aan seks, maar het is subtieler. Er moeten dan wel langspeelplaten uitkomen die de kracht hebben om je uit het alledaagse reilen en zeilen weg te rukken en hun eigen universum binnen te voeren. Elk onderdeel van een geslaagde langspeelplaat moet aan de juiste voorwaarden voldoen om er iets magisch van te maken. Er moet samenhang zijn tussen de songs, ook als het niet om een conceptalbum gaat; het geheel moet tot de verbeelding spreken. In ideale omstandigheden, liefst met een vriend of vriendin, vergeet je dan wie je bent, waar je bent, je vergeet alles, er is alleen nog maar de ruimte van de muziek. Soms kon ik ook op mijn eentje op die manier van een volledig album genieten, eerst kant A, dan kant B, maar die tijd is lang voorbij. Als ik alleen ben zegt pop mij nog maar weinig.

In 1974 begon ik stilaan genoeg te krijgen van de meeste nieuwe popmuziek. De dood van Gram Parsons betekende voor mij het voorlopige einde van mijn fascinatie voor country; blues had ik nog niet (her)ontdekt; rock begon mij te bombastisch te worden; ik had een afkeer van wat jazzrock werd genoemd; de Duitse variant van rock had mij onverschillig gelaten (door de schuld van bepaalde tijdschriften, vooral Humo, dat erg conservatief was). Er bleef bijgevolg niet veel over. Ik begon meer naar jazz en klassieke muziek te luisteren. Meestal zat ik met mijn hoofd in de boeken en schreef aan mijn thesis (dat heet nu, geloof ik, masterproef). Eerst had ik mijn zinnen gezet op het werk van Henry David Thoreau. Ik hield van zijn Walden en vond veel inspiratie in On the Duty of Civil Disobedience. Mijn promotor, Leopold Flam, vond dat ik me op zijn dagboeken moest concentreren, maar die wekten vooral slaap bij me op. Ik dacht veel na over mijn gezin en over opvoeding. Over de rol van de vader, het patriarchaat. Zo kwam ik ertoe over het gezin te gaan schrijven en het matriarchaat te verheerlijken.
Lezen en luisteren gingen voor mij niet samen. Soms was er ’s morgens als ik brieven schreef wel muziek, wat ik toen bijna elke dag deed. In mijn brieven kwamen dan flarden uit de liedjes die ik hoorde. Dat was al sinds midden de jaren zestig zo en is blijven doorgaan tot ik geen brieven meer schreef. Het serieuze werk gebeurde en gebeurt nu zeker in volstrekte stilte.
Wat ik las stond in het teken van mijn thesis. Voornamelijk Deleuze-Guattari, Nietzsche, Ronald Laing en David Cooper. Daarnaast Walt Whitman, Alan Ginsberg, dagboeken van Anaïs Nin, verhalen en gedichten van Apollinaire, Rilke, de eeuwige Edgar Allan Poe, Jean-Paul Sartre, L’homme révolté van Albert Camus.

1974denuil-5b

In mijn dagboek van 1974 vind ik nog een stukje dat veel zegt over die tijd. Onze vrienden R. en L. waren naar Canada gevlucht; het gerecht zat achter R. aan, hij zou zeker in de gevangenis terechtkomen (wegens dealen van softdrugs). Ze woonden nu in Vancouver. Ik had maandenlang op tapes mijn beste elpees voor hen opgenomen. In mijn dagboek vond ik dit:
“Of ik ga even naar buiten, op onze binnenplaats, om een luchtje te scheppen, en ik kijk omhoog naar de majestueuze lucht vol zacht-spelende witte wolken die niemand toebehoren maar er voor iedereen zijn… R. en L. in Vancouver en wij hier in Brussel: boven onze hoofden dezelfde lucht, dezelfde wolken. En de sterren vannacht, dezelfde sterren. Ik zal ernaar kijken, jij misschien ook, R., en hun nooit aflatende schittering zal ons met elkaar verbinden, voor eens en altijd, dit mag ik nooit meer vergeten.” (…) “Niet alleen de sterren verbinden ons met elkaar, de muziek doet dat ook – en op welke wijze! De waarheid van ons bestaan wordt ons keer op keer in het oor gefluisterd door de geest van de muziek. Maar weinigen schijnen dit te horen, dit zacht gefluister. Muziek wordt meer en meer functioneel, wordt techniek, de ziel gaat verloren, er moet iets worden bereikt, ja, zelfs de muziek wordt een middel.”

Wat gebeurde er in onze grote wereld? Turkish Airlines-vlucht 981 stort neer nabij Parijs. De Anjerrevolutie in Portugal. Het einde van het kolonelsregime in Griekenland. Nixon treedt af. Haile Selassie wordt afgezet. In België oprichting van het Anti-Fascistisch Front. Rubik’s Kubus.
Dood: Duke Ellington, Jan Arends, Georges Pompidou, Marcel Pagnol, Darius Milhaud, Mama Cass Elliot, Achilles Mussche, Harry Partch, Anne Sexton, Harry Carney, Ed Sullivan, Ivory Joe Hunter, Holger Meins, Vittorio De Sica, Nick Drake.

Films: Scènes uit een huwelijk, Ingmar Bergman. Les valseuses, Bertrand Blier. The Parallax View, Alan J. Pakula. The Godfather, Part 2, Francis Ford Coppola. Chinatown, Roman Polanski. Alice in den Städten, Wim Wenders. Il fiore delle mille e una notte, Pier Paolo Pasolini. Bring Me the Head of Alfredo Garcia, Sam Peckinpah. Céline et Julie vont en bateau, Jacques Rivette. Effie Briest, Rainer Werner Fassbinder. Lacombe Lucien, Louis Malle. Lenny, Bob Fosse. Il Portiere di notte, Liliane Cavani. Sweet Movie, Dušan Makavejev. Thieves Like Us, Robert Altman. A Woman Under the Influence, John Cassavetes. Edvard Munch, Peter Watkins. Jeder für sich und Gott gegen alle (Kaspar Hauser), Werner Herzog. Le fantôme de la liberté, Luis Buñuel. The Taking of Pelham One Two Three, Joseph Sargent. Je tu il elle, Chantal Akerman. Mes petites amoureuses, Jean Eustache. Glissements progressifs du Plaisir, Alain Robbe-Grillet.

De bands, zangers en zangeressen die in 1974 voor mij nog meetelden zullen wel geëxcelleerd hebben. Dat zie je aan mijn lijst: bijna uitsluitend Grote Namen. Kimono My House van the Sparks, was niet zo groot, maar het was de favoriete plaat van mijn zoontje. Ik geloof dat hij This Town Ain’t Big Enough for Both of Us fonetisch uit het hoofd kende. Van Morrison gaf me de mogelijkheid een glimp op te vangen van een andere werkelijkheid. Soms brachten zijn songs mij in extase. Net als van Can’t Buy a Thrill kon ik van de songs op Pretzel Logic lijfelijk en intellectueel genieten. Zowel John Cale als Lou Reed bleven een grote rol spelen in mijn muzikale wereld. Voor Bowies Diamond Dogs heb ik nooit iets gevoeld. Voor It’s Only Rock and Roll van the Rolling Stones weinig. Van On the Beach en Grievous Angel ben ik pas enkele jaren later echt gaan houden. In 1974 had ik het een beetje gehad met die softies.

1974-albums 004johncale

  1. Van Morrison – Veedon Fleece / It’s Too Late To Stop Now
  2. Randy Newman – Good Old Boys
  3. Bob Dylan & the Band – Planet Waves / Before the Flood
  4. Steely Dan – Pretzel Logic
  5. John Cale – Fear
  6. Robert Wyatt – Rock Bottom
  7. Brian Eno – Taking Tiger Mountain By Strategy
  8. Roxy Music – Country Life
  9. Lou Reed – Rock ‘n’ Roll Animal / Sally Can’t Dance
  10. New York Dolls – Too Much Too Soon
  11. Gram Parsons – Grievous Angel
  12. Neil Young – On the Beach
  13. Kevin Ayers – The Confessions of Dr. Dream and Other Stories
  14. Kevin Ayers, John Cale, Nico, Brian Eno – June 1, 1974
  15. Captain Beefheart & His Magic Band – Unconditionally Guaranteed
  16. Todd Rundgren – Todd
  17. Traffic – When The Eagle Flies
  18. John – Desitively Bonnaroo
  19. Ry Cooder – Paradise and Lunch
  20. Joni Mitchell – Court And Spark / Miles of Ailes
  21. Richard & Linda Thompson – I Want To See The Bright Lights Tonight
  22. Eric Clapton – 461 Ocean Boulevard
  23. J. J. Cale – Okie
  24. Sparks – Kimono My House
  25. Jackson Browne – Late For the Sky
  26. Frank Zappa – Apostrophe (‘)
  27. John Lennon – Walls and Bridges
  28. Nico – The End
  29. Big Star – Radio City
  30. Bad Company – Bad Company
  31. Ann Peebles – I Can’t Stand the Rain
  32. Al Green – Al Green Explores Your Mind
  33. Little Feat – Feats Don’t Fail Me Now
  34. Gene Clark – No Other
  35. The Doobie Brothers – What Were Once Vices Are Now Habits
  36. Leonard Cohen – New Skin for the Old Ceremony
  37. Labelle – Nightbirds
  38. Etta James – Come a Litte Closer
  39. Pharoah Sanders – Love In Us All
  40. Willie Nelson – Phases and Stages
  41. Leo Kottke – Dreams And All That Stuff
  42. Bob Marley & The Wailers – Natty Dread
  43. David Bowie – Diamond Dogs
  44. The Rolling Stones – It’s Only Rock ‘n’ Roll
  45. Bryan Ferry – Another Time, Another Place
  46. Sam Rivers – Crystals
  47. Harry Nilsson – Pussycats
  48. Slapp Happy – Slapp Happy
  49. Doug Sahm – Groover’s Paradise
  50. Muleskinner – Muleskinner

Nogmaals: een aantal van de opgesomde elpees heb ik pas later leren kennen en waarderen. Maar van de meeste ervan hield ik toen al met hart en ziel en dat doe ik nog steeds.

1974-albums 002kevinayers

ROUW EN HUWELIJK

Voor Richard Hawley

 

Wat zeg je over de geur van onze lelies, zei ze.
Een code van berouw, zei hij
Jij warhoofd vol kronkels, zei ze.
Het is maar een lied, zei hij.
Dat hoor ik, zei ze, maar een droef lied.
De stem van de wereld, zei hij.
Ondergangsstemming, dat is wat het is, zei ze.
Als nu de zon nog zou schijnen, zei hij.
Ja, zei ze, lang genoeg rouwkleren gedragen.
Rouw is altijd wel stijlvol, zei hij.
Rouw en huwelijk, zei ze.

EEN HUWELIJK – VOOR JOHN LENNON

huwelijk1

Ik ben in 1970 getrouwd, op twintigjarige leeftijd, jong en naïef, met mijn eerste grote liefde. We hadden elkaar ontmoet tijdens een concert van Jethro Tull in Londerzeel. Dat was in de tijd dat Jethro Tull nog voortreffelijke, avontuurlijke muziek maakte, in de voetsporen van Captain Beefheart & His Magic Band. Toen we elkaar in het Brussels stadhuis het ja-woord gaven kenden we elkaar ongeveer een jaar. We waren allebei wat toen ‘alternatief’ en ‘werkschuw langharig tuig’ werd genoemd, we behoorden tot de ‘tegencultuur’, de ‘underground’, we lazen Simon Vinkenoog, Jan Wolkers, Henry Miller, Jack Kerouac, Allen Ginsberg en Gerard Reve – en we waren uiteraard zeer sterk tegen het burgerlijke huwelijk gekant. Waarom dan trouwen? Ik denk dat het vooral door John Lennon is gekomen. Hij was kort voor ons huwelijk met Yoko Ono getrouwd in Gibraltar. Luister maar naar ‘The Ballad Of John And Yoko’, waarin het hele verhaal wordt verteld. In die periode was – naast Bob Dylan – John Lennon onze grote held. We stonden achter zijn ideeën, alsof het evangelie was, maar ik vond tevens dat hij er erg cool uitzag, met zijn brilletje en zijn wit pak. Mijn haren waren minstens even lang, ik had ook zo’n brilletje, maar helaas geen wit pak. Dat heb ik me later aangeschaft in Firenze (met dank aan Allan Farbman), toen ik alweer gescheiden was. Door dat legendarische huwelijk van John en Yoko was dat ‘sacrament’ voor ons plots geen taboe meer, maar eerder een na te streven ideaal. We hebben onze ouders ongeveer moeten chanteren om ons toestemming te geven. Het was de omgekeerde wereld. Ik vertel deze anekdote alleen maar om te laten zien welke betekenis John Lennon in onze levens had. Zoals hij was, zo wilden wij ook zijn. We streefden dezelfde waarachtigheid na, we koesterden dezelfde dromen, de aardbeienvelden van de jeugd waren ons niet vreemd, we waren met zijn beiden ook walrussen en deden aan revolutie, maar ze moest geweldloos zijn. John Lennon was geen god en geen afgod, maar een echte ‘working class hero’, zoals hij dat type persoonlijkheid in zijn eigen song noemt. Een van zijn mooiste songs, trouwens (na zijn werk met the Beatles, bedoel ik).

Op 8 december 1980 was ik al een hele tijd gescheiden. Ik was van Brussel naar Antwerpen verhuisd en woonde daar samen met mijn muze Laura, die ik in mijn door de romantiek beïnvloede gedichten Daphne noemde. Je kunt het je nu niet meer voorstellen. Je moet echter in gedachten houden dat Gian Lorenzo Bernini in de 17de eeuw een prachtig beeld van Daphne en Apollo maakte, dat in de tijd van de romantiek nog nazinderde en op die manier het midden van de twintigste eeuw heeft bereikt, een heuglijk feit waar de historicus Mario Praz een belangrijke rol in heeft gespeeld. Je kunt het beeld gaan bekijken in de Villa Borghese in Rome.
Punk en New Wave hadden in die jaren de plaats van de ‘tegencultuur’ en de ‘underground’ ingenomen. Maar John Lennon was een held gebleven. ‘Shaved Fish’ was een elpee die heel vaak werd gedraaid, en dan vooral het nummer ‘Power To the People’. Laura en ik werkten bij de filosofische kring Aurora, een vereniging gesticht door professor Leopold Flam. Toen ik op de radio hoorde dat John Lennon was doodgeschoten was mijn eerste reactie er een van ongeloof. De waarheid was onvoorstelbaar. Maar er komt altijd een moment waarop ze volledig tot je doordringt. Het was alsof ik zelf diep in mijn hart werd geraakt. Alles in mij begon te sidderen, tranen liepen over mijn wangen, daarna werd ik woest. In die bezeten toestand ben ik naar huis gelopen, over de Lange Leemstraat naar de Lamorinièrestraat, waar we woonden. In ons appartement heb ik een stoel stukgeslagen, er bleven alleen splinters van over. Ik was door een soort van razernij bevangen. Langzaam is die woede weggeëbt en heeft ze plaats gemaakt voor diep verdriet.
Een week later maakten we met vrienden, allemaal klanten van café Het Pannenhuis op het Conscienceplein, per bus een Magical Mystery Tour naar Vorst Nationaal. Daar trad Talking Heads op, een band die in die dagen op zijn hoogtepunt was. Ze gaven een hemels, of laten we zeggen een bijzonder funky concert, waarbij je voelde dat elke noot voor John Lennon werd gespeeld. Dat concert heeft me over mijn verdriet heen geholpen. De busrit terug naar Antwerpen was euforisch, we waren allemaal dronken of stoned en zongen liedjes van the Beatles en John Lennon.

John Lennon was de spirit van rock & roll. Zijn slechtste plaat heet ‘Rock And Roll’ (geproduceerd door Phil Spector), maar dat is tegelijk zijn allerbeste, zijn meest bezielde. Probeer dat echter maar eens aan een vreemde uit te leggen. De wereld is complex en het leven is een strijd.

Φ

Foto: 1970, het jonge echtpaar in Neerharen, door François Brouns.

EENZAAM OF ALLEEN

holsbeek1973

Soms kom ik terug op thema’s die me bezig houden. Waarom zou ik ook niet? Het is geen herhalingsdwang. Als puntje bij paaltje komt zijn er niet zo gek veel onderwerpen om over te praten. Eenzaamheid is er wel een. Eenzame mensen hebben altijd nogal veel indruk op mij gemaakt. Er is ongetwijfeld een – wellicht subtiel – verschil tussen eenzaamheid en alleen zijn. Eenzaamheid lijkt mij iets positiefs; je kiest er zelf voor. Alleen zijn impliceert verdriet en lijden, je kunt je niet herkennen in iemand anders, je maakt geen deel uit van een gemeenschap, je bent ‘alleen op de wereld’.

Ik kan niet tegen alleen zijn. Ik ben in vroeger dagen nooit alleen geweest. In 1969 ben ik als filmstudent in Brussel komen wonen. Al na een paar weken logeerde Reinhard bij me. Die jongeman wilde dringend van huis weg, want hij dreigde daar te verstikken. Zijn vader was een ex-nazi, die nog steeds zijn zwarte laarzen droeg en Reinhard ’s morgens bevelen toesnauwde. Geen ex-nazi maar een volbloed 1969-nazi… Voor hem was ’69 geen ‘année érotique’ maar een (imaginaire) tijd van definitieve Endlösung.
In mijn gezelschap leek Reinhard gelukkig, zeker als zijn Hollands liefje Josefien erbij was en zij zich in Breda van voldoende rode Libanon hadden voorzien. Hij kon buitensporig genieten van de boeken van Jan Wolkers en Henry Miller. Tegen het einde van het jaar begon ik een relatie met Sarah, die mijn eerste vrouw zou worden, moeder van mijn zoon, mijn enig kind. Voor Reinhard was er vanaf dan geen plaats meer op mijn kamer. Nog een paar dagen mocht hij op de sofa logeren, maar we vonden het niet leuk hem erbij te hebben als we vrijden. Reinhard heeft die laatste dagen toch nog gauw de dichtbundel ‘De val van de tandenloze kanunnik’ geschreven, waarna hij naar Gent is verhuisd, waar hij in de gevangenis werd opgesloten vanwege een dagboeknotitie over hasjiesj. Een dagboeknotitie, kun je je dat voorstellen? Je moet nu al een container vol shit laten aankomen in de haven van Antwerpen om nog gerechtelijk vervolgd te worden. Nog later is Reinhard in psychiatrische instellingen verder geestelijk verwoest. Zijn zus Reinhilde is op het einde van de jaren ’70 verongelukt op de weg. Een broer van hem is tijdens zijn legerdienst in een keuken ontploft. Wat er met Reinhard uiteindelijk is gebeurd, weet ik niet, ik vermoed dat hij nog wat leeft.

Met Sarah heb ik het vijf jaar volgehouden, tot mijn studie filosofie was voltooid. In mijn thesis behandelde ik het einde van het burgerlijke gezin. (Ik ben een licentiaat in de geschiedenis van de filosofie. Wat betekent dat nu nog? Ik ben niet eens een master…)
Op eigen initiatief, zonder de aantrekkingskracht van iemand anders, zou ik nooit van mijn eerste echtgenote weg zijn gegaan, denk ik, hoe hard het er tussen ons soms ook aan toe ging. Sarah was een lieve, intelligente en sterke vrouw, maar onze karakters pasten niet bij elkaar. Wij waren nog veel te jong toen we trouwden, onze ouders hadden ons daar voor gewaarschuwd, maar natuurlijk hadden wij niet willen luisteren naar hun raad, integendeel, het was veeleer een stimulans geweest voor ons. Wij spiegelden ons aan John en Yoko. Gelukkig ben ik verliefd geworden op Laura, wat het vertrek minder zwaar heeft gemaakt.

Nee, ik ben nooit echt alleen geweest. De jongste jaren begin ik er wel last van te krijgen, maar daar wil ik nu niet dieper op ingaan. Ben je niet altijd eenzaam uit vrije keuze? Is het geen (gemoeds)toestand die je moet koesteren, iets wat je zolang het duurt enige vrijheid schenkt?

Foto: Martin Pulaski, Holsbeek 1973.