SEKS, SUCCES EN STRAF

senga (2)


Wil een mens succes tegen elke prijs? Ik zou een stukje kunnen schrijven, helemaal naakt op mijn stoel gezeten, over erotiek, want dat lezen Vlamingen graag. Seks en erotiek, daar verveel je niemand mee. Het stukje zou zeker niet over Francesca Vanthielen gaan, want daar heb ik echt niets over te zeggen. Ik weet nauwelijks wie ze is. Ik geloof dat Francesca op televisie komt en af en toe in een Vlaamse film meespeelt, die meestal flopt, en zeker niet op filmfestivals wordt vertoond. Ze staat vaak in Humo afgebeeld, en soms wordt ze geïnterviewd, om de tien maanden ongeveer. Bij Humo kennen ze tien mensen, BV’s noemen ze die wezens, en die worden om beurten ondervraagd over hun seksleven. Vijf mensen uit de sportwereld, vier uit de showbusiness, en één kunstjesmaker, speciaal uigekozen om aan de behoeften van de ascetische elite tegemoet te komen. Francesca is één van die tien, vandaar dat ik weet dat ze om de tien maanden aan de beurt is. Dat was tot voor kort toch de gang van zaken, maar ik ben de draad een beetje kwijt, omdat de VRT met het genie Lux op de proppen is gekomen. Dat is echt een man die alles weet. Hij heeft de oogopslag van het genie, dat zie je meteen. En hij interviewt alleen maar kunstjesmakers. Ik geloof dat Humo nu met de handen in het haar zit, als Humo tenminste niet kaal is. Maar dat zijn zorgen voor later

Veel Vlamingen hebben de gewoonte ‘seks’ foutievelijk als ‘sex’ te spellen. Is het uit onwetenheid, domheid, of vinden ze dat een x er geiler uitziet dan een k of een s? Zelf vind ik de s een mooie letter, een hele mooie, meanderende letter; ze heeft de vorm van een kronkelende slang – en de slang is een metafoor voor zowel de vrouw als het mannelijk geslachtsorgaan, de penis dus. Wat ik van de k moet denken weet ik niet goed. Je hebt alvast kunst met een grote en een kleine k. En er is de k van het vrouwelijk geslachtsorgaan, daar valt veel over te zeggen en te denken. Maar, zoals ik al zei, ik weet niet goed wat. Kut met peren, zei mijn grootvader zaliger altijd, maar de man was een waardeloos sujet. Hem laat ik hier om die reden buiten beschouwing, anders zou het de hele tijd over kut gaan, en dat wil ik niet, toch?

Als ik naakt op mijn stoel zou zitten en ik zou de gordijnen open laten zouden voorbijgangers opmerken: kijk, die zit daar bloot op zijn stoel. Zij zouden het woord ‘naakt’ niet gebruiken, denk ik. Is ‘bloot’ een lekkerder woord dan ‘naakt’? Weer komt de k om de hoek loeren, die k van kut met peren. Of zijn de voorbijgangers allergisch voor de a van Afrodite?  Dat denk ik niet. Voor alle zekerheid zal ik het eens aan Laura moeten vragen. De k, zo denk ik nu opeens, kan het ook niet zijn, want de Vlamingen gebruiken bijzonder graag de woorden kont en flikker. Kijk, hij zit daar in zijn blote flikker op die stoel, hoor ik ze al zeggen. Nee, ik weet echt niet op wat die voorkeuren voor bepaalde woorden zijn gebaseerd. Je ziet het, van kabbala heb ik in tegenstelling tot Madonna geen kaas gegeten.

Het stukje zou evenmin over Els Tibau gaan. Ik weet zelfs niet wat die naam hier komt doen. Ik ken helemaal geen Els Tibau. Waarschijnlijk heb ik hem onbewust geregistreerd toen ik in een krantenwinkel stond om er Uncut, Mojo en Magazine Littéraire te kopen. Het woord ‘girlwatch’ is terwijl ik daar aan de kassa stond waarschijnlijk samen met Els Tibau mijn onbewuste binnengeslopen. In ieder geval laat ‘girlwatch’ me niet meer met rust. Ik heb er de voorbije nacht zelfs van gedroomd. Ik was een kleine jongen op school en was stout geweest. Als straf moest ik duizend keer dat woord ‘girlwatch’ schrijven. Ik vond het geen erge straf, want elke keer als ik het woord noteerde zag ik Brigitte Bardot in bikini voor me. Bij het ontwaken vond ik het erg dat het Brigitte Bardot was geweest en niet Emmanuelle Béart of zo. (Maar Emmanulle Béart zou ongetwijfeld geen bikini aan hebben gehad. Er bestaat geen mooier bloot dan dat van deze actrice in de vier uur durende film La belle noiseuse van Jacques Rivette.) Een Front National-madame als de rimpelige BB is niet mijn cup of tea. Maar zo gaat dat met het onbewuste en met straf schrijven. Je kiest je eigen straf niet uit.

Weet je wat? Ik denk dat ik helemaal geen stukje zou schrijven om succes te krijgen. Het zou te zeer als straf aanvoelen. En het leven zelf is al voldoende straf, in alle betekenissen van het woord.

 

 

DE ROOS VAN KEVIN AYERS

kevin ayers

De heren die zich Marco Polo en Marlon Vanco noemen, hebben mijn hoofd zowat op hol gebracht met hun verhalen en vragen over Nico alias Christa Paffgen. Ik zet geen muziek meer op, want ik hoor toch al de hele tijd ‘Je juis le petit chevalier’ in dat op hol gebrachte hoofd weerklinken. Een lief en sprookjesachtig liedje, terug te vinden op Nico’s lp Desertshore. Ik draaide het lang geleden heel vaak voor mijn zoontje (gek dat ik hem nog steeds zo noem, maar in dit geval wel gepast). Het was een van de weinige ‘kinderliederen’ die ik bezat. In die dagen wist ik ook niet dat Nico’s zoontje Ari dat liedje zong. Het was ofwel dat ofwel Robert Schumann, wat mijn zoontje moest aanhoren. Mooie dagen in een woning vlakbij het Zoniënwoud – en overal hing een geur van bloemen en honing. Er waren alle dagen vrienden bij ons in huis en vaak bezoekers uit de hele wereld. We luisterden samen naar veel van de wonderlijke muziek die toen uitkwam en dronken liters jasmijnthee.

Desertshore was de eerste lp van Nico die ik zelf kocht. Heel wat later was de waard van café Het Pannenhuis in Antwerpen zo vriendelijk mij een versleten exemplaar van Chelsea Girl cadeau te doen. Er viel nog naar te luisteren… Ik weet niet hoeveel exemplaren ik inmiddels heb bezeten.

Ondertussen zijn we – in het commentaargesprek hier beneden – bij Kevin Ayers beland. In 1968 of ’69 zag ik The Soft Machine, waar Ayers korte tijd deel van uitmaakte, op het pop- en jazzfestival dat Jazz Bilzen heette. Kevin Ayers was er niet meer bij. En popfestivals bestonden toen gewoon nog niet, vandaar dat het woord pop niet in de benaming voorkwam. The Soft Machine speelde dromerige, aparte muziek, met verwijzingen naar moderne Europese kunststromingen (dada en surrealisme) en jazz. Nadat Kevin Ayers en Robert Wyatt de groep hadden verlaten, veranderde the Soft Machine in een bloedloos pseudo-intellectueel jazzorkestje. Kevin Ayers ging op zijn eentje verder, of liever, met the Whole World, want zo heette de band die hem begeleidde. De man was een levensgenieter, maar in zijn teksten kon hij behalve surrealistisch ook ernstig uit de hoek komen (ik denk nu aan ‘Irreversible Neural Damage’ op The Confessions Of Dr. Dream).

Samen met mijn oude vriend Marc Didden heb ik Kevin Ayers geïnterviewd; dat was kort na het verschijnen van die ‘droomelpee’. De weken voor het interview had ik alle platen van Ayers uitgeleend uit de mediatheek (die toen nog betaalbaar was) en ze met obsessieve aandacht beluisterd. Ik was werkelijk in de ban gekomen van deze muzikant-songschrijver, die van wijn, lekker eten en mooie vrouwen hield. Wat een prachtige stem had die zanger. In die periode ben ik zelf ook wijn gaan drinken, iets wat ik tot dan nooit had gedaan. Kevin Ayers heeft rechtstreeks schuld aan mijn drankprobleem. De avond voor het interview moest Kevin Ayers playbacken voor een belachelijk Vlaams popprogramma – gelukkig ontsnapt de naam mij, waarschijnlijk dank zij al die Gewürzstraminer die ik toen dronk. Het wordt stilaan duidelijk hoe idioot ik wel was – en toch al vader. (Gezag heb ik nooit veel gehad, maar dit geheel terzijde.) In dat popprogramma trad Peter Koelewijn ook op. Peter Koelewijn in hetzelfde programma als Kevin Ayers! Postmodernisme avant la lettre… Later zijn we samen gaan eten in een goed restaurant ergens op het platteland. Kevin Ayers schrok er van de levende kreeften in het aquarium. Hij merkte ook op dat er druppeltjes gecondenseerd water van een roos in mijn glas wijn druppelden. Zoiets vergeet je natuurlijk niet. De volgende dag het interview. Ik denk dat er weinig popmensen zo intelligent en zo belezen waren in die tijd (1974) – en nu nog steeds. Meestal hebben die jongens en meisjes zeer weinig te vertellen. Het was een gezegende dag en een gezegend gesprek van een uur of drie. Fragmenten ervan hebben in Humo gestaan. Het was het debuut en meteen ook het einde van mijn carrière als popjournalist. Niet lang daarna heb ik nog iets geschreven over de moord van Mick Jagger en Keith Richard op Brian Jones. Dat had ik allemaal verzonnen. Maar het ziet er naar uit dat mijn verzinsels op zijn minst gedeeltelijk klopten. Overigens is Humo pas veel later samenzweringstheorieën gaan publiceren.

Ik heb er alleszins geen spijt van dat die carrière zo kort was. Popjournalisten leiden een leven van seks en drugs en rock & roll, veel meer nog dan de artiesten aan wie ze zulk leven toeschrijven. Aan mij is dat allemaal niet besteed, geef mij maar de bijbel, een fikse wandeling in de bergen en een glas water.