THUISKOMST

IMG_20191228_114955

Weer thuis en weer bij mezelf, na een lange periode van ziekte en vervolgens een maand beter worden in het zonnige en voor altijd verloren paradijs Valle Gran Rey. De vallei van de grote koning. Mijn laatste rit met de metro in Brussel deed ik op vrijdag 29 november. Het was opeens koud geworden, tegen het vriespunt. In het Kaaitheater zag ik die avond een aangrijpende voorstelling van en met Jan Decorte en Sigrid Vinks en met Lisah Adeaga: Body a.k.a. Flarden Macbeth, de tragische kern behouden maar tegelijk speels en soms zelfs tegen het vrolijke aan. Ontdaan van overbodig gewicht, uitgekleed, tot ascetisch ritueel herleid. Op het podium zag ik ernstige spelende kinderen. Ook in het ‘echte leven’ zijn kinderen bijna altijd ernstig als ze spelen. Een pollepel, een hamer, keien, een kom water, een spons. Schaarse woorden. Andy’s Chest van Lou Reed bijna onhoorbaar op een mobiele telefoon. Was het wel Andy’s Chest? Meer was er niet nodig om me te ontroeren. Om me het uitzonderlijke gevoel te geven dat dit leven niet helemaal waardeloos en zinloos is.

Diezelfde dag had ik voor mijn blog aflevering 14 van mijn reeks Nachten aan de kant afgewerkt. Toevallig was er een citaat uit Canto XIV uit Dante’s Inferno in beland, over de godslasteraar Capaneus en zijn woede en hovaardigheid. Een zeldzaam en veelzeggend woord, hovaardig. Trots, hoogmoedig. Boven de gewone stervelingen verheven (denkt hij), machtig (denkt hij). Zoals de maffia, de yakuza. Waar halen misdadige organisaties en misdadigers hun macht vandaan? Ze zaaien angst. Als je niet meer bang bent, zegt dokter Sanada in Akira Kurosawa’s Dronken Engel, dan hebben ze ook geen macht meer. Met de verdorven politici die ons bang maken voor elkaar is het net zo. Stop met bang voor ze te zijn. Luister naar je hart.

Op zaterdag, zondag en maandag lukte het mij nog om aflevering 15 van die reeks te beëindigen. Ik zat al enkele weken met mijn hoofd in Antwerpen in de periode 1978-1979, was geïnspireerd, er zouden nog zeker tien, mogelijk twintig korte hoofdstukjes volgen, portretten van oude vrienden en kennissen, herinneringen, lofzangen, odes, mogelijk ook wat verwensingen. Maar op dinsdag 3 december hield het op. Ik was zo ziek dat de dokter langs moest komen, iets wat ik zoveel mogelijk probeer te vermijden. Als kind heb ik dat maar al te vaak meegemaakt. Nu had ik opnieuw een stevige opstoot van astma, later bleek het een longontsteking te zijn. Dagen lang hoge koorts. Tussen het hoesten door probeerde ik te slapen. Antibiotica, cortisone. Voor Eric Andersen, Ultima Vez met Marc Ribot en L’homme de La Mancha moest ik verstek laten gaan, voor Zéro de conduite een vervanger of –ster zoeken.

2019-2020-LAGOMERA-canon 019

We hadden al in januari 2019 een verblijf geboekt in een appartement in Valle Gran Rey. Ik wilde geen oudejaarsnacht in Brussel meer meemaken, ik had genoeg van de pseudo-snipers, oorlog-achtige toestanden, brandende auto’s. In Valle Gran Rey zouden we daar aan ontsnappen. We zouden op 17 december vertrekken en er tot 18 januari blijven. Op 16 december was ik nog steeds ziek, maar het ging wel al beter. Mijn huisarts raadde mij aan om te vertrekken. Het zou me wel lukken, dacht hij. Hij gaf me een tiental medische maskers mee.
Als een zombie met een masker op vloog ik naar Tenerife en van daar op de ferry – nog altijd gemaskerd – naar La Gomera en onze eindbestemming, Valle Gran Rey. Volkomen uitgeput bereikte ik het appartement dat La Merica heet, genoemd naar de berg er net achter. Daar was Gloria, de eigenares (samen met haar man, Javier). Ze schrok toen ze me zag, bloedende lippen, lege ogen, en dan ook nog eens een baard. Ik zou zelf ook geschrokken zijn mocht ik me daar hebben zien binnenkomen.
De dagen in Valle Gran Rey waren er van stilte, rust, korte wandelingen, af en toe lekker eten, vooral vis en aardappelen, witte wijn drinken, heel veel slapen. Gelukkig had ik voldoende boeken bij en ’s avonds genoten we van onze muziek. Gloria had voor een Bose Sound Link gezorgd. Ze wist dat we muziekliefhebbers zijn. Ik had zoveel mogelijk liedjes op mijn slimme telefoon gezet en als de nood hoog was konden we een beroep doen op Spotify. Twee of drie keer deden we aan karaoke, een eenzame bedoening. Langzaam aan ging het beter met me. Maar lange tochten waren niet mogelijk. Ik was snel buiten adem en had behoefte aan slaap. Schrijven was onmogelijk. Maar overal rondom ons waren palmbomen, bananen, kippen, tortelduiven, meeuwen, talloos veel onverschrokken hagedissen; vanuit het raam zag ik de indrukwekkende berg La Merica, wat meer naar het Westen Eremita San Pedro en daarachter de eindeloze Atlantische Oceaan. De grote wereld, de kleine dingen en heel ver weg ongeveer vijftien of twintig procent Vlamingen – bang gemaakt voor de Walen, de socialisten, Greta Thunberg en de ‘vreemdelingen’ – die een eigen staat willen stichten. In Baarle-Hertog gaan ze dat doen, heb ik van horen zeggen. Goed dan.

2019-2020-LAGOMERA-canon 042
IMG_20200106_124346

Afbeeldingen: Agnes Anquinet, Martin Pulaski, Valle Gran Rey, 2019-2020.

 

FINIS GLORIAE MUNDI

ziekenhuis2011

Het voordeel van bijna dood te zijn en vooral van in coma te liggen is dat de tijd stil blijft staan. Zo komt het dat ik niet verjaard ben op mijn verjaardag, 2 juni, ondanks de honderden gelukwensen op facebook. Niet dat het de wereld of mijn eigen kleine leven verandert. Maar ik ben er toch tevreden mee: een jaar langer om te leven. Andy Warhol, waar ik vaak aan denk, heeft dat geluk niet gehad. Hij is voor een routineoperatie naar het ziekenhuis gegaan en is er wegens allerlei verwikkelingen niet meer levend uitgekomen. Hij was nochtans sterk. In juni 1968 overleefde hij een drietal kogels in de borst, afgevuurd door de gefrusteerde feministe Valerie Solanas. Warhol leek wel trots op die immense littekens op zijn borst, littekens van de incisies langs waar ze de kogels hadden verwijderd. Ondanks de lange en zware strijd die ik heb geleverd – je bent twee keer door het oog van een naald gegaan, zeggen mijn vrienden – heb ik maar een klein litteken, waar ik niet trots op ben.

Ik zit hier nu te herstellen en te hopen dat ik herstel, hoewel ik geen Volvo ben noch een BMW; ik ben een simpele mens, die er geen idee van heeft wat hem nog allemaal te wachten staat. Zal ik ooit nog bergwandelingen kunnen maken, zal ik nog kunnen dansen, zal ik feest kunnen vieren met mijn vrienden, ’s nachts in de straten van Brussel, Antwerpen, Cadiz, Porto, Barcelona, Berlijn verdwalen? Zal ik nog zonder angst voor de dood kunnen leven? Het leven is kort. Ik mag niet alleen aan feest denken, maar ook aan ernst, aan werk. Zal ik nog iets van al mijn onafgewerkte werk kunnen voltooien?

Groeten uit kamer 428

IK KEER DE DOOD DE RUG TOE

dood,ziekte,uz jette,shock,critical illness syndrome

Sinds 24 mei verblijf ik in het UZ Brussel. Mijn leven stond op het spel. Hevige darmkrampen, perforatie van maag en dunne darm, veel bloedverlies, moeilijke chirurgische ingreep met veel complicaties, ingewanden die tilt slaan, algemene bloedvergiftiging en shock, nierdialyse, kunstmatige ademhaling, anderhalve maand zonder eten,  veertien dagen in coma, wekenlang hallucinaties, critical illness syndrome… Ik vergeet wellicht nog een aantal aandoeningen.

Nu gaat het eindelijk wat beter. Ik heb sterk het gevoel dat ik herstel. Sinds zaterdag bevind ik mij in de afdeling revalidatie, zeker nog tot eind augustus.

Bezoek kan van half twee tot half acht. Kamer 428. Wel eerst een seintje vooraf. Ik mis mijn leven, de vriendschap, het schrijven, lezen, flaneren, facebook, mijn weblog, en meest van al mis ik mijn geliefde. Vanaf september zal ik veel moeten inhalen. Een nieuw leven opbouwen. De woorden terugvinden (ik ben er nu veel kwijt, achtergelaten in de donkere, koude coma).

Veel schrijven is voorlopig niet mogelijk. Dank aan mijn trouwe vrienden en lezers. Nu tijd voor het genezingsproces.