TEGEN HET WANTROUWEN

conte immoral

Op mijn vorige stuk, voornamelijk een lofzang op de schoonheid van sommige stemmen in film, muziek en – in de verbeelding dan wel – in de literatuur, kwam nogal bedenkelijk commentaar. Ik zou er niet op mogen reageren, maar ik kan het niet laten.

De commentator schrijft dat film en literatuur bedrieglijk zijn. In mijn stuk had ik het helemaal niet over de waarheid van film en literatuur. Iedereen doet wat hij wil, maar ik begrijp desondanks niet waarom deze man zijn ‘ideeën’ over de éne goddelijke waarheid uitgerekend onder mijn nogal religieus aandoende tekst komt plaatsen.
Hij schrijft dat ‘in films en literatuur op subtiele wijze aan de consument duidelijk wordt gemaakt wat en wie goed of kwaad is’. In één zinnetje maakt hij op zijn minst drie denkfouten. Dat is althans mijn overtuiging. Films en literatuur worden niet geconsumeerd. Ik ben geen consument van films en boeken. Ik lees en becommentarieer boeken, ik denk erover na; ik bekijk films, ik spreek erover, denk erover na, schrijf er soms iets over, laat mij er door inspireren, maak mij boos, et cetera. Ik ben geen consument van om het even welke vorm van kunst. Kunst opent mijn wereld (als kunst mij aanspreekt). Dat is één. Een tweede fout is de veronderstelling dat films subtiel zijn. Talloos veel films zijn allesbehalve subtiel. De moraal wordt er bij de ‘consument’ met veel gedreun en bombast ingeramd. Film made in Hollywood maar ook op andere plaatsen, met de goedkeuring van George W. Bush en de boekhouders van de Heer. ‘Literatuur’ is evenmin subtiel. Is Herman Brusselmans subtiel? Een gebrek aan subtiliteit is misschien wel zijn belangrijkste stijlmiddel. Een derde fout is het uitgangspunt dat literatuur, film en kunst zeer nauwkeurig gedefinieerd kunnen worden. Er zijn talloze literaturen, ook subtiele, zeer kleine en zeer grote. Gillles Deleuze en Félix Guattari hebben hier aandacht aan besteed, onder meer in verband met Kafka. Er zijn meerdere vormen van films, ook subtiele, ook zeer morele, ook immorele (denk aan Contes Immoraux van Walerian Borowczyk), ook amorele, etcetera. En ik zie zoveel verschillende soorten kunsten en kunstjes op tentoonstellingen en in musea dat ik er duizelig van word. De commentator ziet voornamelijk kunst ‘die een vuil spel kan spelen met het ethisch bewustzijn van de mensen’. Alsof, indien dat zo zou zijn, de mensen geen verweer hebben, geen kritisch vermogen, geen eigen ethica.

katholicisme,fanatisme,schoonheid,film,kunst,wantrouwen,literatuur,hypocrisie,denkfouten,hollywood,bush,moraal,guattari,deleuze,consumentisme

“Wantrouw dus de kunst – nog veel meer dan de politiek!” voegt hij er nog aan toe. En op die manier zet hij zijn handtekening, die van een ware katholiek. Want, zoals ik hier onder in een woede-uitbarsting al schreef, en ik blijf erbij, ook nu ik wat kalmer ben, in wantrouwen en paranoia zijn katholieken altijd heel goed geweest. Ze waren bijzonder vindingrijk in het stichten van paranoïde, vervolgende, mensverwoestende ordes. Ze hadden een zeer duidelijke moraal: die van de foltering en de brandstapel. Nu zijn hun vormen van repressie heel wat subtieler geworden. Het spijt me, maar dit moest me even van de lever.