OP ZOEK NAAR EEN VLAG DIE DE LADING DEKT

dagboek,journal,journaal,dagboeknotitie,kroniek,relaas,schrijfsel,aantekening,kenneth patchen,albion moonlight,henry miller,leuven,vriendschap,vriend,vriendin,boeken,sylvia plath,goncourt,george orwell,café,licht,pijn,verdriet,boosheid,gezelligheid,tekens,tekeningen,betekenis,begin,cultuur

Is het omdat ik herbegonnen ben met een soort van dagboeknotities dat ik gisteren drie dagboeken heb gekocht? Ik was in Leuven om er met een goede vriend enkele aangename uren door te brengen, pratend over de films die we onlangs hebben gezien, boeken die we hebben gelezen, en bijwijlen ook, als het niet anders kon, over politiek. Als ik in Leuven ben ga ik meestal even bij De Slegte binnen en soms ook bij Fnac. In Brussel is er al een tijd geen De Slegte meer, en de afdeling Nederlandstalige literatuur in de Fnac in de hoofdstad wordt elke dag wat kleiner. En zo kwam het dat mijn oog viel op de dagboeken van Sylvia Plath, Edmond en Jules de Goncourt en George Orwell.
De aankoop houdt met mijn eigen dagboeknotities geen verband. Mocht ik science-fiction schrijven of, om in mijn levensonderhoud te voorzien, Vlaamse pornofilmkens maken, zou ik deze werken ook aangeschaft hebben.
Overigens mag het wel duidelijk zijn dat mijn schrijfsels geen ‘echte’ dagboeknotities zijn. Indien dat wel het geval was zou ik ongetwijfeld schrijven over mijn vriend J. (met wie ik gisteren in Leuven een afspraak had), over hoe hij eruitziet, wat hij me vertelt, zijn fysieke conditie, de kleur van zijn jas, en zo meer; en ook zou ik het hebben over S. (bij wie we zondagmiddag op visite waren) en haar man en haar twee kinderen en de taartjes en de koffie en de kleur van de pas geverfde muren en de buren en zo meer. Wat ik duidelijk niet doe. Dus dit is geen dagboek. Maar wat is het dan wel?

Vorige nacht zat ik met R. en G. in een ouderwets café, zo een waar alle mogelijke soorten mensen iets komen drinken, een beetje zoals de Cirio maar beter verlicht en met minder pluche. We zaten aan het raam in het felle zonlicht. Al gauw zag ik dat R. ontevreden was over iets. Had ik iets verkeerds gezegd, was er iets mis met de kleur van mijn hemd? Ondanks het zonlicht was haar aangezicht in schaduw gehuld. Haar ogen, waar ik de glinstering en zachtheid in zocht die ik er altijd in zie, hadden iets hards gekregen, iets vijandigs. Weinig doet meer pijn dan de boosaardige blik van iemand die je als je beste vriendin beschouwt. Ze was echter nog niet bereid om te zeggen wat haar zo stoorde. Wel ging ze wat verder weg van me zitten, alsof ze al niet meer bij ons gezelschap hoorde, alsof ze zich al voor ons schaamde. ‘Kun jij nu nooit eens een plek kiezen die een beetje van deze tijd is, een beetje modern”, riep ze uit. “Want jij met je gezelligheid altijd!”.

kenneth patchen.jpg

Hoewel ik soms wat droomrafels onder woorden probeer te brengen is dit toch ook geen nachtboek. Ik heb al eens geschreven dat hoochiekoochie een ‘kroniek’ is, maar dat was bluf. Ik vond dat het woord goed klonk en de verwijzing naar Bob Dylans ‘Chronicles Volume One’ streelde mijn ego. Voor een deel dekken ‘kroniek’ en ‘relaas’ wel de lading. In het Engels heb je naast ‘diary’ ook nog ‘journal’. Misschien komen deze geschriften meer in de buurt van zo’n ‘journal’? Ik denk dan onder meer aan het waarschijnlijk al wat vergeten kleinood ‘The Journal Of Albion Moonlight’ van Kenneth Patchen. Over ‘Albion Moonlight’, het alter ego van Patchen, schreef Henry Miller dat hij “de meest naakte man [is] die ik ooit in de literatuur ben tegengekomen.” Kenneth Patchen brengt waarheidsgetrouw, onbevreesd verslag uit van het leven van zijn hoofdpersonage. Zo wil ik eigenlijk ook over mijn hoofdpersonage schrijven, het personage dat ik tegelijk zelf ben en niet ben. Ja, ‘Het dagboek van Albion Moonlight’ (titel van de vertaling door John Vandenbergh’) is een goed voorbeeld. Maar het woord ‘journaal’ is onbruikbaar. Weet je wat, ik zal het bij ‘aantekeningen’ houden. Daar kan ik alle kanten mee uit, zelfs die van de tekens en de tekeningen. Is onze cultuur niet begonnen met tekeningen?

[Als titel had ik eerst ‘Op zoek naar een vlaag die de landing denkt’, maar dat was wat vergezocht. Dat was weer ander proza.]

albion moonlight.jpg

 

BIG BROTHER EN HET HELE SPEKTAKEL

george-orwell

Wat nu volgt vloeit voort uit een een schitterende beschouwing die ik las bij Marco Zuidpolo (marcozuidpolo.skynetblogs.be) . Zijn stuk gaat in hoofdzaak over wie of wat bepaalt wat we denken en doen. Volgens hem zijn vooral de media een beslissende factor. De huiveringwekkende Big Brother uit Orwells 1984 is werkelijkheid geworden.

Het vermakelijke – of net niet – is dat Big Brother nu een mediaspektakel is. Velen onder ons vinden het aangenaam dat ze aan dat grote oog dat alles ziet overgeleverd zijn. Velen onder ons vinden het een aangenaam tijdverdrijf om beledigd en bespot te worden (want als een andere mens wordt beledigd of bespot, word je zelf ook beledigd of bespot). Toch weet ik niet of de media de ware schuldigen zijn, als er al van schuld sprake kan zijn. Zakenwereld, politiek en media zijn met elkaar verweven. Het is het welbekende Empire (van Michael Hardt en Antonio Negri). Wat we zien – of net niet zien – is een groot spektakel, waar alles zijn plaats vindt. Ook onze kritiek, onze tegendraadsheid is er wellicht onderdeel van. Ik ben pessimistisch geworden, wat dat betreft. Toch denk ik – en nu spreek ik mezelf tegen – dat we nog kunnen ontregelen, storen, maar ik weet ook niet goed hoe. We moeten er over nadenken. Ieder voor zich, maar ook samen, zoals we nu al doen. Het historisch besef is belangrijk: bijvoorbeeld hoe Marco Zuidpolo een hele reeks mediafenomenen op een rijtje zet, terwijl wij die misschien al grotendeels vergeten zijn.

Ik heb me gedeeltelijk onttrokken aan het spektakel. Ik heb geen abonnement meer op de krant (en lees er ook geen meer), op televisie kijk ik alleen naar films, die ik zelf selecteer, nooit op het moment dat ze worden uitgezonden. Toch koop ik boeken en cd’s – en zo laat ik me weer vangen. In plaats van zelf boeken te schrijven en zelf muziek te maken. Maar wellicht zou ik dan kakelen als een vrij rondlopende kip. Terwijl ze zo lekker smaakt, goed gekruid, gemarineerd in rode wijn. Wat ik wilde zeggen, ik lees geen kranten meer, kijk nooit naar het journaal, luister niet naar de radio – maar die onthouding heeft weinig zin. Ik weet dat Justine Henin gewonnen heeft. Dat vandaag het wereldkampioenschap begint, enz. Bovendien heb ik door mij van het spektakel te isoleren nog maar weinig inspiratie. Als ik niet weet wat er gebeurt kan ik er mij ook niet tegen verzettten. De rest is voor vanavond, of morgen. Of overmorgen.