ODE AAN DE GROOTSTAD EN DE RIJPE LEEFTIJD

shaving preparations # 6

Op mijn eigenzinnige wijze baan ik mij een weg door het leven. Ik ben geen vrolijke jongen, dat weet ik. Ongetwijfeld helpt mijn eigenzinnigheid tegen een gebrek aan vrolijkheid, tegen teveel levensernst, tegen een te hoge zuurtegraad, ongetwijfeld helpt mijn eigenzinnigheid me om donkere dagen te doorstaan. (It’s been a blue, blue day, zingt Ian Matthews…) Martine, een bezoekster van deze blog, schrijft “dat het leven inderdaad niet altijd een pretje is, maar dat er veel aan onszelf is gelegen om het zo aangenaam mogelijk te maken.” Ze heeft gelijk. We mogen niet toestaan dat anderen ons het leven zuur maken. Domme of vijandige woorden mogen ons niet van ons stuk brengen. Onze huid moet dik zijn, figuurlijk dan wel. De vraag is wel hoe je zulke dikke huid krijgt, als je geboren bent met een dunne? Het zij zo. We mogen al evenmin berusten in onze zwaarmoedigheid (of er een aangenaam tijdverdrijf van maken). There’s more to the picture than meets the eye…

Ik had het in mijn vorige tekst over de onaangename kanten van de grootstad, over de vervreemding, de vervuiling, het feit dat je er vaak onzichtbaar bent. Maar ik wil er toch ook op wijzen dat ik zielsveel van grote steden houd, ook van Brussel. Alleen al bij het horen van stadsnamen als Berlijn, Boedapest, Wenen, Lissabon en New York krijg ik een warm, hunkerend gevoel. Ik zou meteen een hotel en een vlucht willen boeken en mijn koffers pakken. Het moet snel gaan, een vliegtuig vliegt niet snel genoeg! Nu, onverwijld, wil ik over Broadway lopen, langs The Strand, er een half uur of zo wat van die fraai ingebonden Amerikaanse boeken doorbladeren; de geur van de Oranienburgerstrasse opsnuiven, een groot glas Tsjechisch bier drinken in café Oranium; door de straatjes van Alfama slenteren, en er ergens in de schaduw inktvis eten, ik hoor de droeve stem van Mariza al op de achtergrond weerklinken; of op een Weens plein koffie zitten drinken, een glas Grüner Veltliner mag ook.

Zonder de sfeer en de mogelijkheden die een grootstad biedt zou het leven voor mij nog veel minder zin hebben. Dat geldt ook voor Brussel. Als de zon schijnt begeef ik me hier graag tussen de mensen, ook al begroeten ze me niet; ik ga naar toneelvoorstellingen in het Kaaitheater, de KVS of Les Brigittines, naar concerten in het Koninklijk Circus, de AB en de Botanique – en naar de bioscoop (hoewel dat lang geleden is). Ik heb me al vaak afgevraagd tot wanneer ik naar de Botanique en de AB en zo zal gaan. Tot het bittere einde misschien? Maar ik zal als halfkale grijsaard zeker vreemd bekeken worden door de mooie jonge goden. Wat maakt het ook uit: daar zal ik niet wakker van liggen.
In Brussel zijn talloos veel winkels waar je tweedehands boeken of platen kunt kopen. Gisteren heb ik in de Fnac een prachtig boek over Paula Rego aangeschaft. Eergisteren voor een prikje bij de Slegte een zeer mooie uitgave van George Eliots Middlemarch, een kanjer van een boek, moeilijk om in bed te lezen, dat wel.

Van leeftijd gesproken. Gisteravond in de metro naar huis ben ik beledigd en gecharmeerd tegelijk: een jonge vrouw vroeg me of ik niet op haar plaats wilde zitten. Ik schrok even, maar heb toch bijna meteen ja gezegd, dan kon ik verder lezen in Restless, van William Boyd, dat nogal meeslepend is. Ik ging ervan uit dat het lieve en aantrekkelijke meisje aan de volgende halte zou uitstappen en vond haar vraag getuigen van charme en hoffelijkheid, twee eigenschappen die ik erg mis in deze stad. Ze bleef echter zeker nog een tiental minuten (zeven haltes) staan. Nu is het bewijs geleverd dat ik echt een oude man ben. Ik zal dan toch wel duidelijk zichtbare rimpels hebben (die ik in de spiegel niet zie) ofwel zie ik er heel ziekelijk uit, dat is ook mogelijk. Als ik die man mijn plaats niet afsta valt hij zodadelijk over mij heen, heeft ze misschien gedacht. Wie zal het zeggen… Ik heb niet haar naar haar beweegredenen gevraagd.

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret.

BOB DYLANS THEME TIME RADIO HOUR

ThemeTime

Ik luister naar Theme Time Radio Hour met als presentator deejay Bob Dylan. Het thema van het programma is dit keer ‘ogen’ (Ik beluister de programma’s in willekeurige volgorde). Wat Dylan vertelt over de muzikanten en de muziek is onovertroffen poëzie, en ik gebruik dat woord niet onnadenkend. Alleen al de stem – de intonatie, het timbre, de klankkleur, de consonanten en dissonanten, het gefluister, de ironie, de speelse ernst en fijne nuances. Dan heb ik het nog niet over de muziekkeuze. Misschien ligt die voor ons wat voor de hand, maar voor de fans van Black Eyed Peas, Belle Perez en andere hedendaagse ‘sterren’ valt er ongetwijfeld veel te ontdekken. Misschien opent Dylan voor hen wel een doos van Pandora? Het Theme Time Radio Hour als geheel, met de presentatie, de stukjes dialoog uit films, de songs (met veel aandacht voor de teksten), de bijbel- en literatuurcitaten, de lijstjes, is een kunstvorm die nog geen naam heeft. Het is een vorm die sterk aanleunt bij poëzie, luisterspel, vertelling, perfomance en theater.

De luisteraar krijgt gedurende de show Chuck Berry’s Brown Eyed Handsome Man te horen (met een treffend citaat uit de song). ‘If you want to give rock and roll another name, call it Chuck Berry’, zegt Dylan nog. Over Jimmy Martin leert hij dat deze muzikant bij Bill Monroe’s Bluegrass Boys zong en vorig jaar overleden is. Jimmy Martin zelf heeft het over “20/20 vision and walking around tired”.
Dylan noemt zijn vriend Van Morrison George Ivan en citeert een lang fragment uit Brown Eyed Girl.

Ik wil hier niet alle songs opsommen maar een speciale vermelding verdient zeker wel Al Martino’s Blue Spanish Eyes, met een verwijzing naar the Godfather (stukje dialoog).
Na Sonny Boy Williamsons Eyesight To The Blind, gecoverd door the Who op Tommy, wordt de luisteraar verwend met een lijstje van blinde blueszangers; volgens Dylan hadden ze allen een perfecte visie. George Jones, zo verneemt de aandachtige luisteraar bezit onder meer een worstenfabriek. En ‘George’s drinking was legendary’, zegt Dylan. Dat is geen breaking news, maar we horen het hem toch graag zeggen. Nick Lowe was gehuwd met de stiefdochter van Johnny Cash, Carlene Carter. Bij een lied van Wynonie Harris geeft Dylan een aantal mogelijke oorzaken van bloeddoorlopen ogen. Het is duidelijk dat hij uit ervaring spreekt.The Flamingos (met I Only Have Eyes For You) noemt Dylan The Flaming O’s. Dylan is ernstig maar tegelijk erg geestig en, ja, onnozel, wat een ander woord is voor onschuldig. Op de dag van de onnozele kinderen worden de door Herodes vermoorde kinderen herdacht. Ook al is het helemaal niet zeker dat de slachtpartij echt heeft plaatsgevonden.
Maar heel zeker is the Theme Time Radio Hour een genot voor het oor en een streling voor de ziel.