SANTA FE

santa fe 003.jpg

Voetnoot bij ‘Winter In Antwerpen’.

Ja, die Santa Fe Railway staat daar niet zomaar. Begin jaren negentig, ongeveer tien jaar na de periode waarin ‘Winter In Antwerpen’ gesitueerd is, zag ik die legendarische trein voor het eerst, ik geloof in Flagstaff. In die stad, niet ver van de Grand Canyon, bevindt zich een knap treinstation, dat in nogal wat films voorkomt, onder meer in ‘The Getaway’ van Sam Peckinpah. De treinen in de VS zijn vaak traag, ik vermoed ook de Santa Fe. Precies vanwege die dubbelzinnigheid (traag-snel) heb ik  ervoor gekozen. De snelheid van de nacht is ook zo dubbelzinnig. Als je in zo’n roesachtige toestand zit zoals de personages in mijn verhaal gaat alles snel en traag tegelijk. Maar Santa Fe heeft ook iets onvatbaars, zoals een winternacht. En tegelijk is het een verwijzing naar Americana, zoals bijna alles in het verhaal. ‘Winter in Antwerpen’ is mijn poging om een Amerikaans verhaal te schrijven, maar dan wel op z’n Antwerps. Al gaat het over Limburgse immigranten die in Brussel bevriend zijn geraakt.


Foto: Martin Pulaski – Santa Fe-treinen, Flagstaff, Arizona, 14 september 1993.  

DROOM VAN EEN DROMER

alanladd

Ik droom dat je hier bent en dan verlies ik je aan de wereld; je verdwijnt tussen miljoenen vreemde mensen die allemaal hetzelfde zeggen. Die allemaal hetzelfde herhalen.
Weer wakker spring ik uit bed en ga je zoeken, ik moet je vinden, om met je te praten over verloren schatten. Dat ik met je praatte over verloren schatten, herinner ik me nog van die dagen lang voorbij, toen je dicht bij me was. Die lang vervlogen dagen.

Er was eens een tijd dat we zoet waren en lief voor elkaar, maar wetten en oorlogen en de mensheid drongen zich tussen ons in. En in onze tuin stierf een boom. In de zomer zag ik zijn takken branden, zoals een weduwe naar de zonsondergang kijkt. Ik zag zijn takken branden en de zon ging onder.

Ik droom dat je er bent, in hetzelfde hotel als ik. In dezelfde kamer in een hotel in Flagstaff, Arizona. We ontbijten, drinken melk met honig in, en praten over de fijnste dingen die het leven kan bieden. Samen zingen we de mooiste liederen. De mooiste liederen die we kennen.

Foto: in het Monte Vista hotel, Flagstaff, Arizona.

GRAND CANYON (1993)

agnes, grand canyon 1993

Ik herinner me de dag dat we de Grand Canyon bezochten. Dat was op 15 september 1993. We logeerden in het Monte Vista Hotel in Flagstaff, Arizona. Elke kamer droeg de naam van een filmster; heel toevallig sliepen wij in een vertrek dat genoemd was naar de held uit mijn kinderjaren, Alan Ladd (vooral bekend uit de klassieker van George Stevens: ‘Shane’). Van Flagstaff naar de Grand Canyon is het nog een heel eind. De Nava-Hopi Indianen exploiteren gelukkig een buslijn, zodat het niet veel moeite kost om er te geraken. Een mooie rit door de bossen. En dan kom je daar aan en dan ligt daar uitgestrekt als een wonder die gigantische kloof die je de adem beneemt. Overigens geeft de hoogte je ook al een ijl gevoel in het hoofd. Het valt niet onder woorden te brengen wat er allemaal door je heen gaat als je aan de rand van die afgrond staat, of als je het pad naar de bedding afdaalt. Ik weet nog dat we liters water hebben gedronken en dat we niet helemaal tot beneden geraakt zijn; we moesten op tijd weer boven zijn voor de bus terug naar Flagstaff. Tijdens die terugrit was het al donker. Nu geloof ik helemaal niet in UFO’s, maar die avond zagen wij aan de hemel een zeer vreemd oplichtend voorwerp. Niemand van de Amerikanen in de bus wist wat het was, iedereen was verbaasd en werd er sprakeloos van. Het vliegend voorwerp was vrij lang te zien, zeker een kwartier, het was duidelijk geen vliegtuig of helikopter. We zullen nooit weten wat het dan wel was.

De volgende avond trad Dwight Yoakam in Flagstaff op in het grote stadion, een concert dat ik al evenmin als de Grand Canyon snel zal vergeten. Rechts naast me zat een Indiaan, die me een ongemakkelijk gevoel gaf, vooral omdat hij er zo macho uitzag, met de benen wijd open in zijn zitje, waardoor ik zelf niet veel plaats had. Later, tijdens de pauze, raakte ik met hem aan de praat. Het was een opmerkelijk vriendelijke man, nieuwsgierig naar waar we vandaan kwamen en wat we deden. Zijn vader werkte in het Museum voor Amerikaans-Indiaanse kunst. Hij was een grote fan van Dwight Yoakam. Alle Indianen houden van countrymuziek, zei hij.

 

Foto: Martin Pulaski.