ZERO DE CONDUITE: DEPARTURES

Tony Allen

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur met zachte hand in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Without going out of my door / I can know all things of earth /  Without looking out of my window / I could know the ways of heaven / The farther one travels / The less one knows.

Vanavond vertrekken we. We reizen af naar voor westerse popmuziek minder voor de hand liggende regio’s. Eerst willen we nog even ademhalen onder de blauwe hemelen van het Verre Westen, dat van onze kinderdromen. Daar doemt het ons al wat beter bekende Iowa op. Kijk daar, dat is Chief White Cloud. Met Barry Brown, Queequeg en Cherie O. Baby varen we naar Jamaica, waar je net niet uit een palmboom valt (na het drinken van ettelijke Negroni’s, ja die hebben ze in Kingston ook). In het gezelschap van Christa Päffgen en een koppige ezel trekken we van Ibiza naar de rand van een donkere woestijn. De nacht is ingevallen. Geen enkele ster, zelfs geen tweelingen. We zwerven door het roemruchte Transsylvanië, geen Graaf Dracula noch een Nicolae Ceaușescu te bespeuren, en ontdekken de stad Cluj-Napoca. Heel wat verder nog ligt Chiang Mai, de grootste stad van Noord-Thailand.

Samen met met Gigi, alias Ejigayehu Shibabaw, ontdekken we Ethiopië. Nusrat Fateh Ali Khan laat ons het eeuwenoude gezang van Pakistan horen, al klinkt het eerder eigentijds, waar we ook Arooj Aftaab terugvinden. Met Judy Nylon en Patti Palladin (Snatch) verwijlen we even in de jungle van Judy. Of bestaat die niet langer? Met Geeta Dutt, de godin van Bollywood, bereiken we buurland India, waarna we naar Europa terugkeren. Met Hope Sandoval eten we Beiers vruchtenbrood, in Londen luisteren we naar een lied van William Blake (dat ik toen ik jong was graag mocht reciteren, mezelf begeleidend op een Japanse Gibson gitaar), en met Neil Young nemen we afscheid van diezelfde bard. In Griekenland luisteren we in een illegale bar naar rembetika, in Frankrijk weerklinkt chanson, wat wil je, en romantisch gezang over de schone van Cadiz. Jacques Brel herinnert ons aan onze Noordzee. Met David Lynch stijgen we naar de hemel op, waar we oog in oog komen te staan met de Engelse componist en virginalist Giles Farnaby. Met Jeff Tweedy reizen we naar het Oosten van het Westen en samen met hem en zijn vrienden logeren we in het New Yorkse hotel Chelsea. De mooie en tragische heldin Edie Sedgwick doet ons even terugdenken aan Dylan Thomas en aan de Arabische drums in Sad Eyed Lady of the Lowlands en neemt dan voor altijd afscheid van ons. We zijn weer thuis, zoals Wim T. Schippers dat zo mooi kon zeggen.

Veel reis- en luisterplezier.

Nusrath Fateh Ali Khan

Arc Of Flight – Bruce Kaphan – Slider – Ambient Excursions For Pedal Steel Guitar – Bruce Kaphan

Better Things To Think About – Ry Cooder – The Long Riders: Original Motion Picture Soundtrack – Trad. Arr. Ry Cooder

Early Morning Song – Bridget St. John – Songs For The Gentle Man – Bridget St John

My Only Child – Nico – Desertshore – Nico

Mon père disait – Jacques Brel – Jacques Brel 67 – Brel, Jacques

On My Way To Kolozsvár Town – Muzsikás – Blues For Transylvania – Trad.

Femme Fatale – Tracey Thorn – A Distant Shore – Tracey Thorn

Salad Days – Young Marble Giants – Colossal Youth – Stuart Moxham/Alison Statton

Trial by Fire – Snatch – Snatch – Nylon/Palladin

Spend, Spend, Spend – The Slits – Cut – Arianne Foster/Viviane Albertine/Paloma Romero/Tessa Pollitt

Hollow Music – Fred Frith – Guitar Solos – Fred Frith

The Dogs Outside Are Barking – Arthur Russell – Iowa Dream – Arthur Russell

Above Chiangmai – Brian Eno & Harold Budd – Ambient 2: The Plateaux Of Mirror – Brian Eno

Hello, Are You There? – Jeff Tweedy – Chelsea Walls – Jeff Tweedy

Time For You To Leave, William Blake.. – Neil Young – Dead Man Soundtrack- Neil Young

How Sweet I Roamed – Acetone – 1992-2001 – Acetone

Drop – Hope Sandoval & The Warm Inventions – Bavarian Fruit Bread – William Reid

Moyege – Tony Allen – Lagos No Shaking – Tony Allen

Tew Ante Sew – Gigi – Gigi – Ejigayehu Shibabaw

Far East – Barry Brown – Reggae Anthology: The Channel One Story  – Barry Brown

Mustt Mustt – Nusrat Fateh Ali Khan – Mustt Mustt – Nusrat Fateh Ali Khan

Diya Hai – Arooj Aftab Feat. Badi Assad – Vulture Prince – Arooj Aftab

Within You, Without You (Instrumental) – The Beatles – Anthology 2 – George Harrison

Na Jao Saiyan – Geeta Dutt – Golden Voices From The Silver Screen – Hemant Kumar

Sti Filaki (In de gevangenis) – Rosa Eskenazi – Rembetika – Songs Of The Greek Underground 1925-1947 – Rosa Eskenazi

We Are Normal – Bonzo Dog Doo-Dah Band – The Doughnut In Granny’s Greenhouse – Neil Innes/Vivian Stanshall

Dog Better Than Man – Viper – Soul Jazz Records Presents: Calypso: Musical Poetry In The Caribbean 1955-69 – Viper

Zing! Went The Strings Of My Heart – Lew Stone & His Band – Pennies From Heaven – James F. Hanley

A Guy What Takes His Time – Mae West – Movie Music: The Definitive Performances – R. Rainger

La môme caoutchouc – Jean Gabin – Les plus belles chansons du cinéma – Carl Maria Von Weber/Maurice Yvain

La belle de Cadix – Luis Mariano – Les plus belles chansons du cinéma – Françis Lopez/R. Vincy/Marc-Cab/M. Vanda

In Heaven (Lady In The Radiator Song) – David Lynch & Alan R Splet – Eraserhead Original Soundtrack – Peter Ivers/David Lynch

Scorpio’s Theme – Lalo Schifrin – Dirty Harry: Music From The Motion Pictures – Lalo Schifrin

Sing Swan Song – Can – Ege Bamyasi – Can/Damo Suzuki/Holger Czukay/Irmin Schmidt/Jaki Leibezeit/Jaki Liebezeit/Michael Karoli

Room 101 – Chrome – Red Exposure – Helios Creed/Damon Edge

Giles Farnaby’s Dream – Penguin Cafe Orchestra – Preludes Airs & Yodels – Simon Jeffes

Dirty Old Town – Ewan MacColl – An Introduction To Ewan McColl – MacColl

Turn The Whole World On Just For A Moment… – Edie Sedgwick – Ciao! Manhattan –  Edie Sedgwick

The White Cloud, Head Chief of the Iowas


Samenstelling en research: Martin Pulaski

ZERO DE CONDUITE: EEN WANDELING IN HET PARK

Serralves, Porto. 11 november 2012


Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Onbevooroordeelde muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: It’s just a rumour that was spread around town / Somebody said that someone got filled in / For saying that people get killed in / The result of this shipbuilding / With all the will in the world / Diving for dear life.

Bij de samenstelling van deze aflevering van Zéro de conduite stelde ik me voor dat ik in een mooi park wandelde, Hampstead Heath in Londen bijvoorbeeld, en dat de gedachten, dagdromen en invallen die er tijdens die wandeling in mijn hoofd zouden opkomen begeleid zouden worden door songs. Of dat ze mijn gedachtestroom – zeker in het geval van gepieker over armoede, ziekte en dood – zouden doorbreken. Van welke liedjes ik in mijn denkbeeldig park tijdens mijn fantasmagorische wandeling graag wilde horen maakte ik een lijst: liedjes voor een wandeling in het park. Het is geen platonische lijst geworden met daarin de absoluut allermooiste liederen voor zo’n promenade; dat zou onmogelijk geweest zijn. Niemand kan vrijblijvende lijsten maken. We leven in onze eigen tijd en worden of we het nu willen of niet op elk ogenblik beïnvloed door wat ons omgeeft. Een uitgesproken inspiratiebron was een interview met de begenadigde bass explorer Danny Thompson – uit Battersea, waar het romantische Battersea Park met de London Peace Pagoda is gelegen – in het maandblad Mojo. Danny Thompson is 83 maar zijn geest (brain) is nog 18, zegt hij. Hij speelde contrabas bij talloze legendarische muzikanten en bands, waaronder John Martyn, Pentangle, Tim Buckley, Nick Drake, Richard Thompson, Incredible String Band, Paul Weller en Kate Bush. Op die manier zijn er nogal wat nummers waarop Danny Thompson de contrabas hanteert in de lijst binnengeslopen. Met dank aan interviewer Tom Doyle. De meeste songs voor deze wandeling mogen met enige ironie easy listening worden genoemd, al zijn ze dat soms op een wat perverse manier. En er is natuurlijk op de achtergrond – die soms voorgrond wordt – de oorlog. Vandaar de traditional Oh Death, Elvis Costello’s en Clive Langer’s Shipbuilding, Jeff Tweedy’s War on War en zelfs All The Neon Lights Are Blue van de o zo miskende zanger en componist Mickey Newbury. Tim Buckley’s The Earth Is Broken (live in Londen) spreekt dan weer boekdelen over wat wij met de aarde hebben gedaan. Dat stel je zelfs vast als je in het allermooiste park je zorgen probeert te vergeten, luisterend naar het gekwinkeleer van de vogels of plots oog in oog staand met een prerafaëlitische engel. Wandelend in een park kun je verlangen naar een andere wandeling in een ander park, of in een paradijselijke tuin, zoals die van Serralves in Porto. Wat in deze pastorale aflevering zeker niet mocht ontbreken is Walk in the Park van Victoria Legrand en Alex Scally, beter bekend als Beach House.

Veel luisterplezier.

Opgedragen aan Danny Thompson. Long may you run.

Hampstead Heath, Londen. 25 juni 2014

The Earth Is Broken – Tim Buckley – Dream Letter: Live In London 1968 – Tim Buckley

Summer Dress – Ryley Walker – Primrose Green – Ryley Walker

Absinthe – Beth Orton – Comfort Of Strangers – Beth Orton

Sleeping Me Awake – James Elkington – Ever-Roving Eye – James Elkington

Summer Heat – Bert Jansch – When The Circus Comes To Town – Bert Jansch

Lord Franklin – Pentangle – Cruel Sister – Trad. arr. B.Jansch/J.Renbourn/D.Thompson/T.Cox/J.McShee

In A Crowd – The Modern Jazz Quartet – The Sheriff – John Lewis

Solid Air – John Martyn – Solid Air – John Martyn

River Man – Nick Drake – Five Leaves Left – Nick Drake

Os Dias São À Noite – Madredeus – O Paraíso – Pedro Ayres Magalhães

Shipbuilding – Robert Wyatt – Panic – Elvis Costello/Clive Langer

In Florida – Jake Xerxes Fussell – Good And Green Again – Jake Xerxes Fussell

The Mad Hatter’s Song – Incredible String Band – The 5000 Spirits Or The Layers Of The Onion – Robin Williamson

Alabama Bound – The Charlatans – The Amazing Charlatans – Traditional

Oh Death – Kaleidoscope – Side Trips – John William Reedy

All The Neon Lights Are Blue – Mickey Newbury – Blue To This Day – Mickey Newbury

Journey in Satchindananda – The Third Mind – The Third Mind – Alice Coltrane

Never Learn Not To Love – The Beach Boys – 20/20 – Dennis Wilson/Charles Manson

Sylvia Said [1995 Remix] – John Cale – Fear – John Cale

In My Other World – Julee Cruise – The Voice Of Love – Julee Cruise/Louis Tucci

Walk In The Park – Beach House – Teen Dream – Alex Scally/Victoria Legrand

Constellation – Calexico – El Mirador – Joey Burns

Mount Airy Hill (Way Gone) – Kurt Vile – (watch my moves) – Kurt Vile

Listen To Me – Micah P Hinson – All Dressed Up And Smelling Of Strangers – Charles Hardin/Norman Petty

Surfin’ USA – The Jesus And Mary Chain – Darklands [Disc 2] – Chuck Berry/Brian Wilson

Little Honda – Yo La Tengo – I Can Hear The Heart Beating As One – Mike Love/Brian Wilson

War On War – Low – Wilco Covered – Tweedy

End of the Season – The Kinks – Something Else by the Kinks – Ray Davies

Edie Sedgwick – Turn The Whole World On Just For A Moment… – Ciao! Manhattan – Edie Sedgwick

Hampstead Heath, London. 25 juni 2014


Research, samenstelling en foto’s: Martin Pulaski

EEN ONTMOETING MET EDGAR ALLAN POE

Poe xxx

“Elementary penguin singing Hare Krishna
Man, you should have seen them kicking Edgar Allan Poe.”
John Lennon

“Gisteren na de lunch lag ik wat te rusten. Opeens dacht ik dat het misschien een goed idee zou zijn om een soort van ‘geestelijke’ genealogie uit te werken. Autobiografisch werk dat op zoek gaat naar de wortels van een bestaan moet niet noodzakelijk het leven en de wederwaardigheden van ouders, grootouders (familie) behandelen. Iets wat auteurs als Amos Oz en, dichter bij huis, Stefan Hertmans, wel al voortreffelijk hebben gedaan. Naast tientallen, honderden andere schrijvers van autobiografische geschriften.”
Dit schreef ik op 10 oktober 2013. Ik voegde eraan toe dat het maar een vluchtig idee was, de aanzet tot een project dat ik waarschijnlijk niet helemaal zou uitwerken.

De voorbije weken ging mijn aandacht naar een aantal boeken en schrijvers die ten dele mijn wereldbeeld hebben beïnvloed en zelfs bepaald. Daar wil ik nu wat dieper op ingaan. Het is mij hier niet zozeer om mijn favoriete boeken te doen: die zijn voor een groot deel pas in mijn leven opgedoken toen mijn karakter al vaste vormen had aangenomen en er nog maar weinig met mij aan te vangen was. Hoewel mijn ‘geest’ vermoedelijk nog voldoende soepel was om er favoriete boeken in op te slaan. Overigens is een uitspraak als ‘de beste boeken ooit gelezen’ erg relatief: een mens verandert, er komen uitverkoren boeken bij, andere verliezen hun plaats op de erelijst.

eisden-sinterklaasDe eerste schrijver die in dit overzicht op het raam komt kloppen is Edgar Allan Poe. Ik kwam zijn naam voor het eerst tegen in een deeltje van de jeugdencyclopedie ‘Zoek het eens op’. Ik heb het boek, dat ik als cadeau kreeg van de brave sint in het internaat van het Koninklijk Atheneum te Eisden, al lang niet meer in mijn bezit. Je trof er allerlei wetenswaardigheden in aan over wetenschappen, kunst, ontdekkingen en geschiedenis. Zo kwam je merkwaardige dingen te weten over de kruisboog, de geschiedenis van de hoed, eekhoorntjes, vogelbekdieren, Lord Byron, de aardbei, het magnetisme, het paard van Troje, sprinkhanen, Molière, George Gershwin, de tomaat, de jacht op groot wild, Igor Stravinski en het kunsthart. Ik vraag me af welke logica werd gehanteerd bij de selectie van die onderwerpen. Maar goed, zo kwam ik dan toch Edgar Allan Poe op het spoor (en won ik bij de meeste quizzen waar ik in die tijd aan deelnam). Wat er precies in de korte biografie stond weet ik natuurlijk niet meer en mocht ik het wel nog weten zou het waarschijnlijk niet waar zijn. Wat ik me wel nog herinneren kan, is dat ik bij het zien van de afbeelding van de dichter en het lezen van de ongetwijfeld schaarse informatie erg nieuwsgierig werd. Meer nog: ik kreeg het gevoel dat ik mezelf zowel in het verleden als in de toekomst ontmoette. Daar zat ik dan: in 1963 als een ijverige leerling op een harde stoel in het internaat te Eisden; in 1836 als een dichter en verhaalschrijver in een vochtig, wat vervallen huis in Baltimore in de staat Maryland met mijn dertienjarige bruid, mijn nichtje Virginia Clemm (“het sombere meubilair, de donkere, versleten draperieën”); in 2046 als een aan lagerwal geraakte privédetective in een asiel in Brentwood, een onderkomen wijk van Los Angeles. Ik was een William Wilson zonder dat ik het wist. Het zou evenwel nog een lange, lange tijd duren eer ik een boek van Edgar Allan Poe in handen zou krijgen. Iedereen weet hoe lang de jaren duren als je nog een kind bent. Ondanks mijn belangstelling voor volwassen boeken ben ik lang jong gebleven. Mogelijk ben ik het nog altijd. Maar als ik in de spiegel kijk zie ik veeleer een oude, vermoeide Roderick Usher.

De-zwarte-katIn een papierwinkel in Tongeren – of was het Lanaken – vond ik in 1966 De zwarte kat en andere verhalen, een mooie keuze uit de Tales Of Mystery and Imagination. Elk verhaal was een literaire blikseminslag, elke zin betoverde me, elk woord nam me mee ver over de grenzen van het voorstelbare. Van mijn vroegere literaire helden, Hendrik Conscience, Alexandre Dumas en Victor Hugo bleef niets meer overeind. Wat waren De leeuw van Vlaanderen, De graaf van Monte Cristo en De ellendigen opeens ouderwetse en langdradige boeken! Poe’s ijzingwekkende verhalen hadden een effect vergelijkbaar met hallucinogene middelen, waar ik toen zelfs nog niet van had gehoord. Verhalen als De zwarte kat, Hup-Kikker (de vertaling van Hop-Frog; Or, the Eight Chained Ourangoutangs), Het vat Amontillado (dat mij voor de rest van mijn leven naar sherry heeft doen snakken, zelfs in coma had ik zin in een glaasje ijskoude manzanilla), Het masker van de Rode Dood, en zovele andere brachten me niet alleen aan het griezelen maar deden ook mijn fantasie op hol slaan en waren een inspiratiebron voor het schrijven van gedichten en poëtisch proza. Ik herinner me de titel van één verhaal dat ik toen schreef: Psychische ontbinding. Zelfs als ik gefolterd zou worden zou ik weigeren het te herlezen. De gevolgen van de lectuur van Poe waren niet altijd gezond. Het verraderlijke hart is waarschijnlijk de oorzaak van een nachtmerrie die ik af en toe heb: lang geleden heb ik iemand – meestal is het een vrouw, mogelijk mijn moeder – vermoord en het lijk in stukken gesneden. Nu, vele jaren later, is het zo ver: de politie klopt op de deur, ze hebben weet gekregen van mijn gruwelijke misdaad. Vliegensvlug probeer ik nog alle sporen uit te wissen. Foto’s en andere voorwerpen in mijn bezit moeten vernietigd worden. Maar het is te laat! Gelukkig denk ik zelden aan die nachtmerrie voor ik slapen ga, anders zou insomnia mijn droeve lot zijn.

the tell tale heart 1928

Eens de twintig voorbij las ik nog maar weinig in mijn geliefde Poe. Eind jaren zeventig in de reusachtige, betegelde keuken in de Dolfijnstaat in Antwerpen, waar zelfs een zuchtend uitgesproken woord spectoriaanse Wall Of Sound-allures kreeg, zong ik wel af en toe zijn gedichten The Raven en Annabel Lee, mezelf begeleidend op de rode gitaar, mij er waarschijnlijk niet van bewust dat mijn improvisaties heel goed mogelijk op die van de onfortuinlijke Usher leken: “Ik heb zo juist gesproken over de ziekelijke toestand van de gehoorzenuw die voor de lijder alle muziek ondraaglijk maakte, behalve bepaalde effecten van snaarinstrumenten.” In een kartonnen doos in de kelder bewaar ik nog altijd enkele tapes uit die dagen, waarop ik met behulp van Leo’s bandopnemer, deze en andere impromptu’s – onder meer ook How Sweet I Roamed From Field To Field van William Blake – aan de vergankelijkheid heb onttrokken.
Toen ik het werk van Lacan bestudeerde heb ik The Purloined Letter herlezen, en naar The Fall of the House of Usher keer ik wel één keer per jaar terug. De film van Jean Epstein is zelfs nog beter dan het verhaal. Toen ik de wat mij betreft beste Nederlandstalige schrijver, Geerten Meijsing, in mei 2013 in Syracuse ontmoette bleek dat hij het verhaal uit het hoofd kende. Wat mij niet had hoeven verbazen: ook hij was geobsedeerd door bleke meisjes, door drugs en alcoholisme, door decadentie, door de dood en de angst voor de dood.
Hoewel ik de Tales of Mystery and Imagination nog maar zelden ter hand neem, blijft er bij mij toch nog altijd – naarmate ik ouder word wel in mindere mate – die fascinatie voor het macabere, voor het perverse, voor het ongewone, voor ontbinding, ja, blijft er de aantrekkingskracht van de afgrond. Ook bij mij, denk ik, is de angst een primaire emotie waaraan alle andere gevoelens, zelfs die van liefde, ondergeschikt zijn.

Baltimore_1822_

Afbeeldingen: Edgar Allan Poe; Martin Pulaski keert de goede sint de rug toe met in zijn handen Zoek het eens op; De zwarte kat; The Tell-tale Heart (1928); Plattegrond van Baltimore (1828).

DE TOEKOMST VAN JORGE LUIS BORGES

Jorge_Luis_Borges_1963

Nu leeft Jorge Luis Borges nog want we lezen zijn boeken. Ook al is hij een blinde Argentijnse geest, toch leeft hij nog. Zijn personages, zoals daar zijn Funes de allesonthouder, Pierre Menard, de schrijver van Don Quichot, Juan Dahlmann, Nils Runeberg, allerhande messentrekkers, evenals zijn labyrinten, bibliotheken, dolken, denkbeeldige wezens en encyclopedieën bestaan nog.
Maar op een dag zal er niemand overblijven om de verhalen van Borges te lezen. De schrijver zal zoals iedereen die nu leeft vergeten zijn. Van zijn boeken en van alle universums die zich nu nog in zijn boeken bevinden zal zelfs geen stof overblijven.

VERDWIJNING

IMG_2825

Mijn geliefde en ik hebben na lange omzwervingen het Oosten bereikt. Hoe heet dit land? Is het Nepal? Zeer waarschijnlijk niet. Na een reis van weer enkele dagen komen we aan in een stad in de wolken waarvan wordt beweerd dat ze Kathmandu heet. Ze heeft niets gemeen met de toeristische foto’s die je soms te zien krijgt, maar beantwoordt wel enigszins aan het idee dat we ons vormen van een Heilige Stad. Bepaalde beelden uit Pasolini’s ‘Il fiore delle mille e una notte’ komen in de buurt van wat ik bedoel. In deze Stad bestaat geen tijd, ze is er altijd al geweest. Komen er geen reizigers naartoe? Toch wel. Vooral pelgrims en vermoeide mensen die alle hoop hebben opgegeven willen het Heiligdom bezoeken.

Het reusachtige bouwwerk waar we naar binnen worden geloodst heeft slechts één functie: de stad laten zien. Daartoe zijn helemaal boven in gebouw kijkgaten gemaakt, net iets groter dan schietgaten in een kasteel of bunker. Het gebouw, dat spiraalsgewijs hemelwaarts klimt, en in dat opzicht doet het denken aan Breugels ‘Toren van Babel’, is voorzien van reusachtige roltrappen waarlangs duizenden mensen stijgen en dalen. Ondanks dat grote aantal bezoekers wordt de stilte hier niet verstoord. Lange tijd blijven Z. en ik door de kijkgaten de betoverende pracht van de Heilige Stad aanschouwen. Nog helemaal onder de indruk gaan we weer naar beneden. Pas na een tijd valt me de hoge snelheid van de roltrappen op. Plotseling dreig ik mijn geliefde te verliezen: de roltrap die zij gekozen heeft schiet opeens nog veel sneller dan die van mij de diepte in. Zonder ook maar na te denken ruk ik aan een de hendel van een noodrem, met als enig resultaat dat mijn roltrap bruusk tot stilstand komt en mijn geliefde voorgoed in de diepte verdwijnt.

Nooit zal ik mijn Z. terugvinden. Toch zoek ik, blijf ik zoeken, binnen en buiten en aan elke uitgang, ook al is het aantal uitgangen van deze gouden toren niet te tellen. Aan welke uitgang heb ik de meeste kans om haar terug te zien? Ik zal er een moeten uitkiezen en daar op de uitkijk blijven staan, hopend op een gelukkig toeval. Maar ik weet dat het zinloos is in deze menigte, in dit labyrint. Had ik toch maar haar adres, haar telefoonnummer…

Ω

Foto: Schaarbeek, Martin Pulaski.

HELSE DAGEN, HELSE NACHTEN

metro

 

Vandaag verliet ik, na een week aangename gevangenschap, nog een keer mijn paleis. Vaak, en zeker in de winter, wil ik niet meer dan dat: een gevangene zijn van mezelf, in mijn eigen paleis. Of noem het kasteel, kazerne, labyrint, privé-school, wat je maar wilt, zolang je me het woord ‘gevangenis’ bespaart. Er zijn geen tralies en ik moet niet afrekenen met cipiers. Al ben ik in zekere zin natuurlijk mijn eigen opzichter. Vaak spoed ik me met tegenzin naar de metro, richting stadscentrum. Ik heb na een zevental dagen dank zij ziekte en vermoeidheid een soort dierlijk ritme teruggevonden, en een vreemde wellust heeft zich meester van me gemaakt… Of lijkt het op de rust van een schip aangemeerd in een zomerse haven, terwijl de dokwerkers in staking zijn – maar die situatie weliswaar verinnerlijkt?

Ik stap in de metro en maak me zo smal mogelijk – daarvoor doe ik aan fitness – om tussen twee omvangrijke personen in plaats te kunnen nemen. Wat worden mijn soortgenoten dik! Mij bewegen om een boek uit mijn rugzak te nemen is een ernstig avontuur. Eer het boek op de juiste bladzijde is geopend zijn we halverwege het traject. De letters trillen, wat ik lees dringt maar gedeeltelijk tot me door, maar ik kan op deze manier wel mijn omgeving vergeten. Toch blijf ik me bewust van waar ik ben. Dat ik mijn huis voorbijloop gebeurt af en toe, maar ik stap nooit in een verkeerd metrostation uit. Ach, misschien is het me wel eens overkomen, maar echt niet vaak. Van negen tot zes houdt mijn dagtaak me bezig. Ik moet mijn brood verdienen. Of dacht je dat ik van de hemelse dauw leefde?

’s Middags neem ik lange pauzes: mijn verslaving klopt in mijn aderen, in mijn slapen. Ik moet boeken gaan kopen, cd’s, films. Ik snel van de ene winkel naar de andere en koop tot ik denk, dit gaat te ver, of tot ik niet nog meer gewicht kan torsen. Dan keer ik met plastieken zakken terug naar het werk. Ik probeer zo onopvallend mogelijk naar mijn bureau te lopen, want ik schaam me voor mijn consumptiegedrag. Soms doe ik op magische wijze de schreeuwerige plastieken zakken verdwijnen. Zingend en dansend zien mijn collega’s me dan het bureau binnenkomen. Dat werkt aanstekelijk, ze beginnen ook te zingen, komen naar me toe, omhelzen me, wat ben jij toch fantastisch, roepen ze uit. Wat ben ik dan charmant! Maar lang duurt dat spelletje niet. Het is een afleidingsmanoeuvre. Ik speld hen, jou iets op de mouw.

Als de avond valt keer ik weer naar mijn kasteel, waar ik kleine porties eet van het een of ander. Daarna steek ik de kaarsen aan en schrijf een brief aan een schuldeiser of een doodgewone uitbuiter. Nooit schrijf ik nog liefdesbrieven. Zal dat er niet meer van komen? Ik vergeet de nieuwe aanwinsten te beluisteren, bekijken, lezen. Ik ben te moe, moet rusten.

Denk niet dat ik vergeten ben wat er in Dendermonde is gebeurd. Het is een tragedie. Vreselijk dat mensen en mensenkinderen zoiets moeten meemaken. Een klein beetje snijdt die Joker ook in mijn lijf. Zoals de meeste Belgen heb ik er geen woorden voor. The horror, zei Marlon Brando. Wellicht is dat het beste woord: the horror. Ik probeer me voor te stellen wat de familie van de slachtoffers voelt, wat de familie van de dader voelt, wat de dader zelf voelt. Wat hem bezield heeft, hoe lang hij al met zulke plannen rondloopt. Maar het blijft leeg in mijn hoofd. Ik kijk niet naar de nieuwsuitzendingen, wil de sensatie niet zien, de valse opwinding, het rampenvermaak. ’s Nachts zie ik andere gruwelen, transformaties en metamorfosen van wat ik overdag heb gedacht en beleefd. De slaap van de rede, je weet het. De verdomde slaap van de rede. Op sommige dagen biedt zelfs rock ‘n’ roll geen troost.

 

FAMILIESCHERVEN

 

tintoretto_dragon

 

De blauwe moeder steeg als een heilige ten hemel; als een verraadster liet ze haar bewaarengelen achter in een zonnenbloemenveld. Zij liep door een brandend braambos, overleefde een sprinkhanenplaag, een orkaan, duizenden popfestivals en kleine gouden goden in haar oren. Er was niets om van te genieten, alle herinneringen waren uitgewist. De toekomst was met tromgeroffel beëindigd. “Nooit meer oorlog”, schreven de dochters op de muren rond de stad.

De blauwe moeder steeg als een junkie ten hemel; haar geliefdes arm is nat van de tranen. Waar vindt hij voortaan de koude huid om te verwarmen en donkere ogen, spiegels. “Blijf, laat me je naam zijn, je zoon, je minnaar, je onverschillige gouden god”. Een kleuter is hij, een die modder eet en zich een weg baant door netels. Hij is een slapeloze trapezist, met een stem zo hees dat hij nooit meer een lied kan zingen.

In het hele land waren geen vaders. Nooit werd er gevochten. Waar waren de messen, de revolvers, de lange zwaarden? De jongens verloren zichzelf in hun bizarre dromen, in het speelgoed van giganten, in uitgestrekte sneeuwvelden en rijp koren. Korenbloemenblauwe dagen waren hun lot. De haat hield niet op, de haat voor elkaar, omdat zij niet wisten wie zij waren. Hun ogen weerspiegelden niets. Zij waren in essentie onbekenden.

De meisjes speelden voor koningin, voor pornoactrice, voor brandweerman. Ze reden in donkere limousines naar feesten van de hebzucht. Ze dronken dranken die in geen bijbel staan vermeld. Hun held was Newton. Hun huid was wit en donker en schitterde in de nachten. De nachten als parels aan het halssnoer van een wrede keizerin. Ja, zij speelden ook voor keizerin, voor pausin, voor straatveger. Zij hadden aan zichzelf genoeg zolang ze maar zichzelf niet waren. Op hun blote voeten op de koude steen, het warme marmer uit Carrara in de Apuaanse Alpen.

“Sing me back home before I die”. Dat was de afzijdige die over een holle weg liep. De landjongen. Hij hoorde de valse steelgitaren van de stad, zag nog de dramakoninginnen elkaar wurgen, herinnerde zich naakte feesten en onderonsjes van valsmunters. De haven ontvouwde zich voor zijn ogen. Daar waar de grote schepen zonder lading lagen te roesten. Zijn fatum – wie had het uitgesproken? – was op weg zijn naar elders, weg van glazen torens, weg van de wijnrode zee. In de richting van het Oosten liep hij, langs brandende schuren en verpulverde herders. Vlammenzeeën rondom hem, en toch had hij geen dorst. Nog steeds had hij geen dorst. ’s Nachts onder de sterren klopte zijn hart langzaam. Hij leunde tegen een eik. Hij herinnerde zich zijn overleden vriend. Hij fluisterde zijn naam. “Dallas”, dacht hij. “Dallas”, zei hij. De slaap ontrukte hem aan zijn queeste. De afzijdige kon niet dromen. De afzijdige kon nooit meer naar huis.

Ω

Beeld: Tintoretto, Sint-Joris en de draak (Soms wordt het werk ook ‘Sint-Joris bevrijdt de prinses’ genoemd. Het bevindt zich in het National Gallery in Londen.)