EEN AVOND BIJ TRIMALCHIO

Senga en Giuseppe’s scienfiction-tv. © Martin Pulaski.

Men kan proberen een brood te bakken, maar men probeert geen schepping.
Willem Elsschot, Kaas

Antwerpen, 7 augustus 1979

Vandaag is er weer dat oude verlangen naar orde, zowel in mijn onmiddellijke omgeving als in mijn denken en werkmethode. Mijn dagindeling moet afgebakend zijn. Om negen uur moet ik aan deze werktafel zitten, voor vijven mag ik alleen naar de keuken om ’s middags wat te eten en koffie te drinken. De rest van de tijd moet ik lezen en vooral schrijven. Dagboeknotities, indien mogelijk gedichten, proza: liefst in die volgorde. De orde die ik bedoel heeft geen politieke of maatschappelijke betekenis. Een chaotische samenleving lijkt me ondoenbaar maar liever dat nog dan de orde van de tirannie, de orde van het duizendjarige rijk, zoals we die kennen uit de propagandafilms van Leni Riefenstahl. Ik heb orde nodig als antidotum tegen de chaos in mezelf. Het is de orde, de helderheid van de dag tegenover het troebele, onoverzichtelijke van de nacht. Alleen als er orde is en alles op zijn plaats staat kan ik schrijven. Toch mag ik geen tijd verliezen met boeken klasseren. De zucht naar orde en classificatie kan immers pathologische vormen aannemen.

Als ik het goed begrepen heb houdt deze drang van me verband met wat Claude Lévi-Strauss in zijn werk La pensée sauvage [1] voor ogen heeft.  “Deze behoefte aan orde vormt de grondslag van wat wij het wilde denken noemen, maar alleen in zoverre dat het de basis is van alle denken”.

Vanwege de connotaties gebruik ik het woord orde niet graag. Ik noem het liever indelen, klasseren, onderbrengen, rubriceren, enzovoort.


Opeens was het avond. Giuseppe had ons geïnviteerd. Er zat een briefje van hem in de bus. Het leek bijna een formele uitnodiging. Het is al zeker een maand geleden dat we elkaar nog gezien hebben, las ik. Ik heb een verrassing voor jullie. En zijn jullie niet nieuwsgierig naar de lotgevallen van het poesje? Jullie moeten vanavond naar de Vinkenstraat komen. Waarom had hij niet aangebeld; of hadden we de deurbel weer niet gehoord?

Wat zag het er ordelijk uit bij mijn vriend. Hij weet dat ik zelden lang bij hem blijf hangen. Bijna altijd krijg ik er vanwege het stof dat zich gedurende maanden, misschien wel jaren heeft opgestapeld een hevige niesbui, soms zelfs een astma-aanval. Nu echter was alles comme il faut. Nergens bespeurde ik een stofje. Giuseppe had zelfs de keuken geschilderd. Zijn potjes met kruiden stonden daar mooi naast elkaar op alfabet gerangschikt. Ik heb me altijd afgevraagd hoe mensen in vuile, slecht verluchte en verlichte kamers kunnen nadenken en werken. Voor Giuseppe was dat kennelijk geen probleem. Het was voor ons, voor mij en Senga, dat hij zich zo had afgesloofd. Toch leek het mij ook voor Giuseppe een verbetering. De huidige staat van zijn woning  zou zijn vrijetijd heel wat aangenamer maken, dacht ik.

Giuseppe had allerlei lekkers in huis gehaald. Jullie lusten toch Franse kazen? Hij duidde ze  voor ons aan: Ami du Chambertin, Beaufort de Savoie, Boule des Moins, Brébis d’Oleron, Brie de Melun, Camembert de Normandie, Cantal, Caprice des Dieux, Chaumes, Emmentaler, Explorateur, Fromage de Coucouron, Gruyère de Savoie, Mâconnais, Munster, Pavé du Berry, Persillé de Sainte-Foy, Petit Montagnard, Rambol, Rigotte de Sainte-Colombe, Roquefort, Saint-Aubin, Saint-Paulin, Suprême des ducs, Tomme de Montagne, Vieux de Lille. Italiaanse kazen liggen mij niet zo, maar ik heb er toch maar wat van in huis gehaald, vervolgde hij: Bastardo del Grappa, Caciocavallo, Caprino della Val Brevenna, Crema del Friuli, Dolcezza d’Asiago, Furmaggitt di Montevecchia, Gorgonzola, Maiorchino di Novara di Sicilia, Montasio, Murazzano, Ostrica di montagna, Pecorino, Provola delle Madonie, Santo Stefano d’Aveto, Taleggio, Tumazzu di vacca en Zufi.

Hij had nog meer lekkers voor ons: dadels, garnalen, olijven, salami en vijgen. Duvels voor hem, rode wijn voor ons. Twee flessen Old Grand-Dad bourbon, mijn favoriet merk. Mogelijk was dat ook al voor John Steinbeck het geval. De whisky uit Kentucky is een trouwe metgezel op diens Travels With Charley. Raymond Chandler moet er ook van gehouden hebben, waarom anders zou hij in zijn meesterwerk The Long Goodbye zijn personage, de detective Philip Marlowe, die bourbon hebben laten aanbieden aan diens vriend?

Zoals zo vaak met Giuseppe hebben we die avond veel gepalaverd. Er zijn me alleen maar vage echo’s van die conversatie bijgebleven. Dat Giuseppe het poesje niet lang bij hem thuis had gehouden maar al gauw aan zijn Brusselse vriend Bert V. had meegegeven, had Gabriëlla ons al verteld. Giuseppe deed daar wat geheimzinnig over. Mogelijk had hij het naar een verlaten terrein in Mortsel Oude-God gebracht en daar aan zijn – of was het haar? – lot overgelaten. Senga noch ik konden ons er boos over maken. Het poesje was onze verantwoordelijkheid geweest. Als iemand zich schuldig moest voelen was ik het. Terwijl ik al jaren aan het verkondigen was dat het maar eens gedaan moest zijn met al die schuldgevoelens.

Zeker zullen Lowell George en Herbert Marcuse ter sprake zijn gekomen. De zanger van Little Feat, die nog maar pas zijn eerste en enige solo-elpee Thanks I’ll Eat It Here had uitgebracht, was een paar dagen tevoren aan een overdosis cocaïne overleden. Giuseppe was van in het begin een fan geweest van Little Feat. Hij had er bij mij vaak op aangedrongen om hun platen te beluisteren. Inmiddels was ik erg gaan houden van nummers als Brides of Jesus, I’ve Been the One, Truck Sop Girl en vooral Willin’. En wat te denken van Fat Man in the Bathtub? Waarschijnlijk was het niet de cocaïne die Lowell George de das omdeed, zei Giuseppe. Het was vraatzucht en obesitas. Op het einde woog hij bijna 150 kilo. De titel van zijn elpee laat aan duidelijkheid weinig te wensen over, zei ik. Dixie Chicken ook niet, meende Senga. Er viel even een stilte. Dan kwam Marcuse aan de beurt. Ik vertelde nog een keer dat ik op het Ritcs voor professor Kruithof aan een werk over De eendimensionale mens was begonnen. Maar dat ik er al gauw de brui aan had gegeven. Die mislukking, je mag het ook weigering noemen, had ertoe bijgedragen dat ik maar ineens met mijn hele filmstudie was gestopt. Te veel eendimensionale mensen op die school, zei ik. Marcuse is op dezelfde dag gestorven als Lowell George, zei Giuseppe. We waren toen net terug uit de Provence, zei Senga. Ons gesprek ging daarna over onze verregaande vervreemding. Jazeker, ook die van ons, ons gebrek aan kritisch bewustzijn, hoe wij onze eigen repressie bijna omhelzen. Kijk maar, ik ben al er best tevreden mee dat ik als een slaaf met de tram mag rijden. En wij met het bestaan van dat autoritaire Bijzonder Tijd Kader. Inmiddels waren we al aan onze tweede fles Old Grand-Dad begonnen.

Giuseppe bezat een klein wit tv-toestel. THX 1138, de eerste film van George Lucas, wordt uitgezonden, zei hij. Zullen we eens kijken? Ik houd niet van sciencefiction, zei Senga. Ik ook niet, zei ik. Ach, zei, Giuseppe, wat zijn jullie vervreemd van de werkelijkheid. Laten we toch even kijken. Dat deden we, en we waren danig onder de indruk. Met mijn dronken kop moest ik aan La passion de Jeanne D’Arc denken. Dat kwam waarschijnlijk door die kale koppen. Iedereen is kaalgeschoren in die film. Seks is verboden, drugs zijn verplicht. Wat betekent toch THX 1138, vroeg Senga. Dat moet toch iets betekenen? Het zal het kenteken van Lucas’ nummerplaat geweest zijn, zei Giuseppe. Zet je nog een plaatje van Little Feat op, vroeg ik, het geluid van je sciencefiction tv stelt niets voor. Terwijl Giuseppe een langspeelplaat oplegde slikte THX zijn drugs en keek naar holobroadcasts. Dat is toch Robert Duvall, riep Senga uit. Jazeker, en SEN 5241 is Donald Pleasence, zei Giuseppe. Of vice versa, zei ik.

Opeens zakte je ineen. Je leek wel comateus, zei Senga de dag nadien, nadat ik mijn roes had uitgeslapen. Giuseppe heeft een taxi gebeld. De chauffeur wilde je eerst niet in zijn auto. Hij was bang dat je zijn mooie wagen zou onderkotsen. Zijn woorden. De zak. Ik heb hemel en aarde moeten bewegen om hem ervan te verzekeren dat je niet zou overgeven, ha ha. Dat je dat nooit doet, ha ha. Alsof het ‘s nachts niet vaak zatte mensen zijn die een taxi laten opbellen, zei ik. Het is de enige legale mogelijkheid om je op zo’n uur dronken te verplaatsen. Je hebt hier dan nog tot negen uur op de grond gelegen. Ik kreeg je niet de trap op, je leek wel van lood. Heb je bij me zitten waken, vroeg ik. Wat dacht je, zei Senga. Wat ben je toch een engeltje, zei ik, kom eens wat dichter bij me. Heb je zin, vroeg ik. Wat dacht je, zei Senga.

Graf Herbert Marcuse. © Martin Pulaski, 2005.

[Nachten aan de kant 58]

[1]  Claude Lévi-Strauss, Het wilde denken, Meulenhoff, Amsterdam, 1968, p. 21.

DE KUNST VAN HET ETEN

[NACHTEN AAN DE KANT 26]

Nu is het aan mij om tentoon te stellen in het Pannenhuis; een droom die in vervulling gaat. Zie je me? Ik ben druk in de weer. Gelukkig steken Greta en Toulouse, die lieverds, een handje toe. Mijn werk is schatplichtig aan de kaligrammen van Guillaume Apollinaire, bijvoorbeeld ‘La mandoline l’oeillet et le bambou’. Ik schaam me wel wat voor dat plagiaat. Maar is dat nodig? “Le plagiat est nécessaire. Le progrès l’implique,” fluisterde een of andere Assepoester me in het oor.
Wat valt er zoal te zien op die werken van me? Daar vraag je me iets. Omdat ik al de hele dag zo’n honger heb kan ik alleen maar aan eten denken. Veel meer dan aardappelen en uien eet ik niet meer. Kijk, nu pas ontdek ik mijn onderwerp: eten. Zo zie je maar weer. Ik noem mijn tentoonstelling EAT ART. Die kaligrammen zullen niet volstaan. Er moet eten, heel veel eten te zien zijn. Forellen, lamsbouten, gebakken uier met Blackwellsaus, geperste kop, rode kool, sperziebonen, ossentong, pladijs, griet, makreel, snoek, zeeduivel, kersen, krieken, abrikozen, lychees, slagroom. Mogen de bezoekers ervan eten? Dat valt nog te bezien.
Toulouse vraagt zich af of ik de rekening zal kunnen betalen. Geen idee, zeg ik, hoeveel gaat me dat zaakje kosten? Toch zeker twaalfduizend frank, zegt Toulouse. Ja, dan vraag ik mij dat ook af, zeg ik.
Geen nood, zegt Senga, die ons is komen vervoegen, ik beschik over voldoende fondsen. Kijk maar eens hier, twee dikke pakken bankbiljetten!  Allemaal nieuw gedrukt. Dat is heel wat meer dan twaalfduizend frank. Gekregen van mijn lieve vriendin Boxcar Bertha.
De kroon op het werk wordt mijn tekst Stasis. Daar maak ik een spiraalvormige versie van die een hele wand van het Pannenhuis moet bedekken. Net op die plek waar ons in 1968 Pink Floyd met  vloeistofprojecties het adolescente hoofd op hol bracht. Alsof hun psychedelische sound alleen al niet volstond. Julia Dream, Apples and Oranges, Candy And A Currant Bun, je weet wel, het bestaat allemaal nog.  

In de avondschemering hand in hand door een slaperig dorp. Het is de Ladderstraat in Neerharen, daar is het huis van Berb, zie je, dat witte huis daar in de verte. De lucht hier is zo zuiver en fris als melk rechtstreeks van de koe. Met gezwinde tred lopen we door tot aan de kanaalkom. Wie ben je toch, jij die mijn hand zo stevig vasthoudt en me in de stilte van deze nacht, die nu gevallen is, de geheime betekenis van mijn ultieme kalligrafie onthult? Die me het vuur van de liefde aan de schenen legt en me vol van genade over mijn koortsachtige driften ontfermt?


[Dit deed zich voor tijdens de nacht van 19 februari 1979]

TOM WAITS, BOB DYLAN, VISPOTJE

Mijn hoofd – of wat er allemaal in zit – is nog steeds met vakantie. Ik lees bijna niets, ik schrijf niet, ik zie weinig of geen films en beluister omzeggens geen muziek. Vanochtend dacht ik, ik moet die Mule Variations van Tom Waits nog eens opleggen. Ja, dat greep me toch wel aan. Bij de laatste twee songs, Take It With Me en Come On Up To The House, kreeg ik bijna tranen in de ogen. Ook daarna, op weg naar de Delhaize, kon een lied van Dylan, Three Angels, mij diep ontroeren. Alleen het koortje op het einde van het nummer is een beetje ‘overdone’. Maar de stem, de frasering, en vooral de tekst! Ik zal hem hier niet citeren. Je hoeft maar even de titel in te tikken in google en hij komt al tevoorschijn.

Straks maak ik mijn vispotje, eigen recept. Ik denk dat het lekker zal worden. Het moet wel. Lekker eten bereiden in plaats van intellectueel bezig zijn. Waarom ook niet? Alle illusies hebben enig nut.

DRIE HERFSTDAGEN (een lijst)

IMG_2408

1. Vrijdag. Bijwonen van een congres over Stedelijke paradoxen als uitdaging voor beleid en middenveld, in het Elzenveld in Antwerpen.
2. Mijn deelnemersmap verloren. Verstrooidheid vanwege treinvertraging en dergelijke.
3. Afsluiting van het congres met kippenvelgedichten van Ramsey Nasr (van wie ik nog nooit gedichten had gelezen).
4. Receptie met middelmatige schuimwijn. Ik beslis niet meer dan 1, maximaal 2 glazen te drinken.
5. Ik drink veel meer glazen middelmatige schuimwijn en praat met een aantal andere receptiegangers, maar wegens schuchterheid niet met Ramsey Nasr.
6. Samen met tal van andere aanwezigen zak ik af naar café Gounod, waar ik bier drink.
7. Natte voeten op weg naar het centraal station.
8. Treinvertraging vanwege de ‘sneeuwstorm’.
9. Ik bagger door Brussel, op weg naar huis, met natte voeten.
10. Ik neem een warm voetbad.
11. Zaterdag. Om halfnegen op. Boodschappen met de caddy, voor de vrienden uit Antwerpen die worden verwacht. Dat gaat heel moeilijk met de dikke en soms modderige sneeuw. De caddy zit vol met eten en vooral wijn. Een zware vracht.
12. Na thuiskomst en uitladen snoei ik de planten op het terras. Vooral geraniums, maar ook cactussen. Sommige planten zijn omgevallen door de felle wind.
13. Ik zit op mijn kamer, breng mijn papieren op orde, lees en schrijf commentaren bij flickr. Verzorg mijn e-mail. Luister naar muziek via itunes (ik noem dit merk, omdat het later nog een rol zal spelen in deze lijst).
14. Ik kijk af en toe naar de sneeuw.
15. Ik maak zwartwit foto’s van de sneeuw (dit kan ook al eerder zijn gebeurd).
16. Ik doe iets wat ik als een geheim beschouw.
17. Helpen in de keuken. Mosselen schoonmaken, look, ui, selder, etcetera.
18. De vrienden verwelkomen, een glaasje wijn aanbieden, hapjes, muziek, fijne conversatie.
19. Ik bereid de mosselen (voorgerecht). Recept verkrijgbaar.
20. Eten, drinken, fijn gesprek met onze oude en allerliefste vrienden.
21. Door het gesprek herinner ik me hoe ik Johan Reygaerts – die onlangs is overleden en waarover ik hier een kort stukje heb geschreven – heb ontmoet. Kennelijk lijd ik aan geheugenverlies. Johan en ik hebben in dezelfde boekenwinkel gewerkt. Echter niet lang.
22. Afscheid (moeilijk).
23. Ik speel een stukje op mijn gitaar.
24. We doen de afwas.
25. We bekijken Million Dollar Baby van Clint Eastwood. Sentimenteel en moraliserend, zoals we van Clint Eastwood gewoon zijn. Maar wel mooi gefilmd.
26. Ik val in slaap bij de film.
27. Omstreeks twee uur ben ik klaar wakker.
28. Ik ga naar mijn kamer en schrijf iets op hoochiekoochie (onder invloed van wijn).
29. Flickr-commentaren. Hoochiekoochiecommentaren.
30. Zondag. Uitslapen. Klasseren van de cd’s. De planten op het terras verder verzorgen of binnennemen en naar boven dragen, waar ze zullen overwinteren.
31. Ik snijd in mijn vinger met een snoeimes. Bloed, isobetadine.
32. Ik klasseer cd’s.
33. Ik ga naar mijn kamer om wat niets te doen. Ik zet itunes op, om wat muziek te beluisteren. Er is een nieuwe versie, zeggen ze. Downloaden? Ja, zeg ik. Downloaden begint. Ik moet ook quicktime for windows downloaden, zeggen ze. Ja zeg ik. Het downloaden voor van quicktime for windows mislukt. Itunes werkt niet meer. Ik download opnieuw. Zelfde probleem. Ik verander de instellingen van windows. Download. Zelfde probleem. Ik word wanhopig. Kan niet leven zonder muziek, ben verslaafd aan itunes. Ik heb het programma ook nodig om mijn radioprogramma voor te bereiden. Ik blijf proberen en het blijft mislukken. Ik vervloek computers, software, hardware en technologie in het algemeen.
34. Ik zet de sneeuwfoto’s op flickr. Ze hebben geen enkele artistieke pretentie.
35. Ik heb een lange een grappige conversatie. Maar in mijn hart voel ik verdriet. Geen muziek. Bestaat mijn wereld wel zonder muziek?
36. Je kunt toch ook cd’s spelen? Ik ben lui, en gewoon aan itunes. Het gebruiksgemak. De combinatiemogelijkheden.
37. Ik verneem interessante dingen over de filmacademie van Lodz, over Denemarken, over het leven van een cowgirl, het beluisteren van Johnny Cash en Willie Nelson, Martina McBride en het drinken van pure tequila. Ik zie hartjes, manen en sterren, rode lippen, rozen. Ik lees gekkigheden.
38. Ik zet de computer uit, met pijn in het hart en vraag me af, hoe ga ik al deze problemen oplossen?
39. Ik doe een middagdutje.
40. We eten, drinken een beetje wijn en kijken naar The Godfather 1. Niet helemaal.
41. Ik drink water.
42. Het gebruikelijke ritueel voor het slapengaan.
43. Een nieuwe plakker op mijn gewonde vinger.
44. Ik lees nog wat in bed. Een gedicht van Borges.
45. Het licht uit.
46. Dromen en nachtmerries.
47. Maandag: Met dwaas hoofd de voorbereiding voor de dagtaak.
48. Het onbewuste verzwijgt (…)
46. (Volgens iemand in de Standaard vertellen we twee komma vijf leugens per dag. Wie niet liegt is ongezond, zegt de onderzoeker.)

Foto: November 2005

SENSUALITEIT

bettinarheims-2005

Vandaag was een dag gewijd aan sensualiteit, zonder dat het zo gepland was. Sensualiteit spontaan tot stand gekomen. Ik heb het niet over seks. Ik heb het nu in dit geval, vandaag, vooral over taal, eten, kijken en voelen.

Om met het laatste te beginnen, voelen: het is nu één uur ’s nachts, en ik heb net de afwas van eergisteren en gisteren gedaan, waarbij ik een glas heb gebroken dat we gratis hebben gekregen, met bonnetjes van een supermarkt, omdat we daar zoveel hebben gekocht, vooral drank denk ik. Het glas is niet echt stuk, maar er is een barst in. Onherstelbaar beschadigd. Mijn levensgezellin zegt, je doet het erom, zo probeer je aan de afwas te ontsnappen… Maar dat is niet zo, ik doe graag de afwas, mijn handen in het water, het lekker giftige afwasproduct, het schuim, het sponsje, de vaatdoek, dat is allemaal heerlijk en vol van levenssporen. Wat ik wel doe is de afwas uitstellen, omdat ik zo lui ben, en heel graag lange tijd op dezelfde plaats blijf. Een ontbijt mag voor mij best drie uur duren, een avondmaal zes of zeven uur. Als je zeven uur gedineerd hebt, zonder de wijn in de flessen te laten verzuren, ben je niet echt meer geschikt om de afwas te doen. Dan stel ik die uit. En de volgende dag ben je moe, dus moet je dat weer uitstellen. Enzovoort.

Kijken deed ik in de Botanique, een van mijn geliefde plekken in mijn stad (behalve om er te eten of te drinken, daar moeten ze echt eens iets aan doen). Een aangenaam oogverblindende tentoonstelling van foto’s van Bettina Rheims, een van de beste kunstenaars onder mijn tijdgenoten. Of moet je ze kunstenaressen noemen? Natuurlijk kent iedereen Bettina Rheims en moet ik er niet verder over uitweiden. Sensueler kan moeilijk. Ken je haar niet? Zoek haar dan even op, of ga nog naar de expositie, dat is tot volgende zondag nog mogelijk.

Eten in Bij den Boer, gezellig, geroezemoezerig (om even de literair-sensualistische en -sensitivistische toer op te gaan, de jonge Herman Gorter achterna; wat schreven die kerels heerlijk mooi-geneuglijk, rijke spijzen van de taal opdienend), lekker (oesters, tong en staartvis met kreeft, goedkope en smakelijke huiswijn) en rokerig. Dat laatste is wel sensueel maar stoort me uitermate. De spijzen en vooral de smaak ervan worden door de stank van de sigarettenrook, die ook nog eens dodelijk is, voor een groot deel verknoeid. Gelukkig kunnen rokende dames – en heren – niet tegelijk eten en roken, zodat er toch af en toe een rookpauze wordt ingelast als er even in een vis wordt gehapt. Verademing. Op dit ogenblik zit ik hier naar adem te happen als een vis op het droge; ik ben niet langer toegerust voor het leven in de grote stad en het mij onderdompelen in de rokerige etablissementen. Het is daar natuurlijk ook nogal duur.

Kijken en ruiken deed ik eveneens in een lingeriewinkel, waar mijn levensgezellin voor enige euro’s allerlei mooie spulletjes voor op het lijf kocht, wellicht geïnspireerd door de foto’s van de hierboven genoemde kunstenares. Ik heb het over een oude lingeriewinkel, die wat muffig ruikt, op de Anspachlaan, waarnaast wapens worden verhandeld. Terwijl mijn lief een groene corsage of zo stond te passen, van het merk Vénus de Paris, dat meen ik me nog te herinneren, kwam er een nog jong meisje de winkel binnen en vroeg naar jarretelles. Toen die maar één euro bleken te kosten, dozen vol waren er, keek ze me met ongeloof aan, alsof ik enigszins tot haar blijdschap had bijgedragen en ze mij daarvoor dank verschuldigd was. Haar blik in mijn ogen had wellicht niets sensueels, maar voor mij kreeg hij wel die betekenis. Ik kom bijna nooit in lingeriewinkels en weet niet hoe ik me daar moet gedragen. Mijn geliefde was zeer tevreden met de lingerie die ze had gekozen (en zeker met de prijs), en ik was tevreden met de wereld zoals hij is (even vergeten over Irak en zo).

De sensualiteit van de taal. Dat gaat over de Spaanse taal, die ik nu leer, schoorvoetend en met schaamte omdat het zo traag gaat. Ik ken al wel wat scheldwoorden en kan een gerecht bestellen. Al de rest moet ik nog leren. Mijn stamboom, bijvoorbeeld. Hoe zeg je oom, tante, nicht, achternicht, neef, schoonmoeder? Moeilijk, want ik heb geen familie. Om mijn familie te bezoeken moet ik het land rondreizen, van het ene kerkhof naar het andere. Maar Spaans is een mooie taal, warm en vol van het bloed dat de Spanjaarden hier in onze streken hebben vergoten. Ze doet me ook denken aan La reine Margot, hoewel in die film met Isabelle Adjani geen woord Castilliaans wordt gesproken. Buonas noches from a lonely room.

Foto: Bettina Rheims in Botanique, Martin Pulaski

 

DIRTY ASS ROCK AND ROLL

IMG_1842

I’m beginning to see the light. Terug in Brussel. Ik wil graag in twee talen schrijven, om ook mijn Engelstalige vrienden ter dienste te zijn. Maar mijn Engelse woordenschat is zo beperkt. Bovendien is mijn moedertalige woordenschat al zo beperkt door mijn dronkenschap. Dronkenschap vind ik wel een mooi woord. Ik was trouwens ook dronken bij het concert van Betty Lavette, dronken van euforie, soul, vriendschap, ik weet niet wat nog allemaal. Maar ook hier ontbreken de woorden om deze exacte wetenschap van de muziekbeschrijving te beoefenen. Ik moet overigens voortdurend alert zijn om te zien of deze machine, deze computer het niet begeeft. Hij geeft bijna om de vijf minuten of zo boodschappen dat er een of ander misgaat. En er gaat veel mis, dat kun je wel raden.
Ook mijn idee van geschenkjes geven. Vorige week heb ik mijn levensgezellin overladen met kaartjes voor concerten en theater. Nu heeft ze een week vakantie, die heel goed begonnen is, met een etentje gisteravond bij onze vrienden in Antwerpen, en een wandeling vandaag in het Zoniënwoud, maar deze avond wilde ik haar verrassen met een film, Irréversible van Gaspard Noé. Was me dat een vergissing. Het is inderdaad een verschrikkelijke film, John Cale zou het Dirty Ass Rock & Roll noemen. Maar het is wel een heel goede film, schitterende beelden, liefde en verschrikking, de wereld waar we in leven. Elk ogenblik kun je? Kan het gebeuren? Kan het? De definitieve verscheuring? Het akelige gereutel? Het onomkeerbare. Natuurlijk moet je nooit een club binnenstappen die Het Rectum heet. Tenzij dat je heel erg nieuwsgierig bent. En wie is dat niet, met al die magere bullshit op televisie? Dirty Ass Rock & Roll, daar zitten we toch nog allemaal wat op te wachten. Eigenlijk moeten we onze gitaren en andere instrumenten ter hand nemen en die rock & roll zelf maken. En van onze vrouwen en mannen en vrienden en vriendinnen houden, overal op de wereld.

Foto: Zoniënwoud, 2005