VERVELING, VERMOEIDHEID EN LEEGTE

oblomov,gontsjarov,leegte,verveling,wat te doen,boeken,luc janssen,luc tuymans,schrijvers,dbc pierre

Ik verveel me. De leegte is overal om me heen. Het lukt me niet om eraan te ontsnappen. In weerwil van mijn afkeer van de man die zich Lux laat noemen – waarschijnlijk omdat hij zich altijd met de zeep van de filmsterren wast -, heb ik gisteravond uit pure verveling toch naar Luc Tuymans gekeken. Ik heb me ontiegelijk geërgerd aan het programma, of wat dacht je. Lux vindt zichzelf zo belangrijk dat hij zijn gasten niet een keer laat uitspreken. Mensen niet laten uitspreken is het toppunt van grofheid. In een van zijn laatste interviews heeft Jacques Derrida nog op die kwalijke eigenschap van de televisie (en van de media in het algemeen) gewezen. Er mag niet geaarzeld, niet getwijfeld, niet nagedacht worden op televisie. Dat is slecht voor de kijkcijfers. En gisteravond was dat ongetwijfeld slecht voor het imago van Lux. Ik had medelijden met Luc Tuymans, ook al is hij rijk en beroemd. Voor dat verdomde programma met de grote Belgische schilder als gast (terwijl de zeepman maar niet genoeg kon krijgen van de woorden ‘Vlaams’ en ‘Vlaanderen’) had ik al naar iets over de Azteken gekeken, “de grootste beschaving aller tijden”. Ik had gelezen dat het een programma van DBC Pierre was, wiens boek Vernon God Little ik graag heb gelezen. Maar wat een shitprogramma was dat, over die Azteken! Van het begin tot het einde kitschbeelden, van een onheilspellende lelijkheid, en wat verteld werd zouden zelfs onnozele kinderen niet geloven. Het is dan nog heel goed mogelijk dat er helemaal geen onnozele kinderen meer bestaan. Toch ben ik als een ervaren couch potato in mijn sofa blijven zitten. Meestal schiet ik bij zulke rotzooi mijn televisietoestel aan flarden, maar daar had ik gisteravond de energie niet meer voor. Ik vind het jammer dat ik het moet zeggen, maar de grote DBC Pierre had de uitstraling van een ezelsoor in mijn exemplaar van Don Quichot (het is een oude uitgave). En ik die dacht dat hij zulke grote avonturier was…

Ik verveel me. De leegte dreigt me op te slokken. Ik heb nergens zin in. Stapels boeken liggen op me te wachten. Op mijn ogen, op geknetter in mijn hersens. Het treurig beroep van schrijver, van Gérard de Nerval; Down and Dirty Pictures van Peter Biskind; Vorst van Thomas Bernhard, A Wild Sheep Chase van Haruki Murakami; Hard Boiled Wonderland en het einde van de wereld, van dezelfde schrijver; De Oude Geschiedenis van de Joden, van Flavius Josephus; Middlemarch van George Eliot; On Beauty van Zadie Smith; The Grapes Of Wrath van John Steinbeck. En Oblomov van Ivan Gontsjarov heb ik ook nog altijd niet gelezen. Ja, ik verveel me, en ik heb zin om heel veel bourbon whiskey te drinken, maar daar kan ik niet meer tegen. What to do, yeah, I really don’t know what to do. Ik zal nog maar eens door raam gaan kijken, naar de zonovergoten bomen in onze straat.

VERWENST EN VERVLOEKT II

titiaan madonna en kind

Niemand heeft me onder druk gezet. Er werden wel suggesties gedaan: die is goed, die is slecht, die moet eruit, die moet erin… Maar ik mag nog altijd mijn zin doen, we leven in een vrij land, dank u.

Er is een klein werkje van Titiaan alias Tiziano. Afmetingen 37,5 x 31 cm, misschien wel zijn allerkleinste doekje, met als titel Madonna en kind: zelfs op dat kleine schilderijtje zie je de ernst van zijn ROOD, benadrukt door een groen gordijn, subtiel maar zeer aanwezig op de achtergrond en een blauw kledingstuk over de zetel gedrapeerd, waarop de heilige maagd plaats heeft genomen, met het blote ventje op haar schoot, de kleine Jezus. Heb je ooit zulk rood gezien, ik geloof dat het titiaanrood heet? En dan heb ik het nog niet over de blik in de ogen van Madonna, en over de teentjes van haar linkervoet. De kleine Jezus ziet er een beetje triest uit. Wat wil je ook als je later een doornenkroon moet dragen op je mooie hoofd en een kruis op je nog jonge rug. En langs de kant van de weg staan ze te spuwen alsof het vlaggenzwaaiers zijn ergens in een bocht van de weg, tijdens een rit van de Ronde van Frankrijk: vuil uitschot! Vuil uitschot! Verdomde koning van het Crapuul! Of het allemaal waar is? Het is een sterk verhaal, zoals dat titiaanrood sterk is. Onlangs was ik op zoek naar de schilder van Hemelse en Aardse Liefde; ik vond zijn naam niet meer in mijn hersencellen. Nu is hij er terug door dat rood: het was Titiaan, of zoals hij als ‘signeerder’ van dit werkje heet: Titianus.

Wat ik nu eigenlijk wilde zeggen was dat die ene Titiaan zoveel meer betekent dan al die verwenste en vervloekte namen op dat verwenste en vervloekte lijstje, dat ik in een bui van wispelturigheid, misnoegdheid en galgenhumor aan het publiek heb kenbaar gemaakt, na een gesprek met mijn levensgezellin over een bepaalde ‘dikke’ acteur. Op die hele lijst staat niet een mens die ik echt ken. Misschien heb ik wel al eens iemand ‘ontmoet’, maar ik weet niet wat voor een mens iemand is, door hem of haar een keer te ‘ontmoeten’. Wat daar staan, verwenst en vervloekt, zijn NAMEN. Ik denk dat Guy Mortier wel een sympathieke kerel is. Maar zijn naam staat daar vanwege het vedettencircus. Hij heeft dat circus mee in leven geroepen. Ik weet dat het een mondiaal verschijnsel is. Als Brett Easton Ellis weer eens iemand de keel heeft overgesneden, moet dat zonodig op de voorpagina van Time Magazine staan en weegt de New York Times op zaterdagnacht een kilo zwaarder. Terwijl wij alleen maar onze aardappelen willen schillen, of, zoals in Duitsland, de vuile auto’s uit de steden houden, of een boek schrijven over titiaanrood, of… Guy Mortier heeft dat circus in België mee bewerkstelligd, dat weet iedereeen (en hij is ook niet de enige). Wat kon de man anders doen? Zijn tijdschrift op de klippen laten varen?

Ik heb begrip voor die mediamensen, maar ik mag er niet aan denken. Ze representeren een degoutante wereld. Wat moet ik van Tom Waits denken, die 100 euro vraagt voor een toegangskaartje tot zijn krakende stem, Martha, Hold On, Get Behind the Mule, enzovoort? Niets! Ik wil niets denken.

Toch zijn er figuren bij, niet eens droevige figuren, ze zien er bijzonder tevreden uit, die ik haat vanuit de grond van mijn hart (hoewel ik niet kan haten): dat zijn die azijnpissers die de haat verkondigen, die ons tegen elkaar in het harnas jagen, die van ons angstazen maken of, erger nog, cynici. Mensen die ons beletten te slapen, die ons bang maken voor onze buren, die beweren dat ‘wij’ beter zijn dan de ‘anderen’… Mensen die niet weten wie ‘wij’ zijn… Ben ik dan geen ‘Vlaming’? Spreek ik dan geen ‘Vlaams’ zoals zij? Om het kort te houden, want het wordt laat, en het uitgangspunt over de Madonna met Kind van Titiaan was veel aangenamer om stil bij te blijven zitten: als ik zou willen snoeien, en misschien doe ik dat nog wel, dan zou ik veel van die verwenste en vervloekte mensen schrappen, maar wie zeker zou blijven staan in die verdoemde lijst is het Vlaams Belang.

Dat ik nu niet over Melody Nelson heb geschreven en over Jan Decorte en Sigrid Vincks, dat is de schuld van die zwarte heren en die zwarte dame, zo noem ik hen, want ik wil beleefd blijven. Aan alle anderen en zeker aan mijn vrienden en geliefden draag ik de schoonheid van de wereld op. Om even helemaal de sentimentele toer op te gaan: mijn vriend B. ga ik verdomd missen. Als hij weg is zal ik weer mijn goede oude ignorante zelf worden. Maar die verdomde eend moeten we nog eten. De erbij horende wijn is echter al opgedronken. Zoals het hoort. Amen.