ZERO DE CONDUITE: ALL IN YOUR MIND

porto november 2012 (2)

Zéro de conduite is een (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum. Het motto is atmosphère, zoals uitgesproken door Arletty in Hôtel du Nord, de meesterlijke film van Marcel Carné.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Alles wat in deze uiterst moeilijke tijd gebeurt is uitzonderlijk, ook deze aflevering van Zéro de conduite, die vanwege de gekende voorzorgsmaatregelen op voorhand werd ingeblikt. Omdat mijn kennis van programma’s voor montage van muziek en stem en dergelijke eerder beperkt is, krijg je vandaag alleen maar songs te horen, non-stop, geen uitleg erbij. Wie meer over de liedjes en de performers wil weten, kan natuurlijk hier terecht. Het onderliggende thema vanavond is melancholie. Ik heb al lang het gevoel dat melancholische muziek troost biedt. Vermoedelijk ben ik niet de enige die daar zo over denkt en de muziek op die manier ervaart. Als ik klassieke muziek zou draaien, zou ik voor Gustav Mahlers Kindertotenlieder gaan, in het geval van jazz zou ik voor Kind of Blue van Miles Davis kiezen. Maar ook al ben ik geen schoenmaker blijf ik toch bij mijn leest: bij wat ik bij gebrek aan een betere uitdrukking populaire muziek noem.

In zekere zin is het thema dus troost. Weemoed, verdriet, de nabijheid van de dood – maar dan in muziek omgezet, in kunst gesublimeerd. Ik wil echt wel benadrukken dat wij ons niet overgeven aan mistroostigheid en al zeker niet dat wij plezier beleven aan de kwellingen, het verdriet en de pijn van andere mensen. Het feit dat op een empathische manier over pijn en verdriet wordt gezongen, dat lijden sublieme muziek wordt, daar gaat het om. Dat is iets magisch.

Zowat alle liedjes die vanavond de revue passeren bezitten de kracht om ons de ellende waarin we ons bevinden al is het maar voor even te helpen vergeten. Een mooi voorbeeld is I Feel Too Young To Die uit The Carlton Chronicles van South San Gabriel, de band van Will Johnson. Alle songs op die elpee zijn geschreven vanuit het standpunt van de kat Carlton. Ze zijn stuk voor stuk aangrijpend, ze maken je zeker wel verdrietig maar doen ook goed omdat je terwijl je luistert het verdriet van Carlton kunt voelen en het voor een deel van hem overnemen. Je voelt mededogen. De melancholie en het verdriet van anderen meebeleven en begrijpen, geeft je een positief gevoel. In de versie van Sea of Heartbreak door Rainer Ptacek willen we geloven dat als hij zingt: Oh what I’d give just to sail back to shore / Back to your arms once more dat het hem zal lukken. Het verdriet is zo groot dat het niet anders kan dan dat er een groot geluk op zal volgen. De smeekbede Polly Come Home van Robert Plant en Alison Krauss (oorspronkelijk een song van Gene Clark) is zo aangrijpend dat je erop vertrouwt dat Polly terug zal keren.

The River van Brian Eno en John Cale heeft een beetje een omgekeerd effect. Het nummer straalt zoveel gelukzaligheid uit dat je er tranen van in de ogen kunt krijgen. Geluk kan iets droevigs hebben, kan een vorm van melancholie zijn. De rivier is in deze song een pastorale plek, maar in werkelijkheid is ze is net zo goed een oord van tragische gebeurtenissen. Elke zijde heeft een keerzijde en er zijn altijd schakeringen. Dat geldt net zo goed voor melancholie en troost, verdriet en geluk.

Deze aflevering van Zéro de conduite is opgedragen aan David Roback, die op 24 februari overleed. Als hommage lassen we enkele songs in van bands waar hij een rol in speelde, waaronder Rain Parade, Opal en Mazzy Star.

Met veel dank aan Jay Van Loon, zonder wiens hulp dit programma niet tot stand had kunnen komen. Veel luisterplezier!

jewish school for girls in auguststrasse - all the girls were killed by the nazis - berlin september 2015

All In Your Mind – Beck – Sea Change – Beck – 3:06

I See A Darkness – Bonnie “Prince” Billy – I See A Darkness – Will Oldham – 4:50

I Feel Too Young to Die – South San Gabriel – The Carlton Chronicles: Not Until the Operation’s Through – Will Johnson – 4:57

At My Window Sad And Lonely – Billy Bragg & Wilco – Mermaid Avenue – Wilco, Woody Guthrie – 3:28

Miss The Mississippi And You – Sid Selvidge – The Cold Of The Morning – B. Haley – 3:13

Black Eyed Dog – Nick Drake – Made To Love Magic – Nick Drake – 3:35

Something On Your Mind – Karen Dalton – In My Own Time – Dino Valenti – 3:23

When The Sun Comes Up – Bert Jansch and Beth Orton – The Black Swan – Bert Jansch – 3:54

Carolyn’s Song – The Rain Parade – Emergency Third Rail Power Trip – David Roback – 4:05

Holocaust – Kendra Smith ft Steven & David Roback – Rainy Day – Alex Chilton – 3:56

Fell From The Sun – (Opal) – Early Recordings – Kendra Smith – 4:37

Disappear – Mazzy Star – Among My Swan – Hope Sandoval and David Roback – 4:05

Still – Great Lake Swimmers – Lost Channels – Tony Dekker – 2:51

Sea Of Heartbreak – Rainer Ptacek With Joey Burns & John Convertino – Roll Back The Years – Don Gibson – 4:20

Polly Come Home – Robert Plant & Alison Krauss – Raising Sand – Gene Clark – 5:39

The River – Brian Eno & John Cale – Wrong Way Up – Eno, Brian & Cale, John – 4:20

Down Where The Valleys Are Low – Judee Sill – Heart Food – Judee Sill – 3:52

Tennessee Blues – Bobby Charles – Bobby Charles – Bobby Charles  – 5:01

Just Someone I Used To Know – Emmylou Harris – Thirteen – Jack Clement – 3:01

Long Time Gone – The Everly Brothers – Songs Our Daddy Taught Us – Trad. arr. Frank Hartford – 2:27

Time Changes Everything – Bill Monroe & His Blue Grass Boys – Anthology – Tommy Duncan – 2:15

Alone And Forsaken – Hank Williams – Alone and Forsaken – Hank Williams – 2:01

Old Joe’s Dulcimer – Richard Farina & Eric Von Schmidt – Farina & Von Schmidt –  – 2:58

Tell Old Bill – Dave Van Ronk – Down In Washington Square: The Smithsonian Folkways Collection– Williams C. Mitchell – 4:31

Waiting Around To Die – Townes Van Zandt – Townes Van Zandt – Townes Van Zandt – 2:43

Train Leaves Here This Morning – Dillard & Clark – The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark – Bernie Leadon, Gene Clark – 3:52

Guilty – Bonnie Raitt – Bonnie Raitt Collection – Randy Newman – 3:00

I Think It’s Going To Rain Today – Judy Collins – In My Life – Randy Newman – 2:52

Sail Away – Randy Newman – Sail Away – 1972 – Randy Newman – 2:52

All I Think About Is You – Nilsson – Knnillssonn – Harry Nilsson – 4:05

À quoi ça sert? – Françoise Hardy – Comment Te Dire Adieu ? – Françoise Hardy – 3:31

Leaving Song – Meg Baird – Don’t Weigh Down The Light – Meg Baird – 1:03

Leavin’ – Shelby Lynne – I Am Shelby Lynne – Shelby Lynne – 3:12

keats house2

Research & samenstelling: Martin Pulaski
Foto’s:  Melancholie in Porto, Berlijn en London (Keats House)

ARMOEDE EN DE RELIGIE VAN BOEKEN

2011_10_NIKON 149

Veerle Bekkers, een trol met vele onzichtbare gezichten, schrijft me dat ik rijkdom niet belangrijk vind. Dat ik één keer minder op reis moet gaan en met het op die manier gespaarde geld een mens in armoede moet helpen. In mijn grote kamer waar nu alleen maar boeken staan voor mij alleen, schrijft ze, moet ik een dakloze te slapen leggen. Dat is toch mijn boodschap, voegt ze eraan toe.

Mijn pleidooi in het manifest waar ze commentaar op geeft, was er echter een voor broederschap, voor de wereld intrekken, letterlijk of figuurlijk, voor openheid. Opnieuw leren zien, horen, voelen. Een pleidooi dat impliciet ook te lezen valt in Rilkes Aantekeningen van Malte Laurids Brigge. Ik schreef dat ik verlangde naar het neerhalen van muren en het openen van grenzen. Een muur is veel meer dan een stenen muur waar je niet door kunt; een grens is veel meer dan die tussen twee landen. Een grote kamer vol boeken is veel meer dan een grote kamer vol boeken, het is een droom, een toekomst opgebouwd uit woorden en zinnen, een nachtmerrie, een gevangenis, een zachte machine, een erotisch ballet, een taxi naar Timboektoe, een raket naar de maan en naar Venus.

Mijn pleidooi was er een voor gelijke rechten voor iedereen en overal. Ik voelde een sterk verlangen naar geluk voor alle mensen, overal. Voor me zag ik een visioen van vrede op aarde voor iedereen, mensen, dieren en planten. Ik betreurde de mogelijke ondergang van onze mooie wereld. Wat betekenen al onze bezittingen, onze rijkdom, ons aangenaam tijdverdrijven als daarbuiten – en binnenin onszelf – alles verwoest wordt? Ik schreef dat de meeste dingen die je thuis welvarend hebt vergaard niets voorstellen in vergelijking met een nacht van liefde onder heldere sterren.

Ik wilde helemaal geen autobiografische tekst schrijven en zeker geen rechtvaardiging voor wat ik doe en laat. Mevrouw Bekkers heeft mij er vroeger, onder andere namen, al van beschuldigd dat ik alleen maar over mezelf schrijf. Dat ik een narcist ben.
Nu zie ik mij genoodzaakt om toch enkele dingen te verklaren. Ik ben een groot deel van mijn leven arm geweest. Als je weet dat ik een schipperskind ben weet je eigenlijk al genoeg. Je moet heel hard vechten om aan die wereld te kunnen ontsnappen. Als je daar al zin in hebt. Als je zoals ik als kleine jongen de lokroep van het andere, in mijn geval van kunst en cultuur, hoort. De nieuwe wereld waar je in terechtkomt, die van kunst en cultuur, van o zo verfijnde mensen, is veel harder dan de oude, in mijn geval die van de binnenschippers. Je wordt er niet meteen toegelaten, wees daar maar zeker van. Talloos zijn de hindernissen op je levensweg, manieren om je uit te sluiten die de bourgeoisie sinds 1789 heeft bedacht. Schoenmaker blijf bij je leest, de appel valt niet ver van de boom, je weet wel. Ik ben vaak gevallen, af en toe weer opgestaan. Terug naar Reims, het boek van Didier Eribon dat nu zo in de belangstelling staat, vertelt veel over het parcours dat ik heb afgelegd. Over de uitsluiting, en over het triomfantelijk gevoel als de schone zielen je uiteindelijk aanvaarden. Eigenlijk heb ik dat triomfantelijk gevoel nooit gehad. Op zijn minst was het altijd gemengd. Ik heb me meestal vervreemd gevoeld van zowel de oude wereld, die van mijn ouders en van mijn broer, als van de nieuwe wereld, die van de stedelijke cultuur. Alleen als een dronken outlaw in bars en clubs voelde ik me met mezelf samenvallen.
Wat me sterkt heeft gemaakt – en gehouden – zijn boeken. Met boeken, met woorden van schrijvers en dichters heb ik rondom mij een wereld opgebouwd. Zij gaven uitleg bij wat mij in verwarring bracht, zij hielpen mij teleurstellingen en ontgoochelingen te verwerken en te boven te komen. Zij spraken me moed in, gaven me troost. Liefde voor boeken is een religie. Je kunt dat heel mooi zien in Les 400 coups van François Truffaut, als de jonge Antoine Doinel een altaartje bouwt voor zijn geliefde schrijver, Honoré de Balzac als ik me niet vergis. De boeken die mevrouw Bekkers zo verwenst zijn inderdaad ook materiële voorwerpen, maar tegelijk zijn ze immaterieel. In mijn ogen zijn ze heilig, een woord dat ik niet gauw gebruik, ik ben geen Allen Ginsberg. Samen met mijn muziekverzameling zijn de boeken mijn kerk. Ze zijn een onmisbaar deel van mijn existentie. Zonder boeken ga ik ten onder. Ik herken mij in veel van de dichters en schrijvers die zich hier rond mij verzameld hebben. Het is echter niet waar dat ik me er met huid en haar, op narcistische wijze, in terugvind. Ik zie mezelf avonturen beleven met Don Quichot, met Julien Sorel, met Geoffrey Firmin, Humbert Humbert, met de dubbelgangers van Borges. Als ik lees word ik een personage, een verzinsel. In boeken en hun verhalen, in de woorden en beelden van mooie gedichten, wis ik mezelf uit. Ik verdwijn uit mezelf zoals ik die ene keer toen ik opium gerookt had uit mezelf verdween. Met dit verschil dat ik van een roman of verhaal of gedicht nooit ziek geworden ben.

Het is absurd om mij ervan te beschuldigen dat ik hier in deze kamer waar mijn boeken staan geen dakloze te slapen leg. Ik ben oud en moe en al te vaak ziek. Lopen valt mij moeilijker met de dag. Ik ga mensen uit de weg omdat mijn geheugen erop achteruit gaat. Ik leef van een klein pensioen omdat ik geen volledige loopbaan heb. Ook dat is een gevolg van uitsluiting en de faalangst die daarmee samenhangt. Faalangst, existentiële onzekerheid. Ik lijd aan angst- en paniekaanvallen. Tegelijk houd ik van mensen, ben ik heel graag in hun omgeving. Ik kan niet zonder mijn vrienden. Ik kan niet leven zonder vriendschap. Ik ben gek op steden, wandelingen, ontmoetingen. Ik voel me leeg zonder de input van tentoonstellingen, concerten, films. Dat is de emotionele kant van het verhaal.

Hoe zit het met de rationele kant? Hoe zit het met armoede? Zijn wij als individuen verantwoordelijk voor onze armen? Zijn wij geen gemeenschap, hebben wij geen sociale zekerheid, hebben wij geen politici verkozen? Zijn er geen instellingen om armoede en andere maatschappelijke problemen aan te pakken? Willen wij niet zoals iedereen bijdragen aan het verbeteren van die instellingen? Willen wij als gemeenschap geen humane aanpak van de armoede en van de vluchtelingen in het Maximiliaanpark en elders?
Al heel lang, sinds ik Marx heb gelezen, ben ik tegen liefdadigheid. Liefdadigheid bestendigt armoede. Het is ook weer een vorm van uitsluiting en onderdrukking. Als er armoede is moet de samenleving veranderen, moeten de structuren veranderen. Dat kunnen wij niet als individu, als enkeling, als eenzame en toch empathische ziel. Niemand heeft het recht ons ervan te beschuldigen dat wij niet aan liefdadigheid doen.
(Overigens weet niemand of ik me wel zo streng aan die principes houd. Niemand weet of ik stiekem toch niet een beetje aan liefdadigheid doe. Je krijgt zoveel verzoeken voor dit of dat, dat je hart wel van steen moet zijn om niet af en toe gehoor te geven aan al die jammerklachten. Toch blijf ik ervan overtuigd dat een instelling als Artsen zonder grenzen, of welke andere vergelijkbare organisatie dan ook, de volledige financiële steun van de overheid zou moeten krijgen. Daarvoor dient ons belastinggeld. Mijn geld hoeft niet zo nodig naar de verstikkende ring rond Brussel te gaan. Maar daar beschuldigt me vooralsnog niemand van: dat ik via die belastingen mijn steentje bijdraag aan allerlei werken die de lucht verpestende auto’s de toegang tot deze stad vergemakkelijken.)

Maar wat voor zin hebben deze woorden nog? Iemand als mevrouw Bekkers wil alleen maar beschuldigen en beschadigen. Ik ben ermee gestopt me af te vragen waarom sommige mensen ervoor kiezen zo door de wereld te gaan. Ze moeten het zelf maar weten. Er is altijd een andere, een betere wereld.

 

Afbeeldingen: Boeken, Martin Pulaski

TIJDING UIT HET ZIEKENHUIS

Bedankt, lieve vrienden voor de vele compassionele reacties. Inmiddels gaat het alweer wat beter met me. Ik heb nog altijd koorts maar dat schijnt normaal te zijn. Wat zou ik graag eens een wandeling maken onder zonovergoten platanen, of over een Cypress Avenue in het voetspoor van Van Morrison. Geduld, Martin!

Met mijn linkerhand kan ik niet typen. Ik houd het kort; ook al omdat mijn cognitieve functies nog lang niet hersteld zijn.

Uvi, in een ziekenhuis voel je de afwezigheid van je geliefde veel sterker aan. Je mag mij overigens alles vertellen wat je maar wilt. Ik blijf nieuwsgierig. Dat van een bezoek aan mijn kamer blijft ook geldig. Tijdens het weekend zijn hier geen therapieën.

Wie op reis gaat wens ik een mooie reis en onvergetelijke ervaringen.

Tot gauw.