VERONICA SATORY (ANASTASIS)

veronicasatory.jpg
Kinderdorp Molenberg, Rekem.(Hier zat ik vier jaar lang opgesloten.Van 1958 tot 1962. De hel van mijn kinderjaren. Ik heb er niet een mooie herinnering aan.)

Have you ever loved the Body of a woman?
Have you ever loved the Body of a man?
Your father—where is your father?
Your mother—is she living? have you been much with her? and has she been much with you?
—Do you not see that these are exactly the same to all, in all nations and times, all over the earth??

Walt Whitman, I Sing The Body Electric

Ω

La symptomatologie est toujours affaire d’art.Gilles Deleuze, Présentation de Sacher-Masoch

Ω

‘Anastatasis’ is de titel van een lange semi-autobiografische tekst die ik in 1976 schreef voor het tijdschrift voor filosofie, Aurora. Hoewel ik niet gelovig ben – onder meer over hoe ik mijn geloof verloor gaat die tekst – blijft dat woord ‘anastasis’ me fascineren. Wederopstanding, herrijzenis, nieuwe geboorte, zelfs renaissance – meer bepaald de herrijzenis van Jezus Christus. Maar ook ziek zijn en genezen.

Die tekst kan ik onmogelijk nauwkeurig en in zijn geheel herlezen. Vanwege mijn fascinatie voor surrealisten als André Breton en Francis Picabia is hij geschreven in een stijl die ‘écriture automatique’ wordt genoemd. Daarnaast is de invloed van beatschrijvers als  Jack Kerouac en William Burroughs merkbaar. Beide stijlen gaan met slordigheid, onnauwkeurigheid gepaard. In zekere zin schrijf je er maar op los. Toch zit zo’n tekst vol waardevolle vondsten en nog interessanter zijn de herinneringen die erin voorkomen. Wat waren mijn herinneringen nog levendig en helder. Mijn ideeën over ziekte, geneeskunde, farmaceutica waren merkwaardig, verontrustend en niet bepaald origineel. Ik was wat dat betreft ongetwijfeld nog sterk onder de indruk van mijn lectuur van ‘L’anti-Oedipe’ van Gilles Deleuze en Félix Guattari.

Vanwege die vondsten en duidelijke herinneringen zou ik ‘Anastasis’ heel graag uit de dood opwekken, zou ik van dode woorden weer levende willen maken. De vervuilde taal van toen keurig oppoetsen, voorzichtig, zoals je dat met oud vinyl of met breekbaar porselein en kristallen glazen doet. Zo graag dat ik er misschien ooit eens aan begin. Maar meteen volgt dan de gedachte: er gebeurt zoveel in deze tijd, laat het verleden het verleden, een wederopstanding is – voorlopig – niet nodig.

Een maar zeer gedeeltelijk schoongemaakt fragment:

“Toen kozen wij voor rock & roll. Met een gretigheid en een genoegen die we tevoren nooit hadden gekend namen we dat nieuwe geluid in ons op, eigenden het ons toe.
Ik volgde het vijfde leerjaar°. Op een dag zat ik bang en verlegen naast mijn vriendinnetje, Veronica Satory°°. Juffrouw Bakkers was even de klas uit. Wat kon ik doen? Van satori zouden we pas later horen, ook lustgevoelens herkenden we niet, mochten we niet eens kennen. Er was alleen een vreemd, intens verlangen om dicht bij elkaar te zijn. Aanrakingen waren niet nodig. Nee, we deden helemaal niets en waren, denk ik, toch heel even innig verenigd.
Wat een mooie naam was dat toch, Veronica Satory. Die zal ik wel nooit vergeten. Ik zal tien of elf geweest zijn, onschuldig, een hart van boter, ogen als blauwe bloemen… Een vlugge blik op haar perfect Grieks gelaat deed niet alleen mijn hart smelten, ik werd er helemaal week van. Haar magere benen zaten in ruwe wollen kousen, hier en daar gestopt, waar zij zich helemaal niet voor schaamde. Altijd zag ik om haar lippen het begin van een glimlach spelen.”

Daarna volgt een fragment over hoe ik me omstreeks 1962 rock & roll toe-eigende. Tot dan had ik er alleen maar met de oren van mijn zeven jaar oudere broer naar geluisterd. Naar zijn helden Elvis Presley, Gene Vincent en altijd Fats Domino. Die reuzen onder ons werden – tot ik voor het eerst the Beatles en the Rolling Stones op de radio hoorde – ook mijn helden. Daartoe moest ik me echter losweken van mijn broer. Ik moest een eigen schrijn oprichten voor die ogenschijnlijk bovennatuurlijke wezens. En ik moest leren dansen op hun wild en duivels ritme. En zo, al dansend voor mijn duivels, vond ik mezelf uit, zo was ik niet langer eenzaam, zelfs niet nadat Veronica Satory al lang uit mijn leven was verdwenen.

Ω

° In het Kinderdorp Molenberg in de bossen van Rekem en Opgrimbie.

°° Met een goedkope boxcamera heb ik in die dagen een foto van Veronica Satory gemaakt. Klein, zwartwit; ik zie haar nog altijd met die mysterieuze glimlach. Nergens vind ik hem terug. Zelfs vandaag, uitgeput en hoestend, heb ik er uren naar gezocht, om hem hier boven te kunnen plaatsen. Nergens vind ik de foto van Veronica Satory terug.

Ω

Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012

OPEN DE DEUREN

 

fernand_khnopff_-_i_lock_my_door_upon_myself.jpg
Fernad Khnopff –  J’ai fermé la porte sur moi-même

Dagen van niets of bijna niets wegen toch zwaar en belasten vooral het gemoed. Als je te lang in stilte zit te denken hoor je in je hoofd alleen nog maar lawaai. Er bestaat geen zachte achtergrondmuziek meer. Als je niet aandachtig luistert is het lawaai. Films worden niet uitgekeken, kleine meesterwerken noch klassiekers. Zelfs geen Pulp Fiction. Overmand door slaap, een broertje waar je altijd zo bang voor was en dat je zoveel mogelijk uit de weg ging. Zelfs een lichte handdruk gunde je hem niet.

I’ve closed my books, I read no more. Een regel uit een gedicht van James Joyce. Ook zijn zo volstrekt open eindigend boek is gesloten. Stress, zeggen kennissen, buren, dokters. Stress. Als je dat woord zo ziet staan word je een beetje misselijk. Niets is dommer dan stress, het woord en de toestand die het aanduidt. Of niet soms?

De donkerste dagen doen je verlangen naar witte zeilen, zoals je je die voorstelde toen je als kleine jongen avonturenromans las. De geur van schepen, van de zoute oceaan. Naar de blik in de ogen van een matroos. Naar een lied dat zachter is dan water, en even hard en genadeloos. Zou het er een van the Velvet Underground kunnen zijn? Pale Blue Eyes, bijvoorbeeld. Ze doen je verlangen naar een engel, gevallen en weer opgestaan. De engel is een vrouw die als een prerafaëlitische schoonheid door groene velden zweeft. Vlinders zijn er niet, alleen zucht de wind wat om haar dunne zijden jurk. Daffodils, denk je. Is dat niet het woord dat stress kan uitwissen? Of entelechie? Entelecheia. Zoals een duif een duivel. Je gelooft echter niet in magie, witte noch zwarte. Black Magic Woman is een lied, meer niet. Maar de woorden dan? Ja, de woorden. De miljarden woorden die als zandkorrels zijn, onuitgesproken, ongeteld. En zijn de boeken van zand niet de mooiste? De boeken die je niet openslaat, die je met donkere ogen en blootsvoets leest. Hun myriaden betekenissen zitten voor enkele uren tussen je tenen. Daarna spoel je ze weg. Ruimte voor het nieuwe. Altijd het nieuwe: zoals ongeziene sterren, en de maan en het vuur.

HET MARTIN PULASKI-PLEIN

 

good bar,job,piggy,dodenklas,ahab
Wordt dit het Martin Pulaski Plein? 

Niet de strategie van de spin maar die van de verschroeide aarde, waar geen hibiscus, geen paardenbloem meer bloeit. Iemand beschildert de straten met afbeeldingen van verkeerde Amerikaanse presidenten. Er is geen weg terug, ook al zing je burgerlijke ongehoorzaamheid.

Het witte schip vaart voorbij Kaap de Goede Hoop, en dan op de klippen. Zelfs geen kapitein Ahab om de breuk te herstellen, geen Ismaël, geen Vrijdag om je te verwelkomen op zijn enig eiland.

Wie denk je dat je bent om zomaar met de vijand mee te zingen? Met leider van het zwarte koor. Alsof je niet in de Poolse dodenklas zat, bij de andere verdronken kinderen? Je nacht is tot lust in staat, maar veel meer nog tot moord en doodslag en overgave. Waar er vijandschap is, is er liefde zeg je. Hier heb je al mijn ogen. Hier heb je mijn vergeelde brieven, uit de tijd toen je nog over mijn vurige paarden heerste, en met een glitterzwaard je demonen verjoeg, alsof je een soort mister Goodbar was. Maar een mister Goodbar ben je nooit geweest. Eerder opgejaagd wild, een Piggy met een stukgeslagen bril. Hoestend en piepend. Eerder een Job, die liever nooit geboren was.

 (En als ze nu eens een plein naar u noemen? Of een vallende ster? Zoudt ge dan tevreden zijn. Zoudt ge dan beter slapen en minder pillekes slikken?)

BLIJDE VERWACHTING

wieneraktion

De wereld is geen lachertje. Ik hoop dat je hart niet altijd gebroken blijft. Als ik niet meer van je houd. Of net wel. Een gebroken hart is een country song, maar is ook een werk van Mark Rothko, van sommige dronkaards die nog willen schilderen, schrijven, zingen. Johnny Cash, Arshile Gorky, Virginia Woolf. Een gebroken hart is een mooi hart omdat het bloedt, in zichzelf, zonder hechting aan een grond, een volk, een dom ideaal. Een gebroken hart is gebroken als porselein, als een 78-toerenplaat, in een hoog oplopende ruzie, je denkt meteen aan Arletty (wier kut internationaal was, zoals zij zelf verklaarde), uit liefde, uit woede.

Voor het vertrek naar een gedoemde, verdoemde stad, of naar om het even welke andere stad drink je jezelf lazarus. Ja Larry, zo is het nu eenmaal. De spanning van het al te bekende en onbekende, het altijd nieuwe onderdrukken – of al de lust voelen van het ontdekken of herontdekken. Dronken zoals Edgar Allen Poe nooit geworden is. De man werd zat van twee glazen wijn. Jij hebt wel wat meer nodig. Wine, women and whisky, zingt de blueszanger, Papa Lightfoot, uit Natchez. Zo erg is het met mij niet gesteld. Ik zou zeggen, life, love and moving my arms and legs (and the smaller stuff I’m made of). Maar ik ben geen blueszanger en ik ken de troubles niet die zij hebben gezien en gevoeld. Of hun ouders, grootouders, familie. Ik heb het goed gehad, heb het goed. Mijn leven is niet iets om over te klagen. Ik zou het wel kunnen, natuurlijk. Maar ik houd me even in. Ik ben nu tevreden, heb wat muziek beluisterd, Levon Helm vooral, Emmylou Harris, heb wat gelezen in Zizek, heb lekkere wijn uit Portugal gedronken bij een eenvoudige maaltijd, die mijn lieve vrouw had bereid, ondanks de hitte in de keuken, en het vele werk bij het pakken van de koffers.

Ik ben een luiaard. Ik doe niets. Ja, ik zorg er wel voor dat we kunnen reizen, ik reserveer vluchten, hotels, maak prints, zoek allerlei dingen op, controleer of we niets vergeten (bijvoorbeeld een kurkentrekker), check of we onze identiteitskaarten hebben en al de andere noodzakelijke stuff. Ik pak mijn koffer in, wik en weeg, schrijf nog iets naar de vrienden, zet foto’s op flickr, je weet maar nooit, bekijk facebook, want daar zijn veel vrienden – en ga zo maar door. Maar mijn vrouw doet al de rest. En de rest is een heel lelijk woord voor wat zij doet.

Straks zijn we in Wenen. Een verjaardagsgeschenk voor A. Het is een stad waar we van houden. Eergisteren liep ik mijn oude vriend Max Borka tegen het lijf. Naar Wenen, riep hij uit. Fantastisch! Niets dan kunst, niets dan musea! En je kunt er lekker eten! Hij gaf me mondeling enkele adressen, die ik meteen vergat. En op het einde van de maand geef ik een feest en jullie moeten zeker komen, zei hij.

Veel mensen denken dat Wenen kitsch is, Mozartpralines, etc., maar dat is niet zo. Niet alleen omdat Max het zegt, maar omdat ik er zelf nog niet zo lang geleden geweest ben. De kunst en de schoonheid zijn er nog altijd even levendig aanwezig als in het begin van de 20ste eeuw. Nu moet de politiek nog volgen. Dan hoeven de inwoners van Wenen zich niet langer te schamen voor hun ‘leiders’ – en daarin lijken wij op elkaar. Want schamen wij, Belgen, ons niet voor onze kortzichtige ‘leiders’? Natuurlijk wel. Wij willen zelfs geen leiders. Wij willen alles zelf doen. Frieten eten zoals we ze echt willen, vergif en al, en koterijen bouwen. Voor ons bestaat de toekomst niet. Wij leven er maar op los. Niemand zal ons daar voor straffen.

kunst,wenen,gebroken hart,country,heartbreak hotel,kut,arletty,nick cave,drinken,blues,papa lightfoot,levon helm,emmylou harris,gospel,papieren,werken,liefde,max,max borka,kitsch,politiek,verandering

Illustraties: Hermann Nitsch: Aktion am 3.3.1964 en Nicholas Roeg, Bad Timing (met Theresa Russell en Art Garfunkel)

DE FABRIEK VAN MICHELANGELO ANTONIONI

deserto rosso 2

De rode woestijn van Michelangelo Antonioni. Alles was woestijn voor de grote kunstenaar. Woestijn, lege ruimte, labyrint, elke uitgesproken zin een raadsel, elke gedachte een mysterie. Michelangelo Antonioni, de meest literaire van alle filmregisseurs, zonder ooit in het gepraat of de schone letteren te vervallen. Laat zijn films raadsels blijven. Ik zal deze nacht sprakeloos door de straten van Deserto Rosso lopen, of op een klein eiland verdwalen. Laat de dwaze druktemakers maar naar me zoeken. In de buurt van Zabriskie Point zal ik de liefde bedrijven met drie of vier jonge Amerikaanse vrouwen. Daarna blaas ik een huis op van een of andere kapitalist. Be careful with that axe, Eugene! Of ik noem mezelf Arthur Rimbaud, word reporter en spreek alleen nog maar in klinkers. Ik speel bij de Yardbirds en sla mijn gitaar stuk. David Hemmings loopt met een stuk ervan de swingende Londense avond in. De nacht valt. Ik schrijf een boek over de nacht die valt. Het is een kroniek van een liefde. Of van een uitgestelde zelfmoord. Er wordt nog altijd naar me gezocht. Ik heb een zijden sjaal op mijn hoofd. In Barcelona zoek ik zelf mijn weg in het Park Guëll. Ik word achtervolgd. Na een fotosessie bedrijf ik de liefde met Verushka, het mooiste fotomodel in 1966. Of was dat Donyale Luna? Nee, dat kan niet, dat was in een andere film van een andere Italiaanse regisseur. En in 1950 was de ster Lucia Bosé. Over haar heb ik al geschreven, nog niet zo lang geleden. Over het labyrint, echter, heb ik het alle dagen. Het verloren lopen, hoofd in de wolken, ver weg van fabrieken en de waanzin van banale verlangens.

Michelangelo Antonioni, alleen zijn naam al was een gedicht. De leegte van zijn werk benadert de drukte van Shakespeares drama’s. Tegengesteld en verwant. De leegte die je achteraf vult met woorden, met namen. Het jonge meisje Jane Birkin. De vrouw der vrouwen Monica Vitti. Michelangelo Antonioni en Monica Vitti. De weg van alle vlees. Het woord is vlees geworden en heeft onder ons geleefd, gewerkt, gemaakt. Ik zwijg nu en ga de nacht in, een reporter zonder letters, zonder iets, zonder niets.

Foto: Monica Vitti in Deserto Rosso.

WO ES WAR

associaties,google,surrealisme,combinaties,meester,verbanden,freud,es,id,guy davenport,pale fire,nabokov,kurt drawert,nazi s,geert mak,endlosung,in europa,a streetcar named desire,blanche dubois,stanley kowalski,snatch,patti palladin,judy nylon,pop,popcultuur,boeken,bugatti,neerharen,dood,meir,antwerpen,dostojewski,ivor cutler,tennessee williams

Is er nog tijd om iets te doen? Stanley! Stanley! Wo Es War Soll Ich Werden. Dat heb ik altijd een fascinerende uitspraak gevonden. Ik tikte die in in het Google-balkje en kwam op Guy Davenport terecht, een schrijver waar ik nog nooit van had gehoord, maar die wel een boek heeft geschreven met die gevleugelde woorden van Freud als titel. Het werk is in honderd exemplaren uitgegeven bij The Finial Press, in Champaign, Illinois, heb ik gelezen. Het lijkt wel een grap van Borges, of een voetnoot in Pale Fire van Nabokov (wellicht de grootste vijand die Freud ooit heeft gehad). Maar kennelijk heeft Davenport echt bestaan, er is zelfs een kort in memoriam in Le Monde verschenen. Verder ontdekte ik de Duitse dichter Kurt Drawert, die in een gedichtenbundel uitgaf met deze titel (Suhrkamp, 1996). Ik ben niet de meester in mijn eigen huis. Ik heb niet eens een eigen huis. Maar moet ik me dat laten welgevallen? Moet ik dat? Neen, dat moet ik niet. Ik moet het onbewuste om de tuin leiden, zo lang tot ik er bij in slaap val. En dan weer wakker worden en mezelf terugvinden in mijn eigen huid. Want de slaap van de rede… Je weet wel. Is er nog tijd? Om gevaren te trotseren? Om avonturen te beleven en daarna te zeggen: ik heb avonturen beleefd? Om gek te doen en toch niet gek te zijn. Hoe houd je jezelf in de hand zonder alles onder controle te houden? Hoe bekijk je jezelf vanop een redelijke afstand. Het leven kan mooi zijn, zelfs al zijn wij niet de heren van de schepping en luistert het paard dat wij berijden niet naar onze orders.

Ik las nog maar eens over de nazi’s in het dikke en grandioze Europaboek van Geert Mak. Hoe de ambtenaren in de Berlijnse ministeries de Endlösung tot twee cijfers na de komma berekenden. Nooit zagen ze een lijk in rook opgaan, maar ze werkten gedwee mee aan de moord op zes miljoen mensen. Wisten zij niet waar hun paarden naartoe reden? Alleen al daarom is die uitspraak van Freud zo belangrijk. Je moet weten wat je wilt en wat je doet. Klaar als een klontje. Deze tekst is door mezelf geschreven en ook weer niet. Verheldering komt later. Na de val sta je weer op. Daar bedoel ik niets religieus mee. Woordverlies, afasie, vervolgens een stroom van betekenisvol schrijven. Ik ben er zeker van. Dit is een oefening in geduld. Ik laat de woorden komen. Stanley, uit A Streetcar Named Desire. Maar ook uit een lied van Snatch (dat waren Patti Palladin en Judy Nylon). Ooit zag ik de Bugatti’s rijden door de straten van mijn dorp. Hemelse auto’s zag ik. Vorige week zag ik de dood zitten op zo’n paaltje op de Meir in Antwerpen. Hij had een zwart pak aan en las, van de wereld weg, Schuld en Boete van Dostojewski. Een paar dagen geleden, toen ik op weg was naar het Centraal Station hier in Brussel, passeerde Ivor Cutler me, zonder me zelfs een blik waardig te gunnen. Ivor Cutler? Dat kon toch niet, ik had een paar uur voordien gelezen dat hij dood was. En zo gaat het leven zijn gang, running and hiding, anywhere you want me to go. Stanley, Wo Es War Soll Ich Werden! Down, anyway you want me to go. Hello Mary Lou, Goodbye Heart. Ik heb dan toch niet zitten glimlachen, uiteindelijk. Ik ben doodgewoon in slaap gevallen.

 

Foto uit de film Zardoz van John Boorman.

AAN VERWARRING TEN PROOI

24313013_10154851976386441_6337703644867670343_o

De zon, de regen, de metro, het begin van een brandje, collega’s die al hun jassen uittrekken, maar aarzelen. Ontruimen? Is er wel brand? Kleinigheden. Een doordringende stank. Draadjes van het alarmsysteem gesmolten. Een schip zinkt ergens voor een kust, 5000 doden. Of meer? Of minder? Ik luister maar met één oor naar de radio. Of met geen oor. Ik ben met moede oren uit bed gestapt. Naar de apotheek met de trein. Geneesmiddelen kopen. Of je ervan geneest? 1 op drie mensen krijgen kanker. Je kunt genezen. Aan een vogelgriepvaccin wordt gewerkt. Van vogelgriep ga je dood. Vogels zijn mooie dieren, je kunt er uren naar kijken. Hitchcock. Vergaderen. Het verslag noteren op een laptop. Die verdomde oren die niet meewillen. Cijferdyslexie? Angst voor falen, tekortschieten. Te weinig woorden, teveel woorden. Van de regen in de drup. De liften zijn hersteld. We moeten niet te voet naar beneden. Lust, onlust. Onrust. Alle lust wil diepe, diepe onrust. Of citeer ik verkeerd. Ik ben Borges niet. Ik ben niet ik. Persoonsbeschrijving: verontwaardigd machinist, zonder rijbewijs. Beperkte mobiliteit. Leve het vliegtuig, de trein en de tram. Tingeling. Toen ik jong was reed ik op een Garelli. Dat lawaai in Italië, en ondanks de adembenemende uitlaatgassen de euforie bij het zien van al die Trabantjes in Boedapest. Ik moet mijn hart daar nog eens gaan terugeisen. Bij de verloren voorwerpen. Zouden ze nog altijd zulke goede bureaucratie hebben? Dan moet het terug te vinden zijn. Ik luister er niet naar maar ik maak wel radioprogramma’s. Een playlist. Alles moet samenhangen. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Geen letter. Tenzij haast en spoed boos komen doen. Weldoordacht door regen en wind. Maar vat geen kou, beste vrienden. Droge voeten zijn belangrijk.