I AM A DJ I AM WHAT I PLAY

bobby bland

Gisteravond heb ik plaatjes gedraaid. Eigenlijk had ik me voorgenomen om nog eens naar een film van Truffaut te kijken, ik heb onlangs twee verzamelboxen gekocht, ongeveer twaalf films, waaronder de volledige Antoine Doinel-cyclus. De dvd’s zijn fraai uitgegeven en niet bepaald duur. Maar bij het avondeten had ik een cd opgelegd, wat ik altijd doe, het is nooit stil als wij aan tafel zitten, en cd’s hebben daarbij het voordeel dat je niet de hele tijd van tafel weg moet om ze om te draaien; zo had ik zin gekregen om nog meer muziek te beluisteren. Tussen 9 en 11 uur gisteravond was ik dus de privé-deejay van Laura. Aan tafel hadden we al geluisterd naar de volledige ‘Two Steps From the Blues’ van Bobby ‘Blue’ Bland, omdat ik daar een stukje over had geschreven, en daarna nog naar ‘Workingman’s Dead’ van the Grateful Dead. We zitten soms lang aan tafel. Misschien is dit een beetje exhibitionistisch van me, maar ik wil hier gewoon even vertellen welke songs ik daarna nog heb gedraaid. Een opsomming dan maar.

Het onvolprezen ‘Blood In My Eyes’ uit Dylans ‘World Gone Wrong’; de originele versie is van the Mississippi Sheiks. ‘I Wish It Would Rain’ van the Temptations; een van de schrijvers van dit erg ontroerende lied, Roger Penzabene, heeft zich, een paar dagen nadat de single was verschenen, op 31 december 1967 uit liefdesverdriet een kogel door het hoofd gejaagd. Een van mijn favoriete songs, daar kom ik nooit op terug, is ‘Long Black Limousine’, een tragische ballad uit ‘From Elvis In Memphis’, Presleys beste elpee. James Browns ‘Prisoner Of Love’ bezorgt mij keer op keer kippenvel. ‘Ruler Of My Heart’ van Irma Thomas, uit New Orleans, was de blauwdruk voor Otis Reddings ‘Pain In My Heart’ (later door the Rolling Stones gecoverd). Over ‘Polly’ van Dillard & Clark heb ik het onlangs al gehad. Het is terug te vinden op de elpee ‘Through the Morning, Through the Night’ van Doug Dillard en Gene Clark en werd gecoverd door the Walkabouts en heel recent door Robert Plant & Allison Krauss. ‘He’s Got All the Whiskey’ van Bobby Charles komt uit zijn titelloze elpee die in 1972 op het Bearsville label verscheen. Zowat de hele Band (THE Band) speelt er op mee. Het is een schitterende plaat, veel te weinig bekend. Net als Bobby Charles komt Dr. John alias Mac Rebennack uit New Orleans. Een van zijn mooiste platen vind ik ‘Goin’ Back To New Orleans’, verschenen in 1992, het jaar dat ik zelf voor het eerst in New Orleans was. Ik draaide gisteren ‘I Thought I Heard Buddy Bolden Say’. De Canadese schrijver Michael Ondaatje – bekend van ‘The English Patient’ – heeft een zeer meeslepend boek geschreven over de legendarische jazzmuzikant Buddy Bolden, met als titel ‘Coming Through Slaughter’ en in het Nederlands ‘Op weg naar stilte’. Ik hoor nog altijd graag de platen die the Steve Miller Band in de jaren zestig opnam. Later produceerde hij commerciële troep. Ik draaide een oude gospel ‘Don’t Let Nobody Turn You Around’ uit Steve Millers ‘Your Saving Grace’. Uit ‘The Piper At the Gates Of Dawn’ van Pink Floyd koos ik Lucifer Sam, uiteraard een pareltje. ‘Da Capo’ was de eerste elpee van Love die ik me ooit aanschafte, in 1967. Het lang uitgesponnen ‘Revelation’ klinkt verouderd, maar het delicate, poëtische ‘Orange Skies’, van Bryan MacLean, wordt mooier met de jaren. ‘Between the Buttons’ is altijd een van mijn uitverkoren elpees geweest van the Rolling Stones. Het is een echte popplaat; ze klinkt lekker opgewonden, waarschijnlijk door de grote hoeveelheden benzedrine die de groepsleden toen slikten. Ik vind de hoesfoto bijzonder mooi; in die dagen hadden de Stones een fantastische vestimentaire smaak. Brian Jones dacht wellicht dat ‘Miss Amanda Jones’ over hem ging, vooral met de regel ‘she looks delightfully stoned’. Bij mijn verlaten eilandplaten behoort zeker ‘Paris 1919’ van John Cale, en het mooiste nummer uit de elpee vind ik ‘Hanky Panky Nohow’, gecoverd door Yo La Tengo. Na John Cale is het onvermijdelijk de beurt aan Lou Reed. Ik heb de titeltrack uit Street Hassle gedraaid, met een gastrolletje van Bruce Springsteen (‘tramps like us were born to run’ komt hij vertellen).  Na die lange, poëtische song was het tijd voor wat harder werk, hoewel ‘Ramble On’ van Led Zeppelin qua geriff nog meevalt. Het staat op Led Zeppelin II. Als ik die plaat opleg wordt ik altijd teruggevoerd naar de Karmelietenstraat in 1969-1970. Van the Clash selecteerde ik Police & Thieves, reggae waar we in Antwerpen vaak op hebben gedanst. De originele versie is van Junior Murvin en Lee Perry. Met the Specials en ‘A Message To You Rudy’ – in een productie van Elvis Costello – wilde ik herinneringen aan de 2-tone-periode oprakelen. Iedereen was toen in zwart en wit gekleed. Ik heb mijn set beëindigd met Chris Isaaks ‘Livin’ For Your Lover’, uit zijn eerste elpee, die werd geproduceerd door Erik Jacobsen. In de jaren zestig was dat de producer van the Lovin’ Spoonful. Ik zou over elke song hierboven een heel verhaal kunnen vertellen, maar dat zal ik niet doen, want dan wordt het langdradig. En het zou niet origineel zijn, Nick Hornby heeft het al voortreffelijk gedaan in zijn ’31 Songs’ en Greil Marcus heeft zelfs een volledig boek gewijd aan ‘Like A Rolling Stone’ van Bob Dylan.

buddy bolden, twee links achterste rij
Buddy Bolden is de tweede links op de achterste rij.

BOB DYLAN ALS PAUS EN ANTI-PAUS

dylan-confusion

Het vorige artikel gaat niet over Bob Dylan als zanger of songschrijver of filmregisseur of autobiograaf of schilder of Enigma. Het gaat over Bob Dylan als deejay van het onvolprezen radioprogramma Theme Time Radio Hour. Misschien was ik niet duidelijk? Dat geeft niet. Het is altijd de moeite waard om over Bob Dylan te praten. Om te horen wat anderen over hem denken. Of ze van hem houden, of ze hem haten (zoals de meeste van mijn vriendjes op de middelbare school, in de jaren zestig). Of ze…?

Kennelijk laat Bob Dylan niemand onberoerd. Hoe zou het ook kunnen? Heeft iemand ons ooit meer troost en inspiratie geboden gedurende onze voorbijgevlogen jaren? Ik ben een onvoorwaardelijke bewonderaar van de man, sinds ik voor de eerste keer, in 1965, Like A Rolling Stone op een transistorradio hoorde. Onvoorwaardelijk? Ik kan moeilijk zeggen dat ik alles wat hij gemaakt en gedaan heeft even goed vond of er altijd bijzonder opgetogen over was. Maar zijn dwarsliggerij en zijn dwaasheid zag ik gewoon door de vingers. Zelfs zijn door velen verguisd optreden voor die vermaledijde paus zag ik als een surrealistische grap.

(Overigens ben ik ervan overtuigd dat Dylan het concept van zijn radioprogramma van mij heeft afgekeken. Ik maak al een themaprogramma sinds 1982; zo lang al dat ik geen thema’s meer kan bedenken. Waarschijnlijk kent de zanger en danser heel goed Nederlands, net zoals de paus voor wie hij optrad, zalig Pasen, ofwel heeft hij excellente adviseurs.)

Een paar dingen over Dylan zijn voor mij duidelijk als geslepen glas: als 20ste eeuwse kunstenaar is hij even belangrijk als Francis Bacon, Henri Matisse, Marcel Proust, Franz Kafka, Frederico Fellini en John Ford. Waarom? Omdat hij zich in een traditie plaatst, vanuit die traditie een visie ontwikkelt, en vanuit die visie op een oorspronkelijke wijze, met een geheel eigen stem, de maatschappij waarin hij leeft en de mensen rondom hem en zichzelf observeert en analyseert – en mogelijkheden suggereert, plaats openlaat voor het mysterie dat toekomst heet.

Wat Dylan vooral nooit was: een protestzanger. Tegen dat ‘label’ heeft hij altijd bijzonder heftig en soms nogal ludiek geprotesteerd! Protestzangers waren deze mensen die een paar songs van Dylan als model namen, songs die sowieso al mimetisch van aard waren, vaak gebaseerd op oude Britse volksliederen. Protestzangers waren deze mensen die deze ‘archetypische’ songs imiteerden, er banale teksten over atoombommen en zo bij verzonnen, en hoopten op die manier veel geld te verdienen, zodat ze nooit meer zouden moeten zingen en optreden. Bob Dylan echter treedt altijd op. Bob Dylan is niet meer en niet minder dan een country- en blueszanger. Hij heeft nog nooit tegen iets geprotesteerd. Wel heeft hij al een en ander vastgesteld. Onder meer dat het geen leuke wereld is, waar we in leven. Onder meer dat sommige mensen het verschil maken. Onder meer dat het plezierig is om af en toe een danspasje in die weinig leuke wereld te zetten. Onder meer dat de paus soms ook in zijn blote staat. Bob Dylan, dames en heren!

Foto: Mixed-Up Confusion, uit mijn singles-collectie.