HET IS NIET ALLE DAGEN FEEST

muziek,boeken,melancholie,ziekte,western,pop,country,cormac mccarthy,blood meridian,marisha pessl,nabokov,italie,velvet underground,yo la tengo,dirk roofthooft,theater,mensch

Op dit ogenblik luister ik naar Kick Up The Dust, van Blood  Meridian. De naam van de band is tegelijk de titel van een boek van de Amerikaanse schrijver van existentialistische westerns, Cormac McCarthy. Niemand anders heeft het ‘wilde westen’ met zoveel diepgang beschreven als McCarthy. Ik houd van oude westerns, maar zelfs de beste, zoals Shane en The Searchers zijn oppervlakkige vertellingen in vergelijking met de romans van de unieke Cormac McCarthy. Blood Meridian is niet zo welsprekend als hun naar ik aanneem favoriete auteur, maar ik verwacht nog wel wat van deze band.

Nu ik het toch over boeken heb. Gisteren en vandaag heb ik tussen het slapen door Marisha Pessls veelgeprezen roman Special Topics in Calamity Physics uitgelezen. Met de eerste helft van het dikke boek heb ik het moeilijk gehad, maar zo ongeveer halverwege werd mijn geduld niet langer op de proef gesteld. Pessls virtuoze stijl is een combinatie van Nabokov, hardboiled detectives (Chandler, Hammett) en The Secret History van Donna Tartt. Ik denk dat de jonge schrijfster wilde wedijveren met Lolita, maar in die wedstrijd heeft ze uiteraard het onderspit moeten delven. Het onderspit delven? Een vreemde uitdrukking… Door de vele verwijzingen naar echte en fictieve boeken doet de roman nog meer denken aan Nabokovs Pale Fire dan aan Lolita. Nabokoviaans of niet, als ik de eindredacteur was geweest zou ik de helft hebben geschrapt. Maar wie ben ik? Ik ben een ouder wordende, vaak zieke man. Ook nu ben ik weer aan mijn kamers gekluisterd. Er is niets met me aan te vangen en ik vang niets aan. Deze regels schrijven kost me veel moeite, al wil ik niet klagen. Het leven heeft mooie momenten. Die zijn kostbaar en daar probeer ik van te genieten. Ik weet dat er nog in het verschiet liggen. Momenten waarop de zon schijnt, of ik loop op straat onder de volle maan, of als mijn geliefde me onverwacht bij de hand neemt…

Mijn reis naar Italië zit nog vers in mijn geheugen. Om die reden treur ik niet over een concert dat ik zal missen. Vanavond treedt Yo La Tengo op, een band die mij zeer genegen is. Ik bezit ongeveer alle cd’s van dit door the Velvet Underground geïnspireerde trio. Ze hebben werkelijk prachtige songs opgenomen (sommige ervan, zoals Today Is the Day, gaan over mooie momenten). Maar ik heb Yo La Tengo al zien optreden en wellicht keren ze nog terug naar Brussel. Dus waarom getreurd? Nu ben ik ziek en over enkele weken ben ik weer genezen. Dat hoop ik toch.

Ik ben blij voor Dirk Roofthooft met zijn Louis D’Or, hem toegekend voor zijn opmerkelijke rol in Mephisto Forever, een stuk waarover ik in november vorig jaar vol lof heb geschreven. Die ‘bespreking’ van me heeft toen nog hevige reacties uitgelokt, waarom weet ik nog altijd niet goed.
Ik weet niet of je deze pagina’s leest, Dirk Roofthooft, maar dat geeft niet. Ik kan je ook proficiat wensen zonder dat je mijn woorden ziet staan. Laat op een avond, na een voorstelling in de Bottelarij, ik geloof dat het Rusland voor Beginners was, voelde ik me eenzaam en melancholisch. Je hebt me toen aangesproken en – misschien zonder het te weten – veel troost geboden. Je hebt me de moed gegeven om de donkere nacht in te gaan op zoek naar een taxi. Je bent niet alleen maar een uitstekend acteur, maar een echte ‘mensch’. Nog veel geluk!

HEEFT MEFISTO DE TOEKOMST IN HANDEN?

Daar staat Peter Gorissen met een revolver in de hand. Bijna op de rand van het podium. Ik heb nog dertien kogels, zegt hij. Ik geef mij niet over. Ik maak er een eind aan en neem er twaalf van jullie mee. Ik zit in de zaal, niet ver van deze man, die De Dikke speelt, de naamloze nazi-minister van cultuur, waar ik meteen Göring in had herkend. Peter Gorissen speelt niet, hij is. Daarom ben ik nu heel bang dat hij echt dertien kogels in zijn revolver heeft en dat hij echt op het publiek, en misschien op mij, zal schieten. Ik acht Peter Gorissen daartoe in staat. Zozeer bewonder ik hem als acteur. Maar nu ben ik doodsbang. Ik kan me ook niet verbergen achter de theaterbezoeker voor me, want die heeft tijdens de pauze de zaal verlaten. Vreemd is dat, want dit is theater zoals het maar zelden te zien is, van een overweldigende schoonheid getuigend, elke seconde, in elk aspect – maar het is geen vrijblijvende schoonheid, dit is gevaarlijke schoonheid. Of beter nog: schoonheid die ons wijst op het gevaar rondom ons, en op de grote verantwoordelijkheid die wij met zijn allen hebben. Maar dat zijn bedenkingen achteraf. Met angst en beven kijk ik toe hoe Peter Gorissen de revolver richt. Zijn demonische blik, vol doodsverachting. Maar dan keert hij de zaal de rug toe, stopt het wapen in de mond en…

Ik heb hier nu een boek voor me liggen, de Gedichten van Hugo Claus, een verzamelbundel uit de periode 1948-1963. Dat boek heb ik lang geleden van Peter gekocht. Hij was op bezoek bij mijn beste vriend Jos, Peters neef. Peter deed zijn boeken van de hand omdat hij naar de Verenigde Staten vertrok, om er te gaan studeren in Los Angeles. Dat is bijna dertig jaar geleden. Sindsdien is er veel gebeurd in de wereld en in onze persoonlijke levens. Jos heeft zich het leven benomen. Als ik me niet vergis heeft Peter ernstige geestelijke inzinkingen gekend. Maar ondanks die tegenslagen is hij een schitterend acteur gebleven. Ook in dit stuk, Mefisto Forever, van Guy Cassiers en Tom Lanoye, schittert hij. De andere spelers moeten overigens nauwelijks voor hem onderdoen. De klasse van Dirk Roofthooft kennen we allemaal. Zijn melancholische pretoogjes kunnen de tragiek van een verhaal zeer geloofwaardig maken. Ik zal nooit vergeten hoe hij me in het café van De Bottelarij ooit troostte toen ik door te veel alcohol, en na een lang gesprek met een Amerikaanse operazangeres, ten prooi viel aan diepe melancholie – een zware aanval van verlatingsangst. Het werk van Guy Cassiers volg ik op de voet van sinds hij als jonge theatermaker van start ging. Vroeg in de jaren ’80 zag ik hem samen met zijn vader aan het werk in een gelijkvloerse verdieping aan de Cogels-Osylei. Was het een theatervoorstelling? Met zo’n twintig lotgenoten mochten we het appartement betreden. Er werd ons koffie aangeboden. Al gauw kregen vader en zoon ruzie. Er ontstond een stevige scheldpartij. Was dit komedie? Moesten we lachen? Huilen? De scène duurde gelukkig niet al te lang. Vervolgens mochten we de woning weer verlaten. Ik weet nog altijd niet wat ik toen heb meegemaakt. Wat ik wel weet is dat de vier Proust-voorstellingen van Guy Cassiers tot het beste theater behoren dat ik ooit heb gezien. En nu bereikt hij – samen met zijn ploeg – met Mefisto Forever weer zulk hoog niveau. Alleen ga je niet echt met een gelukzalig gevoel naar huis, na een voorstelling die je waarschuwt voor het reële gevaar van het huidige fascisme. Ik was me daar al wel van bewust, maar wat deed ik er eigenlijk tegen? Kunnen wij ooit voldoende doen? Wegkijken is niet de boodschap. Maar wat is dan wel de boodschap? Weinigen van ons hebben het talent van Guy Cassiers om de waarheid tot diep in de ziel te laten doordringen.