FOTOGRAFIE EN DIEFSTAL

wenen

Waar hadden we het ook alweer over? De tijd, de geschiedenis, wat razendsnel of folterend traag voorbijgaat, de momenten die van ons gestolen worden, ook al doen we er alles voor om ze, kostbaar als ze zijn, tot onze eigendom te maken, alsof ze op die manier onvergankelijk zouden worden.
Wie steelt die momenten van ons? Wijzelf, omdat we onszelf niet zijn, omdat we nooit onszelf waren en het ook nooit zullen worden. Al op jonge leeftijd vingen we glimpen op van onze vervreemding, al vroeg voelden we ons nergens thuis, zonder dat we daar veel aandacht aan schonken. Neen, we sloegen zijpaden in, die van verdoving, kunst, seks, werk, liefde, geweld, motoren, reizen naar exotica, naar wereldsteden. Leverde het iets op?
We wisten dat we ballingen waren, maar we zochten niet naar ons land van herkomst, of als we het toch deden vergisten we ons: we dachten dan dat het een paradijs was, een halfvergeten droom, een utopische streek uit een roes voortgekomen, ver weg in de toekomst gelegen, voorbij de bergen van Aghanistan of, erger nog, in onze prille jeugd verzonken, een Atlantis in de baarmoeder dachten, in navolging van Georg Groddeck, sommigen van ons.

groddeck.jpg

Nochtans zijn het mooie en sterke momenten. Ze vullen alleen al bij mij duizenden bladzijden en als ik even op internet ga, vind ik er in een oogwenk miljoenen, foto’s, liederen, gedichten, films, onvoltooide gedachten, vluchtige ideeën over vlinders en sterrenstelsels, over om het even wat zovelen van ons interessant lijkt. Ze zijn sterker dan ons leven, dan alles wat ons een geheel maakt, wat ons de illusie van een identiteit geeft. Net daarom vallen wij in stukken uiteen, fragmenten van wie we dachten te zijn, die wij niet meer kunnen bepalen; net daarom verliezen we onszelf in vluchtigheid en verval, net daarom duurt de tijd zo lang soms en zo kort als adem in herfstlucht. Elk moment waarvan we denken dat het ons bepaalt, en dat we zo stevig proberen vast te houden, maakt ons zwakker, we geven ons eraan over, overhandigen ons hart, onze ziel, of wat daarvoor doorgaat. Elk moment dat we op die manier beleven is een blootstelling aan het oog van de nieuwsgierige fotograaf, noem hem gerust onze dubbelganger: hij is op onze ziel belust, of een stuk ervan, hij is de dief van onze kostbare momenten. Je maakt het elke dag mee. De media overspoelen ons met stukken van onze ziel. Omdat we onszelf niet kunnen zijn laten we ons bestelen, bestelen we onszelf, door onszelf te verkopen, niet eens aan degene die het hoogste biedt.

Zo gaan we een leven lang op de loop voor onszelf, op de vlucht voor mislukking, misprijzen, miskenning, op zoek naar voldoening, wraak, vervulling. Dat doen we ieder op onze manier op voor bijna iedereen herkenbare wijze. De sporen daarvan zijn onze geschiedenis, die ons in boeken en films wordt afgenomen, omdat hij ons gepresenteerd wordt, en daardoor het andere wordt, met ongewilde betekenissen overladen.

We vluchten voor wat we onze schaduw noemen maar zoeken hem ook. Hij fascineert ons. Wie zijn wij, wat zijn wij als wij in de spiegel kijken, of als iemand ons vanop de rug ziet, zoals in films? Wat is er van ons aanwezig in onze schaduw? Zijn wij het, ontdaan van onze eigenschappen, herleid tot de essentie die nooit een echte essentie is, vanwege de beweeglijkheid, het licht? We weten niets. Kort nadat we onze dubbelganger hebben ontmoet, schrijft Gérard de Nerval, gaan we dood. Het is een bekende geschiedenis, vaak beschreven, het is die van het verhaal van het land Luz en van Isfahaan, Nesf-e-Jahan, waar Avicenna operaties uitvoerde en zijn leer verkondigde. We kunnen liefhebben, vluchten, vechten, maar nooit zullen we levend ontsnappen aan het labyrint dat we zijn en waarin we onszelf, verraders, keer op keer ontmoeten.

wenen 2

Foto’s: Wenen (passanten), Martin Pulaski.

THE KILLER INSIDE ME (REVISITED)

the bodyguard

Een niet bepaald moreel en politiek ‘correct’ spelletje, zou je kunnen opwerpen. Mag dit wel? Wij, bloemenkinderen van de jaren zestig, die zo fel gekant zijn tegen wapens – mogen wij daar zo lichtvoetig mee omgaan? Ach, ik weet het allemaal niet zo goed. Het was weer zo’n dag van ‘ordinary madness’. We lapten de normen aan onze spreekwoordelijke laarzen. We vonden dit gewoonweg opwindend. Je doet iets wat eigenlijk niet mag, je overschrijdt grenzen.

Overigens, voor degenen die het niet goed kunnen zien, gaat het om een speelgoedrevolver. Ik kreeg hem cadeau – een ironisch geschenk – van mijn lieve vriendin Isabelle nadat ik in juni 1997 was overvallen en in mekaar geklopt, ik ben toen echt op het nippertje aan de dood ontsnapt, in een straat in het centrum van Brussel. De Kiekenmarkt. Dat gebeurde op een zonnige zomeravond, er was geen vuiltje aan de lucht. En even later lag ik bloedend in het midden van de straat, met auto’s die me onverschillig voorbijreden. Tot de politie en de ambulance arriveerde. Dan was er opeens wel belangstelling. Ik heb foto’s van hoe ik er daarna uitzag, vreselijke beelden, maar die wil ik niet publiek maken. De politie heeft trouwens nooit iets gedaan. Het gerecht heeft de zaak geseponeerd. Maar dat verhaal – hier heel kort samengevat – werpt een verkeerd licht op deze speelse foto die als ik me niet vergis dateert uit 2001, toen mijn wonden al lang geheeld waren.

De titel ‘The Killer Inside Me’ heb ik gepikt van Jim Thompson. De Amerikaanse rockband van Chuck Prophet en Dan Stuart, Green On Red, ging me daar in voor. Ze hebben een elpee met dezelfde titel. Dan Stuart heeft zich al meer dan tien jaar geleden teruggetrokken uit de muziekwereld, maar ik las net dat hij samen met Steve Wynn – ooit gitarist en zanger in The Dream Syndicate – optreedt op 10 april in de AB, onder hun oude troetelnaam Danny and Dusty. Wie de elpee The Lost Weekend, ook een gestolen titel, van Danny en Dusty bezit – ik geloof niet dat ze ooit op cd is verschenen – zal er dan zeker bij zijn.

KUNST IS DIEFSTAL

Dat beeld van boeken als kleine doodskisten heb ik van Sartre gepikt, als ik me niet vergis. Ik geloof dat het in Les mots staat. Kunst is diefstal. Je moet niet altijd alle namen noemen. Mallarmé, Lautréamont, Dylan en zo. Je woorden komen altijd wel ergens vandaan. Het zijn je eigen woorden en het zijn die van anderen. De lagen komen uit je persoonlijkheid tevoorschijn, maar ook uit de geschiedenis, uit de tijd. Echo’s van Indianen, Ieren, Chinezen en Romeinen (om er maar enkele te noemen) zijn je niet vreemd. Cultuur is altijd intercultureel. Dat gezeur over interculturaliteit moet maar eens ophouden. Alsof men altijd maar zou herhalen: cultuur bestaat, cultuur bestaat. Heeft de keizer dan geen kleren aan?