MARK LANEGAN IS DOOD

Hoe en wanneer Mark Lanegan in mijn muzikale wereld zijn entree maakte weet ik niet meer. Van zijn band Screaming Trees kende ik lange tijd alleen maar de naam. Grunge was een trend die me niet meteen aansprak, al was ik zeker wel onder de indruk van sommige songs van Nirvana en Pearl Jam. Omdat ik al sinds meer dan een halve eeuw een bewonderaar ben van het werk van Tim Hardin vermoed ik dat I’ll Take Care of You (1999) het startpunt was van mijn liefde voor de zanger Mark Lanegan. Die voor de songschrijver werd kort daarna aangewakkerd. I’ll Take Care Of You is een van de mooiste coveralbums die ik ken, met veel toewijding en inlevingsvermogen uitgevoerd. Shilo Town is maar een van de vele parels op die plaat. De donkere, warme, volle en diepe stem van de zanger doet elke nuance van Tim Hardins compositie recht aan. Carry Home is even aangrijpend als het origineel van the Gun Club. Mark Lanegan zwakt het sublieme pathos van Jeffrey Lee Pierce wat af en vult de vrijgekomen ruimte in met antieke droefheid en tragiek. Altijd als ik dit nummer hoor denk ik aan de film Light Sleeper, het meesterwerk van Paul Schrader, met Willem Dafoe in de rol van een drugsdealer, een tragische antiheld uit de grootstad.


Vervolgens kwam Field Songs (2001), een elpee die voor mij het songschrijftalent van Lanegan openbaarde. Hoe kon het ook anders, met aangrijpende songs als One Way Street en Kimiko’s Dream House? Mark Lanegan was een van die vocalisten met een authentiek, meteen herkenbaar timbre. Je hoorde in zijn songs aardedonkere kleuren, maar ergens in een duister hoekje scheen er ook altijd wat bevrijdend licht. Schoonheid redt. De ellende van het leven wordt draaglijk. De zanger weet je altijd te raken, te ontroeren en te troosten, zeker met zijn gloeiendste songs, zoals Kingdoms Of Rain op Whisky For The Holy Ghost (1994), Last One In The World op Scraps At Midnight (1998), Little Willie John en Strange Religion op Bubblegum (2004) en St Louis Elegy op Blues Funeral (2012). Om maar enkele parels te noemen.

Some Jack of Diamonds kicked her heart around
Did they know they were walking on holy ground?
[Strange Religion]


Mede dank zij de vurige pleidooien van mijn vriend Roen Hetzwoen, ben ik al gauw naar het vroege werk van de singer-songwriter uit het troosteloze stadje Ellensburg in de staat Washington gaan luisteren: The Winding Sheet (1990), Whisky For The Holy Ghost (1993) en Scraps At Midnight (1998). Elke song daarop, hoewel niet altijd perfect, was een openbaring voor me. De kwaliteit van Lanegans werk zou met de jaren zelfs toenemen. De veelzijdigheid ervan. De intensiteit. Ook de muziek die voortkwam uit talloze samenwerkingen met andere, altijd boeiende artiesten vond haar weg naar mijn hart, met als hoogtepunt de broeierige platen met Isobel Campbell.

Uit zijn aangrijpende autobiografie Sing Backwards and Weep, dat ik tijdens de eerste lockdown las, blijkt dat Lanegans talent zich niet beperkte tot songs schrijven. Het boek getuigt van groot schrijverschap. Door zijn welsprekende rauwheid grijpt het je bij de keel. Je leest – en voelt – er het leven van de jonge kunstenaar zoals het werkelijk was. Pijnlijk, wanhopig, tragisch en soms grappig.

Mark Lanegan leek onverwoestbaar. Maar niets is wat het lijkt, ook het leven niet. Alleen aan de dood valt niet te twijfelen. Hij werd 57.

If death rides a white horse
Then I ain’t seen him yet
And I have seen some things
That I can’t soon forget

When death comes creeping in
Oh he don’t speak a word
The heavens they don’t part
No trumpeter is heard
When death comes creeping in
[Death Rides a White Horse]

NAAR HET DONKERE LAND

1978-1980-AURORA 7 001b_edited2

Voor Neil Casal en Luc Deleu

Je had je ranke handen vol goud en de dood zat op je schouders.
Wil je voor ik ga nog iets van me kopen, vroeg je.
Je mandoline misschien, zei ik.
We keken elkaar nog even aan, je glimlach in een andere richting.
Hoe ontoereikend mijn laatste woorden, dacht ik.
Daarop keerde je me de rug toe en vertrok naar het donkere land.

Afbeelding: Luc Deleu, midden op de foto. Omstreeks 1980.