AAN HET WERK

the trial orson welles

Elk leven kent een aantal keerpunten. In mijn dagboeknotities vond ik wat sporen van zo’n keerpunt in mijn bestaan. De notities [1] zijn natuurlijk uit de context gerukt, waardoor lezers die er geen idee van hebben hoe ik voor de herfst van 1988 leefde misschien niet goed kunnen begrijpen waarom ik het over een keerpunt heb. Maar misschien toch ook wel. Ik denk dat elke lezer inlevingsvermogen heeft. Ik geloof heel sterk in het mededogen van onze soort. Omdat het moet, zeker in deze donkere, schijnbaar uitzichtloze tijd.

Nu zit ik hier ten slotte ook tussen de velen aan een bureau van de overheid en kijk naar documenten die weinig of niets betekenen voor mij. Het is nog maar de vraag voor wie ze wel enig nut of enige waarde hebben. Ik leg blad op blad op blad, zomaar… Om de indruk te wekken dat ik druk bezig ben. Veel drukte om niets, dat is hier de essentie. Na een tiental dagen op deze plek op de dertiende verdieping van het AG-gebouw ben ik al goed op weg om een modelambtenaar te worden.

Mijn angstschilfers voor het witte – of in dit geval grijze (ik schrijf op gerecycleerd papier) – blad zal ik maar van me afschudden. Deze woorden die hier nu ontstaan zijn mijn woorden, van niemand anders. Ook al zijn ze kaal en op zich nietszeggend, al kan iedereen ze zich toe-eigenen. Zoals mijn woorden zijn zo ben ik. Soms goed, soms slecht, vaak iets daartussenin. Ook de banaliteit en het gestamel hebben hun bestaansrecht op de wereld.

Je zal alleszins naar woorden moeten blijven zoeken, angst of geen angst. Zoveel ben je kwijtgeraakt tijdens de lange, vreemde reis… Ja, die metaforen… Daar moet je voorzichtig mee zijn. Metaforen zijn vaak het meest vijandig aan de eigen stem, want ze overvallen je met een vorm die van tevoren al vastligt. Zeker is dat zo als je er niet voldoende bij nadenkt. Bijgevolg moet je niet alleen naar woorden zoeken, maar even goed naar geschikte, geïnspireerde, rijke metaforen – of ze geheel en al uit de weg gaan, wat onbegonnen werk is. Tijdens de lange, vreemde reis, de lange rit door de donkere nacht, de dwaaltocht door de woestijn, de rondzwerving in het barre land, de ballingschap in de dorre gebieden… Stuk voor stuk metaforen die een periode in je leven aanduiden – en geen ervan voldoet. Maar de dagen van de wereld bestormen met bloemen van verderf liggen voor eens en voor altijd achter je. Je zal het met deze nieuwe – evenwel niet opeens opgedoken – kaalgeslagen taal moeten doen. Tevreden zijn met wat je nog krijgt, de schaarse woorden en beelden die overblijven na lang wikken en wegen en elimineren en verwerpen. Geen goudklompjes hield je over, alleen maar steen en fossiel.

Jeroen Brouwers gisteren in het programma Atlantis: is hij een échte schrijver? Of is hij de mythe van een echte schrijver? Iemand die zich voor een echte schrijver houdt? Zowat elke dag is hij daar met zijn donkere ogen, om als het ware zijn zelfmoord aan te kondigen. De pennenlikkers van het literaire circus zitten al vele jaren ongeduldig te wachten om met hun slecht geformuleerde in memoriams te scoren. Ik hoop dat Brouwers er geen eind aan maakt, dat het een verkoperslist is, dat hij de hele meute teleurstelt. Zijn ‘Zondvloed’ zal ook wel goed verkopen als hij er geen punt achter zet. Trouwens, had hij dat punt er niet beter voor gezet? ‘Après moi le déluge’ luidt immers de uitspraak van deze mensen die graag uitspraken in de mond nemen. Ach, de smaak van een wansmakelijke uitspraak is nog altijd beter dan die van het succulente vlees van een geveld everzwijn of een vermoorde patrijs.

5-2-2013_029 (2)

Lang geleden, toen mijn hoofd nog vol haar stond, dat dan bovendien over mijn schouders golfde, heb ik Jeroen Brouwers meermaals gezien. Zou hij zich mij herinneren? Een bepaald beeld van mij met zich meedragen? “Die barman met dat lange haar in die bar van Herman J. Claeys, De Dolle Mol heette ze, dat weet ik wel zeker”. Waarschijnlijk niet. Wie herinnert zich langharige losers? Ik had een zwak voor die luidruchtige literatoren die er kwamen: Jeroen Brouwers, Paul Snoek en Marcel Van Maele. Zij waren me liever dan de overwegend Franstalige hippies die er rondhingen en voor zich uit zaten te staren of hasj te dealen. Dat laatste was niet alleen dom maar ook boosaardig ten aanzien van Herman, want de Dolle Mol stond haast onder voortdurende bewaking van de Belgische Opsporingsbrigade, softdrugs waren staatsgevaarlijk; dat vond althans de toenmalige minister van justitie Vranckx, een socialist tegen bewustzijnsverruiming. Uiterlijk leek ik wel op deze hippies, maar geestelijk was er weinig verwantschap tussen ons, denk ik. De echte hippies bevonden zich, in navolging van Jack Kerouac en andere beats, on the road in de Verenigde Staten, trokken naar Afghanistan en Nepal of leefden teruggetrokken in communes, wist ik. Dat had ik ook graag gedaan, maar waarschijnlijk had ik me daar bij hen, in Laurel Canyon, of weet ik veel waar ze woonden, evenmin thuis gevoeld als in Antwerpen of Brussel. Zal ik me overigens ooit ergens wel thuis voelen? Zeker hier niet, in dit hels-verlichte bureau van Ontwikkelingssamenwerking.

Ja, ik hield van die schrijvende mannen, zij waren karakters, zij hadden levensechte verhalen te vertellen. Zelfs als ze stomdronken waren vertelden ze nog boeiende verhalen. Ik was altijd nuchter in die tijd. Mijn enige zwak was de sigaret. Bijna mijn hele inkomen ging naar sigaretten. Sommige dagen kon er nog maar net een kommetje rijst met olijven en paprika af. Dat kocht ik aan de overkant van de Kaasmarkt, het hippe pleintje waar je niet alleen de Dolle Mol vond maar ook de Speakeasy. De bohémiens en hippies werden er heel gauw verdreven. Er moest plaats gemaakt worden voor pitabars en toeristen. Alles wat de stad een gezicht gaf werd verwoest. Zo komt het dat alle steden nu op elkaar lijken.
Zo waren mijn Brusselse dagen [2], goed voor een honderdtal bladzijden of meer, maar vandaag begin ik er niet aan. Alweer niet. Nu ben ik de Man die Werk Vond, van die gehate Brusselmans. Dat is geen schrijver (vinden de ernstige mensen, en meer dan eens ben ik zelf ook een ernstige mens). Of: De Man die Ook Werk Vond. Of: De Tweede Man Die Werk Vond. Nee, dit is niet grappig.

Ik had het over het Atlantis. Dat is een televisieprogramma waar ik voor thuisblijf. Zelfs als het onbenullig lijkt boeit het mij. Dat komt door de vervlechting van de thema’s die erin aan bod komen; de verschillende items verwijzen naar elkaar en versterken elkaar. Zo werkte ik vroeger ook aan mijn radioprogramma Shangri-La. Als je een country-smartlap als ‘Satin Sheets’ van Jeanne Pruett in een bepaalde context plaatst, kun je aan zo’n lied een diepere existentiële betekenis geven. Heel wat country-songs hebben die betekenis al in mindere of meerdere mate. Het zijn meestal op zijn minst interessante verhalen, die over het leven gaan, over de verhoudingen tussen mensen, over de eenzaamheid en het verlangen naar de dood. Over mogelijkheden om aan die eenzaamheid te ontsnappen: een beperkt aantal. Je mag zo’n lied natuurlijk niet in een typisch country-programma horen, gepresenteerd door een onbenul van een DJ die de nummers aan elkaar lult. Tenzij je zo’n uitzending ook weer in een ruimere context plaatst. Maar op die manier kun je doorgaan tot aan de grenzen van het universum en verder. Dan kom je weer bij een zekere God terecht. En daarmee is alweer een keer bewezen dat het geheel in het kleinste ding aanwezig is: in de kiem de kosmos. Maar zeg het niet tegen de anderen want dan lachen ze je uit.

Ik word in mijn echte werk gestoord. Mijn chef, Mevrouw Verstraeten, komt mij vragen om bepaalde belangrijke documenten in verband met het C.M.R.E.G. te klasseren, volgens mij een onbekend en waarschijnlijk zinloos systeem.

the trial 2

[1] Dagboeknotitie van 5 december 1988.
[2] In 1988 woonde ik nog in Antwerpen.

Afbeeldingen: The Trial, Orson Welles; Martin Pulaski, circa 1971; The Trial, Orson Welles.

ZERO DE CONDUITE: INTERIEUR

 

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement heel specifiek voor tweeëntwintig liefst niet bekakte bakvissen, drieënzeventig zwaardviskoppen en twaalfduizend uitgeprocedeerde aartsbisschoppen – en voorts voor iedereen die het maar horen wil. Stem af op 106.7 FM: Uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Rear-Window 2

Op deze zonnige dag in mei zitten maar weinig mensen binnen, neem ik aan. Maar zelfs bij wie op straat loopt, over veldwegen wandelt, in bossen de zo nodige zuivere lucht inademt of lui op een terrasje zit, blijven interieurs in het bewustzijn aanwezig. In onze herinneringen aan koude winterdagen, in onze gesprekken met familie of vrienden, in onze verbeelding, in de verhalen die we verzinnen en vertellen. Heel vaak dringen als we buiten zijn interieurs de ruimte van onze woorden en onze gedachten binnen. Maar als we ons binnenskamers bevinden zijn we ons vaak net niet bewust van het interieur, van de tafel, de stoelen, het bed, de kasten, de spiegels, de ramen, de deuren, de ingelijste reproducties of kunstwerken aan de wand, de boekenrekken, het bureau, de telefoon, de televisie, de radiatoren, de lampen, de radio, het bijzettafeltje, de bank, de sofa, het vloerkleed, de gordijnen, de koelkast, de honderden gebruiksvoorwerpen… Al die grote en kleine dingen die zo belangrijk zijn in onze levens en die vaak met liefde en deskundigheid voor ons allen ontworpen zijn. Allemaal zo vanzelfsprekend en tegelijk zo vreemd soms. Je zou je zelfs kunnen afvragen of wij onze interieurs wel kennen, of we ze wel zien zoals ze zijn?
Maar goed. De songs die ik de voorbije dagen heb geselecteerd roepen als zo vaak het geval is met dergelijke thema’s een bepaalde sfeer op. Ze roepen gevoelens op. Gevoelens van tevredenheid, onrust, eenzaamheid, wellust, verstikking, wanhoop, warmte, troost, ontspanning, tederheid, vriendschap, afkeer, onverschilligheid en waarschijnlijk nog tal van andere gevoelens en emoties.

Ik draag dit programma op aan mijn zoon Jesse en aan mijn vriend Max Borka, die over dit onderwerp ongeveer alles weten.

Veel luisterplezier!

eyes wide shut

I’m Gonna Knock On Your Door – Eddie Hodges – The Cadence Story – Aaron Schroeder, Sid Wayne
Step Inside – The Hollies – Butterfly – Allan Clarke, Tony Hicks, Graham Nash
Come On In – The Association – Birthday – Jo Mapes
Stop By My Window – Rick Nelson – Perspective – John Boylan
Interiors (Demo) – Randy Newman – Guilty: 30 Years Of Randy Newman – Randy Newman
Hello In There – John Prine – John Prine / First Album – John Prine
I Don’t Believe You (She Acts Like We Never Have Met) – Bob Dylan – Another Side Of Bob Dylan – Bob Dylan
At My Window – Townes Van Zandt – Townes Van Zandt – Townes Van Zandt
Window – Damien Jurado – Where Shall You Take Me? – Damien Jurado
Dust On The Window – Low – Drums And Guns – Low, Mimi Parker, Alan Sparhawk, Matt Livingston
Dusty In Here – The Go-Betweens – Before Hollywood – Forster, McLennan
Room 321 – Tindersticks – Trouble Every Day (Soundtrack of the Claire Denis film) – David Boulter
No One Is There – Nico – The Marble Index – Nico
With My Face on the Floor – Emitt Rhodes – Emitt Rhodes / First Album – Emitt Rhodes
Paint It Black – Chris Farlowe – The Art of Chris Farlowe – Jagger, Richards
Who’s Been Sleeping Here? – The Rolling Stones – Between the Buttons – Jagger, Richards
Come On In My Kitchen – Steve Miller Band – The Joker – Robert Johnson
Lazy Women – Bo Diddley – Bo Diddley & Company – Bo Diddley
On The Couch – Ry Cooder – Paris, Texas – Ry Cooder
Moving Furniture Around – The Handsome Family – Odessa – Brett Sparks
Blue Chair – Elvis Costello & The Attractions – Blood & Chocolate – Elvis Costello
The Chair – Angelo Badalamenti – Twin Peaks: Limited Event Series Soundtrack – Angelo Badalamenti
Red Chair, Fade Away – Bee Gees – Bee Gees’ 1st – Barry Gibb, Robin Gibb
I’m Only Sleeping – The Beatles – Revolver – Lennon, McCartney
Twilight Furniture – This Heat – This Heat / First Album– Charles Bullen, Gareth Williams, Charles Hayward
Fireside Favourite – Frank Tovey (Aka Fad Gadget) – The Fad Gadget Singles – Fad Gadget
Room Without A View – Judy Nylon & Crucial – Pal Judy – Judy Nylon
Get to the Table On Time – M. Ward – Transfiguration of Vincent – M. Ward
The Book Is on the Table – Pere Ubu – Datapanik in the Year Zero (1975-1977) – Pere Ubu
Fight At The Table – Chris Bell – I Am The Cosmos – Chris Bell
Sittin’ On My Sofa – The Kinks – The Kink Kontroversy – Ray Davies
Good Old Desk – Harry Nilsson – Aerial Pandemonium Ballet – Harry Nilsson
I Went To The Mirror – Todd Rundgren – Something, Anything? – Todd Rundgren

repulsion 2

Bonus tracks

Upstairs By A Chinese Lamp – Laura Nyro – Stoned Soul Picnic: The Best Of Laura Nyro – Laura Nyro
Love Songs On The Radio – Mojave 3 – Ask Me Tomorrow – Neil Halstead
Passing On The Stairs – Elysian Fields – Dreams That Breathe Your Name – Oren Bloedow, Jennifer Charles
The Bed – Lou Reed – Berlin – Lou Reed
Cigarette In Your Bed – My Bloody Valentine – EP’s 1988-1991- Kevin Shields
Bedroom Eyes – Dum Dum Girls – Only In Dreams – Dee Dee
Close the Door Lightly When You Go – Eric Andersen – ‘Bout Changes & Things, Take 2 – Eric Andersen

trouble everyday

Research, techniek en presentatie: Martin Pulaski

Foto’s: Paris, Texas, Wim Wenders; Rear Window, Alfred Hitchcock; Eyes Wide Shut, Stanley Kubrick; Repulsion, Roman Polanski; Trouble Every Day, Claire Denis.

HOOGSTE TIJD

heartworn2.jpg

Gisteren zag ik toevallig enkele fragmenten uit de film ‘Heartworn Highways’ van James Szalapski over de Outlaw Country-beweging in Texas en Tennessee. De documentaire werd pas in 1981 uitgebracht, maar de opnames werden al in de periode 1975-1976 gemaakt. In die tijd waren de protagonisten van ‘Heartworn Highways’, onder meer Townes Van Zandt, Rodney Crowell, Guy Clark en Steve Earle, nog onbekend. Steve Earle was pas twintig, zijn eerste volwaardige elpee, ‘Guitar Town’, zou pas in 1986 uitkomen. Van de drie of vier geziene uittreksels werd ik vrolijk en triest tegelijk. Een soort van opgetogen weemoed overviel me.
James Szalapski filmt in 1975 een uitgelaten ‘kerstfeestje’ ten huize van Guy Clark en zijn vrouw Susanna. Aanwezig zijn, naast de gastheer en -vrouw, Steve Earle, Rodney Crowell, Steve Young, Jim McGuire en enkele anderen. Hoewel alle gasten stevig gedronken hebben (en andere middelen gebruikt) zijn ze nog goed bij stem en bespelen ze hun gitaren en dobro’s met verve. Hoogtepunten zijn Steve Earle’s ‘Mercenary Song’, Guy Clark’s ‘Country Morning Music’ en ‘Stay a Litte Longer’, een duet van Steve Earle met Rodney Crowell. Het is duidelijk dat voor deze muzikanten het verleden en de toekomst niet bestaan: iedereen is in het nu. Wat niet zo ongewoon is bij dronkenschap en euforie, maar meestal bestaan er geen behoorlijke beelden – met klankband – van zo’n ‘nu’. Die euforie werkte bij mij aanstekelijk, maar zoals gezegd werd ik er ook triest van, waarschijnlijk omdat ik me niet in het ‘nu’ bevond maar in het ‘gisteren’, vier decennia geleden.

Waar was ik zelf op die kerstavond in 1975 en wat deed ik daar? Mijn herinneringen zijn grotendeels vervaagd. Ligt het aan een slecht werkend geheugen of aan de wil om te vergeten? In die tijd maakte ik vrijwillig géén foto’s: ik dacht dat ik over een fotografisch geheugen beschikte en me later nog alles zou herinneren. Ten minste, ik meen me te herinneren dat ik dat dacht.
Dit zijn enkele feiten. Ik was nog maar pas afgestudeerd, werkte bij boekhandel Corman in Brussel, woonde met A. in de Waterkrachtstraat in Sint-Joost, was arm en redelijk gelukkig. Als ik niet in de winkel stond schreef ik experimentele teksten en gedichten, vrijde uitbundig maar niet losbandig, ontmoette vrienden, dronk Jim Beam en Jack Daniels en rookte af en toe een joint (zoals de muzikanten in ‘Heartworn Highways’) en leefde, daar ben ik bijna zeker van, helemaal in het nu.

Mouchette5.jpg

Waaraan ik, naast seks en schrijven, het meeste plezier beleefde was film. We gingen twee, drie keer per week naar het Filmmuseum, nu officieel Cinematek, een benaming die ik weiger te gebruiken. Daar zagen we films die me in veel gevallen beter zijn bijgebleven dan de details uit mijn eigen leven. Een daarvan was ‘Mouchette’ uit 1967. Gisteren zag ik Robert Bresson’s meesterwerk opnieuw.
Wat vind ik het moeilijk om met redelijke argumenten aan te tonen dat het om een hoogtepunt uit de filmgeschiedenis gaat. Om het even welk adjectief is te schamel, te nietszeggend. Zelfs onredelijke argumenten hebben geen zin. Uitroepen, beledigingen, vloeken, gebral, gejubel… Net zomin als gelovigen kunnen bewijzen dat god bestaat kan ik aantonen dat ‘Mouchette’ beter is dan om het even welk ander meesterwerk – in om het even welke discipline. ‘Mouchette’ maakt je sprakeloos, brengt je op het randje van het catatonische. De film verandert je leven. Of stelt op zijn minst de vraag of het niet de hoogste tijd is om je leven te veranderen.

Van kerstavond, – nacht en –dag 1975 herinner ik me vandaag niets. Was er een feestje bij iemand, hadden we zelf iets georganiseerd? Wie zal het zeggen.

mouchette3.jpg
Afbeeldingen: Guy & Susanna Clark; Mouchette (Nadine Nortier).

 

IK HERINNER ME PHIL EVERLY

everlybrothers.jpg

Herinner ik me Phil Everly? Eigenlijk niet. Hoewel hij enkele mooie langspeelplaten heeft gemaakt, waaronder ‘Star Spangled Springer’ uit 1973, kan ik hem maar met moeite los zien of horen van zijn oudere broer Don. Vaak hebben journalisten het over de vele ruzies tussen de broers, zelfs Paul Simon kan het niet laten in zijn artikel in Rolling Stone. Maar vormen die ruzies niet de noodzakelijke keerzijde van de onmogelijke harmonie van de broers? Zijn ze er bovendien niet helemaal aan ondergeschikt? Voor mij wel; ik heb er zelden aan gedacht, waarschijnlijk omdat ik me die niet kon voorstellen, betoverd als ik was door hun hemelse stemmen.

Wat dat laatste betreft. Ik geloof dat het Georges Bataille was die het betreurde dat we zo vaak moeten terugvallen op religieuze concepten om het over schoonheid te hebben. Dat is zo en ik betreur het zelf ook. Misschien zou het beter zijn mocht ik er het zwijgen toe doen.

1961. Ik zal ongeveer tien zijn geweest, misschien ook wat ouder. Een van de eerste singles die mijn vader voor me meebracht, grijsgedraaid op de jukebox van zijn stamcafé de Metropole, was “Lucille / So Sad (To Watch Good Love Go Bad)” van the Everly Brothers. Hoewel ik hem al lang niet meer in mijn bezit heb herinner ik mij het vuurrode Warner Brothers-label nog. Dat plaatje was het begin van een levenslange liefdesgeschiedenis. In die periode begon ik meer en meer naar de radio te luisteren, gefascineerd, vaak met sneller kloppend hart. Zoals mijn oudere broer hield ik van Elvis, Eddie Cochran, Fats Domino, Connie Francis en nu ook The Everly Brothers. In de vroege jaren zestig zat ik iedere zondagmiddag bij de radio als Guus Janssen Jr. zijn “Tiener Topper Tijd” presenteerde. Veel Duitse kitsch maar ook uitstekende rock & roll; sommige liedjes zijn me bijgebleven, zeker die van Don en Phil, met als uitschieters uit die periode ‘Since You Broke My Heart’, een droef en tegelijk opzwepend nummer, ‘Crying In The Rain’ en ‘Temptation. Zelfs het sentimentele ‘Let It Be Me’ oversteeg de zoeterigheid van andere versies.

Vanaf 1964, door toedoen van onder meer the Beatles, the Rolling Stones en the Kinks, vergat ik de broers een beetje. Maar soms doken ze nog wel eens op, zoals met ‘Gone, Gone, Gone’, ‘The Price Of Love’ en ‘Love is Strange’. Pas veel later zou ik van dat laatste de geweldige originele versie – pure seks – door Mickey & Sylvia horen.

De broers kregen eindelijk weer enige erkenning – tot dan werden ze samen met the Beach Boys in het nostalgiehoekje gestopt – toen Simon & Garfunkel hun ‘Bye Bye Love’ coverden voor ‘Bridge Over Troubled Water’, verschenen in januari 1970. Net zoals Rick Nelson en Carole King werden ze daarna ook omarmd door de Love Generation en het ‘langharig werkschuw tuig’.

Everly-Brothers-boudleaux.jpg

De Everly Brothers maakten niet alleen uitstekende singles, sommige van hun elpees zijn voor mij werkelijk onmisbaar geworden, al heb ik die pas jaren na hun verschijnen in hun geheel kunnen beluisteren. Ik denk vooral aan ‘Songs Our Daddy Taught Us’, ‘The Everly Brothers Sing Great Country Hits’ (1963), ‘Gone Gone Gone’ (1965), ‘Two Yanks In England’ (1966, met enkele nummers die the Hollies, altijd al grote fans, voor ze schreven), ‘Stories We Can Tell’ (1972) en vooral ‘Roots’” (1968). Ja, ‘Roots’ is hun hoogtepunt, een album dat mee aan de basis lag van wat al gauw country-rock zou worden genoemd. Ik ga er hier niet dieper op in: elders op hoochiekoochie vind je er meer over.

everly-brothers.jpg

Don en Phil Everly zijn voor mij altijd de beste broers geweest, hun samenzang de mooiste samenzang. Harmonieuzer nog dan die van de andere zingende broers, de Louvins, de Stanleys, en intenser dan de  harmonie van the Hollies en the Beatles (zij het dat hun songs wat minder ingenieus zijn dan die van Lennon en McCartney, hoewel hun reguliere songschrijversduo Felice en Boudleaux Bryant ook niet mag onderschat worden). Nu ja, hun invloed op zowat iedereen die van enige muzikale (en vocale) betekenis is in de geschiedenis van de popmuziek is gekend.

En nu is Phil Everly dood… Het jaar is nog maar net begonnen. Goodbye baby boy Phil.

JASON ISBELL & AMANDA SHIRES

amanda shires jason isbell

Ik had al een tijdje het gevoel dat Americana dood was. Maar ik zal me vergist hebben. Gisteren zag ik de toekomst van Americana, en tegelijk veel meer dan dat – want zelfs al mocht Americana dood zijn, dan zou Jason Isbell nog altijd een van de beste songschrijvers van zijn generatie zijn. Dat bewees hij gisteren met zijn no-nonsense concert in de ongezellige Witloof Bar van de Botanique, waar de helft van het publiek tegen bakstenen zuilen moet opkijken. Isbells Texaanse vriendin (of echtgenote, mocht je dat liever horen) Amanda Shires speelde het mooie openingsconcertje, zichzelf begeleidend op ukulele en viool. In de metro naar huis las ik haar teksten: helemaal anders dan die van haar vriend, minder verhalend, maar erg goed geschreven. Het poëtische en prozaïsche vullen elkaar hier uitstekend aan. Dat hoor je ook in het felle gitaarspel van Jason Isbell en de lyrische viool van Amanda Shires. Ik ben voor altijd gewonnen.

amanda shires 3

AVALANCHE

lillian-gish

Nu het nog kan kun je me beter als levende ziel versieren
Zonder zwarte kater op mijn schouder als ik op een zondag
Met gitaar en krant te goochelen zit. Ver weg van alles
Als een countryzanger in wit licht de dood nabij
Maar toch heel levendig, met veel geel en groen.

Heb je me al in de ogen gekeken als ik onnozel doe
En blij ben omdat je bij me bent als een dagdroom
Die je niet vergeet, ook op de trottoirs tussen mensen
Die overal heen snellen, als blinden stoten ze tegen je aan?
Dat jij me niet vergeten bent hoor ik in elk lied

Als ik nuchter luisterend op signalen van liefde wacht
En opeens zit iemand op een viool te krassen en zingt:
Ma chérie je veux danser avec toi, toute la nuit.
Chagrin, pitié, faut oublier tout ça, mal à la tête,
Oui, je te veux, je te veux, comme une avalanche.

Ω

Een vroegere versie van dit gedicht: 7 mei 2009

 

ZERO DE CONDUITE TREKT NAAR HET PLATTELAND

zéro de conduite,radio centraal,antwerpen,platteland,country,boerenleven,blues,rock,soul,americana

Vandaag gaat onze aandacht naar het platteland in de populaire muziek. Het mooie en harde leven in agrarische gebieden. Dorpen, kleine stadjes, akkers, velden, heuvels, bomen, vee, rivieren, boeren, cafés, dansen in het maanlicht, noem maar op… Het romantische verlangen naar zo’n leven. De blues van mislukte oogsten en overstromingen, de vredige gevoelens die zich meester van je maken als je zit te vissen.  Een leven ver weg van de stress van de grootstad. Die pastorale droom bestaat al lang, was een belangrijk element van de romantiek, en zeker ook van de hippie-beweging. Hippies keerden massaal de rat race in de verdorven steden (“sin city”) de rug toe, en vluchtten weg in communes op het platteland. Natuurlijk hebben de hippies het pastorale thema in de muziek niet uitgevonden. Het komt vaak voor in klassieke muziek, denk maar aan Beethoven en Schubert, maar ook in blues en zeker in country en soul.

Veel luisterplezier.

Country Comfort (Elton John/Bernie Taupin) – Handbags And Gladrags – Rod Stewart.
Dit lied vat zowat het hele programma samen:
“And it’s good old country comfort in my bones
Just the sweetest sound my ears have ever known.
Seven Bridges Road – Valley Hi – Ian Matthews
Country Fair – Veedon Fleece – Van Morrison
Gathering Rushes In The Month Of May – The Bird In The Bush – Anne Briggs
Country Air – Wild Honey – The Beach Boys
Country Dreamer – Band On The Run – Paul McCartney & Wings
Country Pie – Nashville Skyline – Bob Dylan
“I don’t need much and that ain’t no lie
Ain’t runnin’ any race
Give to me my country pie
I won’t throw it up in anybody’s face.”
Sign On The Window – May Your Song Always Be Sung Again – Melanie Safka
Green Rolling Hills – Quarter Moon In A Ten Cent Town – Emmylou Harris
Wildflower – Trio – Dolly Parton, Linda Ronstadt & Emmylou Harris
Bob Wills Is Still The King – Dreaming My Dreams – Waylon Jennings
Are You Sure Hank Done It This Way? – Dreaming Waylon’s Dreams – Chuck Prophet
Setting The Woods On Fire – I Won’t Be Home No More – Hank Williams
Het vuur is vaak een metafoor voor ongenoegen, protest, in alle culturen, maar misschien meest van al in agrarische omgevingen.
Hank Williams gebruikt de metafoor van brandstichting in het bos gewoonweg voor stomende seks.
Living In The Country – Running Down The Road – Arlo Guthrie (met Ry Cooder)
The Fields Have Turned Brown – The Complete Columbia Stanley Brothers – The Stanley Brothers
My Home Among The Hills – Can The Circle Be Unbroken? – The Carter Family
Blue Harvest Blues – Avalon Blues: The Complete 1928 Okeh Recordings – Mississippi John Hurt
Country Boy – The Universal Masters Collection – Muddy Waters
Fishin’ Blues (Henry Thomas) – Do You Believe In Magic – Lovin’ Spoonful
Long Black Veil – Columbia Country Classics 3: Americana – Lefty Frizell
King Harvest (Has Surely Come) – The Band – The Band
Going To The Country – Number 5 – The Steve Miller Band
“Gonna leave the city put my troubles behind
People in the city goin’ out of their minds
Goin’ to the country just to feel like gold
People in the country really let themselves go.”
Pickin’ Up The Pieces – The Very Best Of Poco – Poco
Pretty Little Cemetery – Other Songs – Ron Sexsmith
Cornflower Blue – New Wild Everywhere – Great Lake Swimmers
Service And Repair – Hot Rail – Calexico
“It’s just a matter of time in they’re moving on
It’s just a matter of time before they’re moving on
Doesn’t take much time for plans to go wrong
and chase another ghost of a chance.
In the shadow of chain-store ghost towns
where no one walks the streets at night,
the silent nation hooked on medication,
stares into a blue flickering light.”
Grantchester Meadows – Ummagumma – Pink Floyd
Get Behind The Mule – Mule Variations – Tom Waits
Country Home – Ragged Glory – Neil Young & Crazy Horse
Wide Open Road – Born Sandy Devotional – The Triffids

zéro de conduite,radio centraal,antwerpen,platteland,country,boerenleven,blues,rock,soul,americana

Research & presentatie: Martin Pulaski