EEN ‘WISKUNDIG’ LEVEN

william burroughs the job 2

Ik heb discipline nodig. Dat is altijd al het geval geweest. En nu met die verdomde depressie is dat nog meer het geval. In ‘The Job’ van William Burroughs las ik deze naar mijn aanvoelen enigszins ironische passage:

“You are now going to learn how to dress and undress. You may think you already know this. Chances are you don’t. You may have heard of the man mentioned in Lord Chesterfield’s letters who killed himself because he could not stand to dress and undress himself and wash and shave. It wasn’t the monotony of these operations that killed him. It was the fact that he was not performing them properly. Any action not properly performed becomes increasingly painful. He was not performing these simple actions properly because he was not there. He considered these actions unimportant so he was thinking about something else while performing them. If you are thinking about something else while you do something you won’t do it right. That is why you fumble with your shoes and socks. That is why you leave your shirt half-buttoned to look for your tie or cuff links. That is why you wander out into the hall with one shoe on to see if there is any mail. In dressing as in any other operation always complete a cycle of action.”

Ironisch of niet, ik kan er veel uit leren. Veel van mijn dagelijks gedrag lijkt op wat hierboven beschreven staat. Terwijl ik dit noteer zit ik bijvoorbeeld al te denken aan mijn radioprogramma, dat ik dat nog moet voorbereiden, en aan de boodschappen die ik straks moet doen. Ik verwacht een telefoontje. Ik moet me nog scheren. Het wordt tijd dat ik eens wat nieuwe hemden koop. En zo gaat dat de hele dag door. Mijn sokken liggen in een ladenkast in de badkamer, mijn t-shirts in mijn kleerkast in de slaapkamer. Dat is ’s morgens altijd een gedoe. Neem ik, nog half slapend, al een t-shirt uit de kleerkast of keer ik na mijn douche met mijn sokken en mijn onderbroek al aan naar de koude slaapkamer terug om er een geschikt t-shirt te kiezen? Ondertussen vraag ik me af of ik de knop van het koffiezetapparaat wel heb aangezet. Brood is er, dat weet ik. Er is altijd brood.
Wat mij niet meer lukt – en wat ik eigenlijk nooit goed heb gekund – is een goede volgorde aanhouden, en met mijn gedachten bij zelfs de allerkleinste daad blijven. Deze vorm van discipline en controle voor de kleine dingen heb je ook nodig voor belangrijker werk, zoals schrijven of muziek maken. Het komt me echter voor dat met het toenemen van de leeftijd het almaar moeilijker wordt om orde in je leven te brengen en bij alles wat je doet, zoals William Burroughs zegt, aanwezig te zijn. Voor mij is dat altijd al moeilijk geweest, omdat ik, of ik het nu wilde of niet, heel vaak afwezig was. Tijdens de lessen wiskunde, zeven uur per week, was ik er zelden bij. Mijnheer Pulaski zit weer te dromen, zei de dog dan. De dog was de naam die wij de leraar wiskunde gaven. Niemand wist waarom precies. Ik heb in die periode, toen ik wiskunde studeerde, drie jaar de tijd gehad om te leren erbij te zijn, me de formules eigen te maken, zodat ik ze niet altijd weer moest gaan opzoeken, maar dat heb ik niet gedaan. Ik zat te dagdromen, van mooie meisjes, van reizen naar Istanbul, of ik zat met een regel voor een gedicht in mijn hoofd. Het is mijn mening dat ik als ik bij de wiskundeles was gebleven nu een geordend en gedisciplineerd leven zou leiden, wat voor mijn schrijven veel voordelen zou hebben gehad. Het heeft echter geen zin daar nu nog om te treuren. Wellicht kan ik mijn toestand nog veranderen. Time changes everything, zingt Bill Monroe. Tijd verandert alles, ten goede en ten kwade.

RENE POLLESCH / L’AFFAIRE MARTIN

volksbuhne

Wie zijn toch de anderen? Dat is de vraag die René Pollesch zichzelf en ons, de anderen, stelt. De anderen blijken altijd andere anderen te zijn. Je raakt er gewoon niet uit. Ben ik niet altijd de andere, zelfs mijn eigen andere, omdat ik gescheiden ben van mijn taal en mijn denken los lijkt te zweven, zonder deel uit te maken van mijn lichaam? Ik ben als mens gescheiden van het dier dat ik desondanks ben. Over zulke dingen hebben de personages van René Pollesch het bijna de hele tijd. Wie durft nog beweren dat de Duitsers geen gevoel voor humor hebben? René Pollesch is de geniale regisseur van de Volksbühne Am Rosa-Luxemburg-Platz in Berlijn. Ik zag gisteren in het kader van het kunstenfestivaldesarts zijn stuk ‘L’affaire Martin! Occupe-toi de Sophie! Par la fenêtre, Caroline! Le mariage de Spengler. Christine est en avance’. Inderdaad, een kanjer van een titel, maar die is op zichzelf al grappig, en ik vind het bovendien leuk dat mijn naam erin voorkomt. Enkele maanden, nu jaren geleden, ben ik vanop een afstand verliefd geweest op een meisje dat Christine heette. Ik heb haar mijn liefde nooit verklaard. Maar dat doet hier niet terzake. Als u alles wilt weten over het leven van de anderen, over het verschil tussen een ouderwetse in stofjas gehulde regie-assistent en een regie-assistent met een eigen mening, over Jane Goodall en de chimpansees en hoe de Tanzanianen in de mist verdwijnen, over het leven van bacteriën en virussen, waarom de Duitsers neo-nazi’s nodig hebben, hoe dat nu eigenlijk zit met de Sileziërs en de Tsjechen en de Polen, over de ware, niet-biologische aard van Jan Ulrich en de echte betekenis van de gele trui, dan moet u vanavond naar dit stuk gaan kijken, in het Kaaitheater. Het is uitermate boeiend en het lijkt nergens anders op, ook niet op het leven van de anderen.

In het programmablad zegt René Pollesch het volgende: “Mijn voorstellingen vallen bepaalde denkwerelden en beelden aan die we nog met ons meedragen en waar we ook naar willen handelen. Maar dat lukt ons niet meer. Ik ben erg geïnteresseerd in dat conflict. Als er bij mij sprake is van een desoriëntatie in de sociale omgang, dan oriënteer ik me met mijn teksten.” En ook: “Wij zijn geen autonome subjecten, zoals het klassieke drama die kent. We hebben de controle verinnerlijkt, en onze subjectiviteit is datgene waaraan we werken, wat we verkopen.”

Nu moet ik boodschappen gaan doen en daarna vertrek ik naar Antwerpen voor mijn radioprogramma. Mijn playlist hebt u nog van mij te goed. Het thema dat ik heb gekozen is de nacht. Het vervelende is dat er massa’s songs zijn over de nacht; het was dan ook moeilijk om een selectie te maken. Maar dat zijn de kleine ups en downs van het leven. Niets om over te klagen. Mijn kater daarentegen!

Rimpelingen

"Schrijven is je herinneren wat nooit is gebeurd." Harry Mulisch

Hardnekkige melodietjes

Kirstin Vanlierde

Devriese

Stukjes van nu en columns van vroeger

ViLT

ViLT : Elke Dag Verse Lyriek

hotfox63

IN MEMORY EVERYTHING SEEMS TO HAPPEN TO MUSIC -Tennessee Williams

Marjon werkt.

Pijn en poëzie op de werkvloer.

Pierewit

Verschijnt nu en dan weer niet.

reddend zwemmen

weblog van rob van essen

KOTSEN OP WOENSDAG

ALLE ANDERE DAGEN BEN IK BEST OKÉ

Aanlegplaats

thuishaven voor blogs vol literair talent

Johan De Crom

Politieke meningen, prozaïsche strelingen

(Botho) Straussian

composition/Neue Musik, noise, techno, field recording

Dichtertje

EEN MANIER VAN KIJKEN...

Boekenwulf

Lezen, een open deur naar een betoverde wereld - François Mauriac

HOOCHIEKOOCHIE

kroniek van een kamertjeszondaar

deintro.wordpress.com/

Uw introductie in muziek

bijgekleurd

een wereld in zwart en wit is ook maar grijs

musings on films

in-depth approaches to cinema

catherineciseaux

teksten, illustraties, cartoons, schilderijen

Nogevenlezen.nl

Verhalen van Sandrijn Swarts

BERTJENS

Zij. Diversen.

Ben Joosten

Nunc Est Scribendum

Johnny B.

He not busy being born, is busy dying.

eleventweleven straatsalaat

11antfroggies schaaflicht doebiedoebie

JAN GEERTS

- dichter, verder, maar vooral dichter -