ZONDER MEER

zondermeer.jpg
Brussel, 2005.

“Altijd wekte hij de indruk dat hij nergens bijhoorde maar wel ergens bij zou willen horen.”
Pascal Mercier, De pianostemmer. 

Deze foto van mezelf op een Brusselse tram, in het najaar van 2005, met een communistische pin op de rever van mijn jas – bovendien had ik een rood hemd aan  – vond ik passen bij het citaat van Pascal Mercier. Die pin ben ik kwijt, het was slecht materiaal, uit de Sovjet-Unie. Gekocht op een rommelmarkt in Berlijn in 1998.

Waarom droeg ik die dag – en ik geloof alleen die dag – die pin? Waarschijnlijk om andere tramgebruikers op stang te jagen. Ik denk namelijk dat veel inwoners van deze en andere Belgische steden zich meer ergeren aan zo’n onbenullig symbool dan aan bijvoorbeeld een gewelddaad in de publieke ruimte of waar dan ook. Ik weet het niet met zekerheid. In juni 1997 hebben crapuleuze types mij op een zonnige avond in elkaar geklopt; ik was bijna dood (heb er foto’s van, polaroids die mijn gezellin gemaakt heeft als bewijsmateriaal voor de verzekering – die laat ik niemand zien, voorlopig toch niet, het is werkelijk een horrorshow): auto’s reden voorbij, zelfs voetgangers liepen door alsof er niets aan de hand was. Maar ik dwaal af…

Ik ben nooit lid geweest van een communistische partij; heb een ambiguë ‘verhouding’ met het communisme. Er is zo’n kloof tussen de praktijk (Sovjet-Unie, DDR) en de vaak heel goede ideeën van Marx, Gramsci, Sartre, Zizek en anderen. Tegen wil en dank ben ik een individualist (maar nog steeds op zoek naar een gemeenschap). Zoals Mercier schrijft: ik wek de indruk dat ik nergens bijhoor, maar zou zeker wel ergens bij willen horen. Wat ik heel goed weet is waar ik niet bij wil horen. Ik vermoed dat lezers van hoochiekoochie dat net zo goed weten. Maar wat ik niet weet is waar ik wel bij wil horen.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 27-11-2012

STEALING TOMORROW FROM TODAY

redstar

Voor Bernard Dewulf

Hoe vind je de weg terug naar de woorden? Hoe vind ik de weg terug naar jou? Vertel ik je gewoonweg de waarheid over mijn dagen, over mijn tijd, over mijn leven? Dat was toch van in het begin al de bedoeling? Hoe komt het dan dat ik stil ben gevallen? Dat deze droogte blijft voortduren? Een dagboek dan maar? Alles opnieuw leren, duidelijke taal spreken, nuances, subtekst, stijl, ritme – het vermijden van fait divers en banaliteiten. Van overbodige banaliteiten, want het banale kan soms interessant zijn. Je zou bijvoorbeeld kunnen beweren dat er niets opmerkelijks is aan het ontslag van enkele medewerkers van een krant. Er worden alle dagen mensen ontslagen. Inderdaad een banaliteit, maar in dit geval een waar dieper op in moet worden gegaan. En dat gebeurt. Op Facebook is al een groep opgericht om te protesteren tegen het ontslag van Bernard Dewulf en de andere medewerkers van De Morgen. Net zoals de financiële en de economische crisis wijzen deze ontslagen op een kapitalisme dat niet blind is, zoals soms wordt beweerd, maar doelgericht bepaalde mensen – en instellingen – vernietigt, of dat alleszins probeert. Een zeer doelgerichte machine, in handen van enkele machtige en wrede geldwolven. Of is dit weer zo’n paranoïde samenzweringstheorie?

Er is op Facebook een groep opgericht… Maar wanneer kranten het zwijgen wordt opgelegd is de tijd rijp voor verstrekkendere,meer  ingrijpende acties. Je denkt dan al gauw aan opstand, staking, sabotage, revolutie. Maar dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Voor mij zeker, omdat ik zwak ben en ten prooi aan – opnieuw – een zware aanval van donkere melancholie. Het is alsof mijn hoofd vol modder zit, mijn hele lichaam zit in de modder, ik kan amper ademhalen, amper bewegen. Elke poging tot een gedachte doet pijn. Ik wil echter niet klagen. Ik probeer te ontsnappen aan deze toestand door bijvoorbeeld naar een concert te gaan, zoals gisteren naar de sublieme Great Lake Swimmers in de Botanique. Maar hoe mooi het concert ook was, de pijn ging niet weg. Ja, even, toen ik aan de bar stond om een pils te bestellen en in gesprek raakte met enkele jonge mannen. Ze hadden mijn communistisch insigne gezien, in mijn knoopsgat – een kleinood dat ik ooit in Berlijn op een rommelmarkt heb gekocht. Is dat nu ernstig of is het ironie, vroegen ze (in het Frans). Ik zei dat het zowel het ene als het andere was. We lachten. Niemand van deze mensen gelooft nog in de traditionele partijen, zelfs Ecolo en Groen! gaan niet ver genoeg.  En toch lachten we. We bleven wat staan praten. We waren echte Belgen; een jongen kwam uit Antwerpen, maar sprak Frans, een andere uit Brussel, nog iemand uit Eupen en was drietalig. Niemand van ons wilde dat aan België werd geraakt: ik niet, Laura niet, en die jonge mensen nog veel minder. Maar welke doordeweekse politicus springt in de bres voor België?

Later, toen de taxi voor onze deur stopte vroeg ik aan de taxichauffeur hoeveel het was. Negentien euro, zei hij. Ik vond het nogal veel, maar was blij dat ik thuis was en gaf hem een briefje van twintig. De man reed al tweeëntwintig jaar met een taxi, ongeveer zo lang als ik voor de overheid werk. Nu het licht was in de taxi zag hij mijn communistisch insigne. Dat is wel iets bijzonders, wat jij daar je in je knoopsgat hebt zitten, zei hij. Ik wist niet goed hoe ik moest reageren… Een communist die twintig euro betaalt voor een taxirit? Hij gaf me vijf euro terug. Twintig is veel te veel, zei hij. Waarna hij uitstapte en naar zijn koffer ging. Kom, zei hij, ik heb iets voor je. Het was een pamflet van de Pvda+: “Stop het politieke circus” las ik.

En zo ben ik weer in gang geschoten. Zo kom ik weer dichter bij jou. Schrijven is geen tijdverdrijf voor gecultiveerde mensen. Schrijven is een zaak van leven en dood. Schrijven is een vorm van haat en een vorm van liefde.

De titel verwijst naar de song ‘Stealing Tomorrow’ van Great Lake Swimmers.

Great-Lake-Swimmers

MEFISTO EN MAO: ALLE DUIVELS

Op 26 november schreef ik een stukje over een aantal acteurs in het toneelstuk Mefisto Forever en sprak ik mijn bewondering uit voor regisseur Guy Cassiers en zijn ploeg. Daar vloeide een naar mijn mening vrij absurde maar toch zeer boeiende polemiek uit voort. Omdat niet iedereen de kleine lettertjes leest heb ik van alle uitspraken die oorspronkelijk als commentaar zijn verschenen een klein toneelstukje gemaakt. Voor de begrijpelijkheid – en niet uit ijdelheid – heb ik een ‘normale’ tekst van mezelf ingelast, die ik op 27 november al eens heb gepost.
Ik denk dat wat volgt heel wat aan het licht brengt over wat ons bewust en onbewust bezighoudt, op sociaal, individueel, erotisch, politiek en artistiek vlak. Enjoy!

Marlon Vanco: Martin, drie fameuze bedenkingen:
1. Guy Cassiers is recent op een meer onfrisse manier in het nieuws gekomen: hij wil zijn vaste acteurs op straat zetten, er heerst momenteel verbijstering in en rond het Toneelhuis…
2. Mefisto en het gevaar van fascisme: okee, dat verstaan we, ttz de dreiging van extreem-rechts, een dankbaar en zeer hip onderwerp in het trendy A’pen…
3. Op je eigen site vinden we een foto van een schone naakte, prachtig, ware het niet dat aan de wand een portret van Mao prijkt, euh, hoe zit dat met het erfgoed van fascistisch links, zijn we die terreur van de gele culturele revolutie reeds vergeten, kan zoiets? Waarom geen foto’s van Hitler, Mussolini, Stalin, Hoessein… is Mao sexy?

Eva Vanhoorne: Ik wou net ook bemerking 1 van Marlon maken, maar de heer Vanco was me voor.

Martin Pulaski:
1. Marlon en Eva: ik woon sinds 1991 in Brussel en denk bovendien dat de wereld groter is dan Antwerpen. Mefisto gaat niet over Antwerpen. Zo heb ik het stuk toch niet gezien. Ik heb een groep acteurs gezien die samen iets brachten wat die akelige negativiteit – noem het gerust doodsdrift – overstijgt.
Van wat in het Toneelhuis gebeurt ben ik niet op de hoogte. Is het allemaal de schuld van Guy Cassiers, dan? Indien dat het geval is, doet het nog steeds geen afbreuk aan de kwaliteit van deze ‘voorstelling’, zoals ik ze, in al mijn subjectiviteit, heb gezien.
2. De verantwoordelijkheid van het individu in en voor de gemeenschap was al een belangrijk thema bij Sofokles. Kijk maar naar Antigone die, verwijzend naar ongeschreven ‘goddelijke’ (of matriarchale) wetten, zich verzet tegen de wereldse wetten (‘proclamaties’) van Creon.
3. Marlon, ik bezat in de jaren ‘70 – de punktijd, de tijd van No More Heroes van The Stranglers – helaas geen posters van Hitler, Mussolini, en zo verder. Hier in Brussel was er een winkel die Mao-posters verkocht die een werkloze jonge kunstenaar kon betalen. Overigens: 1) ken je Andy Warhol, 2) is de notie conceptuele kunst je bekend, 3) het begrip ironie kwam ook al bij de oude Grieken voor. 4) fascistisch links: daar kan alleen maar Salvador Dali mee bedoeld zijn.
(Een affiche van Lenin heb ik in 1978 op een feestje bij mij thuis in Antwerpen verbrand, al dansend op No More Heroes – No More Shakespearoes. Als je het dan toch wilt weten.)

Marlon Vanco: Rustig aan Martin, ik had ook wel door dat het die Warhol-Mao was, niet de Monroe-Warhol, et alors? In de jaren 70 werd (dictator) Mao als een afgod door weldenkend links bewierookt en bewonderd. Wie het Rode Boekje niet wou kopen, was een nerd (ikke!). Een tip: lees eens ‘Wilde Zwanen’ van Jung Chang. Je conceptuele Mao zal van schaamte van de muur afbrokkelen. En de ironie komt er achteraan gedonderd. Nee, fascistisch links was ook de Bende van Vier, je kent ze wel, de familiale terreurbrigade van je afficheman. Btw, Warhol was een geniale kunstenaar, maar hij had een zeer pragmatisch geweten (zoals Dali, inderdaad).

Martin Pulaski: Marlon, de poster van Mao die ik bezat, was een echte Chinese. Het was geen reproductie van een werk van Warhol. Maar dat betekent geenszins dat ik een Chinees was. Overigens heb ik filosofie gestudeerd in de jaren ’70. De leer van mijnheer Mao stond niet op het programma en niemand van mijn medestudenten bezat dat rode boekje. Ik kende zelfs niemand die het rode boekje bezat. In de winkel waar ik de Mao-poster had gekocht vond ik wel een boekje met rijmelarijen van dit heerschap.
Het woord nerd was toen nog niet uitgevonden. Hoe konden wij dan nerds zijn?
Je begrijpt dat ik je opmerkingen over mijn foto zeer ernstig neem, omdat ze zozeer naast de kwestie zijn. Dergelijke foto’s waren vooral geïnspireerd door echte individuen als Luis Buñuel (denk maar aan Fantôme de la liberté, en Cet obscur objet du désir). Ik vind Warhol geen groot kunstenaar, wel een grote persoonlijkheid met een immense invloed op deze laat-kapitalistische cultuur waar wij ons zo aan vergenoegen. Warhol was zo’n beetje de Mao van de New Yorkse kunstwereld en voor sommigen is hij dat nog steeds.
Ik vind het merkwaardig dat je op mijn andere punten niet ingaat. Het belang van het individu moet je toch nauw aan het hart liggen als thema.

Marlon Vanco: Martin, maar waarom hang je de (kunst)foto van een massamoordenaar aan je muur? Vorige week was er nog een rel in Nederland omdat Jan Marijnissen van SP een fan-blogger terugfloot omdat die zijn sympathie voor de oude linkse rakker had uitgedrukt met een gestyleerde affiche van Mao. Marijnissen zei zich gescandaliseerd te voelen, een grootmoedige geste van die man, hij is een gewezen communist. En heb je Wilde Zwanen niet gelezen, het is een bijbel en een antidotum tegen de terreur van rood (desgevallend: zwart, bruin…).
Martin, vat het niet persoonlijk op, maar jij lijkt me vaak zo verbijsterend wereldvreemd. Daarin zit ook je kwetsbaarheid. Alsof jij enkel in een bordkartonnen wereld van muziek, film en literatuur leeft. Kijk eens om je heen, naar het reële bestaan: daar wonen de mensen van vlees en bloed. Met schoon respect voor je persoon. Als individu schat ik je puur en hoog.

Martin Pulaski: Marlon, je praat volledig naast de kwestie. Jij begon plots te fulmineren over een foto, een kunstwerk van mij uit de jaren ’70 (of zeer waarschijnlijk uit 1980), terwijl mijn stukje over ‘Mefisto forever’ ging, een toneelproductie uit 2006. Aan mijn muur hangt geen foto van Mao, wel van Madonna en van James Brown. Die ‘foto’ van Mao waar jij het over hebt was deel van een enscenering (in 1980 dus, 26 jaar geleden). We construeerden een scène met als subtekst een aanval op de censuur van de culturele revolutie en meer bepaald van ziekelijke onderdrukkers als de heer Mao (figuren waar onder meer Wilhelm Reich ons zo voor gewaarschuwd heeft). Tegelijk was het tegen de toenmalige strakke maoïsten gericht. De inspiratie was Buñuel en meer nog Dusan Makavejev. Het was een deconstructie van de mythe van Mao en van de Bende van Vier, godnogantoe. Wel geen deconstructie van de Bende van de Stronk. Dat is voor een andere keer.

PAUZE

Martin Pulaski: Wat jij doet is insinueren. Je insinueert dat ik sympathie heb voor Mao en misschien zelfs voor maoïsten. Wat ik met mijn fotoserie – want er zijn meer foto’s dan die ene waar jij je zowat blind op staart – heb gedaan is net het tegenovergestelde aantonen. Je moet wel even naar de foto kijken, niet alleen naar het model, maar naar het geheel. Ook naar de titel en naar de tekst die er onlosmakelijk deel van uitmaakt. Ben je zo wereldvreemd en verblind dat je niet ziet dat dat een scène is? Dit maakt mij zo boos: het lijkt op Orwells Big Brother, mensen worden beschuldigd van net het tegendeel van waar ze voor staan. In 1984 is oorlog vrede. Zijn we nu ook zelf al zover gekomen? Dat kan toch niet in deze tijd, waar je met een klik in google de min of meer juiste informatie kunt krijgen.
Ik moet trouwens geen bestsellers lezen om te weten dat de Mao-dictatuur een bloederig regime was. Geen polonaise aan mijn lijf, ook geen wilde zwanen. De echte realiteit is veel gruwelijker dan de voorstelling ervan in een op Hollywood gerichte bestseller. Ik las destijds de kranten, Le Monde, om er maar één te noemen.
Zal ik het eens simpel zeggen: die foto die jij uit zijn verband rukt is een protest tegen Mao en tegen de toenmalige seksuele en andere repressie. Hij is een uitgesproken pleidooi voor de vrijheid. Overigens mag het duidelijk zijn dat ik destijds helemaal niet leefde en zeker nu niet leef in een wereld van boeken en muziek. Ik heb dit jaar nog maar één boek uitgelezen: The Wind Up Bird Chronicle van Haruki Murakami. Wellicht ook een bestseller. In de tegenspraak toont zich de meester. De realiteit is de wereld. Ik probeer zoveel mogelijk wereld te zien en te zijn. Maar ik ben wel zeer kwetsbaar. Gebrek aan empathie, gevoelloosheid en domheid maken sommige mensen inderdaad kwetsbaar.

Marlon Vanco: Met plaatsvervangende schaamte lees ik: “Geen polonaise aan mijn lijf, ook geen wilde zwanen. De echte realiteit is veel gruwelijker dan de voorstelling ervan in een op Hollywood gerichte bestseller. Ik las destijds de kranten, Le Monde, om er maar één te noemen”… Wel professor Pulaski, ik las toevallig (die dag) niet Le Monde, maar gedurende een etmaal het bloedstollende boek. Rot op le monde!
Waarom publiceer je die foto in kwestie niet? Vergeet niet om de originele datum te vermelden, die leek bedenkelijk recent. Ik wil je altijd helpen.

Martin Pulaski: Zulk dik boek op zulke korte tijd? Je bent geobsedeerd door een foto uit 1980. Of heb je het over een heel andere foto, dan? Misschien berust dit alles op een misverstand? En “rot op le monde”? Is dat jouw subtekst? En jij zegt dat ik wereldvreemd ben? Ik houd van de wereld. Ook als hij in het Frans wordt geformuleerd.

Marlon Vanco: Oké. Laten we het maar bij een misverstand houden, ik was gewoon vreselijk geschrokken van die foto, in schrille contradictie met de boodschap van Mefisto.

Marc Tiefenthal: Vanco is net geen Brando. Door al dit proza tussen Vanco en Brando zou je, bij wijze van hypothese en van grap, bang worden om de heer Vanco in Brussel in het duister tegen het lijf te lopen. Wat Marlon niet weet, niet schijnt te weten en allicht niet wil weten, is dat Martin Pulaski een dichter is, d.i. iemand die een wereldbeeld heeft. Sommigen, de meesten, hebben dat niet en houden het bij het beeld dat hen pakweg op de treurbuis wordt voorgehouden. Iemand die een wereldbeeld heeft is daarom niet wereldvreemd, integendeel. Het zijn de lieden met een clichébeeld van de wereld recht uit de treurbuis die vervreemd zijn van de wereld. Bovendien heeft Martin Pulaski door wijsbegeerte te studeren de middelen meegekregen om een wereldbeeld te bouwen.

Martin Pulaski: Marc, you took the words right out of my mouth! Maar ik ben niet eens bang voor Virginia Woolf, waarom zou ik dan bang zijn voor Marlon Brando (met gestold bloed dan nog.)

Evy Zinnen: Mooi stukje bio van mp door mr mt.

daphne mao

Martin Pulaski: De ondertitel van de foto (op flickr) luidt: A Great Admirer Of An Electric Chairman Mao And, Especially, the Subcultural Revolution Guided By Ken Kesey and Lead Belly And Advised By Hunter S. Thompson And Not Forgetting Warren Oates. As Produced By Martin Pulaski.

Marlon Vanco: Doelfoto: rechter bovenhoek (was ook uitvergroot). Misverstand, achteraf bekeken, na tekst en uitleg? Maar geef toe, als een VB-er een analoge kunstfoto van Hitler op zijn blog zou plakken, zonder duiding, dan wordt hij gelyncht door de linkse inquisitie. En ook, professor, er wordt in die kringen nog vaak gekoketteerd met mister monster Mao. Ondanks dat met bloed doordrenkte boek, respecteer het alsjeblief.

Martin Pulaski: Marlon, je blijft rond de pot draaien én insinueren. Ik heb geen kunstfoto van Mao op mijn blog geplakt. Het gaat om een goedkope affiche van dat heerschap die als ‘prop’ werd gebruikt om een ironisch tafereel – ter bespotting van het maoïsme en uniformen op te bouwen. Jij laat uitschijnen dat ik een kunstfoto van Mao zelf heb gemaakt – waar op zich zelfs niets eens iets mis mee is, de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer werkte meermaals met de Hitler-figuur, Hans-Jürgen Syberberg deed hetzelfde, zonder dat iemand daar aanstoot aan nam – terwijl die Mao slechts een ironisch onderdeel van het geheel is (in de ondertitel wordt hij zelfs ‘electric chairman’ genoemd, zegt dat dan niet voldoende?). En nu ga je mij al – zij het onrechtstreeks met het VB associëren.
Van een linkse inquisitie in België weet ik overigens niets, staat daarover iets in de recente pers? Naar mijn weten pleiten sociaal-democraten ook niet voor de doodstraf. Maar wellicht ben jij beter geïnformeerd, wereldwijs als je bent. Ik denk dat een heer van stand ten minste zijn verontschuldigingen zou aanbieden, na het uiten van zoveel koppig volgehouden onjuistheden ten overstaan van een “wereldvreemd sujet”.

Evy Zinnen: Waarom dat strikje?

Martin Pulaski: Evy, wat had die strik te betekenen? Ik moet diep nadenken, want het gaat over iets dat ongeveer honderd jaar gelegen plaatsvond.
Die Mao-poster kwam uit een Chinese winkel in Sint-Joost. Ze hadden daar ook zeer grappige propaganda-posters. Een beetje zoals taferelen van heiligenlevens of van Jezus de heer. We vonden die Mao-poster wel grappig. De naïviteit van dat sociaal-realisme.
Ik heb sinds mijn kinderjaren een hevige afkeer van uniformen, ook van Chinese. Om dat Mao-uniform, dat op zich al belachelijk was, nog belachelijker te maken, had mijn vriendin daar zo’n strikje op gekleefd. Ligt dat niet voor de hand?
Die poster heeft daar – dat moet ik toegeven – een paar weken gehangen. Onze vrienden moesten er hartelijk om lachen. Daarna heb ik er de elektrische stoel van Andy Warhol gehangen.

Marlon Vanco: Martin, bedankt voor je uitleg achteraf. Maar waarom zou ik mij moeten verontschuldigen? De foto die aanleiding gaf tot een dubbelzinnige interpretatie stond toch op jouw blog. De duiding is geschied, het was dus om te lachen. Ik heb die seventies nooit grappig gevonden, de humor van dat intellectueel sérieux is mij steeds ontgaan. Ik ga simpel verder, volks en solo. Dag jong.

Eva Vanhoorne: (Zonder iets te willen insinueren maar… (-; )Is er een reden dat je zo hevig reageert, Martin?

Martin: Ja, Eva, er is een gefundeerde reden waarom ik zo hevig reageerde. Insinueren dat iemand het tegenovergestelde is van wat hij is, is een bedenkelijke tactiek, die me onder meer aan de schijnprocessen in de voormalige Sovjet-Unie doet denken. Dat wekt zeer terecht mijn verontwaardiging. Ik heb dat trouwens allemaal al uitvoerig uitgelegd. Maar ik vind – inderdaad – dat ik er nu voldoende woorden in heb geïnvesteerd. De hele zaak zal nu wel duidelijk zijn. Maar wat het voorbestaan van zulke tactieken betreft, ben ik pessimistisch.
Wat wou je eigenlijk niet insinueren, Eva?

Eva Vanhoorne: Ik bedoelde gewoon dat een mens zich meestal pas echt aangevallen voelt als 2 voorwaarden vervuld zijn:
a) de aangevallene de aanvaller een zekere autoriteit (recht van spreken, intelligentie, inzicht…) verleent (kwestie van te kunnen raken)
b) een kern van waarheid zit in wat de aanvaller insinueert en/of de aangevallene in het verleden een soortgelijke insinuatie te horen kreeg.
Maar je moet je niet aangevallen voelen door mij, hé. Ik ben een simpel meisje en observeer gewoon dat de reactie mij nogal disproportioneel tov de actie lijkt. Tenzij er achter de schermen ook vanalles is geschreven of gezegd, natuurlijk.

Martin Pulaski: Eva, hoe kom je aan voorwaarde b)? Mij lijkt verontwaardiging net zeer gerechtvaardigd als er geen kern van waarheid in de bewering zit, maar als het om een type bewering gaat die voor de gemeenschap en voor het vrije woord ernstige implicaties heeft en zelfs gevaarlijk kan zijn. Ergens in de polemiek stelde Marlon Vanco de vraag of “zoiets wel geoorloofd is” (doelend op een kunstwerk, of iets wat door de maker als een kunstwerk wordt beschouwd). Een zeer gevaarlijke uitspraak vind ik dat, en ik vind dat ik daar zeer terecht op heb gereageerd. Maar je hebt gelijk: het is buiten alle proporties. Waarschijnlijk tref je hier sporen aan van de kritisch-paranoïde methode.

Evy Zinnen: Volgens mij liep deze polemiek van in den beginne verkeerd; de 3 ‘fameuze bedenkingen’, zoals Marlon ze zelf noemde.
We moeten verder kijken dan onze neus lang is. Minstens proberen. Onderwerp van de week.

Martin Pulaski: Ik begrijp niet goed wat je bedoelt, Evy. Ik dacht niet alleen aan mezelf, hoewel ik me beledigd voelde. Ik dacht zeker ook aan de maatschappelijke implicaties van de uitspraken van Marlon Vanco. Het vrije woord, de vrijheid van de kunstenaar, en zo van die dingen. Bovendien stoorde ik me zeer aan de tactiek – typisch voor autoritaire en paranoïde karakters – van de insinuatie. Ik probeer de dingen zoveel mogelijk in een ruimere context te plaatsen, wat me uiteraard niet altijd lukt.

Evy Zinnen: Neen, Martin, ik had het hier ook niet enkel over jou. Ik bedoelde dat ik vind dat Marlon’s opmerkingen onvoldoende gefundeerd zijn. De maatregelen die Cassiers genomen heeft zijn waarschijnlijk niet zijn individuele beslissingen. Bovendien is hij niet de eerste in de toneelwereld die dergelijke ‘strategie’ toepast. En er zijn acteurs die ‘afvloeien’ maar er zijn ook nieuwelingen in de ‘poule’ van het Toneelhuis, waaronder, bijvoorbeeld, Dirk Roofthooft. Zie artikels in de pers. Ikzelf heb ‘Mefisto’ niet gezien. Maar ik vermoed dat de context veel ‘breder’ is dan enkel maar die van het ‘duidelijke’ extremisme, meerbepaald de verdokenheid, de hypocrisie, het gevaar dat kunstenaars (gewild en soms ongewild) partij kiezen en die boodschap verdoken uitdragen in hun kunst. De maatschappelijke implicaties, zoals je zelf schrijft. Vermoed ik. Vérstrekkende maatschappelijke implicaties zelfs. Wat betreft Mao moeten de kleine lettertjes gelezen worden. Die vragen een beetje moeite. Ze staan overal. Klik klik en scroll scroll. Het hangt trouwens samen met Mefisto. Mijn bescheiden mening.
Tenslotte wil ik nog zeggen dat ik me in feite niet in deze polemiek wou mengen (Wat ben ik hier dan aan het doen?). Ze gaat zelfs mijn petje te boven omdat ik bijzonder weinig weet over toneel en kunst in het algemeen.
Maar ondertussen heb ik weer wat bijgeleerd. Hier en elders. Als een kip zonder kop misschien. Dan is dat maar zo. Maar ik heb net even gekeken en hier zijn geen kippen, wel bij de overburen, dat zijn boeren. 😉

Foto: Martin Pulaski, Daphne & Mao