VOOR EN NA DE REGEN 5

syd barrett by mick rock

Opgedragen aan Syd Barrett, in memoriam.

5.

Henry zit weer achterop mijn gele Garelli, we rijden door Sledderlo om de show te stelen. Niets is gelukzaliger dan de wind in je haren, vooral als je net East West hebt gekocht voor honderd frank, & zo de Chicago blues hebt ontdekt. Met geschaafde ellebogen & handen – want natuurlijk zijn we gevallen met die brommer – moeten we nu naar Bilzen. Als we tenminste geen tetanus krijgen, zegt Henry’s vader, die onze wonden grondig ontsmet. Bilzen, waar flower power, free jazz & orale poëzie de lucht verluchten, zoals in de middeleeuwen monniken met manuscripten deden. We drinken gin & slikken hoesttabletten. De kleine Johannes heeft een lief uit Holland. Ze legt me uit wat een knaak is. Eindelijk een heilig woord, denk ik, maar alleen uit haar mond, weet ik nu. Ook ontdekten we waarvoor scholen dienden. Om er in te breken, te roken, gin te drinken, op de tafels te slapen. & ’s morgens het hoofd te verfrissen onder een kraantje in de toiletten.
Ik heb aan zee een heerlijk meisje leren kennen. Pauline blijft me drie lange dagen kussen. & dan zegt ze opeeens, jij past meer bij hààr, dat kotsende meisje daar, een schoonheid, die luistert naar de naam Claudia Chauchat. Terwijl Zager & Evans hun sentimentele science-fiction spuien neemt ze plaats op mijn schoot en vult mijn mond met haar zure tong tot ik bijna overga tot ontbinding, klaar voor Gods Laatste Oordeel. Daarna vervloekte Claudia mijn ziel, omdat ik ’s avonds, als zij in een tapijtenwinkel moest werken Anny door de zee gezouten verhaaltjes vertelde. Anny’s ouders, een bakker & zijn vrouw, wilden mij in een Brusselse gevangenis zien zitten. Dank je Anny, je hebt me niet verraden. Een altijd boze Claudia Chauchat klom een paar jaar later ’s nachts uit het raam, om te gaan zuipen & zich aan mijn kameraden aan te bieden, maar ze viel, brak haar benen, en verdween uit het beeld. Claudia, alleen met jou sta ik op een foto met een stralend wit Levi’s jasje aan.

Pink Floyd in 1968 in het Pannenhuis in Antwerpen met Lucas & de kleine Johannes. Belletjes hangen klingelend op onze borst. We hebben veelkleurige zijden sjaaltjes van onze moeders aan & roze & rode fluwelen jassen. Als we slapen eten we margrieten & tulpen en overdag kussen we de zomerregen.

Epiloog.

Overal waar ik kom breng ik de geur van de scheepvaart met mij mee en laat ik een spoor van jullie liefde, waanzin & doodsverachting achter. Om mijn hoofd blijft het klinken van koebellen in Zwitserse weiden & waarom is dat? Omdat niets heiliger & eenzamer kan klinken, een geluid uit de eeuwigheid, dat de eeuwigheid afzweert. Dat eeuwigheidsgeluid – en nog veel meer – hoor ik ook in The Piper At the Gates At Dawn en in de twee echte solo-elpees van Syd Barrett. Hij heeft zijn ‘toren’ nu voorgoed verlaten, op jongere leeftijd dan ‘Scardanelli’.

Foto: Syd Barrett door Mick Rock

DAN PENN EN SPOONER OLDHAM: BESCHEIDEN MEESTERS

brugge,verjaardag,weekend,cactus,honky tonk,vrienden,dan penn,spooner oldham,soul,pop,muziek,stoepa,hits,muscle shoals,memphis,nashville,vs,patrick riguelle

Vorige zaterdag in Brugge hing er, zoals het cliché zegt, ‘magic in the air’. Ondanks een lichte kater na het vieren van mijn zoveelste verjaardag, de avond ervoor, met lieve vrienden, was ik in een uitstekende stemming. De rust van een zonovergoten Brugge zal daar zeker een rol in hebben gespeeld. We liepen vol verwachting door de straatjes en langs de reien, pratend over weer andere vakantiebestemmingen (Budapest, Lissabon), maar vooral over Dan Penn en Spooner Oldham, en denkend aan onze vrienden Anne-Marie en Theo, die we spoedig zouden ontmoeten. De laatste keer dat we elkaar hadden gezien was op 2 januari in Charleroi, na een heuglijk verblijf in Barcelona.

In de Honky Tonk, een cd- en platenzaak in de Brugse binnenstad, bevonden zich maar twee andere klanten; ze zouden ook naar Dan Penn en Spooner Oldham gaan. Ik kocht er een verzamel-cd van bekende en minder bekende soulzangeressen en bestelde een dubbel-cd van Al Green.
Met onze vrienden hadden we afgesproken in restaurant De Stoepa, kort bij het station en niet te ver van de Magdalenazaal, waar het concert plaats zou vinden. Een bevallig meisje, met prachtige ogen, bracht ons wijn en pasta. Even later stapten Spooner Oldham, Dan Penn en hun echtgenotes en vrienden het restaurant binnen. Aangename verrassing, en nog maar eens een toeval.

Het concert zelf was de eenvoud en bescheidenheid zelf: twee oudere mannen op een podium gezeten. Dan Penn op een stoel, de Martin gitaar als ritme-instrument in de handen, Spooner Oldham achter zijn elektrische Wurlitzer piano. Twee oudere mannen die wel een aantal van de allerbeste soulsongs hebben geschreven, vaak samen, soms alleen, soms met andere songsmeden als Donnie Fritts en Chips Moman: Out Of Left Field en It Tears Me Up (voor Percy Sledge), Dark End Of the Street (voor James Carr; er zijn talloze versies van, waaronder natuurlijk die van the Flying Burrito Brothers), I’m Your Puppet (voor James en Bobby Purify), Do Right Woman, Do Right Man (voor Aretha Franklin), Cry Like A Baby en I Met Her In Church (voor The Box Tops), Sweet Inspiration (voor the Sweet Inspirations), Is A Bluebird Blue (voor Conway Twitty, Dan Penns eerste hit), I’m Living Good (voor The Ovations), The Lord Loves A Rolling Stone (voor Roger McGuinn), de intentieverklaring Nobody’s Fool (oorspronkelijk op de gelijknamige elpee uit 1973 van Dan Penn, nu een collectors item, uitstekend gecoverd door Alex Chilton), Rainbow Road (voor Joe Simon, maar ook met veel klasse uitgevoerd door de diepbetreurde Arthur Alexander), She Ain’t Gonna Do Right en You Left The Water Running (voor Wilson Pickett, kennelijk ook opgenomen door Otis Redding, de beste versie is waarschijnlijk die van Sam & Dave), Woman Left Lonely (voor Janis Joplin) en Zero Willpower (voor Irma Thomas). Dan Penn, met zijn rijke, subtiele en gevoelige stem, en Spooner Oldham, met geïnspireerde begeleiding op de Wurlitzer, brachten doorleefde vertolkingen van bijna alle hierboven genoemde nummers, met daarbovenop nog eens het grappige Memphis Women and Chicken en de gospel Glory Train.
Zelden heb ik zulke koude rillingen gevoeld als bij Rainbow Road. De afsluiter Zero Willpower was puur gevoel, een perfecte synthese van hoe country soul hoort te klinken.
Deze blanke mannen hebben overigens bijzonder veel respect voor de meestal zwarte artiesten voor wie ze schreven en met wie ze in de studio’s in Muscle Shoals, Memphis, Nashville en Los Angeles samenwerkten. Op een bescheiden en soms wat humoristische manier werden een aantal verhalen verteld over Otis Redding, Arthur Alexander (het grote voorbeeld voor Dan Penn, als songschrijver) en Janis Joplin.

Tijdens de pauze konden we bij de echtgenotes – echte Southern Ladies – terecht voor een poster, of gewoon een babbeltje. Na het concert mochten we samen met andere jonge snaken als Roland en Patrick Riguelle in de rij staan voor een handtekening. Een mooier verjaardagscadeau dan een dergelijk uniek concert kun je je niet wensen. Maar de vriendschap van Gerda, bij wie logeerden, is al even mooi. En wat zal ik in de brieven van Pessoa aantreffen, die ik van mijn Anderlechtse muze cadeau kreeg?