BRIEF AAN DE VRIEND DIE IK NOOIT HAD

Jef_Lambrecht_photo_M_HKA1.jpg
Brussel, 18 februari 1996.

 

Beste Jef Lambrecht,

Ik ben vorige dinsdag in het Paleis voor Schone Kunsten naar je uiteenzetting over de stem komen luisteren. Jasper Grootvelds stem viel wat tegen, maar je tekst kon niet stuk. Het was bijzonder boeiend en fascinerend. Je hoort niet vaak spreken over bijvoorbeeld Somalische dichters. Veel ideeën waar ik in de jaren ’70 mee bezig was, zijn opnieuw gaan opborrelen. Ik moest onwillekeurig denken aan Antonin Artaud, aan Robert Graves.

Omdat ik je tekst zo prachtig vond, zou ik hem graag eens lezen. Is hij ergens gepubliceerd? Of zou je mij een kopie kunnen bezorgen? Of mogen wij hem alleen maar horen?

Vind je echt dat we moeten kiezen voor het gesproken woord – tegen de letters? Als dat zo is, dan kan ik het niet. Dan kies ik voor de twee. Mijn uitverkoren dichter is Hölderlin – maar ik zou van zijn gedichten niet veel begrijpen als ik ze niet zou kunnen lezen op papier. Maar ik houd ook van populaire muziek (rock, blues, soul, country) en in dit geval denk ik dat het veel met de stem te maken heeft. Bij de beste platen van Bob Dylan (zoals ‘Blonde On Blonde’) zaten overigens geen tekstvellen. Dat was terecht. Je moest – en moet nog steeds – er naar luisteren. Ray Charles’ I Got A Woman. Stem. Bepaalde gedichten van Apollinaire : tekst (en beeld). Enzovoort.

De geschreven taal is waarschijnlijk al aangevallen vanaf haar ontstaan. De god van het schrift is de god van de dood (Thot bij de Egyptenaren). De afkeer van Plato voor het schrift is alom bekend (voor Plato is het geschreven woord = vergif). Maar het valt op dat het bijna altijd filosofen, schrijvers en dichters zijn die de geschreven taal als iets negatiefs ervaren (Rousseau in ‘Emile’, Nietzsche in ‘Von Nutzen und Nachteil der Historie fur das Leben’). Mannen die dikke boeken hebben geschreven.

Schrijven werkt vergeten in de hand. Je vergeet en gaat zwerven (desnoods in de taal). Of dwalen. “Dwalen helpt.” Afwachten, met een voorgevoel van iets onbestemds. Maar ik dwaal af, denk ik.

Je ziet wat je hebt wakker geschopt. Maar ter zake: zou je zo vriendelijk willen zijn mij je tekst te willen toesturen. In ruil daarvoor stuur ik je mijn (nog niet gepubliceerde) dichtbundel, Nachtbruid.

Hartelijke groet,
Martin Pulaski

Jef_Lambrecht_photo_M_HKA2.jpg

Afbeeldingen: uit de tentoonstelling VER BANDEN #1 van Jef Lambrecht.

OUDE MISERIE

henri van straten de pessimist.gif

Brief aan mijn vriend J.D.

Antwerpen, 14 november 1984

Beste J.,

Het spijt me werkelijk dat het zo lang geduurd heeft voor ik iets van me liet horen. Het probleem is dat ik niet of bijna niet meer kan schrijven. En dat is slechts een facet van de algemene geestelijke apathie of impotentie. Niet meer kunnen creëren, voortbrengen, produceren… Geen enthousiasme, geen geestdrift en vooral geen werklust. En waarschijnlijk weet je wel dat schrijven het enige was (en is) wat mijn leven zin gaf. Vooruitzien betekende voor mij altijd de hunkering naar het voltooien van een gedicht, een verhaal. Dat is weggevallen. Wat kan ik dan nog van het leven verwachten? Alleen maar dit, dat er aan deze psychosomatische stoornis een eind komt. Dat ik terug over mijn intellectuele vermogens kan beschikken, dat ik mijn gave kan opgraven vanonder het puin van mijn vroegere ego (aan de instorting waarvan ik zelf heb meegewerkt – wie anders?).
’t Schijnt dat een psychiater me uit deze impasse zou kunnen helpen. Maar primo vertrouw ik geen psychiaters, of toch niet helemaal, en secundo zijn ze erg duur. Want ja, financieel zit ik nu ook helemaal aan de grond: ik krijg nog 10.000 frank uitkering – het minimum.

Het verbaast me nu dat ik de vorige paragraaf zo vlug en vlot heb kunnen neerschrijven. ’t Is echt meer dan een jaar geleden dat ik nog een behoorlijke zin op papier heb gezet. Maar ja, het gaat hier ook maar om een opsomming van feiten (zij het van een niet te noemen somberheid – onder elk woord zit een kreet verscholen).

’t Word tijd dat we nog eens lachen. Ik denk dat ik maandenlang zou moeten lachen om mij boven alle doorstane ellende te kunnen plaatsen. Ook denk ik aan lange wandelingen in de sneeuw, in de allerstilste bossen. Of in de winter op het strand slenteren, nauwelijks een mens te zien. O dat prachtige lied van Bob Dylan, “It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry”!
Of terugkeren naar vroeger, toen ik gelukkig was, van ’75 tot ’77, toen ik een poète maudit was en alles uit liefde deed. Toen ik dacht dat ik onkwetsbaar was en ouder worden niet mogelijk was.  Alles was juist in die tijd. Vanaf ’77 ben ik te snel gaan leven, ’t was de dooi van de onschuld, ik aanvaardde mezelf niet zoals ik was. Ik wou niet volwassen worden en verantwoordelijk. Leven moest bewegen zijn, dansen: een productieve inspirerende waanzin. Wat een illusie! Nu is alles stilgevallen.

Wel heb ik nog lief, maar hoe moeilijk is dat als je niets hebt en niets kunt geven? En als je eindelijk weet wat voor schoften de meeste mensen zijn.

Ik kijk televisie en probeer te vergeten. Denk je dat ik daar in slaag? Natuurlijk niet; omdat ik niet echt wil vergeten. In het verleden zit alles vervat, in de toekomst niets (tenzij net het verleden). En ik ben niet de enige die er zo over denkt. Kijk maar naar Proust, Fellini, Beckett, Pavese, John Lennon (“When I was a boy, everything was right….”)

Op de achtergrond (en soms op de voorgrond) een plaat van The Gun Club: ‘Black Train’, ‘Cool Drink Of Water’… Muziek als deze kan me soms nog ontroeren. De stem van de gewonde wolf, eenvoudige akkoorden, een bijtende gitaar. Integere rock & roll, zonder veel compromissen. Ook R.E.M., Jason & The Scorchers, The Long RydersEen hele Byrds-fanclub, die heeft geleerd gitaar te spelen als Roger McGuinn en te zingen als Gene Clark of Gram Parsons. Ook hoor ik nog graag het wat meer gesofisticeerde geluid van Rickie Lee Jones, Tom Waits en Randy Newman, met hun sterke, expressieve teksten.

Van de jongere literaire schrijvers is er zo goed als niemand die ik waardeer, zeker van de Nederlandstalige niet. ’t Zijn allemaal bedriegers, showmensen, ze hebben geen hart, geen ziel. Mochten ze dat wel hebben dan zou geen enkele ‘belangrijke’ uitgever ze willen uitgeven. Zo’n uitgever moet immers aan het profijt denken, niet aan het hart of de ziel. Natuurlijk zijn er uitzonderingen maar die zijn dan weer vaak katholiek, in navolging van Graham Greene (toch een groot schrijver, hoewel soms ook een zeur) en Huysmans.

Nu moet ik gaan doppen; opletten dat ik niet in de stront trap. De Provinciestraat is een groot hondenschijthuis.

Een dag later. Veel heb ik aan het bovenstaande niet toe te voegen. Mijn contact met de anderen is zeer beperkt. Uitgaan behoort tot het verleden. Concerten zijn te duur voor me en organisatoren behandelen het publiek als vee (tenzij dat veranderd zou zijn, wat ik durf betwijfelen). Wel heb ik nog een heel mooie en oprechte film gezien: ‘Paris, Texas’ van Wim Wenders. Dat A. werk heeft gevonden heb ik je waarschijnlijk al gezegd. ’t Wordt niet goed betaald (3de arbeidscircuit), maar ze doet het graag en de collega’s zijn sympathiek. En dat is natuurlijk een belangrijk punt.

Nu is het aan jou om je hart uit te storten, in zoverre dat in een brief mogelijk is. In elk geval hoop ik dat we elkaar voortaan regelmatig zullen schrijven. Want de tijd staat niet stil.

Hartelijke groeten van je vriend,
M.

Ω

Beeld: Henri Van Straten, De pessimist

HALLUCINATIES

metro,brussel,slang,madou

Toen ik vanmorgen in station Madou op de metro stond te wachten, overviel me plotseling een gevoel van duizeligheid. Het begon, even voor tien, met een metaalachtig gesis – een geluid dat meteen mijn aandacht opeiste -, waarna uit de donkere tunnel aan mijn rechterkant de gele slang tevoorschijn kwam. Het schreeuwerige geel zond trillingen uit die een verlammend effect hadden, wat ik niet alleen bij mezelf maar ook bij de mensen in mijn omgeving kon waarnemen.

De trillingen werden heftiger; redelijk en logisch denken werden onmogelijk. Het menselijk lichaam werd herleid tot puur gevoel. Zenuwen. Het menselijk lichaam werd herleid tot puur lichaam.

De gele slang stopt niet, op een spoor van slijm glijdt ze voort… Haar kop is al voorbij, die heb ik niet eens kunnen zien… Maar haar langgestrekt lichaam… Op sommige plaatsen is haar huid doorzichtig: wij, de toeschouwers op het perron, kunnen af en toe een blik werpen op het drama dat zich in haar ingewanden afspeelt (hoe vaak zat ik zelf niet in haar buik)… Een floorshow achter de grote schubben van vensterglas… Geharnaste schimmen, die neerzitten, of rechtop staan in wolken van ultraviolet licht… Wat verderop maken enkele spookvormen in grijze gewaden trage, krampachtige bewegingen… Spastici, die niet schreeuwen, niet zingen, niet fluisteren… Hoe lang zijn ze al dood? zou iemand kunnen vragen. De gele slang, zij snelt voort…

[Voetnoot: Ik was niet in het metrostation Madou. Dit is een pastiche van Lautréamont. Ik wou het eens testen, zo’n tekstfragment, om te zien of iemand er in geïnteresseerd is. Destijds werd dit ‘ander proza’ genoemd. Ik heb zo het gevoel dat dat ‘ander proza’ een revival beleeft. Ik houd niet van het woord revival. Maar ja. Het zou wel mooi zijn als die hele stille generatie, wat er nog van overblijft, nu opeens luidruchtig zou kunnen worden, een beetje zoals de vijftigers. Wij waren van nature veel luidruchtiger maar door allerlei omstandigheden, waaronder politieke, werd ons het zwijgen opgelegd.]

WOORDEN OPGESPOORD

letters

Ja, ja, ik heb je opnieuw verwaarloosd. Het is niet dat ik niet aan je heb gedacht. Je moest eens weten hoeveel gedachten aan jou op een dag door mijn hoofd razen. Doe geen poging, ze zijn niet te tellen. Zo vaak voel ik de aandrang om je te gebruiken als ik dat zo mag noemen. Of ben jij het die mij gebruikt? Je te gebruiken, om van antwoord te dienen, commentaar te geven, te argumenteren. Om verhalen te vertellen, verzinsels, hele en halve leugens; of rechtuit de waarheid te spreken. Gelul, geleuter en kleinspraak. Of om je gewoonweg maar uit te drukken, te formuleren, voor het plezier, om je mooie vormen te zien verschijnen. Zonder meer.

Maar net voor het moment van je ontstaan overvalt me opeens die oude vertrouwde lusteloosheid. Alle energie is aan mijn lijf onttrokken, alsof het bloed was, opgezogen door vampiers. Zo fantastisch gaat het er echter niet aan toe.

Kan ik je dan niet meer zien? Kan ik je niet meer oproepen? Ik span me nochtans ik. Ik drink liters koffie, slik alle mogelijke vitamines en mineralen, omega-3, wat je maar wilt. Australische wijn, Amaretto uit Sicilië, Porto uit Porto, bier uit Jupille, solidair als ik ben met de arbeiders daar, maar het is vergeefse moeite. Van koffie word ik zenuwachtig, de pillen lijken placebo’s, de alcohol maakt me lethargisch.

Ik wil je niet verwaarlozen, echt niet. Ik heb eerder de indruk dat jij je voor mij uit de voeten maakt. Waarom dan toch? Ben je bang voor mij? Dat is toch te gek. Ik heb je lief, ik wil alles voor je doen, ik wil je alles geven. Ik zal je altijd volgen, tot in Mexico, tot in Paramaribo, tot aan het eind van de wereld, waar het laatste gras groeit.
Jij weet dat natuurlijk allemaal niet, want je hebt geen ziel. Ik kan jou een ziel schenken, en jij kunt me op jouw beurt plezier verschaffen, het plezier van je ontstaan en van de rijkdom van je betekenis, die ik nog minder in de hand heb.

Wellicht wegens mijn geestelijke uitputting ga je mij uit de weg. Ik heb inderdaad teveel van mezelf gevergd – en misschien ook teveel aan jou gegeven, maar dat mag ik niet zeggen, want dan spreek ik mezelf tegen – en leef nu al te lang tegen mijn ziel in, tegen wat mijn ziel verlangt (en ik heb het niet over ziel in christelijke betekenis, begrijp dat wel). Ziel of natuur of wezen? Je diepste zelf? Against your own heart, om het eens in het Engels te zeggen.
Maar ik had je ervoor gewaarschuwd, ik had het nog zo gezegd, meen ik mij te herinneren. Het is zo goed als zeker dat je niet altijd op me zult kunnen rekenen, heb ik gezegd, denk ik, maar dat betekent niet dat ik je vergeten zal zijn. Ik ben een heel trouwe man en ik kom altijd naar je terug. Maar die periodes van dorheid, wanneer ik je het meeste mis moet je proberen te aanvaarden. Zoals nu, nu ik zo in je nabijheid ben, maar je toch niet kan vinden. Alleen wat zwakke schaduw van je zie ik hier voor me opdoemen. Toch weet ik dat ik je op het spoor ben. Neen, je sporen kun je niet uitwissen.

UIT HET HARNAS

droom,gedicht,muziek,alcohol,actrices,monica bellucci,paz vega,siri hustvedt,cat power,muze

Each night when I go to bed I pray
Take me with you…(The Jayhawks)

Valt het donkere weer je niet te zwaar, het lichte je niet te licht, mijn liefste? Als ik gulzig tijd drink, hem zelfs verdrijf met gezeur van talloze oude knarren, waar sluimer jij dan en waar strooi je dan je woorden, de schuimspatten van je glimlach rond? Ik wil je voor me zien en voor je zijn. Want deze dagen gaan nu zo hun gang dat ik al hun uren naar jou toe moet dragen.
Anders is er niets dan onopgesmukt in metro’s staan, een prooi voor ieders blik, en in het huis, om blind te worden, Pinot Noir en Codeïne. Verdoofd met Monica Belluci en Paz Vega, met Siri Hustvedt en Cat Power’s gefluisterd Satisfaction.
Daarna naar het eiland van de korte dromen waar paradijsvogels vergrijzen zoals mijn slapen en nachtegalen mij nuchter verwijten naar het hoofd slingeren:”Jij die je doof houdt voor de muze, jij verdorde speler.”
Wat zal het zijn, mijn liefste, elke vrijdagmiddag een Martini aan je zijde en beschaafd over Freud en Fellini geconverseerd of toch maar aan het raadsel van de liefde geofferd, en samen ten strijde tegen wat ons in het harnas jaagt? ”

 

A LETTER FOR AGATA

cowgirl01

Ik zou iets willen schrijven voor Agata, een mooie fotograaf. Ze is mooi, en ze maakt mooie foto’s. Soms van de wereld rondom haar, soms van zichzelf. Op een bepaalde manier cijfert ze zichzelf altijd weg, hoe mooi ze ook is. Ze doet dat niet met cijfers maar met woorden. Ik zou iets willen schrijven over A. Maar ik kan niet. De beelden overstelpen me. Op flickr heb ik een wereld ontdekt die me voortdurend versteld doet staan. Niet vanwege de technische perfectie of zo, niet vanwege de erotiek, laat staan de pornografie. Daar heb je andere sites voor. Overigens bestaat er geen pornografie en geen erotiek. Dat is onzin, door reclamejongens verzonnen. Men wil ons ook doen geloven dat rockers sterren zijn en dat kunst elitair is, dat sigaretten roken niet zo heel ongezond is en dat met een dure auto rijden je persoonlijkheid opkrikt. Geloof het maar. Iemand die met een dure auto rijdt is gewoon een nitwit met veel zwart geld. Op flickr heb ik een wereld ontdekt van mensen die verhalen vertellen. Die ze moeten vertellen. Die niet anders kunnen. Het zijn mijn broers en zussen, mijn zonen en dochters, mijn zielsverwanten. Vreemden, vertrouwden, vrienden. zoals Agata, zoals Gary, zoals Laura.

Hello A.

Like I promised you yesterday, here is my answer. I was very glad you took some of your precious time to write me a letter. I know hours are valuable for everyone of us. We all want to do so many things and life is short (and sweet). But I’m sure writing (and sending each other letters and mails) is always important, and it makes us feel good.

In Brussels it is getting cold and rainy; certainly at night it’s quite cold. And way too dark. These dark days really give me the blues. We’ll have to wait until march before it gets a bit sunny again. But why complain? When the sun is shining I’m sitting in my apartment, listening to music or reading or writing. I have no contact with nature. When you think about the old romantic writers and poets like Rousseau, Shelley, Lord Byron, etcetera, they all made long solitary walks. Hölderlin traveled on his one pair of shoes from Stuttgart to Bordeaux. I always wanted to be like that, but I’m not. Contradictions make our lives, I guess.

Walking is also a kind of dancing, on your own maybe, but dancing anyhow. Dancing, of course, is wonderful. I always liked to dance. What I used to do and sometimes still do is put my good foot on the dancefloor when soul music is being played (Aretha Franklin, Otis Redding, Sam and Dave, Irma Thomas, etcetera). I also like a slow dance now and then. There’s been a period in my life when I danced really a lot (two nights a week was no exception). We went to punk and rock clubs in Antwerp and danced all night long to the punk and new wave music. I also used to dance to reggae records.

I spend my holiday at home and didn’t do a lot. Days go by so fast. I didn’t even read one complete novel. I read fragments in different books: Montaigne, Nabokov, Wallace Stevens, Gerard Manley Hopkins, Martha Nussbaum (on emotions, difficult but very interesting); a book on Bob Dylan by Greil Marcus; and I almost finished The Inner Circle by TC Boyle (not really very exciting). Newspapers, magazines…

Good music for cold evenings: of course Mazzy Star and Hope Sandoval, Calexico, Iron and Wine, Neko Case, Ryan Adams, Bob Dylan (naturally), old blues records (Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Robert Johnson, Bobby ‘Blue’ Bland, Billie Holiday, Nina Simone), the Kinks, Astral Weeks by Van Morrison, Joni Mitchell. Greek Rembetika music. Alternative country music. Lorretta Lynn. After the Goldrush by Neil Young. Everything by Townes Van Zandt. And so many other things. I could go on and on.

Foto: copyright Agata Lenczewska-Madsen