AFSCHEID VAN EEN VRIEND?

afscheid

Ik weet dat ik de dingen niet op de juiste wijze aanpak. Soms wel, maar vaak ook niet. Ik ga met vrienden om van wie veel negativiteit uitgaat. Ze stimuleren me niet, ze inspireren me niet. Zijn dat dan wel vrienden? Moet je altijd trouw blijven aan je vrienden, ook als voor hen het eigenbelang de overhand neemt? Door dik en dun, in kwade en in goede dagen, alsof je met hen gehuwd bent? Ik twijfel eraan of ik dat moet doen, als onze ontmoetingen me schade berokkenen. Ik heb goede vrienden gehad die mij de rug hebben toegekeerd omdat ze succes kregen en op televisie kwamen. Ze werden beroemde Vlamingen. Ze dachten waarschijnlijk dat ik ter plaatse bleef trappelen. Ze konden zich niet langer verrijken aan mij. Ze keerden mij de rug toe. Daar heb ik wel van afgezien. Dat geef ik toe. Het is niet prettig dat iemand je de rug toekeert, iemand met wie je bijvoorbeeld bijna wekelijks wandelingen maakte in het Zoniënwoud en met wie je samen liedjes zong. Maar zo is het leven. Waarom zou ik dan op mijn beurt een vriend die me veel schade berokkent niet de rug toekeren? Ben ik bang dat hij zonder mij niet verder kan? Daar moet ik niet bang voor zijn. Hij leidt zijn eigen leven, in een geheel ander milieu, met geheel andere morele regels, met geheel andere codes dan ik. Hij heeft zijn eigen vrienden en kennissen, hoewel hij beweert dat hij eenzaam is. Maar wij zijn allen eenzaam.

Ik heb het nu heel bepaald over een vriend met wie ik een radioprogramma maak. Hij helpt me met de techniek. Hij draait aan de knopjes, zorgt voor het volume. Maar door zijn buitenissig gedrag in de studio is hij bij wijze van spreken een stoorzender. Hij belet me mij te concentreren op mijn thema, op de woorden die ik wil uitspreken. Hij straalt negativisme uit en zet een domper op de sfeer van het programma. De mensen zijn slecht, zegt hij bijna voortdurend, als een litanie, en de muziek ontroert hem niet meer. Ik denk dat hij met me meegaat naar de studio uit vriendschap. Om me tot steun te zijn, zodat ik daar niet alleen moet zitten. Maar zit ik niet beter alleen in die studio? Ga ik niet beter mijn eigen weg? Ik heb een grote angst om in de in de steek gelaten te worden. Dat verdraag ik niet. Maar vanwege die vrees, die neurotische verlatingsangst, laat ik anderen evenmin in de steek. Ik houd me vast. Ik kan geen afscheid nemen. Ik laat niets of niemand los. Ik laat anderen begaan. Neen, ik pak de dingen niet op de juiste wijze aan. Ik moet mijn leven veranderen.