BIG BROTHER EN HET HELE SPEKTAKEL

george-orwell

Wat nu volgt vloeit voort uit een een schitterende beschouwing die ik las bij Marco Zuidpolo (marcozuidpolo.skynetblogs.be) . Zijn stuk gaat in hoofdzaak over wie of wat bepaalt wat we denken en doen. Volgens hem zijn vooral de media een beslissende factor. De huiveringwekkende Big Brother uit Orwells 1984 is werkelijkheid geworden.

Het vermakelijke – of net niet – is dat Big Brother nu een mediaspektakel is. Velen onder ons vinden het aangenaam dat ze aan dat grote oog dat alles ziet overgeleverd zijn. Velen onder ons vinden het een aangenaam tijdverdrijf om beledigd en bespot te worden (want als een andere mens wordt beledigd of bespot, word je zelf ook beledigd of bespot). Toch weet ik niet of de media de ware schuldigen zijn, als er al van schuld sprake kan zijn. Zakenwereld, politiek en media zijn met elkaar verweven. Het is het welbekende Empire (van Michael Hardt en Antonio Negri). Wat we zien – of net niet zien – is een groot spektakel, waar alles zijn plaats vindt. Ook onze kritiek, onze tegendraadsheid is er wellicht onderdeel van. Ik ben pessimistisch geworden, wat dat betreft. Toch denk ik – en nu spreek ik mezelf tegen – dat we nog kunnen ontregelen, storen, maar ik weet ook niet goed hoe. We moeten er over nadenken. Ieder voor zich, maar ook samen, zoals we nu al doen. Het historisch besef is belangrijk: bijvoorbeeld hoe Marco Zuidpolo een hele reeks mediafenomenen op een rijtje zet, terwijl wij die misschien al grotendeels vergeten zijn.

Ik heb me gedeeltelijk onttrokken aan het spektakel. Ik heb geen abonnement meer op de krant (en lees er ook geen meer), op televisie kijk ik alleen naar films, die ik zelf selecteer, nooit op het moment dat ze worden uitgezonden. Toch koop ik boeken en cd’s – en zo laat ik me weer vangen. In plaats van zelf boeken te schrijven en zelf muziek te maken. Maar wellicht zou ik dan kakelen als een vrij rondlopende kip. Terwijl ze zo lekker smaakt, goed gekruid, gemarineerd in rode wijn. Wat ik wilde zeggen, ik lees geen kranten meer, kijk nooit naar het journaal, luister niet naar de radio – maar die onthouding heeft weinig zin. Ik weet dat Justine Henin gewonnen heeft. Dat vandaag het wereldkampioenschap begint, enz. Bovendien heb ik door mij van het spektakel te isoleren nog maar weinig inspiratie. Als ik niet weet wat er gebeurt kan ik er mij ook niet tegen verzettten. De rest is voor vanavond, of morgen. Of overmorgen.