DE SLECHTE ONEINDIGHEID 3

IMG_4779.JPG

Ik krijg geen woord meer over mijn lippen, geen woord meer uit mijn pen, geen woord meer uit mijn klavier. Heb geen noten meer op mijn zang. Al mijn beelden staan stil. Aan bibberen en beven is een einde gekomen. Aan alle kleuren, aan wit en aan zwart. Aan fictie en aan politiek. Aan gedichten en slachtingen. Aan de Franse Revolutie en de kleine Johannes en vulkaanminnaars en Tristia en andere ballingschapsgedichten. Aan William Blake, Oscar Wilde en Van Morrison. Aan nachtwouden, maanbergen, het dak van de wereld, zenuwoorlog, misdaad en straf, toezicht en kamers met uitzicht, de seksuele revolutie en de geschiedenis van de waanzin. Aan het theater van de wreedheid, de grammatologie en al te intieme zonsopgangen. Aan drie mannen op weg naar een huwelijk of begrafenis. Aan het dagboek van een gek en de verkoop van dode zielen. De bloemen van het kwaad en het verloren paradijs. Aan kreten en gefluister, seizoenen in de hel, de liederen van de nachttripper, Liesje in Luiletterland, Rob Roy, Jimmie Reed, de Evangeliën, la vie de Jésus, een Spion in het huis van de liefde, de toekomst van een illusie, de fenomenologie van de geest en veel overwoekerde paden. Aan Hölderlin, Trakl en Celan. Aan talloos veel miljoenen. Aan Mozart, Beethoven en Phil Ochs. Aan de feesten van angst en pijn, aan diepe blues, rembetika, zydeco (les haricots sont pas salés), aan Paths of Glory en Fun in Acapulco. Aan het leven van Malcolm Lowry, Neal Casady en Arnold Schönberg. Aan the Beatles en het kapsel van de duivel op de heuvel. Aan de jacht op de walvis en de bende van de Stronk. Aan Daphne en Euridyke en Anna Domino. Aan al het ondermaanse, het vergankelijke en onvergankelijke. Aan verzamelingen, collecties, compilaties, naslagwerken, woordenboeken, grammatica, encyclopedieën, de Zohar, Zorba de Griek en de Apologie van Socrates. Aan Apocalypse Now en le Bonheur. Nee, geen woord meer, geen letter, geen noot, geen beeld: ik ben moe.

Foto: Martin Pulaski, 13 november 2013.

NEW YORK CITY HERE I COME

public library new york

“You should live in New York City. America’s largest city will ensure that you will blend into the crowd. You are the brooding type–introspective, creative, and eccentric–and NYC’s cutting-edge, individualistic culture and ambience will appeal to you.”

Ik haat kwissen, eraan deelnemen is zowat het domste wat je kunt doen, vind ik. Nu zondig ik al twee dagen tegen mijn eigen stelregel… Waar gaat het met me naartoe? In deze belachelijke kwis ging het erom welke stad het beste bij je past. Uit mijn antwoorden blijkt dat ik een New Yorker zou moeten zijn. Misschien klopt dat nog wel ook.

Vorige zondag was ik plotseling razend populair. Duizenden en duizenden bezoekers kwamen hier over de vloer. Daarna gingen ze weer weg, zonder een boodschap achter te laten, alsof deze plek een donker en grauw station is, waar je je zo snel mogelijk uit de voeten moet maken. Je zou er wel eens voor onaangename verrassingen kunnen komen te staan. Als dat zo is, dan ben ik degenen die hier zo vaak komen lezen en zelfs af en toe – of heel vaak – een commentaar schrijven bijzonder dankbaar.

Foto: MP in de Public Library in New York City