EEN NIEUWE POLITIEKE TAAL

POIX 095

Een paar dagen geleden had ik voor de eerste keer in lange tijd opgewekte gevoelens bij het kijken naar Terzake: twee Franstalige politici, Jean-Luc Crucke (MR) en Nicolas Martin (PS) lieten zien hoe politici ook hoffelijk kunnen zijn. Ze lieten elkaar uitspreken, luisterden naar elkaars standpunten, toonden respect voor anderstaligen, zelfs voor die Vlamingen die voor Wallonië en de Walen geen goed woord over hebben. Ze spraken zelfs beter Nederlands dan heel wat Vlaamse politici. Bovendien hebben deze twee mannen  gevoel voor humor.

Uit de hele reportage – ik zag onder meer gesprekken met een bio-landbouwer en een bedrijfsleider – bleek dat de toekomst aan Wallonië is. Dat een groot deel van de Vlaamse politieke klasse, en in haar kielzog een aanzienlijk deel van de Vlaamse bevolking, in het verleden is blijven steken, in de overtuiging dat de Vlamingen een ‘volk’ zijn en een ‘volk’ dan nog waarvan de identiteit voor eens en voor altijd vastligt. Veel Vlaamse politici en hun volgelingen sluiten zich af voor wat zij als het andere zien. Zij schijnen geen oog te hebben voor wat opwindend en nieuw en op een verfrissende manier anders is. Zij zitten met de roestige gevoelens van het eigen volk in hun hoofd. Elke invloed van het vreemde zien zij als negatief. Alleen voor de negatieve kracht van het geld en voor de taal van de technocratie schijnen zij niet bevreesd te zijn. Zij deinzen er echter niet voor terug om de oude, onveranderlijke Vlaamse ziel aan monsterbedrijven te verkopen, die de mensen die hier wonen alleen maar uitbuiten en de ‘heilige grond’ blijvend verwoesten. Zij zijn blind en doof voor de lust die echte verandering brengt, voor een andere indeling van de ruimte, voor gezonde lucht, voor planten en bomen, voor een sociale ecologie, voor mededogen en empathie. Voor alles wat sociaal en ecologisch is zijn zij bang. Zij huiveren voor solidariteit. Zij zien dat als een geldstroom naar de vijand. De meest perfide onder deze politici willen niet alleen de solidariteit onder de bevolking vernietigen maar ook de sociale zekerheid. Geert Van Istendael noemt dat laatste terecht een van de grootste verwezenlijkingen van de westerse beschaving. Deze politici streven naar onderdanen die niet meer dan naakte, kwetsbare individuen zijn, die bij niets of niemand meer terecht kunnen en op die manier zonder weerstand tot een nieuwe manier van slavernij kunnen worden gedwongen.

Ik was blij dat ik bij deze Franstalige politici een nieuwe – niet eens zo radicale – taal hoorde, die nu eens geen angst aanjoeg maar eerder verzoenend en troostend klonk. Een warm alternatief voor het negativisme, de angstpolitiek, de businessterreur van de Vlaams-nationalisten.

Hiermee wil ik niet beweren dat alle Vlamingen onverdraagzaam en gesloten zijn, integendeel. Het gedeelte van de bevolking dat de angst propageert en het model van de businessterreur onderschrijft is eerder klein. Alleen doordat dit segment van de samenleving zo extreem veel aandacht krijgt, lijkt het alsof er helemaal geen andere stem meer overblijft, alsof Vlaanderen één dorre betonnen vlakte is geworden, één grote grijze zone van angst en bekrompenheid met voor de afwisseling alleen wat geel-zwarte toetsen. Het is tijd om gedaan te maken met die illusie en aandacht te geven aan mensen die een warmere kijk op de wereld en onze soortgenoten hebben.

“Je standpunt bevriezen is een teken dat je geen toekomst hebt. Jezelf opsluiten, terugplooien op jezelf, vasthouden aan het verleden is vragen om te verliezen. De geschiedenis wijst dat uit.”
Jean-Pierre Dardenne

P1020206(1)

Foto’s : Martin Pulaski

 

ALLES IS RUSTIG

IMG_0680.JPG

Er is geen reden tot paniek. De kans dat ik een van de volgende dagen word overreden is oneindig groot. Goed dat ik het weet. Bestormen maar die autosalons, subsidiëren maar die bedrijfswagens. Alles gaat goed. Het is rustig in het land. Er wordt volop aan nieuwe jobs gewerkt. En vooral: we zijn in de veilige handen van mensen die het goed met ons voor hebben. Met ons allen. Zelfs met de driehonderdduizend mannen en vrouwen die op één dag uit de boot genaamd ‘Welvaart’ vallen. En we voelen ons uitermate veilig: gewapende soldaten marcheren door onze goed verlichte straten. Zelfs wordt er nog zout gestrooid in de goed verlichte straten.

 

Foto: Martin Pulaski, 19 10 2014

STEALING TOMORROW FROM TODAY

redstar

Voor Bernard Dewulf

Hoe vind je de weg terug naar de woorden? Hoe vind ik de weg terug naar jou? Vertel ik je gewoonweg de waarheid over mijn dagen, over mijn tijd, over mijn leven? Dat was toch van in het begin al de bedoeling? Hoe komt het dan dat ik stil ben gevallen? Dat deze droogte blijft voortduren? Een dagboek dan maar? Alles opnieuw leren, duidelijke taal spreken, nuances, subtekst, stijl, ritme – het vermijden van fait divers en banaliteiten. Van overbodige banaliteiten, want het banale kan soms interessant zijn. Je zou bijvoorbeeld kunnen beweren dat er niets opmerkelijks is aan het ontslag van enkele medewerkers van een krant. Er worden alle dagen mensen ontslagen. Inderdaad een banaliteit, maar in dit geval een waar dieper op in moet worden gegaan. En dat gebeurt. Op Facebook is al een groep opgericht om te protesteren tegen het ontslag van Bernard Dewulf en de andere medewerkers van De Morgen. Net zoals de financiële en de economische crisis wijzen deze ontslagen op een kapitalisme dat niet blind is, zoals soms wordt beweerd, maar doelgericht bepaalde mensen – en instellingen – vernietigt, of dat alleszins probeert. Een zeer doelgerichte machine, in handen van enkele machtige en wrede geldwolven. Of is dit weer zo’n paranoïde samenzweringstheorie?

Er is op Facebook een groep opgericht… Maar wanneer kranten het zwijgen wordt opgelegd is de tijd rijp voor verstrekkendere,meer  ingrijpende acties. Je denkt dan al gauw aan opstand, staking, sabotage, revolutie. Maar dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Voor mij zeker, omdat ik zwak ben en ten prooi aan – opnieuw – een zware aanval van donkere melancholie. Het is alsof mijn hoofd vol modder zit, mijn hele lichaam zit in de modder, ik kan amper ademhalen, amper bewegen. Elke poging tot een gedachte doet pijn. Ik wil echter niet klagen. Ik probeer te ontsnappen aan deze toestand door bijvoorbeeld naar een concert te gaan, zoals gisteren naar de sublieme Great Lake Swimmers in de Botanique. Maar hoe mooi het concert ook was, de pijn ging niet weg. Ja, even, toen ik aan de bar stond om een pils te bestellen en in gesprek raakte met enkele jonge mannen. Ze hadden mijn communistisch insigne gezien, in mijn knoopsgat – een kleinood dat ik ooit in Berlijn op een rommelmarkt heb gekocht. Is dat nu ernstig of is het ironie, vroegen ze (in het Frans). Ik zei dat het zowel het ene als het andere was. We lachten. Niemand van deze mensen gelooft nog in de traditionele partijen, zelfs Ecolo en Groen! gaan niet ver genoeg.  En toch lachten we. We bleven wat staan praten. We waren echte Belgen; een jongen kwam uit Antwerpen, maar sprak Frans, een andere uit Brussel, nog iemand uit Eupen en was drietalig. Niemand van ons wilde dat aan België werd geraakt: ik niet, Laura niet, en die jonge mensen nog veel minder. Maar welke doordeweekse politicus springt in de bres voor België?

Later, toen de taxi voor onze deur stopte vroeg ik aan de taxichauffeur hoeveel het was. Negentien euro, zei hij. Ik vond het nogal veel, maar was blij dat ik thuis was en gaf hem een briefje van twintig. De man reed al tweeëntwintig jaar met een taxi, ongeveer zo lang als ik voor de overheid werk. Nu het licht was in de taxi zag hij mijn communistisch insigne. Dat is wel iets bijzonders, wat jij daar je in je knoopsgat hebt zitten, zei hij. Ik wist niet goed hoe ik moest reageren… Een communist die twintig euro betaalt voor een taxirit? Hij gaf me vijf euro terug. Twintig is veel te veel, zei hij. Waarna hij uitstapte en naar zijn koffer ging. Kom, zei hij, ik heb iets voor je. Het was een pamflet van de Pvda+: “Stop het politieke circus” las ik.

En zo ben ik weer in gang geschoten. Zo kom ik weer dichter bij jou. Schrijven is geen tijdverdrijf voor gecultiveerde mensen. Schrijven is een zaak van leven en dood. Schrijven is een vorm van haat en een vorm van liefde.

De titel verwijst naar de song ‘Stealing Tomorrow’ van Great Lake Swimmers.

Great-Lake-Swimmers

METHODE VOOR EEN GRONDIG JAAROVERZICHT


duerer rhino

Onlangs had ik het over de kerstperiode en de lijstjes die haast een verplichting zijn. Toch maak ik zo graag lijsten dat ik er echt niet aan kan weerstaan. Ik vraag me af waarom ik geen politicus geworden ben, dan had ik zelf vaak op lijsten gestaan. Maar zie je mij al in de rol van politicus? Hoewel ik sympathie en empathie heb voor sommigen onder hen zou ik toch nog liever een vuilnisman of een visser zijn. Bijna alle politici die nu in ‘onze’ talloze regeringen zetelen vervullen mij met een diepe afkeer. Een klein land als België heeft niet meer dan één regering nodig: daar zouden de intelligentsten, de moedigsten, de meest integeren, degenen die het beste kunnen luisteren en leren een plaats in hebben. Mijn lijstje zou niet echt snel gemaakt zijn, maar wel kort. Ik denk dat tien ministers kunnen volstaan.

Maar ik wilde het helemaal niet over politiek hebben, hoe kan ik me toch altijd weer op een dwaalspoor raken! Ik wilde gewoon even aankondigen dat ik aan een jaaroverzicht werk. Dat wordt geen reeks lijsten, met beste elpees, films, boeken en zo. Ik heb al een idee voor een andere aanpak. Ik baseer me op mijn emoties en op wat ik me nog kan herinneren. Zonder in kranten, tijdschriften en andere blogs te gaan kijken. Mijn overzicht zal los staan van de objectieve tijd, er zal plaats zijn voor bijvoorbeeld een film uit 1951, een elpee uit 1967, een boek uit 1848, de glimlach van een meisje op een plein in Berlijn, de stem van een zangeres die al lang dood is, een zin van Cesare Pavese, een bar in Barcelona, bepaalde diersoorten, sterrenbeelden, denkbeelden, gedichten, gesteenten, medicijnen, wijnen, schoenen, soorten vervoer en vervoering, op dit ogenblik nog onbekende vogels, wijze Chinezen, afgoden, gitaarsolo’s, mandolinemerken, tulpen en hoge gebouwen. Ik beweer niet dat mijn overzicht zo overzichtelijk zal zijn, maar het is een mogelijkheid. Ik moet er nog eens een nacht over wakker liggen.

Tekening: Rhinocerus, Albrecht Dürer, 1515.

BELGIË-BELGIQUE

belgie

Wegens technische problemen bij Skynet kan ik geen commentaar op mijn teksten beantwoorden. Dan maar rechtstreeks… Marc Tiefenthal  had de volgende bedenking bij De kom, mijn vorige tekst, en bij mijn opdracht hierboven aan Rudy Aernoudt: ‘Dit verhaal schreeuwt om een vervolg,” schrijft hij, “tenzij het een droom is, enfin, een nachtmerrie. Wat doet Rudy Aernoudt ineens in de aanhef? Solidariteit? “

Mijn antwoord zou het volgende geweest zijn:

“Dank je Marc, ik zal je suggestie in overweging nemen… Maar is er wel een vervolg mogelijk na de Apocalyps? (Vreemd dat hier onverbiddelijk een hoofdletter A komt opgedoken.)”

Die Rudy Aernoudt is bijna een wanhoopskreet. Je weet dat ik een Belg ben en niet echt een Vlaming, ik ben namelijk in Antwerpen geboren en niet in Oost- of West-Vlaanderen. Daarnaast heb ik Limburgse roots, die teruggaan tot het prinsbisdom Luik. Limburgers hebben vaak Franse voornamen, je hebt er heel veel Jeans, Pierres, Mathieus, en ook wel een aantal Martins. Mijn vader zaliger sloot zich – na krijgsgevangenschap – aan bij het verzet. Hij was niet bepaald een held, maar wat hij deed, deed hij ten dienste van zijn vaderland, België-Belgique. Rudy Aernoudt staat daar alleen maar vanwege een interview dat ik met hem las over de toekomst van het land. Zijn ideeën spraken me wel aan. Voor de rest ken ik de man niet. De naam staat daar als een symbool. Binnenkort is hij weer weg en staat er een andere naam.

BRUSSEL 0110

marie daulne

Prachtig was dat, gisteren in Brussel, daar voor het paleis van Saksen-Coburg. Vlaamse en Waalse en geïmmigreerde zangeressen, zangers en muzikanten die me anders – in de meeste gevallen – geheel onberoerd laten gaven me gisteren een echt warm gevoel. Warm gevoel? Een uitdrukking die ik niet vaak gebruik. Ik heb van die zonnige namiddag met volle teugen genoten. Volle teugen? Jongens, waar ga ik naartoe met mijn stijl. Het zal de vermoeidheid zijn. Adamo en Rocco Granata ontlokten mij tranen met hun korte toespraakjes en hun liedjes, Jan Decorte was fel maar ook grappig, met zijn shakespearoes (dat was pas goed gekozen), Lio was kort en speels, Neeka en Philipe Cathérine virtuoos en poëtisch als de wolken, Rejane zette mijn ziel op stelten, Marie Daulne gaf mij een kick, Willem Vermandere zette mij aan het denken, Lange JoJo werkte op mijn zenuwen, evenals Lou & zijn eeuwige bananen. Wat heb ik genoten van Daan en Victor Lazlo’s Cheek To Cheek en van de uitbundigheid van Jaune Toujours en Monsoon. Dat was pas dorpspolitiek! Dani Klein, Baï Kamara, Roland, Mousta Largo, La Fille D’Ernest, Willy Willy, Arno, Laura Lynn. Iedereen was er. En lang leve Patrick Riguelle, de veelzijdigste mens van België! En de hele Laatste Show Band.

Foto: Marie Daulne

MOORD

Ik durf niets meer zeggen over deze, alweer gruwelijke, moord. Ik wil er ook niets over zeggen. Wat ik over de moord op Joe heb geschreven kwam recht uit het hart, maar ik heb me toen laten meeslepen en, erger, beïnvloeden door de media (hoewel ik er mij, zoals ik al zei, ook van heb gedistantieerd). Natuurlijk heb ik nu ook gevoelens. Maar ik wil niet nog eens dezelfde fout maken. Ik kan alleen maar zeggen dat ik dit zeer betreur. Ik kan alleen maar zeggen dat België stilaan onleefbaar wordt. Dat ik in alle stilte en bescheidenheid meeleef met de familie en de vrienden van de slachtoffers. Dat ik hoop dat de haat het niet van de liefde wint. Het is een mooie lentedag, een stralende zon legt een laagje schoonheid over zelfs de lelijkste dingen, seringen staan in bloei in de tuinen, vanavond gaan we naar theater, een stuk van Marthaler (zelden heeft een regisseur zoveel indruk op me gemaakt als hij, met zijn voorstelling van Die schöne Müllerin). Maar hoe kunnen we daar nu nog van genieten? Met een bittere smaak in de mond, met niet gehuilde tranen?